Indalecio Prieto en de wapensmokkel van 1934

Nederlandse berichtgeving over de wapensmokkel van 10 september 1934

Aan de vooravond van de links-revolutionaire opstand in 1934 die in Asturië (Spanje) eindigde in een bloedbad, trachtte de socialistische leider Indalecio Prieto de Asturianen van wapens te voorzien. Nederlandse kranten berichtten hierover. Was die berichtgeving correct?

Berichten in de Nederlandse pers

De Tijd, 17 september 1934
De Tijd, 17 september 1934
Rond 16 september maakten de Telegraaf, De Tijd, het Algemeen Handelsblad en Het vaderland melding van een poging van links-revolutionairen om wapens het land binnen te smokkelen. Dat zou hebben plaatsgevonden in Asturië bij het plaatsje Esteban de Pravia, gelegen ten westen van Avilés.

De Tijd schrijft op 17 september:

De onrust in Spanje. Oud-minister Prieto gecompromitteerd?
MADRID, 17 Sept. (Reuter) — Ten gevolge van de ontdekking van 100.000 patronen te San Esteban de Pravia is aldaar een Asturiër, een zekere Echevarietta, gearresteerd, die bekend staat als een vriend van Prieto, den Socialistischen oud-minister. De minister-president heeft verklaard, dat deze zaak sensationeel belooft te worden, en hij heeft daarom een specialen rechter van instructie aangewezen. Prieto heeft verklaard dat hij reeds sedert drie jaar geen vriendschapsbetrekkingen meer onderhoudt met Echevarietta.

- advertentie -

Aan dit bericht voegt de krant dit commentaar toe:

In verband met de vondst te San Estéban zag de politie zich genoodzaakt de hand te leggen op den algemeen geachten zeer bekenden Asturischen reeder, Horacio Echevarrieta, die een zeer intiem vriend is van Indalecio Prieto, ex-minister en een der kopstukken van de socialistische partij. Uit het onmiddellijk ingestelde, nog niet geëindigde, onderzoek is reeds gebleken, dat de patronen van San Esteban indertijd toebehoorden aan Portugeesche uitgewekenen, die eenmaal een hooge positie in hun vaderland bekleedden. Deze uitgewekenen waren van plan geweest hun Portugeesche aanhangers te wapenen, maar hadden van dit voornemen afgezien, omdat een gewapende opstand in Portugal geen enkele kans van slagen heeft. Onder Salazar’s bestuur is het Portugeesche volk tevreden en elke poging tot het verwekken van revolutie is van te voren tot mislukking gedoemd, omdat de groote massa van het volk wel inziet dat de huidige rust en voorspoed vèr te verkiezen zijn boven een burgeroorlog, die het land geen voordeel brengen kan.

Horacio Echevarrieta
Horacio Echevarrieta
Op 30 september schrijft de Telegraaf:

Het oud-Kamerlid Echevarrieta werd gearresteerd, die als directeur eener wapenfabriek groote hoeveelheden oorlogsmateriaal ln het schip „La Turquesa” had doen inladen. Aangezien de scheepspapieren geheel in orde waren, lag het voor de hand dat hooge ambtenaren bij het complot betrokken waren. De A.B.C. (een Spaanse krant, WP) verklaarde, dat de zending oorspronkelijk, toen Azaña nog minister-president was, bestemd was om een revolutie in Portugal te ontketenen. Men zou er na zijn val van hebben afgezien en de socialisten zouden de zending hebben gekocht, waardoor oud-minister Prieto in de kwestie betrokken zou zijn geworden.

Nadat de opstand mislukt was bericht de Telegraaf op 31 oktober:

De socialistische leider Prieto, die uit Spanje is gevlucht, is te Parijs aangekomen. In een interview verklaarde hij. dat hij voor zijn partij de verantwoordelijkheid opeischte voor de jongste gebeuitenissen. Hij voegde er aan toe, dat het mislukken van de opstandige beweging de strijdkrachten der socialisten niet had verzwakt en gaf de verzekering dat zij het blijven, die in Spanje het best zijn georganiseerd. Prieto ontkende, dat buitenlandsche elementen, zooals Russen, aan de organisatie der beweging zouden hebben deelgenomen. (Reuter).

De feiten

De verkiezingsnederlaag van de Spaanse socialistische partij de PSOE (Partido Socialista Obrero Español) in 1933 leidde tot een heftig intern debat tussen de revolutionair gezinde volgelingen van Francisco Largo Caballero en die van de gematigde Indalecio Prieto over de te volgen partijkoers. De caballeristas kregen de overhand. Nadat Largo Caballero tot voorzitter van de PSOE en tot secretaris-generaal van de vakorganisatie UGT (Unión General de Trabajadores) was benoemd, lag de weg open naar een algemene revolutionaire opstand. Prieto had zich hier steeds tegen verzet. Hij kon zich niet voorstellen dat het mogelijk zou zijn om een arbeidersleger als drager van het revolutionair proces te mobiliseren. Maar toen de PSOE eenmaal besloten had de weg op te gaan van de revolutie, toonde hij zich loyaal aan de partij en zette hij zich in om de opstand tot een succes te maken.

