Ook in de Duitse Democratische Republiek werd een klasseloze samenleving gepropageerd. In de praktijk ontstond echter een scherpe kloof tussen partij en bevolking. Die tegenstelling werd nergens zo tastbaar als in Wandlitz, de streng bewaakte woonenclave van de DDR-top. In onderstaand artikel beschrijft Albert J. Vinke hoe daar een parallelle wereld van loyaliteit, privileges en afzondering tot stand kwam.
Samengebalde corrupte macht in een enclave
De Britse schrijver en journalist George Orwell (eigenlijke naam was Eric Arthur Blair) schreef tijdens de Tweede Wereldoorlog het beroemde satirische verhaal Animal Farm, een klassieker die in 1945 werd gepubliceerd. Het verhaal handelt over een groep dieren die als slaven onder de mensheid, gepersonifieerd in de wrede boer Jones, moeten leven. De dieren nemen op zoek naar bevrijding de macht over van de boer. Daarna zouden hun levens vrij van onderdrukking en uitbuiting verlopen. Althans, dat denken de dieren tenminste, want het loopt volstrekt anders.
Een groep dieren grijpt de macht – de varkens – en er volgt een dictatuur van diezelfde varkens. Het leven op het landbouwbedrijf wordt harder en harder voor de rest van de dieren. De varkens leggen steeds meer controles aan hen op terwijl ze voor zichzelf voorrechten opeisen. Het oorspronkelijke principe dat alle dieren gelijk zijn verandert in “alle dieren zijn gelijk, maar sommige meer gelijk dan anderen”.

In deze korte roman (ongeveer 100 pagina’s) wordt een parallel getrokken met de dictatuur in de Sovjet Unie. Met Animal Farm bekritiseerde Orwell het totalitaire politieke systeem dat zich vestigde in Rusland na de Oktoberrevolutie in 1917.
Orwell kon niet bevroeden dat hetzelfde politieke systeem een groot deel van de wereld zou beheersen: het communisme. Een maatschappelijk systeem waarin iedereen gelijk was en waarin geen onderdrukking en uitbuiting meer zou plaatsvinden. Althans dit was de theorie. De dagelijkse praktijk week echter in grote mate af van de leer. Vooral Oost-Europa werd onderworpen aan deze communistische heilsleer. Zo ook in de Duitse Democratische Republiek (DDR).
Wandlitz
Zo’n dertig kilometer ten noorden van Berlijn, in een mooie bosrijke omgeving in Wandlitz bij Bernau, bevinden zich in een soort nederzetting, klinieken voor neurologie, orthopedie en cardiologie. In meerdere kleinere gebouwen bevinden zich herstellingsoorden voor kinderen met hartproblemen of kanker. Ook is op het terrein een bejaardentehuis voor negenennegentig bewoners te vinden, alsmede een wooncomplex voor senioren met vijfenzestig twee- of driekamer woningen. Tevens hebben zich daar meerdere ondernemers met winkels gevestigd. Het terrein is voor een ieder toegankelijk.
Die vrije toegang is nooit vanzelfsprekend geweest. Van 1960 tot 1990 was dit een ommuurde enclave die streng werd bewaakt. De hoogste politieke macht van de DDR – het Politbureau – was in deze enclave samengebald. Ver weg van en onbereikbaar voor de gewone burgers die zij meende te vertegenwoordigen en met wie zij het beste zei voor te hebben.

De Duitse Democratische Republiek
In het najaar van 1949 werd de DDR als staat gesticht. Het was de voortzetting van de Russische bezettingszone in na-oorlogs Duitsland. Al zeer snel na de stichting werd duidelijk dat één partij het voor het zeggen kreeg: de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (SED), waarvan de ideologie was gebaseerd op het marxistisch-leninistisch principe. Het omverwerpen van de kapitalistische maatschappij en het stichten van de dictatuur van het proletariaat kon volgens dit principe niet aan de massa’s worden overgelaten. Er moest een “revolutionaire voorhoede” komen die de weg naar een nieuwe samenleving baande, een samenleving vrij van onderdrukking, waarin een ieder gelijk was en iedereen naar zijn vermogen moest werken en iedereen naar behoefte kon krijgen of nemen.
