De Spaanse Burgeroorlog (1936–1939) was een van de bloedigste conflicten van de twintigste eeuw en vormde een voorbode van de Tweede Wereldoorlog. Een opvallende rol was daarbij weggelegd voor de zogenoemde brigadistas – vrijwilligers van de Internationale Brigades die aan de zijde van de republikeinen streden. Vanuit België trokken naar schatting 2.400 mannen en vrouwen naar Spanje.
Er wordt vaak gezegd dat geschiedenis geschreven wordt door de overwinnaars. Omdat de brigadistas uiteindelijk aan de verliezende kant stonden, raakte hun verhaal grotendeels ondergesneeuwd. Dankzij een grondig onderzoeksproject van twee Belgische historici komt daar nu verandering in. Hun jarenlange speurwerk in binnen- en buitenlandse archieven leidde tot de oprichting van de online databank Brigadistas from Belgium.
Achtergrond
De Spaanse Burgeroorlog werpt tot op vandaag een lange schaduw over Spanje. Wat begon als een rechtse militaire staatsgreep tegen de democratisch verkozen, linkse regering van de Republiek, escaleerde al snel tot een gewelddadig conflict dat het land diep verdeelde: links versus rechts, republikeinen tegenover nationalisten.

Al snel kreeg het conflict een internationale dimensie. Franco’s rebellen werden militair gesteund door nazi-Duitsland en fascistisch Italië, terwijl de republiek slechts beperkte steun kreeg van de Sovjet-Unie en Mexico. België koos, net als de meeste andere West-Europese landen, voor een beleid van neutraliteit en beperkte zich tot morele steun.
De Internationale Brigades
Toen Madrid eind 1936 dreigde te vallen, werd een oproep gedaan aan buitenlandse vrijwilligers. Onder impuls van de communistische Komintern ontstonden de Internationale Brigades. Het doel: strijders uit alle hoeken van de wereld bijeenbrengen om de Spaanse Republiek te verdedigen tegen de opmars van het fascisme. In totaal sloten zich naar schatting zo’n 35.000 vrijwilligers uit meer dan vijftig landen aan.

De strijd liep echter slecht af voor de republikeinen. In februari 1939 kwam Franco als overwinnaar uit de oorlog. De Internationale Brigades waren al eerder, in november 1938, officieel ontbonden. Terug in eigen land kregen de meeste vrijwilligers weinig erkenning. In een Europa dat steeds meer onder invloed van fascistische regimes kwam te staan, werden ze vaak gewantrouwd of zelfs vervolgd. Velen van hen zouden enkele jaren later opnieuw in actie komen – deze keer in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Belgisch onderzoek
Ook in België verdween het verhaal van de brigadistas langzaam naar de achtergrond. Tot historicus Rudi Van Doorslaer zich in 1975 in het onderwerp verdiepte. Dat jaar, toevallig ook het jaar van Franco’s dood, kreeg hij als eerste Belg toegang tot het archief van de voormalige Spaanse geheime politie in Salamanca – een verzameling documenten die in handen van Franco’s troepen was gevallen na de val van de republiek. Na jaren van onderzoek en archiefreizen verzamelde Van Doorslaer waardevolle informatie over honderden Belgische vrijwilligers.
Later kreeg het project een nieuwe impuls dankzij François Van Pelt, onderzoeker bij het Studiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (CegeSoma). Hij reisde naar Moskou, waar in het Russisch Staatsarchief de originele dossiers van de Internationale Brigades worden bewaard. Deze unieke documenten – in 1938 geëvacueerd uit Spanje – boden nieuwe inzichten in de levens en achtergronden van de Belgische vrijwilligers.

Profiel van de vrijwilligers
De resultaten van dit decennialange onderzoek zijn samengebracht in de online databank Brigadistas from Belgium. Voor het eerst is er nu een bijna volledige lijst van Belgische en Luxemburgse vrijwilligers die deelnamen aan de Spaanse Burgeroorlog. De databank bevat meer dan 2.000 korte biografieën, niet alleen van frontstrijders, maar ook van vrijwilligers die zich achter de linies inzetten in bijvoorbeeld de medische zorg of administratieve functies.
Van de circa 2.400 mensen die vanuit België naar Spanje trokken, hadden er zo’n 1.600 de Belgische nationaliteit. Opvallend is dat ongeveer twee derde van hen afkomstig was uit Wallonië. Veel vrijwilligers waren actief binnen de socialistische of communistische bewegingen, of kwamen uit vakbondskringen. Daarnaast was er ook een aanzienlijke groep niet-Belgen, waaronder politieke vluchtelingen en migranten die in België waren beland. De Joodse gemeenschap was eveneens sterk vertegenwoordigd, met onder meer een groep Antwerpse en Brusselse verpleegsters die zich aansloten bij de medische diensten. Ongeveer driehonderd Belgische vrijwilligers overleefden de oorlog niet.

België en de burgeroorlog
De website belicht niet alleen de vrijwilligers zelf, maar ook de bredere context: hoe werd in België gereageerd op het conflict? De meeste linkse partijen en vakbonden schaarden zich achter de republiek, terwijl katholieke en extreemrechtse groeperingen de zijde van Franco kozen. Aan beide kanten leefde de burgeroorlog sterk, wat zich onder andere uitte in grootschalige solidariteitsacties. Eén daarvan was de opvang van honderden Baskische oorlogskinderen in België.
Toch blijft de meest tot de verbeelding sprekende uiting van solidariteit het engagement van de naar schatting 2.400 vrijwilligers die naar Spanje trokken om de republiek te verdedigen. Met het project Brigadistas from Belgium wordt hun verhaal eindelijk erkend, en wordt een vergeten hoofdstuk uit de Belgische geschiedenis opnieuw zichtbaar gemaakt.
De Spaanse Burgeroorlog
Nederlandse vrijwilligers in de Spaanse Burgeroorlog
Machtige vrouwen in de Spaanse Burgeroorlog
Manuel Azaña (1880-1940), president van Spanje
De moord op José Calvo Sotelo (13 juli 1936)
Juan Carlos I van Spanje (1938) – Koning van Spanje