De Spiegel-affaire (1962) als sleutelmoment

Over de naoorlogse democratisering van Duitsland
/
12 minuten leestijd
Adenauer in de Bondsdag, 1965
Adenauer in de Bondsdag, 1965 (Bundesarchiv, B 145 Bild-F019973-0017 / Gerhard Heisler / CC-BY-SA 3.0)

‘Hij is onbetrouwbaarder dan een Fransman, leugenachtiger dan een Engelsman, brutaler dan een Amerikaan en ondoorgrondelijker dan een Rus.’ 1

Aldus de CDU-politicus Hermann Pünder over zijn partijgenoot Konrad Adenauer. Toch zag Pünder al vroeg in dat zijn collega de uitgelezen persoon was om West-Duitsland na de Tweede Wereldoorlog opnieuw op te bouwen. Als eerste kanselier van de Bondsrepubliek deed hij Pünders voorspelling uitkomen. In die positie zou hij zijn bijdrage leveren aan het opbouwen aan een stabiel, internationaal gewaardeerd en democratisch Duitsland. Dit ging echter niet zonder slag of stoot. De politieke stijl van de kanselier was listig en autoritair. In de jaren zestig bleek de tijd daarom rijp te zijn voor een democratischer bestuur.

Der Spiegel-uitgave van 10 oktober 1962
Der Spiegel-uitgave van 10 oktober 1962 (wiki)
De Spiegel-affaire van 1962 speelde een belangrijke rol in deze democratisering. Dit links-liberale weekblad plaatste vraagtekens bij de staat van het Duitse leger. Franz Joseph Strauß, die als minister van defensie al vaker doelwit was geweest van kritische Spiegel-rapportages, reageerde woedend. Adenauer schaarde zich achter zijn minister en verleende hem toen bevoegdheden die de West-Duitse democratie voor een moment deed wankelen. Strauß liet de kantoren van Der Spiegel doorzoeken, materiaal in beslag nemen en de hoofdredacteur van dit weekblad arresteren. In de Bondsdag waar Adenauer verantwoording aflegde voor deze gang van zaken nam hij zijn minister in bescherming. De vrijheid van meningsuiting werd bij de affaire echter met voeten geschonden. De West-Duitse democratie zou deze stresstest uiteindelijk doorstaan. Adenauer zou mede door de Spiegel-affaire het veld ruimen en het enigszins autoritaire Ära Adeneauer kwam ten einde. De jaren zestig deden hun intrede en het democratisch bewustzijn zou zich verder ontwikkelen.

De nasleep van de oorlog en de Duitse deling

De geallieerde bezettingszones in 1945
De geallieerde bezettingszones in 1945 (CC BY-SA 3.0 – wiki)
Dat West-Duitsland zich tot een voorbeeldige democratie zou ontwikkelen was in 1945 allesbehalve vanzelfsprekend. Überhaupt was de deling voorzien noch gepland. Op 8 mei, de dag van de Duitse capitulatie, lag de toekomst van Duitsland open. Weliswaar hadden de geallieerde machten in Teheran en Jalta al plannen voor het naoorlogse Duitsland uitgedacht, nieuwe spanningen en onderlinge wantrouwen zouden de loop der geschiedenis veranderen. Bovendien moest eerst het puin geruimd worden. Naast de traumatische bombardementen en de bezetting, had Duitsland te kampen met de toevlucht van miljoenen Heimatvertriebene en werd het gedwongen ge-denazificeerd. Een andere belangrijke doelstelling van de bezettingsmachten was om Duitsland te democratiseren. Zo behielden de geallieerden het recht om licenties uit te geven en daarmee te bepalen wie de uitgevers, redacteuren en leiders van culturele instellingen zouden worden. Bovendien konden alleen democratische partijen meedoen aan lokale en regionale verkiezingen. Als Duitsland zijn soevereiniteit terug wilde, moest het eerst bewijzen dat het afstand had genomen van het Derde Rijk.

Onderwijl begonnen de contouren van de Duitse deling zich langzamerhand af te tekenen. Economisch gingen de bezettingsgebieden van de Britten, Amerikanen en Fransen over op steeds verdere samenwerking. De invoering van de Deutsche Mark en de daaropvolgende blokkade van Berlijn bracht een definitief einde aan de ambitie van gemeenschappelijk bestuur. De Koude Oorlog was begonnen en de westerse geallieerden bewogen West-Duitse politici tot het opstellen van een grondwet. Pas met een eigen grondwet kon de Bondsrepubliek ontstaan en zou de staatkundige deling van Duitsland zich voltrekken.

De lessen van Weimar: de democratische grondwet van de Bondsrepubliek

Postzegel - 50 Jahre Parlamentarischer Rat (1)
Postzegel – 50 Jahre Parlamentarischer Rat
In 1948 kwamen verschillende deskundigen bij het Verfassungskonvent samen om een eerste versie van de nieuwe grondwet op te stellen. Later dat jaar zou de Parlementarische Rat veel van dit voorontwerp overnemen. Onder leiding van Adenauer vergaderden de leden van de deelstaatparlementen over de nieuwe grondwet. Velen van hen waren door de nazi’s vervolgd. Zij trachtten daarom met een sterke grondwet de nieuwe democratische orde te beschermen. De staatsrechtelijke gebreken van de Weimarconstitutie moesten gerepareerd worden.2 Opvallend is dat het volk op geen enkel moment werd geraadpleegd. Blijkbaar was draagvlak voor de nieuwe grondwet niet van wezenlijk belang.

De schuld van de ondergang van de Weimardemocratie lag volgens de parlementariërs bij de sterke positie van de rijkspresident. Het mandaat van de bondspresident moest daarom flink ingeperkt worden. Historisch valt hier wel wat voor te zeggen. Niet alleen had president Paul von Hindenburg Adolf Hitler tot kanselier benoemd, ook bracht hij de Republiek aan het wankelen door alsmaar nieuwe (soms bewust zwakke) regeringen aan te stellen. In dit klimaat van chaos konden extreem-links en rechts tot bloei komen. De parlementariërs hadden gelijk: staatsrechtelijk had de president te veel macht. Door artikel 48 uit de grondwet stond het staatshoofd feitelijk boven het parlement. Met dit artikel kon hij buiten het parlement om per decreet regeren. Het artikel gaf de president haast absolute bevoegdheden. In de nieuwe grondwet werd hem daarom een veel kleinere rol toebedeeld. Hij kreeg hoofdzakelijk een ceremoniële functie en de volksvertegenwoordigers kregen het laatste woord.

Publicatie van de nieuwe grondwet in de Duitse staatscourant (1949)
Publicatie van de nieuwe grondwet in de Duitse staatscourant (1949)

Ook de nieuwe motie van wantrouwen had als doel om het functioneren van de West-Duitse democratie te bevorderen. In tegenstelling tot de Weimartijd, toen de president naar eigen goeddunken ministers kon ontslaan en benoemen, werd deze bevoegdheid nu bij het parlement gelegd. De nieuwe zogenoemde ‘constructieve motie van wantrouwen’, zoals deze beschreven staat in artikel 67 van de Duitse grondwet, zorgde bovendien voor een grote mate van stabiliteit. Wanneer de Rijksdag een regering wil ontslaan moet het een alternatieve bondskanselier aandragen. Deze moet dan met een meerderheid worden aangenomen. In de praktijk betekent dit dat één van de coalitiepartijen zich tegen de zittende kanselier moet keren. Slechts één keer in de geschiedenis van de Bondsrepubliek is deze motie aangenomen. In de Bondsdag zorgde dit wetsartikel voor een grote mate van bestuurlijke continuïteit en voorkwam dit regeringscrises. In tegenstelling tot het veertienjarige bestaan van de Weimarrepubliek waarin de opeenvolging van eenentwintig verschillende kabinetten tot grote chaos leidde, kenden de eerste veertien jaar van de Bondsrepubliek slechts één kanselier: Konrad Adenauer.

De nieuwe grondwet schiep dus kaders waarbinnen de West-Duitse democratie kon functioneren. Ook werden wetgeving, verdragen en regeringsbeleid met het pas opgerichte Bundesverfassungsgericht aan de grondwet getoetst en kwam er een grondwettelijk verbod om de grondwet buiten werking te stellen. Dit constitutionele hof kan bovendien ondemocratische partijen een verbod opleggen. De belangrijkste meerwaarde van de nieuwe grondwet is echter dat de soevereiniteit hoofdzakelijk bij de volksvertegenwoordigers kwam te liggen. De kamer beslist over wetgeving en beleid. Toch zijn er voor de kanselier mogelijkheden om bepaalde vraagstukken naar zich toe te trekken en tot Chefsache te benoemen. Angela Merkel deed dit bijvoorbeeld bij de migratiecrisis. De Duitse kanselier kan dus, wanneer hij dit nodig acht, zelfstandig de koers bepalen en daadkrachtig optreden. Ook Adenauer zocht de grenzen van zijn bevoegdheden op.

Adenauers autoritaire bestuursstijl

Campagneposter van het CDU (1961). Met een knipoog naar Adenauers bijnaam ‘der Alte’
Campagneposter van het CDU (1961). Met een knipoog naar Adenauers bijnaam ‘der Alte’ (CC BY-SA 3.0 DE – CDU – wiki)
Konrad Adenauer werd in het 1876 in een burgerlijke familie in Keulen geboren. In de weinig democratische Wilhelminische tijd wist hij het al tot burgemeester van zijn geboortestad te schoppen. Adenauer’s politieke carrière begon dus al ver voor het begin van de Bondsrepubliek. Hij was duidelijk een bestuurder van de oude stempel. Op 73-jarige leeftijd werd hij kanselier en hield het maar liefst veertien jaar op die positie vol. Hij werd daarom ook wel ‘der Alte’ (de Oude) genoemd.

Na de oorlog slaagde Adenauer erin om binnen de partij steeds meer macht naar zich toe te trekken. Aanvankelijk claimde hij op regionaal niveau het voorzitterschap van de partij. Enkele jaren later, toen de CDU/CSU de landelijke verkiezingen hadden gewonnen, wist hij bovendien het kanselierschap toe te eigenen. Met voorbedachte rade organiseerde hij voor enkele partijprominenten een informele bespreking bij hem thuis. Adenauer wist deze bijeenkomst listig te veranderen in een doorslaggevend overleg over enkele principiële kwesties. Bij deze bespreking drukte hij zijn zin door. Knopen werden doorgehakt en bepaald werd dat hij de eerste bondskanselier van West-Duitsland zou worden. Adenauer’s manier van besluitvorming werd hem overigens niet door al zijn partijgenoten in dank afgenomen.3

Ook wat betreft zijn buitenlandbeleid wist Adenauer door fier op te treden zijn zin te krijgen. Zijn grote wens was een verenigd en soeverein Duitsland dat innig samenwerkte met zijn westerse bondgenoten. Historicus Willem Melching spreekt in dit verband van Adenauer’s rehabilitatieproject. Regelmatig schuurde het tussen de vastbesloten Adenauer en de Hoge Commissarissen, die als vertegenwoordigers van de bezetters het laatste woord hadden. Zij konden ingrijpen op het gebied van militair, economisch en buitenlandbeleid. Adenauer had grote moeite met deze machtsverhoudingen. Opzettelijk brak hij bij zijn eerste ontmoeting met de Commissarissen de ongeschreven regel dat alleen zij een bepaald kleed mochten betreden. Zelfbewust ging hij naast hen staan en claimde een gelijke positie. De bezettingsmachten zouden uiteindelijk enkele concessies aan hem doen. De onderhandelingen met de geallieerden machten probeerde Adenauer zo veel mogelijk zonder ruggespraak te doen. Andere ministers werden praktisch buitengesloten. Hij stond daarom ook wel bekend als de Kanzler der einsamen Entschlüsse (kanselier van de eenzame beslissingen). Historici spreken tegenwoordig van een Kanzlerdemokratie. De kanselier nam voortdurend het recht in eigen handen.

De Spiegel-affaire als cesuur in de West-Duitse democratisering

Ook bij het conflict tussen defensieminister Strauß en Der Spiegel dacht Adenauer dat autoritair optreden de oplossing was. Zijn collega Strauß had hij een carte blanche gegeven om redacteuren uit hun bed te laten lichten. Via de Duitse ambassade in Spanje had hij de hulp ingeschakeld van de Spaanse politie. Dat het niet heel chique was om de politie van het semi-fascistische Franco-regime zonder uitleveringsbevel een Duitse journalist op te laten pakken en uit te laten leveren, leken de bewindvoerders even niet te beseffen. Grote verontwaardiging onder de Duitse bevolking was het gevolg. De Duitse historicus Henning Köhler stelt dat Adenauer en Strauß de doos van Pandora hadden geopend. Ongekend en breed verzet volgde.4 Zowel in het binnen- als buitenland werd het optreden afgekeurd. Deze gebeurtenis maakte diepe indruk op de naoorlogse generatie. Blijkbaar bleek het voor een gezonde democratie wenselijk dat de pers zich niet door de regering liet breidelen en zich af en toe kritisch opstelde tegenover bewindspersonen. Ook zou het volk soms zijn stem moeten laten horen om de democratie te beschermen. Tijdens de culturele revolutie van de jaren zestig zou de pers bereid zijn het protest serieus te nemen.5

Studentenprotest naar aanleiding van de Spiegel-affaire in Freiburg tegen Franz Joseph Strauß
Studentenprotest naar aanleiding van de Spiegel-affaire in Freiburg tegen Franz Joseph Strauß (CC BY 3.0 de – Landesarchiv Baden-Württemberg / Willy Pragher – wiki)

De gang van zaken liet zich makkelijk met de processen van de jaren twintig tegen de journalisten van Die Weltbühne vergelijken. Carl von Ossietzky, de hoofdredacteur van dit links-progressieve weekblad, werd meerdere keren vanwege zijn publicaties aangeklaagd. Zijn pacifisme viel niet in de smaak bij de rechters. Een aantal keer werd hij vervolgd. Zo plaatste hij in 1927 een kritische noot bij de Duitse herbewapening. In een artikel merkte hij op dit in strijd was met het Verdrag van Versailles. Vanwege dit verwijt werd hij veroordeeld voor smaad. Uiteindelijk moest hij een maand de gevangenis. In 1962 bleek de tijd waarin de pers aan banden werd gelegd en journalisten met processen werden vervolgd voorgoed voorbij. De aanklacht tegen de Spiegel-journalist werd ongegrond verklaard. Ook zou Adenauer uiteindelijk mede door deze affaire het veld ruimen. Dit waren tekenen aan de wand. De West-Duitse democratie zou nu echt tot bloei komen.6

Protest, babyboomers en geweldsescalatie

De generatie die vlak na de Tweede Wereldoorlog was geboren, leefde in hele andere omstandigheden dan hun ouders. In een vreedzame en welvarende wereld volgden de jongeren toen betere opleidingen dan hun ouders en vonden ze daarmee tevens betere banen. Omdat ze langer naar school gingen werd het volwassen leven met enkele jaren uitgesteld. Hun vrije tijd konden ze zelf invullen omdat de banden met kerk en familie losser werden. Als gevolg daarvan ontwikkelden ze een compleet eigen levensstijl en nieuwe politieke wensbeelden. Ze keerden zich sterk af van hun burgerlijke ouders en de autoritaire staat. De Spiegel-affaire had een blijvende indruk op hen gemaakt. Met de politieke elite, politieagenten en andere strenge baasjes zou afgerekend moeten worden. Het autoritaire denken had ten grondslag aan het fascisme gelegen en om een terugval te voorkomen zouden de hiërarchische en gewelddadige machtssystemen omver geworpen moeten worden. In tegenstelling tot de vorige generatie, die het had nagelaten zich tegen Hitler te verzetten, zouden zij de autoritaire staat wel de nek omdraaien. Het verschil in leeftijd tussen de hoogbejaarde Adenauer en die van de de babyboomers spreekt boekdelen. Een groot generatieconflict zat er aan te komen.7

Het conflict tussen tegen de protestgeneratie en de autoritaire staat ontbrandde onder het kabinet-Kiesinger-Brandt (1966-1969). De vele continuïteiten en gelijkenissen die burgers met nazi-Duitsland meenden te zien, zorgden voor een breed verzet. Niet alleen had de nieuwe regeringsleider Kurt Georg Kiesinger ten tijden van het Derde Rijk op de propaganda-afdeling van Binnenlandse Zaken gewerkt, ook had zijn coalitie bijna 90 procent van de zetels in de Bondsdag. Parlementaire oppositie tegen de Grote Coalitie van CDU/CSU en SPD werd daarom voor onmogelijk gehouden. Protest leek het gepaste antwoord. Enkele vakbonden sloten de handen ineen met de SDS, een groep extreemlinkse studenten, en richtten gezamenlijk de Außenparlementarische Opposition (buitenparlementaire oppositie) op. Dat uitgerekend deze regering het initiatief nam om noodwetten op te stellen, viel bij de APO erg slecht. Met haar overweldigende meerderheid en de oud-nazi die haar aanvoerde werd dit voor hoogst gevaarlijk gehouden. Deze ambitie werd door de APO vergeleken met Hitlers machtigingswet, waarmee hij feitelijk een dictatuur begon. Uiteindelijk zou het geweld tegen de regering radicaliseren. Er was sprake van een heuse geweldspiraal. Mede door het politiegeweld zou een deel van de protestgeneratie uiteindelijk naar terroristische middelen grijpen. De escalatie leek niet te stoppen.

Een oproep van de APO om te gaan demonstreren tegen de Noodwetten, 1968
Een oproep van de APO om te gaan demonstreren tegen de Noodwetten, 1968 (wiki)

Mede door de Spiegel-affaire zou Adenauer in 1963 aftreden. De democratisering liet vervolgens echter nog even op zich wachten. Pas wat later, in de jaren zeventig, toen de gemoederen enigszins tot bedaren waren gebracht, wilde een grote groep burgers zijn steentje bijdragen aan het opbouwen van de Duitse democratie. Voor het zover was, zou er echter flink geprotesteerd worden.

Terugkeer naar de politiek en het ontstaan van een civil society

De generatie die eerst het autoritaire regime wilde omverwerpen, trachtte deze nu van onderaf met allerlei initiatieven te beïnvloeden. Het links-radicale geweld schrok veel jongeren af en er kwam een civil society tot stand. Velen keerden terug naar de reguliere politiek. Deze ontwikkeling begon onder het kabinet Brandt-Scheel (1969-1972). Veel jongeren konden zich vinden in Brandts charismatische mediaoptreden, zijn ambitie om meer democratie door te voeren en zijn schuldbewuste omgang met het naziverleden. Omdat hij zich vanuit het buitenland actief tegen Adolf Hitler had verzet, maakte onder andere zijn bekende knieval in Warschau bij veel jongeren een diepe indruk. Eindelijk kwam er iemand aan de macht die de hoop op verdere democratisering mogelijk kon waarmaken.

Willy Brandt en de terugkeer naar de reguliere politiek

Veel historici zijn geneigd te benadrukken dat Brandts verdienste hoofdzakelijk zijn verzoening met het oosten was. Weliswaar boekte hij grote successen met zijn Ostpolitik en veranderde hij daarmee de loop der geschiedenis blijvend, toch wist hij ook in het binnenland iets belangrijks te bereiken. Hij wist veel Duitsers er namelijk van te overtuigen dat de democratie van binnenuit hervormd kon worden. Velen begonnen niet alleen te geloven in de maakbaarheid van de samenleving, maar ook in het effect van burgerinitiatieven. In tegenstelling tot het autoritaire bewind onder Adenauer, waarin de kanselier de touwtjes strak in handen had, zouden burgers bovendien hun eigen belangen kunnen behartigen. In de jaren zeventig kwamen daarom allerlei klimaat- en emancipatiebewegingen van de grond. Dit ondanks het feit dat Brandt veel van zijn democratische ambities niet waar maakte. Veel babyboomers gingen mede door toedoen van Brandt in de democratische staat geloven.

Burgemeester Brandt in 1961 bij de Amerikaanse president Kennedy - wiki
Links is J.F. Kennedy en rechts Willy Brandt. In menig opzicht spiegelt Brandt Kennedy. Beiden waren jong, charismatisch en mediageniek. Foto uit 1961.

Brandt had aan de wieg gestaan van de Duitse civil society. Hij zorgde ervoor dat jongeren afstand konden doen van de wens om het “nieuwe naziregiem” met veel geweld omver te werpen. In plaats daarvan gingen ze zich inzetten om het regiem van binnenuit te hervormen. Dat de partizaan Brandt de plaats van de oud-nazi Kiesinger verving en dat de nieuwe kanselier bovendien de ambitie uitsprak om de kloof tussen burger en politiek te dichten, maakte de terugkeer naar de reguliere politiek een stuk eenvoudiger. Later in de jaren zeventig zouden allerlei nieuwe initiatieven de democratie van onderaf gaan versterken. De weg die Adenauer met zijn democratische grondwet was ingeslagen, werd door de babyboomers vervolgd. Door waakzaam te blijven voor autoritair optreden, geweld te schuwen en op te komen voor de eigen belangen werd de Duitse democratie volwassen. De babyboomers hebben er mede voor gezorgd dat ze nu een toonbeeld van politieke rust en stabiliteit is.

~ Tibbe Jonker

Bronnen

1 – Graag wil ik mijn schatplichtigheid aan Willem Melching benadrukken. Zijn colleges en boeken over de Bondsrepubliek hebben een diepe indruk op mij gemaakt. Geciteerd in: Ruud van Dijk, ‘Konrad Adenauer, West-Duitser’ in: Frits Boterman & Willem Melching (red.), Het wonder Bondsrepubliek in 20 portretten (Amsterdam 2009) 20.
2 – Willem Melching, Modern Duitsland (Amsterdam 2017).
3 – Van Dijk, ‘Konrad Adenauer, West-Duitser‘, 20.
4 – Henning Köhler, Deutschland auf dem Weg zu sich selbt. Ein Jahrhundertgeschichte (Stuttgart en Hohenheim, 2002) 1181.
5 – Willem Melching, ‘Franz Josef Strauß. Wereldberoemd in Beieren’ in: Frits Boterman & Willem Melching (red.), Het wonder Bondsrepubliek in 20 portretten (Amsterdam 2009) 66.
6 – Ibidem
7 – Jacco Pekelder, ‘Van tegencultuur naar terrorisme, en weer terug. De West-Duitse protestgeneratie en de RAF (1965-1987)’ in: Krijn Thijs, Duitsland, 1918-1991. Twintig vensters op een bewogen eeuw (Amsterdam 2021) 146-147.
Vorige verhaal

Politieke springstof Indonesië nu voor groot publiek toegankelijk

Volgende verhaal

De ‘Dwaze Moeders’ van Argentinië

×