Het leven van Nostradamus (1503-1566) is veel minder bekend dan zijn duistere, apocalyptische voorspellingen. Uit serieus historisch onderzoek blijkt dat hij in zijn eigen tijd een heel bekend auteur was, maar tegelijk ook al erg omstreden.
De zestiende-eeuwse Provençaalse arts, apotheker, astroloog en waarzegger Michel Nostradamus is ongetwijfeld de meest invloedrijke profeet van de laatste eeuwen. Zelfs in deze tijd blijft hij de aandacht trekken. Zoeken naar zijn naam op Google levert bijna 14 miljoen treffers op. Het artikel over hem op Wikipedia bestaat in 100 talen, dat zijn er 27 talen meer dan die van een befaamde tijdgenoot, de anatoom Adreas Vesalius.

De grote meerderheid van de ontelbare werken die over Nostradamus zijn verschenen, gaan over de betekenis van zijn voorspellingen. Meestal zijn ze van de hand van believers en occult ingestelde lieden. Zelfs “onderzoekers” die beweren kritisch te staan tegenover die profetieën publiceerden er allerlei vergezochte “verklaringen” over. Voor de profeet zelf was er duidelijk minder aandacht dan voor zijn profetieën.
Pas sinds midden vorige eeuw is er echt historisch onderzoek verricht naar het leven van de ziener. Edgar Leroy (1883-1965), een psychiater die werkte in het gesticht voor geestesziekten van Nostradamus’ geboortestad Saint-Rémy-de-Provence, publiceerde de eerste echt biografische werken over hem,1 gebaseerd op documenten van die tijd (diezelfde Leroy schreef ook over de geestesziekte van Vincent van Gogh, die in datzelfde gesticht werd verpleegd). Het aantal serieuze biografieën bleef beperkt. De meest grondige verscheen in 2021 van de hand van Mireille Huchon, hoogleraar literatuur en taalgeschiedenis aan de Sorbonne.
Probleem is dat de meest geraadpleegde bronnen over Nostradamus weinig betrouwbaar zijn. Veel over hem is bekend door wat zijn zoon César de Nostredame over hem schreef in een monumentaal werk over de geschiedenis van de Provence.2 Deze César, zelf geschiedschrijver, dichter en schilder (hij schilderde het bekendste portret van Nostradamus), was amper zes jaar oud toen zijn vader overleed en zijn werk dateert van bijna een halve eeuw nadien. Hij maakte van zijn vaders leven een successtory, want hij wilde diens reputatie zo hoog mogelijk houden. Typisch is dat César op het einde van zijn leven een selectie van Nostradamus’ briefwisseling schonk aan de bekende humanist Nicolas-Claude Fabri de Peiresc, met de uitdrukkelijke eis deze nooit te publiceren, want de inhoud was soms weinig lovend voor zijn vader.
Twintig jaar eerder had Nostradamus’ oud-medewerker en bewonderaar Jean de Chavigny (of Chevigny) al een biografie geschreven,3 die mogelijk nog lovender is en vooral het succes van zijn voorspellingen behandelt. We mogen beide auteurs dan ook als hagiografen beschouwen, die een weinig betrouwbaar beeld van Nostradamus geven.

Die bronnen geven soms verrassende informatie. Nostradamus’ testament toont bijvoorbeeld aan dat hij een vrij aanzienlijk vermogen had, voor het grootste deel in goudstukken, terwijl hij behalve zijn huis geen onroerend goed bezat. Dit was voor die tijd ongewoon en lijkt volgens Huchon een fascinatie voor goud (en een band met alchemie?) te verraden. Het testament toont ook dat hij geen geld aan de kerk schonk om missen voor hem op te dragen, wat lijkt te bevestigen dat hij met het protestantisme sympathiseerde.
Uit bewaarde correspondentie weten we dat Nostradamus nogal wat belangrijke cliënten had in het buitenland – vooral Duitsland. Hij maakte zelfs horoscopen voor koning Filips II van Spanje en de latere keizer Rudolf II.
Het succes van zijn publicaties – vooral almanakken en jaarlijkse voorspellingen – blijkt uit een bewaarde rekening van boekhandelaars in Rouen: een levering van boeken telde meer dan duizend exemplaren van Nostradamus’ werken, tegen welgeteld één exemplaar van de Bijbel!
Toch blijven er grote hiaten in onze kennis over Nostradamus. Hoe dan ook geeft het meest recente onderzoek een ontluisterend beeld van het “Orakel van Salon”.
Zwervend bestaan
Hij werd geboren op 14 december 1503 als Michel de Nostredame. Dat hij als auteur een Latijns klinkende naam ging gebruiken, was toen de gewoonte voor wie in het Latijn schreef. Hijzelf schreef echter voornamelijk in het Frans, ook onder zijn “Latijnse” naam, wat eerder ongebruikelijk is (ten onrechte wordt soms beweerd dat zijn verzen een mengsel zijn van Frans, Provençaals, Latijn en Grieks: hij gebruikte wel degelijk het Frans van zijn tijd, zij het met veel vreemde, vaak duistere woorden). Nostradamus is ook geen correcte Latijnse omzetting van Nostredame (dat zou eerder Nostra Domina zijn, de naam waaronder hij zich als student liet inschrijven). Die naam kan ook worden gelezen als nostra damus (“wij geven van het onze”).
Misschien wilde hij met die Latijnse naam zijn joodse afkomst verbergen. Zijn grootvader was een jood geweest die zich tot het katholicisme had bekeerd en sindsdien de naam “de Nostredame” gedragen had. Veel bekeerde joden kregen inderdaad de naam van een heilige – hier dus O.L. Vrouw – als familienaam. De joodse godsdienst werd in 1498 verboden in de Provence, die kort daarvoor bij Frankrijk was aangehecht en de joden die er wilden blijven, moesten zich bekeren. In Nostradamus’ jeugd moest zijn vader, een handelaar in Saint-Rémy, nog een speciale belasting voor “nieuwe christenen” betalen. Zijn tegenstanders hebben hem trouwens niet gespaard voor zijn joodse roots. Een van hen zei dat zijn voorspellingen nog “stonken naar judaïsme”.

Hij moet toen heel wat kennis hebben opgedaan van wat hij pharmaceutrie noemde, een vorm van farmacie vooral op basis van geneeskrachtige planten, maar met een flinke dosis magie. Huchon acht het waarschijnlijk dat hij ook kennis opdeed bij alchemisten, die toen veel in deze streken rondreisden. Ze vergelijkt hem met de bekende Duitse arts-alchemist Theophrastus Paracelsus, die ook een zwervend bestaan leidde.
Vast staat dat hij zich in 1529 als student inschreef aan de – toen zeer vermaarde – faculteit geneeskunde van Montpellier. Maar een of twee jaar later werd hij als student geschrapt. Als reden werd aangegeven dat hij al apotheker zou zijn en dat studenten hem kwaad over artsen hadden horen spreken. Er zijn geen aanwijzingen dat hij later nog een universiteit bezocht heeft. Dat zou hem later niet beletten om zich doctor in de geneeskunde te noemen en als arts te praktiseren.
Nostradamus wordt weleens voorgesteld als een vernieuwer van de geneeskunde, een non-comformist uit de renaissance zoals Paracelsus en Vesalius, die hun kennis baseerden op waarneming en experiment. In zijn boek Exquises Receptes bekritiseert hij de professoren die vooral de Arabische geschriften hernemen en wier grootste verdienste het is goed Grieks te kennen, maar nooit zelf experimenten doen. Maar tegelijk is hij vol lof voor de medische autoriteiten van zijn tijd, ook die in Montpellier, zoals de grote anatoom Jacobus Sylvius – nu vooral nog bekend omdat hij zijn leerling Vesalius verketterde die het waagde aan te tonen dat de grote Galenus ongelijk had.
Ook over de jaren nadat hij Montpellier verliet, is weinig feitelijks bekend. Zelf zegt hij in verschillende steden van Zuidwest-Frankrijk (Toulouse, Bordeaux…) te zijn geweest. We weten wel dat hij enkele jaren – zeker tussen 1534 en 1538 – in de streek van Agen verbleef.
In Agen leerde hij de toen zeer befaamde arts en humanist Julius Caesar Scaliger kennen. Deze uit Italië afkomstige geleerde was onder meer een kenner van de plantkunde van de Griek Theophrastus. Hoewel Nostradamus hem erg bewonderde, zouden ze volgens Chavigny zware ruzies hebben gehad, en in latere geschriften heeft Scaliger zich sarcastisch uitgelaten over voorspelkunsten van de “profeet” die hij gekend had.
Rond die tijd werd Nostradamus, net als Scaliger, door de inquisitie ondervraagd omdat hij zich smalend over de verering van heiligenbeelden had uitgelaten, maar blijkbaar zonder verdere gevolgen.
Nog volgens Chavigny zou hij toen een vrouw en twee kinderen hebben gehad, maar toen die alledrie overleden waren – hoe en wanneer is niet bekend en Nostradamus zelf zwijgt erover – besloot hij zwaar aangeslagen naar zijn geboortestreek terug te keren. Vast staat dat hij in 1546 in de Provençaalse hoofdstad Aix vertoefde om daar in opdracht van het stadsbestuur een zware pestepidemie te bestrijden. Het schijnt hem een goede reputatie te hebben opgeleverd. Hij vervaardigde een poeder dat, in de mond gehouden, de “pestlucht” verdreef, blijkbaar met succes.

Behalve als arts en astroloog was hij dus ook apotheker, en net als de huidige apothekers verkocht hij veel meer dan louter geneesmiddelen. We weten dat hij veel werk stak in de vervaardiging van schoonheidsproducten, waarvoor hij vaak exotische stoffen aankocht. Zijn meest succesvolle boek – meer zelfs dan de Proféties – was trouwens de eerder vermelde Exquises Receptes, dat 242 pagina’s beslaat. Het eerste deel bevat recepten voor cosmetica: zalven, oliën, poeders, zeep… zelfs tandpasta. Het tweede deel gaat over het maken van confituren en aanverwante lekkernijen, zoals gekonfijt fruit en marsepein (de recepten van confituren zijn nog in deze tijd apart uitgegeven).
Maar er zitten ook “geheime” recepten bij van echte toverdranken. Het meest opvallende is dat voor een liefdeselixir dat door de mythische tovenares Medea en in de oudheid gebruikt zou zijn (de dichter Lucretius zou eraan zijn gestorven). Een van zijn critici vond dit recept een schandaal en merkte op dat het niet te realiseren is, ook niet door Nostradamus zelf (onder de vele ingrediënten van deze philtre de Médée vindt men alruin, fijngemalen magneetsteen en het bloed van zeven mussen, gehaald uit hun linkervleugel). Ongetwijfeld heeft Nostradamus met de verkoop van sommige producten goed geld verdiend.

Verder publiceerde hij over occulte onderwerpen. Een boek over de betekenis van de Egyptische hiërogliefen (die niemand in zijn tijd kon lezen) is gebaseerd op een symbolische interpretatie van deze geheimzinnige figuren. Het was niet veel meer dan een bewerking van een Griekse tekst over dit onderwerp, maar geschreven in zijn typisch duistere verzen.
Eigenlijk was heel Nostradamus’ werk discutabel, ook de onschuldige publicaties. Zo publiceerde hij in 1557 – blijkbaar in de traditie van de humanisten – een vertaling van een vrij korte en onbelangrijke tekst van de grote Griekse arts Galenus. Die Franse versie – overigens gebaseerd op een Latijnse vertaling door Erasmus – is zo slecht, verwrongen en onbegrijpelijk dat een latere criticus sprak van een reeks beledigingen van de grammatica en het gezond verstand!
Almanakken en profetieën
Pas vanaf 1550 is Nostradamus toekomstvoorspellingen gaan publiceren. Het ging dan vooral om jaarlijkse publicaties: enerzijds almanakken, die meestal maandelijkse voorspellingen geven, vaak op basis van planeetstanden, anderzijds prognostications, met daarin voorspellingen over een heel jaar. Samen worden ze als présages aangeduid. Er waren er in verzen en in proza.
Zulke boekjes – eigenlijk meer brochures – waren niet bestemd om bewaard te worden en er zijn er dan ook veel van verdwenen. Chavigny heeft echter een groot aantal van deze présages verzameld en gebundeld.
Dat ze razend populair waren, bewijst wel dat er tijdens zijn leven – en ook nog daarna – vervalsingen onder zijn naam verkocht werden. Nostradamus heeft dergelijke jaarlijkse présages gemaakt tot die voor 1567 – het jaar van zijn dood, en ook nadien zijn er verschenen onder namen die aan die aan Nostradamus doen denken.
De présages kondigen dus gebeurtenissen aan voor de onmiddellijke toekomst. Een beetje zoals de huidige dagbladhoroscopen waren ze eerder vaag, maar dan wel meestal onheilspellend: een prinses zal sterven, jongeren zullen het moeilijk hebben, veel mensen zullen overlijden in de fleur van hun leven, monarchen zullen het oneens zijn… Ook ziekten en weersverschijnselen werden voorspeld.

Anders is het voor de Prophéties, waarvan de eerste uitgave uit 1555 dateert. Dit zijn voorspellingen voor een – al dan niet verre – toekomst, zonder dat er jaartallen worden genoemd. Hetgeen de vaagheid nog vergroot. De profetieën gaan tot het einde der tijden, die – dat is wel duidelijk – zullen voorafgaan door een zondvloed en andere wereldrampen. In het algemeen worden dan ook catastrofen als honger, pest en branden aangekondigd, maar op een bewust verhulde wijze.
De Prophéties bestaan uit kwatrijnen – gedichten van vier verzen – die gebundeld zijn in groepen van honderd of centuries. Daarom worden de Prophéties verkeerdelijk ook wel Centuries genoemd. Huchon merkt op dat dergelijke indeling in centuries in Nostradamus’ tijd meer voorkwam, ook voor werken met een heel andere inhoud. Overigens is er noch bij de centuries noch bij de afzonderlijke kwatrijnen binnen een centurie sprake van een systematische of chronologische indeling. Alle kwatrijnen lijken op zichzelf te staan.
De Prophéties van 1555 omvatten vier centuries, zij het dat de laatste minder dan honderd kwatrijnen telde. Twee jaar later verscheen een aangevulde uitgave, met in totaal zeven centuries, waarvan de laatste opnieuw onvolledig is. Nostradamus zou tijdens zijn leven geen aanvullingen meer publiceren (sommigen vermoeden dat hij niet meer durfde), maar na zijn dood verzamelde Chavigny overgebleven kwatrijnen en in 1568 verscheen een derde uitgave met tien centuries, zij het dat centurie VII niet werd aangevuld.
Over de Prophéties is gezegd dat ze qua stijl een “geschiedschrijving van de toekomst” zijn. Ze staan in de toekomende tijd maar veel lijkt geïnspireerd door de Romeinse geschiedenis, zoals beschreven door Titus Livius. Als er in kwatrijn IV, 97 een Romeinse pontifex (Romain Pontife) gewaarschuwd wordt de “stad aan twee stromen” niet te naderen, hoef je dus niet meteen aan de paus te denken. Toch werden vanwege die verzen zware veiligheidsmaatregelen genomen bij het bezoek van Johannes Paulus II aan Lyon in 1986…

Hoe Nostradamus aan zijn voorspellingen kwam, is niet zo duidelijk. Voor een deel deed hij beroep op de astrologie. Zeker in zijn jaarlijkse voorspellingen worden de posities van de planeten vaak vermeld en wijzen welbepaalde samenstanden op bepaalde gebeurtenissen. Hier gebruikte Nostradamus de werkwijze van de Arabische astroloog Acabitius (Al-Qabisi). Wellicht deed hij beroep op andere voorspelkunsten, zoals bibliomancie, waarbij een boek op een willekeurige pagina wordt geopend. In de Présages vindt men immers nogal wat citaten van de antieke dichters Homerus en Vergilius.
Nostradamus zelf keert zich in het voorwoord van de Prophéties tegen het gebruik van magie, en astrologie werd in zijn tijd niet als magie maar als een wetenschap beschouwd. Maar ongetwijfeld baseerde hij zich ook op een meer intuïtieve inspiratie, zeg maar visioenen. Zijn aanhangers zagen er de tussenkomst van de Heilige Geest in, tegenstanders eerder van de duivel.
Nostradamus’ voorspellingen zijn dus niet alleen op astrologie gebaseerd, hoewel hij wel degelijk als astroloog optrad. Er is overigens niets bekend over zijn belangstelling voor astrologie vóór 1550. De eerste gekende horoscopen die door hem getrokken zijn, dateren pas van 1557.
Faam en kritiek
Het is duidelijk dat Nostradamus in zijn tijd succes had, hoewel… In 1555 werd hij ontboden naar het hof in Parijs. Zijn hagiografen beweren dat de Franse koning Hendrik II en zijn vrouw Catharina de’ Medici de befaamde profeet wilden ontmoeten. Het bezoek zou een triomf zijn geweest, waarbij hij geschenken ontving. Informatie uit die tijd geeft een ander beeld. Iemand schreef dat hij werd ontboden om uitleg te geven over enkele alarmerende voorspellingen betreffende de monarchie, en dat hij daarbij zelfs voor zijn leven vreesde. Hij kwam er ongedeerd van af, maar er zijn aanwijzingen dat hij het voorwerp van spot is geweest.
Dat de Prophéties snel vermaard werden, heeft volgens Huchon veel te maken met de historische omstandigheden. Na de onverwachte dood van Hendrik II (zie verder) zou Frankrijk zo’n veertig jaar geteisterd worden door godsdiensttwisten, vervolgingen, moordpartijen en heuse oorlogen, met ongekend veel doden en ellende. Nostradamus’ apocalyptische kwatrijnen leken in vervulling te gaan, veel verbeeldingskracht was daarvoor niet nodig.
Huchon belicht uitvoerig hoeveel kritiek Nostradamus in zijn eigen tijd kreeg. Twee jaar na de eerste uitgave van de Prophéties publiceerde de jurist Antoine Couillard een boek vol spot over lieden die profetieën maken en verkopen. Het bevat zelfs een parodie op de kwatrijnen van Nostradamus.5 In 1560 schreef dezelfde Couillard een boek dat expliciet tegen “de valse en misleidende Nostradamus en andere astrologen” was gericht.6 Hij wees vooral op het vage en gratuite karakter van de voorspellingen.
In 1558 verschenen er liefst drie geschriften tegen het “orakel van Salon”. Twee ervan – niet toevallig onder een schuilnaam geschreven – zijn echte scheldpartijen met bijtende spot over “Monstre d’abus”. Het derde is interessanter, omdat het Nostradamus’ werk in details bekritiseert. De auteur, Laurent Videl, was immers zelf arts en astroloog.
Inderdaad verwierpen deze critici de astrologie niet als geheel, ook Couillard niet. Ze achtten astrologie nuttig om gunstige momenten aan te duiden voor bijvoorbeeld zaaien en oogsten, of het verrichten van aderlatingen… De stand van de planeten kan inwerken op de natuur of de menselijke humoren, maar het was volgens hen absurd en zelfs godslasterlijk om er het lot van mensen en toekomstige gebeurtenissen mee te bepalen. Videl beschuldigde de “fanatieke” Nostradamus dan ook van blasfemie als hij beweert dat zijn voorspellingen “onfeilbaar” zijn.

Verder maakte Videl zich vrolijk over het absurde karakter van de voorspellingen. Als Nostradamus tragische gebeurtenissen “met zekerheid” voorspelt, roept hij meteen daarna op te bidden opdat die toch niet plaats zouden vinden! Videl zei dat Nostradamus helemaal door hebzucht werd gedreven en dat er mensen gestorven waren van angst nadat hij hun overlijden zou hebben voorspeld. Ook met Nostradamus’ medisch handelen dreef Videl de spot. Zo zou hij ooit een man die aan blaaszweer leed, aangeraden hebben om als remedie seksuele betrekkingen met een kleine zwarte vrouw te hebben.
Dat Nostradamus zoveel kritiek kreeg – hij beet overigens in zijn brieven en publicaties fel van zich af tegen zijn criticasters – toont aan hoezeer de auteur van obscure verzen uit een provinciestadje invloed had, niet alleen in Frankrijk, maar ook elders in Europa (enkele almanakken werden meteen in het Engels vertaald). Huchon wijt dat succes aan de ongewoon onheilspellende inhoud en toon van zijn voorspellingen. Ze gaat overwegend over honger, dood, geweld, brand, stormen, overstromingen, ziekten, epidemieën, politieke en religieuze twisten, oorlog…
Nostradamus, die zelf zei dat zijn voorspellingen zo somber waren dat hij ze soms niet opschreef, wordt dan ook door Huchon een zeer succesvol alarmist genoemd. Hoe groot zijn invloed was, blijkt uit enkele voorbeelden. In 1559 verwachtte men in Engeland een Franse invasie, op basis van een kwatrijn uit zijn almanak van dat jaar. Hetzelfde jaar keerde Filips II vanuit de Nederlanden per schip naar Spanje terug en volgens de Engelse ambassadeur waren de zeelieden zeer bevreesd voor stormen en schipbreuk die “the foolish Nostradamus” zou hebben voorspeld.

Eén voorspelling zou zelfs fataal zijn geweest voor Anne Du Bourg, een hoge Parijse magistraat die in dat jaar ter dood werd veroordeeld wegens ketterij (hij had zich verzet tegen de religieuze intolerantie). Er liep nog een beroep tegen zijn veroordeling maar kardinaal de Lorraine, toen de sterke man in Frankrijk, drong aan op een snelle executie. Volgens een geschiedschrijver van die tijd zou de kardinaal gevreesd hebben dat Du Bourg zou ontsnappen, op basis van een vers uit de Présages waarin staat dat de “Bon-Bourg” ver zal zijn (le Bon-Bourg sera loin). Nostradamus aansprakelijk voor de dood van een Franse protestantse martelaar?