Die “revolutionaire voorhoede” was de SED, de regerende communistische partij, zoals grondwettelijk was vastgelegd. Zij moest het werkende volk van de DDR naar het hoogste stadium van de menselijke ontwikkeling leiden, de vrije mens in een omver geschopt systeem van kapitalistische onvrijheid en uitbuiting.
De Partijdag (Parteitag der SED) was volgens de partijstatuten het hoogste orgaan van de SED. De Partijdagen werden tot 1971 om de vier jaar gehouden, daarna om de vijf jaar. Het belangrijkste moment van een Partijdag was de keuze van een nieuw Centraal Comité (Zentralkomitee, ZK). Het Centraal Comité bestuurde de partij tussen de Partijdagen in. Onder secretaris-generaal Ulbricht kwam het Centraal Comité meerdere malen per jaar bijeen. Onder Honecker kwam het Centraal Comité nog maar twee keer per jaar bijeen.

Het Politbureau
Omdat het Centraal Comité maar een paar keer per jaar bijeen kwam, koos men uit zijn midden het Politbureau (Politbüro) om de partij tussen de zittingen van het Centraal Comité te besturen. In theorie was dit machtige partij-apparaat ondergeschikt aan het Centraal Comité, maar in de praktijk was het Politbureau het machtigste orgaan. In het Politbureau werd het beleid uitgestippeld dat werd uitgevoerd door de diverse commissies. Commissiehoofden waren machtig en overtroffen de macht van de ministers. In 1988 bestond het Politbureau uit 22 stemhebbende leden. Honecker was sedert 1971 voorzitter van het Politbureau dat wekelijks op dinsdag bijeenkwam. Honecker stelde de agenda samen en rapporten werden doorgenomen.
Na de stichting van de DDR in 1949 was de Majakovskiring in de wijk Pankow in Berlijn de straat waar de hoogste functionarissen van de DDR woonden. De meeste huizen zijn gebouwd in de jaren twintig van de twintigste eeuw en werden vooral bewoond door welgestelde industriëlen en kunstenaars. Na de Tweede Wereldoorlog werden de huizen onteigend en woonden er Sovjet-commandanten. Het Sovjet-leger had het gebied afgezet en het Gorodok (kleine stad) genoemd. Met het uitroepen van de DDR in 1949, trokken de Sovjet-commandanten zich geleidelijk terug en droegen de huizen over aan het nieuwe regime. Reeds in de begintijd hechtte het regime van de pas opgerichte DDR niet veel waarde aan de nabijheid van het volk. Gewone burgers hadden geen toegang tot de wijk.

De verhuizing
De afzondering van het Politbureau met het gewone volk leek wel een patroon. Na de arbeidersopstand in 1953 en de politieke spanningen in 1956/57 werd het kennelijk te heet onder de voeten van de leden van het Politbureau. In een besluit van het Politbureau van 26 augustus 1956 werd besloten tot de bouw van een aparte wijk. Na uitgebreid zoeken naar een ideale locatie werd met de bouw ervan in Wandlitz in april 1958 begonnen. Niet dat de Hongaarse Opstand van 1956 de katalysator was van het plan, maar de bestorming van het partijbureau in Boedapest in de herfst 1956 werd wel een aanjager. De angst voor zelfde toestanden als in Hongarije maakte zich van de “machtigen” meester.
Een enclave kon beter door het Ministerie van Staatsveiligheid (Stasi) worden bewaakt. Een bosrijk gebied werd onder de strengste veiligheidsmaatregelen omgevormd tot een enclave met een wooncomplex dat op geen enkele kaart was te zien en formeel onder leiding stond van de voorzitter van het Politbureau, maar in feite onder supervisie stond van de Stasi. Van buitenaf was het terrein afgeschermd met een hek van gaas, waarmee het officieel werd aangewezen als onderzoeksgebied voor wilde dieren. De vier poorten werden bewaakt door camera’s en beveiligingspersoneel en toegang was alleen mogelijk met een speciale pas. De leden van het Politbureau en hun gezinnen moesten er vanaf 1 september 1960 komen wonen. De kosten voor de bouw werd in de staatsbegroting opgenomen voor ruim 27 miljoen DDR-Mark.
De enclave
De enclave werd omringd door twee ringen. De buitenste ring bevatte onder andere een kliniek, een kinderdagverblijf, gebouwen met een verzorgende functie voor onder andere fysiotherapeuten en schoonheidsspecialisten, een tankstation, een hoveniersbedrijf, vuilnisophaaldienst en woningen voor de circa 650 medewerkers die dag en nacht voor de SED-leiders en hun gezinsleden zorgden. Alle medewerkers behoorden tot de Stasi en werden door de Stasi betaald.
De binnenste ring, met drieëntwintig woningen voor de Politbureauleden en familie, woonden in grote eengezinswoningen met een oppervlakte van elk zo’n 180m² met tien tot vijftien kamers. De huizen hadden grote ramen die uitkeken op de tuin en waren volledig ingericht volgens de wensen van de bewoners, op kosten van de staat. Zij hadden toegang tot een exclusieve winkel, een clubhuis met bioscoop, een café-restaurant, tennisbanen en een zwembad. De huur, tussen de 400 en 800 Oost-Duitse mark, betrof alles: de kosten voor huishoudelijk personeel, van de schoonmaakster tot de kok, ober, kleermaker, fysio of kapper en gratis benzine tanken. Hun wensen waren bevelen. Hoveniers hielden het complex in top-conditie. Het complex had een eigen vuilnisophaaldienst die er voor zorgde dat het vuilnis niet naar een gewone vuilstort werd gebracht. Zo kon de DDR-burger geen kennis nemen van de exclusieve producten die de groten van de DDR in Wandlitz bereikten.

De binnenste ring werd verder beschermd door een twee meter hoge, verlichte betonnen veiligheidsmuur. Bovendien zorgden 140 militairen voor extra beveiliging bij 33 wachtposten die 24 uur werden bewaakt. De Stasi zorgde voor een huismeester en voor de schoonmaakdienst. Hoewel de woningen met tien tot vijftien kamers en inrichting niet abnormaal luxueus en zeker niet decadent waren, ging de leefstijl van de bewoners ver boven die van een normale burger uit. Afgeschermd voor vreemde ogen werd een elitaire leefwereld geschapen, waarvan de exclusieve winkel in de enclave – en vier kleine buitenfilialen – symbool werden. Speciaal opgezette handelsfirma’s door de Stasi, werd opgedragen om de bewoners te bedienen met voedings- en genotsmiddelen van de hoogste kwaliteit, alles wat in de DDR niet te koop was. Stasi-medewerkers kochten, gecamoufleerd als privé-personen, in West-Berlijn in. Overigens hadden de bewoners van de buitenring, het 650 man tellende personeel geen toegang tot de exclusieve winkel. Zij moesten zich door het alledaagse leven van de DDR worstelen. Dat zag er wel anders uit.
De voedselvoorziening in DDR was decennialang een constante bron van zorg voor de leiding van de SED. De ontoereikende voedselvoorziening voor de bevolking was een terugkerende bron van ergernis en ontevredenheid. De DDR was doorgaans wel in staat om de basisvoedselvoorziening te garanderen, maar er was wel sprake van een tekort-economie. De voedselvoorziening voor binnenlands gebruik kon deels via ruilhandel en persoonlijke contacten of via het bewerken van privé tuintjes, worden gerealiseerd. Het verkrijgen van groenten en fruit die niet in de DDR konden worden verbouwd, zoals tropisch fruit, was echter slechts met grote moeite mogelijk.
In Wandlitz ontbraken consumentenelektronica en andere luxe goederen niet. Alles gekocht bij de klassenvijand uit het Westen en gefinancierd door dubieuze praktijken met onteigende waardevolle kunst en geld dat door verkoop van gevangenen aan de Bondsrepubliek werd binnengeharkt. De leden van het Politbureau en families leefden relatief luxueus, sommigen bezaten een vakantiehuis aan een meer of een jachthuis, reden in betrouwbare westerse auto’s (Mazda, Citroën en Volvo), lieten hun inkopen en dat van hun gezin in speciaalzaken in het Westen doen en importeerden zelfs medicijnen uit de Bondsrepubliek, de aartsvijand. In de volksmond werd de enclave dan ook Volvograd genoemd.

Tot in de jaren zeventig was koffie een van de belangrijkste uitgavenposten in de budgetten van Oost-Duitse huishoudens, waarbij cadeaus van West-Duitse familieleden ongeveer 20 procent van de vraag dekten. Dit gold nog meer voor kleding. Pakketten uit het Westen voor familieleden in de DDR bleven een belangrijke factor in de bevoorrading van de Oost-Duitse bevolking, als ze al niet door de Stasi waren gestolen. Pas tegen de jaren tachtig werden duurdere voedingsmiddelen, waaronder tropisch fruit, beperkt verkrijgbaar in delicatessenwinkels met lange rijen voor de deur.
In de DDR was pornografie een strafbaar feit. Paragraaf 125 van het Wetboek van Strafrecht bepaalde de straf:
Iedereen die pornografische geschriften of andere pornografische opnames, afbeeldingen, films of voorstellingen verspreidt of anderszins voor het publiek toegankelijk maakt, of die deze produceert, importeert of verkrijgt met dit doel, wordt gestraft met een openbare berisping, een boete, een voorwaardelijke gevangenisstraf of een gevangenisstraf van maximaal twee jaar.
Honecker bestelde zijn porno zelf echter gewoon bij de sex-shop van Beate Uhse in West-Berlijn.
Overigens lieten DDR-burgers zich niet door wet of heersende preutsheid afschrikken. Er werden steeds weer manieren gevonden om pornografisch materiaal uit het Westen naar binnen te smokkelen. De douane langs de doorvoerroutes door Oost-Duitsland hadden het ontzettend druk. Ze ontdekten voortdurend belastend materiaal in treinen en bij rustplaatsen. Desondanks bereikte veel ervan de DDR. Vindingrijke handelaren kopieerden dan het materiaal.
In 1987 bedroeg de import uit het Westen naar Wandlitz meer dan 8 miljoen West-Duitse Mark (DM). In de jaren 1980 tot 1989 werd voor ruim 59 miljoen DM aan de bewoners van Wandlitz geleverd. Dat alles tegen een ongekend gunstige koers van 1DM = 1,5 Ostmark. Hiervan kon de burger slechts dromen. Gewoonlijk was de koers 1 DM voor 10 Ostmark.
In de jaren tachtig verslechterde de levering van alledaagse goederen aan de Oost-Duitse bevolking aanzienlijk. De onvrede over deze tekorten werd steeds openlijker en leidde uiteindelijk tot algemene kritiek op het politieke systeem. In werkelijkheid was het economisch systeem reeds zo rot als een mispel. Dergelijke alledaagse problemen gingen aan de “revolutionaire voorhoede” in Wandlitz voorbij.
Elf99 Special: Wandlitz – Einzug ins Paradies
Uitzending van de DDR-televisie, 1989
De openbaarheid
Met zijn legendarische Elf 99-reportage over Wandlitz, werd journalist Jan Carpentier in de herfst van 1989 van de ene op de andere dag wereldberoemd. Een team van de Oost-Duitse staatstelevisie nam in de herfst van 1989 in Wandlitz opnamen, een unicum. De film werd op 23 november 1989 uitgezonden op de Oost-Duitse televisie en veroorzaakte de nodige commotie.
Het was een unieke uitzending. De reportage geldt als een van de beroemdste uit de DDR-televisiegeschiedenis. Het feit dat Carpentier toegang werd verleend, toonde al aan dat het met de macht van de SED was gedaan. Voor het eerst konden de burgers van de DDR een inkijkje krijgen in de woonomgeving Wandlitz. Er circuleerden in het land veel geruchten over extreme luxe met gouden kranen en andere fantastische verhalen. De camera liet keukens en badkamers, roestvrijstalen wastafels en functionerende douches zien. De functionele sanitaire voorzieningen en keukenapparatuur, gemaakt in West-Duitsland, en de ambiance van de ruime huizen met houten lambrisering en uitzicht op het omringende groen, riep verontwaardiging op bij de Oost-Duitse burgers.

Toch waren het niet in de eerste plaats de luxe huizen die woede wekten. Het waren geen sprookjesachtige villa’s, protserige kastelen of landgoederen met honderden kamers, zoals vele autocratische leiders hebben. In plaats van pracht en praal heerste er eerder een kleinburgerlijke benauwdheid. De grijze huizen van twee verdiepingen van Erich Honecker en de andere functionarissen boden weliswaar veel ruimte, maar waren verder eenvoudig. Ze lagen echter wel ver boven het niveau van de normale burger. Het waren ook niet de kleine dingetjes als Moezelwijn of de Volvo’s die de grootste woede wekten. Ook de DDR-burger besefte dat een staatshoofd niet in een aftands Trabantje buitenlandse gasten kon ontvangen en staatsdiners kon houden in een twee-kamer appartement in een grauwe buitenwijk. Enige stijl in het diplomatieke verkeer was wel gewenst, zoals overal ter wereld.
Het was vooral de onbegrensde loyaliteit, gecombineerd met schaamteloze privileges voor de gehele top en hun families, die woede opriep. De kloof tussen partij en volk werd hier zo zichtbaar. De bewoners van Wandlitz hadden een ruime, goed opgeleide staf tot beschikking, waaronder badmeesters, chauffeurs, koks en talloze bedienden, zelfs een gordijnmaakster. Iedereen gehoorzaamde zonder vragen te stellen. Een “nee” bestond niet in Wandlitz. Ook de neo-feodale levensstijl met jachtpartijen op wild en het wonen in hun tweede (vakantie of jacht)huizen in het groen, het protserig ontvangen van medailles (Mielke had 274) en vrijwel alles door de staat betaald, dit alles was voor het publiek nauwgezet afgeschermd. Dit wekte woede. Was dit de gepredikte gelijkheid, het proletarisch ideaal?
De verblindende wereld van westerse consumptiegoederen gekoppeld aan het gevoel van verhevenheid van de “revolutionaire voorhoede” boven het gepeupel, bepaalde hun handelen. Het vooruitzicht van vrij zijn van onderdrukking door kapitalistische uitbuiters en het ideaal van de ultieme menselijke vrijheid in de dictatuur van het proletariaat, de communistische idealen van de onderdrukte arbeiders en hun leiders, werd verraden. Uiteindelijk, zoals dissident Wolf Biermann zong in zijn lied Ballade von den verdorbenen Greisen (1990), werd de DDR alleen geregeerd door “corrupte oude mannen”.
Ballade von den verdorbenen Greisen
Het einde van Wandlitz
Na de vele politieke massademonstraties op maandagavonden in de DDR viel op 9 november 1989 de gehate Muur van Berlijn. De ontwikkelingen in de DDR waren nauwelijks bij te houden, zo stormachtig. De SED en de Stasi hadden afgedaan. De leiding van de DDR kwam in handen van Hans Modrow. Modrow leidde de ministerraad van de DDR van 13 november 1989 – vier dagen na de val van de Muur – tot april 1990. De politieke leiding van de DDR kwam daarmee in zijn handen. Hij besliste dat de enclave Wandlitz eind januari 1990 moest worden ontruimd en ter beschikking moest worden gesteld aan de gemeenschap. De volkswoede had haar werk gedaan.
Binnen een jaar betrok de Brandenburg Klinik Bernau het complex als groot herstellingsoord. De voormalige woonhuizen staan er nog, maar nu voor patiënten en staf van de kliniek. Van de 23 officiële residenties is alleen het voormalige huis van Walter Ulbricht nog in vrijwel onveranderde staat met de gemeubileerde woonvertrekken en de privébibliotheek.

Na het ontruimen van Wandlitz verklaarden alle bewoners dat ze er niet graag verbleven. Onderling hadden ze nauwelijks contact. Dat was ook wel verklaarbaar. Je kent je buurman wel, maar je kent niet zijn duistere machinaties en voor je het weet word je beschuldigd van af te wijken van de partijlijn, word je uit je functie ontheven, moet je Wandlitz verlaten en woon je in een twee-kamer appartementje in Oost-Berlijn. Zonder privileges. Als de chef van de gevreesde Stasi, Erich Mielke, naast je woont dan moet dat niet erg rustgevend zijn geweest, dan houd je je wel in. Mielke schrok niet terug voor een paar moorden meer of minder. Het was voor een enkeling een ”getto” met de voordelen van een “gouden kooi”. Een ex-bewoner sprak zelfs over een ”interneringskamp” en ontkende het veiligheidsaspect van Wandlitz.
