‘Je moet beginnen bij de taal’
Het dossier dat de Stasi over mijn moeder heeft opgetekend, vormt letterlijk het Leitmotiv van dit boek, dat begint met dit Vorspiel. Een begrip uit de klassieke muziek. In het Vorspiel worden thema’s geïntroduceerd die later terugkeren. Maar ik verwijs er ook mee naar het eerste hoofdstuk van het boek Lingua Tertii Imperii – De taal van het Derde Rijk van de Duits-Joodse filoloog Victor Klemperer.
Hij wist de Tweede Wereldoorlog te overleven. Als echtgenoot van een Arische vrouw werd hij ‘slechts’ een aantal jaar in werkkampen rondom zijn woonplaats Dresden gevangengezet. ‘Slechts’ staat bewust tussen aanhalingstekens. Het is een beproefde methode van de nazi’s om zaken te ironiseren en bagatelliseren, aldus Klemperer.
In zijn oorlogsdagboeken (1933-1945) hield hij heel precies bij welke taal de nazi’s gebruikten om maximaal effect te bereiken met hun propaganda. Klemperer wist tijdens het schrijven al dat hij zijn notities – mocht hij de oorlog overleven – zou gebruiken voor een boek over de werking van nazi-taal in combinatie met zijn eigen herinneringen.
De filoloog overleefde en in 1947 werd het boek gepubliceerd door het Aufbau-Verlag in Berlijn. Een uitgeverij die in 1945 in de Russische sector (het latere Oost-Berlijn) werd opgericht en een centrale rol speelde bij de wederopbouw van het culturele leven. De taal van het Derde Rijk is dus uitgegeven voor de officiële oprichting van de DDR op 7 oktober 1949. Voormalig nazi-Duitsland stond nog onder bewind van de geallieerden en de ideologische controle en censuur waren nog niet geïnstitutionaliseerd.
Ik kreeg Klemperers boek van mijn moeder toen ik net mijn research had afgerond en er een straffe deadline was afgesproken met de uitgever. We zaten aan de keukentafel in het huis in de stad waar ze na haar huwelijk met mijn vader terecht was gekomen. Ze was haar hele werkzame leven in Nederland filosofiedocent geweest.
Inmiddels was ze met pensioen en organiseerde ze filosofische meet-ups met jongeren. Vaak over technologie, ethiek en de opkomst van AI. Terwijl mijn eerdere boeken in die gesprekken uitvoerig werden besproken, repte ze met geen woord over het boek dat ik over haar schreef. Thuis was het niet anders: ze zweeg het stelselmatig dood. Tot dat moment.

‘Klemperer,’ zei ze.
Ik keek naar de titel: LTI – Lingua Tertii Imperii.
‘De taal van het Derde Rijk?’ vroeg ik.
Ze knikte kort. ‘Je schrijft over macht en controle. Je moet beginnen bij de taal.’
Ik draaide het boek om. ‘Je weet dat ik juist probeer te schrijven over jou. Over wat er met jou is gebeurd.’
Ze trok haar spitse wenkbrauwen op.
‘Over wat zij over mij hebben opgeschreven, bedoel je.’
Ik zweeg. Soms kon ik het Duitse accent herkennen. Vooral als ze gespannen was. Ze leek nog steeds op de vrouw van de pasfoto in het dossier. Al was het haar korter geworden met de jaren. Behalve een bewust wit gelaten pluk, was het nog steeds ravenzwart geverfd.
‘Dat dossier,’ zei mijn moeder, ‘is niet wie ik was. Het is wie zij van mij wilden maken. Begrijp je dat verschil?’
‘Je hebt me dat eerder gezegd.’
‘Maar je luistert niet.’
Ze keek me strak aan, haar stem klonk vastberaden. Het was niet de kwetsbare en verwarde vrouw die ik had leren kennen in de verslagen van de informanten en Stasi-officieren. Dit was de vrouw die jonge mensen aan het denken zette over Kant, Harari en ChatGPT.

‘Waarom geef je me dit boek nu pas, terwijl ik het verhaal al bijna rond heb?’ vroeg ik.
Ze schoof haar stoel, bijna onmerkbaar, iets naar achteren.
‘Omdat ik niet wil dat je hun woorden gebruikt om mijn verhaal te vertellen. Taal is niet neutraal. En jij weet dat.’
Ik bladerde door de eerste pagina’s. Haar blik was nog steeds op mij gericht. Ik voelde hoe ze mij bestudeerde, op een manier zoals alleen zij dat kan. Elke nieuwe grijze haar – en dat zijn er inmiddels vele – werd gerubriceerd. Elke verloren haar werd gecategoriseerd en gearchiveerd op datum en plaats. De kwaliteit van mijn hemd, mijn schoenen en mijn jasje. Op basis daarvan maakte ze een inschatting van hoe mijn dag was geweest, wat ik had gedaan en wie ik had gesproken.
‘Dus je wilt niet dat ik het boek schrijf en publiceer?’
Ze haalde haar schouders op. ‘Ik zeg alleen: begin bij de taal. Dan zul je zien dat het niet over mij gaat. En misschien… gaat het dan wél ergens over.’
Ik sloeg het boek van Klemperer dicht en legde het voor mij neer.
‘En als ik dat niet doe?’
‘Dan schrijf je een biografie over een soort hologram. Het fantoombeeld van een vrouw die nooit echt heeft bestaan, maar alleen in de ogen van anderen.’
Ze stond op en liep naar de keuken. Met twee glazen thee kwam ze weer terug. Het boek lag tussen ons in op het zware, marmeren tafelblad.

Met vérder kijken bedoel ik voorbij de vergelijking tussen de technieken van de Stasi en die van Big Tech. Gedragsbeïnvloeding, onderdrukking en surveillance beginnen niet met de inzet van technologie, maar op een wezenlijk ander niveau: dat van de taal. En juist onze taal is onder invloed van technologie fundamenteel aan het veranderen: de verhullende taal van Big Tech, maar ook de manier waarop wij met de komst van generatieve AI met computers communiceren. Hoe dat onze verhouding met digitale technologie en surveillance bepaalt, is een van de onderwerpen waar ik in Transit, het eerste deel van dit boek verder op inga.
De huidige situatie in de wereld is nog ver verwijderd van de gruwelijkheden die plaatsvonden tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar de manier waarop taal wordt ingezet om macht te legitimeren vertoont ZORGWEKKENDE overeenkomsten.
Big Tech gebruikt communicatiestrategieën die rechtstreeks verwant zijn aan wat Klemperer beschreef als ‘de taaltrucjes van de nazi’s’. Voor dit doelgericht ‘framen’ heeft een duur betaald leger lobbyisten en PR-specialisten z’n intrek genomen in de gebouwen van de Europese Commissie. Met manipulatief taalgebruik wordt de grootschalige inbreuk op privacy en ondermijning van wet- en regelgeving door Big Tech verpakt in een boodschap over innovatie, efficiëntie en gemak.
Een korte bloemlezing: ‘Optimaliseren van de gebruikerservaring’ is een holle frase die suggereert dat het belang van de gebruiker centraal staat, terwijl het er feitelijk om draait aandacht zo lang mogelijk vast te houden, data te verzamelen en gedrag te beïnvloeden. Even bedrieglijk is de term ‘gepersonaliseerde content’ net als z’n commerciële broertje ‘relevante advertenties’, waarmee een invasief systeem van profilering en filterbubbels wordt verkocht als een persoonlijke service. Ook cookiebanners spreken hun eigen versluierde taal: gebruikers kunnen ‘toestemming beheren’. Een formulering die een gevoel van controle oproept, terwijl het bijna onmogelijk is om tracking te weigeren. ‘Alles accepteren’ is the only way to go. Hier wordt dwang gekleed in een jasje van keuzevrijheid.
‘Communityrichtlijnen’ en ‘inhoud modereren’ zijn neutraal klinkende bewoordingen die verhullen dat Big Tech steeds vaker bepaalt wat wel en wat niet gezegd en gepubliceerd mag worden. Meestal zonder transparantie of duidelijke verantwoording. Zeker nu de factcheckers van Facebook, TikTok en andere sociale media de wacht zijn aangezet in de tweede Trump-termijn.
Ook op het eerste oog normale woorden als ‘slim’ en ‘assistent’ worden gebruikt om technologieën aan te duiden die in werkelijkheid een permanente datadrain en hypersensitieve afluisterapparatuur in huis zijn.