Flaters
Twee jaar voor zijn overlijden in 1566 kreeg Nostradamus een ultieme erkenning. De veertienjarige koning Karel IX en zijn moeder Catharina de’ Medici maakten toen een tocht door Frankrijk en hielden halt in Salon om de beroemde profeet te ontmoeten. De jonge, zwakzinnige koning en de bijgelovige koningin-moeder waardeerden de ontmoeting zeer. Nostradamus kreeg de titel geneesheer van de koning, met bijbehorende eerbewijzen en beloningen.
De Spaanse ambassadeur, die het koninklijk gezelschap vergezelde, kreeg van Catharina te horen dat Nostradamus voor 1566 een algemene wereldvrede voorspelde. Volgens hem zei ze dat met een ernst alsof ze de evangelisten Johannes en Lucas citeerde. Catharina zelf schreef toen dat Nostradamus voorspeld had dat haar zoon Karel meer dan negentig jaar oud zou worden. Maar de koning zou op zijn drieëntwintigste overlijden.
Het jaar daarop beëindigde Nostradamus – naar eigen zeggen na veertien maanden hard werk – een lange analyse van de horoscoop van Rudolf van Habsburg, de zoon van keizer Maximiliaan II. Daarin voorspelde hij onder meer dat Rudolf zijn vader in 1585 als keizer zou opvolgen (dat zou al in 1579 gebeuren) en zelf 72 jaar zou worden (het werden er maar 60). Hij voorspelde ook meerdere huwelijken voor de toekomstige keizer (die nooit zou trouwen). De sceptische filosoof Pierre Bayle zou deze voorspellingen meer dan een eeuw later gebruiken on de onmacht van de astrologie aan te tonen.
Nostradamus lijkt dus niet veel beter te hebben gescoord dan latere astrologen, hoe beroemd hij ook geweest is en nog is.

Een grote misvatting over Nostradamus is dat hij de onverwachte dood van koning Hendrik II zou hebben voorspeld. De Franse koning kreeg tijdens een steekspel in 1559 een stuk lans in zijn oog en overleed enkele dagen later na hevige pijnen. In zijn présages voor 1559 (die zoals aangetoond veel angst veroorzaakten) repte Nostradamus met geen woord over dit dramatisch voorval, dat verregaande gevolgen zou hebben.
Iedere Nostradamusfan verwijst in dit verband echter naar kwatrijn I, 35 uit zijn Prophéties, waarin (vertaald) sprake is van een “bijzonder duel op een oorlogsveld” waarbij “een jonge leeuw een oude zal overwinnen” (de fatale lansstoot werd toegediend door een jonge edelman), “hem de ogen doet barsten” en “een wrede dood doet sterven”. Velen beschouwen dit als de meest duidelijke voorspelling die zich tijdens Nostradamus’ leven heeft voorgedaan. Maar… niemand in die tijd heeft de dood van Hendrik II in dat kwatrijn herkend, ook Nostradamus zelf niet. Dat zou zijn zoon César pas doen in 1614, een halve eeuw later.
Voorspellingen maken is moeilijk, zeker voor een gebeurtenis in de toekomst… En soms moet de gebeurtenis al lang tot het verleden behoren alvorens de voorspelling duidelijk wordt!
2 – César de Nostredame: Histoire et chronique de Provence (1614)
3 – Jean Aimes de Chavigny: La premiere face du Janus françois (Lyon, 1594). Dit boek bestaat uit een Franse en een Latijnse versie, maar beide versies zijn niet identiek.
4 – De eerste uitgave dateert vermoedelijk van 1552. Het boek werd meermalen herdrukt.
5 – Les Propheties du Seigneur du Pavillon lez Lorriz (Parijs, 1556).
6 – Les Contredicts du Seigneur du Pavillon lez Lorriz, en Gastinois, aux faulses et abusifves prophecies de Nostradamus, et autres astrologues (Parijs, 1560).
7 – Dit is het volledige kwatrijn:
Le lyon jeune le vieux surmontera,
En champ bellique, par singulier duelle,
Dans caige d’or les yeux luy crevera :
Deux classes une, puis mourir, mort cruelle.
Dwaze voorspellingen van Maya’s, priesters en politici
Rudolf Hess (1894-1987) – NSDAP-politicus en plaatsvervanger Hitler
Ernest Solvay – Belgische grootindustrieel en scheikundige
Thomas More – Humanist, jurist en filosoof