Indalecio Prieto
Indalecio Prieto
Destijds probeerden de socialisten op allerlei manieren wapens te kopen. De meest belangrijke was de ‘affaire Turquesa’ waarin Prieto de hoofdrol vervulde. Prieto was in juni 1934 op de hoogte van het bestaan van een partij wapens, geproduceerd door scheepsmagnaat en wapenfabrikant Horacio Echevarrieta, die eigenlijk bestemd was voor de revolutionaire beweging in Portugal. Prieto beloot deze voorraad te verwerven waarvoor hij middelen gebruikte die hem ter beschikking waren gesteld door de Asturiaanse Mijnwerkersbond. Begin augustus werd voor 73.000 pesetas een oud vissersschip gekocht, de Mamalena II die de naam Turquesa (Turkoois) kreeg. Aan het eind van die maand werden de wapens geleverd in 329 kisten (500 geweren en 24 machinegeweren plus munitie) ter waarde van 280.000 pesetas. Dit bedrag werd afgerekend met een vertegen-woordiger van Echevarrieta. Officieel waren de wapens bestemd voor Djibouti in Ethiopië, maar de werkelijke bestemming was Asturië. Om precies te zijn, het strand van Aguilar bij San Esteban de Pravia, vanwaar de wapens in vrachtwagen verder zouden worden getransporteerd. De operatie was gepland op 10 september en Prieto was uit Bilbao gekomen om hem persoonlijk gade te slaan. Ruim honderd socialisten stonden klaar om de klus tot een goed einde te brengen. Er ontstonden echter problemen met de ontscheping toen een deel van de opgetrommelde motorbootjes niet kwam opdagen. Bovendien kreeg de politie lucht van de ontscheping. Prieto wist tijdig een goed heenkomen te vinden en keerde terug naar Bilbao. Daags daarna las Prieto in de krant dat de operatie grotendeels mislukt was. Van de 329 kisten wisten de socialisten er 98 te behouden, 73 vielen in handen van de politie en 158 bleven achter op de Turquesa die uiteindelijk op 30 september in Bordeaux arriveerde.

De relatie Prieto – Echevarrieta

Indalecio Prieto (1883-1962) en Horacio Echevarrieta (1870-1963) waren strijdmakkers in de woelige politieke jaren ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. Zij hadden een totaal verschillende achtergrond. Prieto was een arme autodidact die opgroeide in de sloppen van Bilbao, terwijl Echevarrieta uit een rijke mijnbouwersfamilie kwam. In 1903 veroverde Echevarrieta als representant van de democratische krachten in de provincie Bilbao een zetel in de Cortes (het Spaanse parlement) die hij in 1917 opgaf. Prieto wist in dat jaar een zetel te bemachtigen namens de provincie Vizcaya. Hoewel hun wegen zich scheidden – Prieto klom op tot de leider van de gematigde vleugel van de PSOE (de prietistas) en Echevarrieta ontwikkelde zich tot een industriële tycoon van formaat (hij was de grondlegger van de vliegmaatschappij Iberia) – bleven zij bevriend. Prieto schreef talloze artikelen in het blad ‘El Liberal’ opgericht in 1903 en vanaf 1917 eigendom van Echevarrieta.

El liberal /cc
El liberal /cc
In 1931 kwam Echevarrieta in financiële problemen. Hij leende een groot bedrag van financier Juan March dat hij op korte termijn moest terugbetalen, hetgeen niet lukte. Een bankroet dreigde. Echevarrieta zocht steun bij Prieto (toen minister van Openbare Werken) die hem echter weigerde te ontvangen. Dat betekende het einde van een vriendschap die ruim twintig jaar had geduurd. Echevarrieta trachtte El Liberal te verkopen. Eerst klopte hij aan bij March, maar die weigerde. Toen Prieto zich realiseerde dat bij eventuele overgang van het blad in rechtse handen hij zijn belangrijke spreekbuis zou verliezen, besloot hij het blad over te nemen.

Conclusie

De berichten die destijds verschenen in de Nederlandse kranten waren grotendeels correct. De suggestie dat Prieto een rol speelde in de Turquesa-affaire was juist, evenals de betrokkenheid van Echevarrieta. Maar dat Prieto en Echevarrieta op dat moment ‘intiem bevriend’ waren is onwaar. Het bericht dat Prieto na het mislukken van de opstand in Parijs de verantwoordlijkheid opeiste voor de opstand kan niet worden bevestigd. Wel heeft hij in 1942, toen hij in ballingschap in Mexico verbleef, verklaard tegen zijn geweten in te hebben gehandeld en het te betreuren mee te hebben gewerkt aan de opstand van 1934 die voor zijn geboortestreek Asturië zo gruwelijk afliep.

~ Willem Peeters

Lees ook: Indalecio Prieto, leider van het Spaanse politieke midden
Meer artikelen over de geschiedenis van Spanje
Boek: De strijd om Spanje

Bronnen:
Delpher (www.delpher.nl)
Cabezas, O., Indalecio Prieto, Algaba Ediciones, Madrid, 2005

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier