Purcell nam met opera ‘Dido and Aeneas’ wraak op koning-stadhouder Willem III

12 minuten leestijd
Dido en Aeneas aan het jagen - Schilderij van Ary de Vois, circa 1657
Dido en Aeneas aan het jagen - Schilderij van Ary de Vois, circa 1657
Wie tegenwoordig naar het Concertgebouw gaat, wil mooie muziek horen. Het publiek staat er niet bij stil dat die muziek vaak een politieke daad was. Zo nam Henry Purcell met ‘Dido and Aeneas’ ook wraak op de Engelse koning-stadhouder Willem III. Beethoven maakte de ‘Eroica’ omdat hij geloofde dat de wereld door Napoleon mooier zou worden. Sjostakovitsj componeerde de ‘Leningradsymfonie’ om de inwoners van zijn geboortestad hoop te geven terwijl ze leden onder de Duitse belegering. In het boek Klank! Een muzikale geschiedenis van de westerse wereld legt impresario Theo van den Bogaard verbanden tussen invloedrijke componisten en de samenleving waarin ze leefden. Wie zulke verhalen kent, luistert anders naar dezelfde muziek. Op Historiek plaatsen we een fragment over Purcell en koning-stadhouder Willem III, die kwaad bloed zette met zijn calvinistische ideeën.

De wraak op stadhouder Willem III

Volgens het boek Opera. The Rough Guide is de klaagzang van Dido zo ongeveer het allermooiste dat dit genre heeft voortgebracht. Dido is koningin van Carthago, Noord-Afrika. De Trojaanse held Aeneas spoelt aan. Ze worden verliefd op elkaar, bedrijven seks, een huwelijk ligt in het verschiet. Desondanks verlaat Aeneas haar. Plicht roept: Rome moet gesticht worden. Dido blijft alleen achter. Uit liefdesverdriet zingt ze de aria ‘When I am laid in earth’.

Henry Purcell (Westminster, 1659 – Londen, 1695)

Purcell is de belangrijkste Engelse componist die het land heeft voortgebracht. Via zijn muzikale familie was hij van kinds af aan in dienst van het Engelse hof. Zijn hele leven speelde zich af in en rondom de wijk Westminster in Londen. Naast Dido and Aeneas schreef hij The Fairy Queen en King Arthur. Purcell is een belangrijke schakel tussen polyfone muziek uit de Renaissance en de barokmuziek van Bach. Hij stierf zoals veel grote componisten: jong, hij was nog maar 36 jaar oud. Er zijn sterke aanwijzingen dat hij zo dronken thuiskwam dat zijn vrouw hem de deur weigerde en toebeet op straat zijn roes uit te slapen. Vervolgens liep hij een zware verkoudheid op, waaraan hij uiteindelijk bezweek.

Luister naar Dido’s lamentatie ‘When I am laid in earth’ uit de opera Dido and Aeneas (1690)

De gezongen woorden ‘Remember me’ zijn onvergetelijk. Purcell haalt daarbij een bekende componistentruc uit: de noten waarop deze twee woorden klinken zijn de hoogste en daarmee de belangrijkste noten in de aria. Om dit te onderstrepen laat hij Dido de woorden ‘Remember me’ herhalen. Zes keer maar liefst. De begeleiding is bescheiden: er klinken wat strijkinstrumenten en een continuo: begeleiding met een baslijn. De baslijn in deze aria gaat telkens een half nootje naar beneden en heet een passacaglia. Dat is een stijlfiguur waarin de bas als eerste speelt en de midden- en hoge stemmen later inzetten. De bas herhaalt de beginmelodie, het hele stuk door, tot het einde. Deze stijlfiguur komt eindeloos voor in de muziekgeschiedenis, de beroemdste passacaglia is voor orgel solo van Bach.

Henry Purcell
Henry Purcell
De wonderschone aria ‘When I am laid in earth’ is bedoeld voor mezzosopranen, tot hun grote vreugde. Veel greatest hits uit de opera zijn gereserveerd voor sopranen.

We hebben geluk dat het stuk er überhaupt nog is. Het originele manuscript is verdwenen, de muziek van de proloog en epiloog is helemaal verloren gegaan (de tekst is er nog wel). We hebben slechts kopieën van de muziek van het middendeel, van veel later datum. Als de opera nu gespeeld wordt, klinkt dus alleen het middendeel, dat nog geen uur duurt.

Dido and Aeneas is doorgecomponeerd, dat wil zeggen dat het werk één doorlopend muziekstuk is. Van een uur, zonder gesproken tekst. Dat is heel bijzonder, opera’s van vroeger tijd bevatten meestal gesproken tekst, denk aan de recitatieven bij de opera’s van Händel en Mozart. Verder is het uniek dat Purcells meesterwerk door een Engelsman is geschreven. Voor hem en de eeuwen na hem produceerde Groot-Brittannië nul major composers. Opera was iets uit Italië en Frankrijk, niet uit Engeland.

Hoe kwam deze operaklassieker zomaar uit de lucht vallen, in 1690, op zo’n niet voor de hand liggende plek als Engeland? Om deze vraag te beantwoorden, moeten we teruggaan in de tijd, maar liefst twintig jaar en naar een ander land bovendien: het Den Haag van 1670.

Johan de Witt
Johan de Witt
Het eerste Stadhouderloze Tijdperk. Johan de Witt was raadspensionaris. De Oranjes telden nauwelijks mee. Prins Willem III had een onbeduidende functie in de Raad van State. Met politiek weinig omhanden ontfermde hij zich over het familievermogen. Hij reisde naar Londen, naar oom Charles II. Deze koning van Engeland had een schuld van 2.707.859 gulden bij de Oranjes – een enorm bedrag in die tijd. De Stuarts hadden dat geld jaren eerder geleend om een einde te maken aan de Engelse burgeroorlog. Willem III vroeg zijn geld terug, maar Charles II beweerde geen cent te hebben. Terwijl zijn Nederlandse neef met eigen ogen zag dat de katholieke koning blijkbaar wel genoeg geld had voor drankgelagen, gokpartijen en verscheidene minnaressen. Willem zag het met afgrijzen aan. Maar wat kon hij? Hij was slechts adviseur in de Raad van State en had geen leger. Onverrichter zake keerde hij terug naar Nederland.

Enkele jaren later volgde het rampjaar: 1672. Münster, Keulen, Frankrijk en Engeland vielen Nederland aan in een gecoördineerde militaire operatie. Het Nederlandse leger stelde niet veel voor. Om de oprukkende legers te dwarsbomen stak Holland dijken door, waardoor Amsterdam een eiland werd. Aanvoer stokte, honger en epidemieën braken uit in de hoofdstad, het voortbestaan van de Republiek wankelde. Johan de Witt kreeg de schuld van deze rampzalige situatie. Hij werd in zijn achterhoofd geschoten, een opgehitste meute sneed de organen uit zijn lijk en at deze rauw op. En wat was het gevolg? De Oranjes kwamen terug in het centrum van de macht.

De ontzielde lichamen van de Gebroeders De Witt op het Groene Zoodje
De ontzielde lichamen van de Gebroeders De Witt op het Groene Zoodje

Willem III werd stadhouder en smeedde bondgenootschappen met Spanje en de Duitse keizer. Michiel de Ruyter won vier zeeslagen tegen de veel sterkere Frans-Engelse vloot. Een nieuw machtsevenwicht resulteerde uiteindelijk in vrede. Daarna volgde een ongekende bloeiperiode: de handel in de Verenigde Provinciën groeide sterk en de koers van de VOC- en WIC-aandelen stegen spectaculair op de Beurs van Amsterdam.

Koning-stadhouder Willem III
Koning-stadhouder Willem III
Lodewijk XIV voelde zich bedreigd door de toenemende welvaart van een potentiële aartsvijand uit het noorden en nam maatregelen. Hij verhoogde invoerrechten op Nederlandse producten. Er volgden berichten van Nederlandse handelsagenten dat er een absoluut verbod kwam op verkoop van Nederlands laken. Lodewijk XIV legde beslag op Nederlandse schepen in Franse havens en liet de goederen van boord halen. De Zonnekoning verjoeg ondertussen ook protestantse hugenoten en viel in 1688 het keurvorstendom Palts binnen. Hij bouwde troepenmachten op in het huidige België en Keulen. Ondertussen was Engeland nog steeds een nauwe bondgenoot van Frankrijk. De situatie deed akelig denken aan het rampjaar, zestien jaar eerder. Een herhaling van een massale aanval op de Verenigde Provinciën leek onafwendbaar.

Dit doemscenario bracht stadhouder Willem III tot een drastisch besluit: een staatsgreep in Londen. Een tactische meesterzet. Voor deze preemptive strike op Engeland verzamelde Willem III eind 1688 21.000 manschappen op de Mookerheide bij Nijmegen. De meesten van hen waren Nederlanders. Daarnaast waren er Franse hugenoten, Schotten, Duitsers, Polen, Grieken en Finnen, de laatsten gekleed in berenvellen. Willems leger trok richting Hellevoetsluis en stapte daar in transportschepen. Vijfduizend paarden, veldartillerie en vijftig stukken zwaar geschut gingen mee aan boord.

De enorme vloot van Willem III vertrekt 19 oktober 1688 uit Hellevoetsluis. (Abrahem Storck, National Maritme Museum,Greenwich)
De enorme vloot van Willem III vertrekt 19 oktober 1688 uit Hellevoetsluis. (Abrahem Storck, National Maritme Museum,Greenwich)

Willem III reisde aan boord van het schip De Briel. Op de banieren stond de tekst: VOOR HET PROTESTANTSE GELOOF EN DE VRIJHEID VAN ENGELAND. In totaal navigeerden zeshonderd oranje schepen vijfentwintig rijen diep door het Nauw van Calais. Aan weerszijden van het Kanaal hoorden Engelsen en Fransen muziek ‘met schallende trompetten en slaande trommels’. De Engelse oorlogsvloot wachtte de Nederlandse boten op, in de monding van de Theems. Maar door de sterkte oostenwind lagen ze daar vast en was er geen mogelijkheid uit te varen. De Engelsen zagen met lede ogen aan hoe de vijandige vloot voorbijvoer.

Jacobus, als hertog van York. - Geschilderd door John Riley.
Jacobus (James) II als hertog van York. – Geschilderd door John Riley.
De Nederlanders zeilden verder, en voeren via de zuidkust van Engeland naar een westelijk punt. In Devon gingen manschappen, paarden en wapens van boord. De stadhouder voerde zijn soldaten aan, op weg naar Londen. Op 18 december 1688 kwamen ze daar aan.

Engelse soldaten wachtten de confrontatie niet af. Ze waren uit Londen weggevlucht. De katholieke Engelse koning James II vluchtte ook, naar het katholieke Frankrijk. Uiteindelijk zou er geen druppel bloed vloeien.

Een Nederlandse triomftocht in de Engelse hoofdstad volgde. Willem III nam zijn intrek in het koninklijk paleis, Whitehall Palace. Hij ontving er protestantse parlementariërs die mede coupplegers waren: zij wilden een protestant op de troon, geen katholiek zoals James II.

De Purcells dienden het paleis al meerdere generaties. Henry Purcells vader en oom maakten zelfs deel uit van de geprivilegieerde afdeling Private Music. Zij kenden de wegen om de kleine Henry een plek te bezorgen in de Chapel Royal. Daarin zong hij en speelde orgel. Al snel werd de jonge Henry vaste organist bij de overburen in Westminster Abbey, toen en nu een begeerde positie onder vooraanstaande organisten. Al op zijn achttiende werd Henry gepromoveerd tot componist aan het hof. Een functie die hem toegang tot de koning verschafte. Purcell zou drie verschillende koningen leren kennen.

Een portret van Henry Purcell uit 1695 van John Closterman
Henry Purcell in 1695 – John Closterman
De eerste koning voor wie hij werkte was Charles II. Dezelfde man die weigerde zijn schulden terug te betalen aan Willem III. Purcell componeerde Odes, lofzangen op Charles II. Purcell componeerde speciale Welcome Songs, wanneer de koning het paleis binnenwandelde. Op verjaardagen pakte hij uit met feeststukken en de Catch ‘God save our sovereign Charles’.

Charles II stierf, waarna zijn eveneens katholieke broer James II hem opvolgde. Voor diens troonsbestijging schreef Purcell My Heart is Inditing. Hij componeerde opnieuw op maat gesneden Odes en Welcome Songs, en How great are the blessings ‘A Health to King James’. James II verloor de troon door een staatsgreep van stadhouder Willem III, zoals net verteld.

En zo leerde Purcell een derde koning kennen. Bij de installatie van ‘King William’ zal Purcell geen grote zorgen hebben gevoeld. Hij diende een oud en eerbiedwaardig instituut, net als zijn vader en oom hadden gedaan. Hij was een geroutineerd vakman die schijnbaar moeiteloos en aan de lopende band stukken produceerde ter ere van een koning. Hij leek stevig in het zadel te zitten.

Portret van een jongenskoorlid van de Chapel Royal door Richard Buckner, ca. 1873
Portret van een jongenskoorlid van de Chapel Royal door Richard Buckner, ca. 1873
Toch liep het anders. Willem III was een calvinist. Calvinisten houden van sobere diensten met nauwelijks muzikale opsmuk. Gebeden worden declamerend voorgedragen. Zingen in de kerk is ten strengste verboden. Maar zingen in de kerk was nou net de reden van bestaan van de Chapel Royal. Het koor had dus plotseling geen functie meer. Willem III lag daar vermoedelijk niet wakker van want hij had toch al een grote afkeer van klassieke muziek. Hij kon alleen fanfarekorpsen verdragen.

Wellicht nog belangrijker dan zijn afkeer van klassieke muziek waren de zorgen over de financiën van zijn eigen familie. Sinds zijn bezoek aan Charles II, twintig jaar eerder, hadden de Engelse koningen nog steeds niets afgelost van hun schuld aan de Oranjes. Twintig jaar lang waren Willems bedelbrieven en smeekbedes aan de achtereenvolgende koningen Charles II en James II onbeantwoord gebleven. Nu was zijn tijd gekomen om oude schulden te vereffenen. Hij voerde rigoureuze bezuinigingen door aan het hof. Het geld dat hij daarmee spaarde, betaalde Willem III terug aan de Oranjes. Aan zichzelf dus. Deze ordinaire bezuiniging bood en passant een uitgelezen kans om zich van talrijke musici te ontdoen.

Hij ontsloeg zangers van het eerbiedwaardige Chapel Royal en snoeide flink in de afdeling Private Music. Verdere slachtoffers waren de sterren aan het hof: vijf zangsolisten verloren hun baan. Ook ontsloeg hij het begeleidingsorkest waar Purcell formeel deel van uitmaakte. Zo raakte Purcell van de ene dag op de andere zijn goedbetaalde baan en eervolle positie kwijt. Het glorieuze muziekleven rond het Engelse hof, dat al zo veel eeuwen bestaan had, werd in korte tijd de nek omgedraaid.

Purcell zat thuis, zonder baan en dus zonder geld. Vol wrok over zijn sociale val. Hij was boos. Woedend op de man die hem ontslagen had. Vermoedelijk componeerde hij in deze gemoedstoestand de opera Dido and Aeneas.

Portret van Willem III en Mary
Portret van Willem III en Mary als onderdeel van een plafondschildering van Sir James Thornhill
De opera is wat in literatuur wel een sleutelroman heet. Dido staat model voor koningin Mary. Aeneas is een allegorie op de persoon van de stadhouder-koning Willem III. De opera bevat parallellen die niet te missen zijn.

Aeneas en Willem III waren beiden buitenlanders: Aeneas kwam uit Troje maar woonde bij Dido in Carthago, stad van de Feniciërs. Willem III was natuurlijk een Nederlander die in Engeland woonde.

Aeneas en Willem III waren beiden beoogde koningen: Aeneas van Carthago, Willem III van Engeland.

Aeneas en Willem III hadden allebei weinig zin in een buitenlandse troon. Aeneas aanvaardde de troon van Carthago niet eens en vluchtte naar Italië. Evenmin leek Willem III erg enthousiast te zijn over de Engelse kroon. Hij vermeed Whitehall Palace. Liever voerde hij oorlog of bezocht hij oude vrienden en getrouwen in Holland. Ook bracht hij tijd thuis door, in Apeldoorn.

Ten slotte verzaakte Aeneas zijn belangrijkste adellijke plicht: het verwekken van nageslacht. Datzelfde gevaar gold ook voor Willem III. Geruchten gingen rond dat hij homoseksueel zou zijn. Ook al kon Purcell het toen nog niet weten, hij kreeg wel gelijk: de stadhouder zou kinderloos sterven.

De dood van Dido - Afbeelding uit de Vergilius Vaticanus, een verlucht handschrift uit begin vijfde eeuw.
De dood van Dido – Afbeelding uit de Vergilius Vaticanus, een verlucht handschrift uit begin vijfde eeuw.
De belangrijkste bron over Dido en Aeneas is Vergilius. Aeneas was volgens deze Romeinse dichter een held: hij leidde een vloot, daalde af in de onderwereld en doodde Turnus in een heldhaftig duel. De goden verkozen Aeneas om Italië te stichten, zijn nakomelingen zouden heersen over de wereld. En: hij was een geweldige minnaar. Hij bracht Dido – volgens Vergilius – ‘maandenlang in vervoering van lust’.

Dat was in Purcells opera wel anders. Zijn Aeneas had juist een klein libido: na ‘one night’ was Willem III al uitgeput. De Aeneas van Purcell was een klein jongetje tegenover de grote Dido: zij schold hem uit voor ‘hypocriet’, waarmee hij instemde: ‘That’s good…’ en zij snoerde hem de mond, schreeuwend ‘No more!’ Vooral in Purcells muziek klinkt door dat Aeneas een sukkel is. Daar paste de componist trucs voor toe, zo is bijvoorbeeld zijn stemtype ongedefinieerd: is hij tenor of bariton?

Aeneas: held van Vergilius, sukkel bij Purcell. Er moet gezegd: de werkelijkheid hielp Purcell een handje. Willem III was heel klein, had te korte benen, een gedrongen romp, een lange, kromme neus en een bochel. Hij vermeed gezelschap van vrouwen. King Billy noemden de Engelsen hem, ‘Willie’.

Muziekwetenschappers Curtis Price en Ellen T. Harris voerden enige tijd polemieken over de vraag hoe de allegorie tussen Aeneas en stadhouder-koning Willem III het best begrepen kan worden. Hun collega Anthony Welch noemde de Aeneas uit de opera een ‘klootzak’. Alsof Purcell die woorden maar wat graag zelf aan Willem III toevoegde.

Dido and Aeneas werd uitgevoerd in Londen. Er waren voorstellingen op de meisjeskostschool van Josias Priest, in de Londense wijk Chelsea. We weten niet of er leden van het koningshuis of paleismedewerkers een voorstelling hebben gezien, maar waarschijnlijk is dat niet. Want als iemand wel een voorstelling had gezien, en men wist dat koning Willem III belachelijk werd gemaakt, dan had Whitehall Palace vast alle banden met Purcell verbroken.

Maar het omgekeerde gebeurde. Nadat het hof Purcell ontslagen had, miste men blijkbaar zijn muziek. Want na enige tijd gaven ze hem nieuwe compositieopdrachten. Purcell bleef dus voor het paleis werken, zij het niet langer als werknemer maar als freelancer.

Hij maakte verschillende werken voor koningin Mary. Zijn Music for the Funeral of Queen Mary is een hoogtepunt in zijn oeuvre, dit werk wordt tegenwoordig veel uitgevoerd. Sommige melodieën uit deze begrafenismuziek zullen tegenwoordig honderden miljoenen mensen bekend voorkomen: ze is de soundtrack van Stanley Kubricks film A Clockwork Orange en, met veel groter publieksbereik, de gamemuziek van Nintendo’s Conker’s Bad Fur Day.

Klank! - Theo van den Bogaard
 
Voor feestdagen en koninklijke festiviteiten bleef hij muziek in opdracht van het hof componeren. Maar voor de persoon Willem III heeft Purcell geen Odes gecomponeerd, geen Welcome Music, geen enkele Catch en geen verjaardagshymnes. Hij heeft nooit meer een enkele noot aan Willem III gewijd, geen snipper papier.

Purcells beste muziek dateert van na zijn ontslag. Behalve Dido and Aeneas behoren de genoemde Music for the Funeral of Queen Mary, The Fairy-Queen, Hail! Bright Cecilia en King Arthur tot zijn beste werken. Ook al was hij boos op Willem III, hij kon hem ook dankbaar zijn. In vrijheid werd hij een betere componist, een betere kunstenaar. Zonder ontslag had Purcell zulke hoogtes vermoedelijk nooit bereikt. Zonder Willem III had Dido and Aeneas niet bestaan. We danken dit meesterwerk aan de afkeer van muziek van een Oranje.

×