Zelfs Honecker verklaarde later geen interesse in Wandlitz te hebben gehad “want we werden in zekere mate van het leven afgesloten”. Volgens Honecker had de voormalig secretaris-generaal van de SED Walter Ulbricht oorspronkelijk het idee om in Wandlitz ’s avonds een keer in het restaurant of bioscoop bijeen te komen. Een enkele keer werd dit door Ulbricht georganiseerd, maar het idee stierf een stille dood.
Net als Rosa Luxemburg, de oprichter van de Communistische Partij en voorstander van de afschaffing van alle klassenverschillen, standen en titels, waren de leden van het Politbureau rechtgeaarde communisten die met gebalde vuist in de lucht als teken van broederschap en revolutionaire gezindheid, de Internationale zongen. Voor de vorm dan, want als “prominent vertegenwoordiger” van de klasseloze maatschappij en als “leidende persoonlijkheid” van het landsbestuur, lag de zaak in hun ogen toch even wat anders.
Dit brengt ons terug naar Animal Farm: In de Duitse Democratische Republiek waren allen gelijk, maar sommigen meer gelijk dan anderen. Maar de volkswoede keerde zich tegen die “sommigen”, zo onverwacht en met een snelheid die ze nooit voor mogelijk hadden gehouden.
– Judt, M. ”Bananen, gute Apfelsinen, Erdnüsse u.a. sind doch keine kapitalistischen Privilegien”. In: Bundeszentrale für Politische Bildung, (bpb.de), 12 juli 2013.
– Ökonomie. Die Wirtschaft in der DDR. In: dd-im-unterricht.de z.j.
– Halter, H. »Ick fühl mir wie im Krankenhaus« Korruption und Amtsmissbrauch: Die geheime Waldsiedlung Wandlitz und die Privilegien der DDR-Nomenklatura. In: der Spiegel (47/1999), (spiegel.de), 21 november 1999.
– Schockreport im Bonzenviertel. In: der Spiegel (spiegel.de), 22 oktober 2009.
– Budde, V. Waldsiedlung Wandlitz. Wo die DDR-Elite wohnte. In: deutschlandfunkkultur.de, 14 augustus 2017.
– „Waldsiedlung Wandlitz“: Willkommen im einst bestgesicherten Ort der DDR. In: machmalgruen.de.
– Malycha, A. Die SED in der Ära Honecker. De Gruyter, Berlin, 2014 Sex in der DDR. Pornografie made in GDR? In: Mitteldeutsche Rundfunk (mdr.de), 10 april 2018.
– Siedlung der DDR-Führung: Die erste Reportage aus Wandlitz. In: Mitteldeutsche Rundfunk (mdr.de), 4 februari 2022.
– Hartmann, A. Wo die feisten Bonzen wohnten. In: die Tageszeitung (taz.de), 1 juni 2025.
– Waldsiedlung (Bernau bei Berlin). In: de.wikipedia.org.
– Kaminsky, A. „Mehr produzieren, gerechter verteilen, besser leben“ Konsumpolitik in der DDR. In: Bundeszentrale für Politische Bildung (bpb.de), 9 juli 1999.
– Honecker, Ulbricht, Mielke – Die Wandlitz-Siedlung. Geheimnisvolle Orte. Documentaire van Rundfunk Berlin-Brandenburg. Te zien op YouTube.

De afluisterpost op de Teufelsberg in Berlijn
De socialistische broederkus
Erich Mielke en de geheime rode koffer van de Stasi
Rummelplatz: de verboden DDR-roman van Werner Bräunig
Erich Honecker – Leider van de DDR
Planeconomie – Betekenis van het begrip
Ruim negen meter hoog Lenin-beeld in Oost-Groningen