Wanneer bedrijven verklaren dat ‘jouw gegevens veilig bij ons zijn’, wordt er een gevoel van vertrouwen opgeroepen, terwijl diezelfde gegevens tegelijkertijd commercieel worden uitgebuit. De voorwaarden waarbinnen dit gebeurt zijn vrijwel altijd eenzijdig opgesteld. Zo is Facebook automatisch eigenaar van alle foto’s die je uploadt en behoudt Google zich zelfs het recht voor om alles wat we via Gmail delen te mogen publiceren. Maar gelukkig zijn die gegevens veilig. Toch? Totdat het niet meer zo is.
Als afsluiter van deze bloemlezing een term uit de wereld van online start-ups waarmee we gevaarlijk dicht komen bij het thema van Klemperers Lingua Tertii Imperii. Het gaat feitelijk om een leenwoord van de nazi’s: ‘Blitzscaling’. Het combineert de Duitse term Blitzkrieg – waarmee de overwinningen van nazi-Duitsland op de Benelux en Frankrijk in mei en juni 1940 werden beschreven – met de bedrijfsterm ‘scaling’. Het samengestelde woord is start-up-jargon voor de ideale strategie om een bedrijf bliksemsnel te laten groeien – ‘opschalen’ – in een bepaalde sector met als doel een monopolie te realiseren.
Klemperer was ervan overtuigd dat sommige woorden na de Tweede Wereldoorlog zouden uitsterven. Blitzkrieg stond op die lijst. Maar hij had het mis.
De term Blitzscaling werd gemunt door Reid Hoffman, de oprichter van LinkedIn, die deel uitmaakt van een groep rondom techmiljardairs Peter Thiel en Elon Musk die bekendstaat als de ‘PayPal Mafia’. Een groot deel van deze investeerders en ondernemers, dat vlak na de dotcombubble rijk geworden is met betaaldienst PayPal, is inmiddels toegetreden tot de adviesraden voor het IT- en AI-beleid van de huidige Amerikaanse regering.

Roxane van Iperen schetst in Eigen planeet eerst de machtsverhoudingen van Big Tech op het wereldtoneel aan de hand van Peter Thiel. De oligarch die, nu Elon Musk via de achterdeur de Amerikaanse politiek heeft verlaten, wellicht de machtigste ondernemer op aarde is – zowel op technologisch als op politiek vlak.

Deze uitgesproken libertariër heeft het ondermijnen van de democratie tot ideologie verheven. Zoals Van Iperen schrijft, ziet Thiel de deelname van ‘zwakkeren’ – vrouwen, uitkeringsgerechtigden – aan het democratisch proces als een inperking van de vrijheid van anderen. Hij pleit voor een ‘zuivere’ samenleving, gebaseerd op free minds en free markets, waarin overheidscontrole tot een absoluut minimum wordt beperkt, maar bij voorkeur geheel verdwijnt. Thiel belichaamt een culturele, zakelijke en politieke visie die bedekt is met slechts een flinterdun liberaal glazuurlaagje. In werkelijkheid zet hij in op de ontmanteling van de democratische rechtsstaat van binnenuit. Het streven naar een altdemocratie noemt Van Iperen het; een democratisch systeem dat zichzelf ondermijnt in naam van vrijheid.
Staatssicherheitsdienst (Stasi) – Veiligheidsdienst van de DDR
Burgerlijke ongehoorzaamheid in de jaren zeventig
De juridische hogeschool van de Staatsveiligheidsdienst
“Zelfs familieleden bespioneerden elkaar”
Het WK-voetbal 1974 – De topwedstrijd van de Staatsveiligheidsdienst