De Genuese bankier Ambrogio Spinola (1569-1630) verscheen in 1602 in de Nederlanden als militair bevelhebber en strateeg in dienst van Spanje. Zijn eerste grote succes was de verovering van Oostende (1604), het laatste Staatse bolwerk in het Zuiden. Spinola speelde vervolgens een belangrijke rol bij de totstandkoming van het Twaalfjarig Bestand (1609-1621). Na successen in het oosten van de Republiek wist hij ook Breda voor Spanje te heroveren (1625). In zijn laatste jaren doofde de ster van de man die ooit alom werd bewonderd, ook door zijn tegenstander prins Maurits. Hij stierf na het mislukte beleg van Casale in Italië, fysiek en mentaal gebroken.
Ambrogio’s familie bankierde voor het Spaanse hof. De naam Spinola zou zijn ontleend aan een legende, volgens welke een voorouder tijdens de Eerste Kruistocht een doorn (Latijn: spinula) uit de doornenkroon van Christus had gevonden. Spinola’s jongere broer Frederico was hem in Spaanse dienst voorgegaan en diende als admiraal.

Beleg van Oostende
Spinola arriveerde in 1602 in de Zuidelijke Nederlanden met 9000 man, grotendeels betaald uit eigen middelen en die van particuliere relaties. Zijn leger volgde de gebruikelijke ‘Spaanse weg’ (Camino de los Españoles), een ongeveer 1000 kilometer lange landroute tussen Milaan en de Zuidelijke Nederlanden via ruwweg Savoie, Franche-Comté en Luxemburg. Deze route diende al sinds de dagen van Alva om troepen en voorraden veilig over te brengen. Hoewel de route ook zijn uitdagingen en problemen opleverde, was deze minder risicovol dan de gevaarlijke zeeroute over het Kanaal.
De komst van Ambrogio Spinola betekende een grote steun voor Albrecht van Oostenrijk, landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden, die in 1600 de Slag bij Nieuwpoort had verloren. Spinola was aangesteld als maestre de campo general. Hij was overeengekomen om de in 1601 aangevangen Spaanse belegering van Oostende te financieren, en pas betaling op te eisen nadat de stad was ingenomen. Voorwaarde was zijn opperbevel over de hele operatie.

Opoffering levens
Ondanks de reputatie van hoffelijkheid die Spinola zou opbouwen, net als zijn roemruchte voorganger Alexander Farnese (Parma), dreven de financiële en strategische belangen hem tot de opoffering van veel troepen. Om het garnizoen van Oostende tot overgave te dwingen waren naast de voortdurende beschietingen nu eenmaal grote stormaanvallen nodig, die aan beide zijden veel levens kostten. Generaals uit zijn tijd streefden er meestal naar hun troepen zoveel mogelijk te sparen, maar Spinola dacht daar anders over. Zijn compromisloze strategie werkte, het verwoeste Oostende gaf zich na drie jaar en tweeënhalve maand eervol over; het garnizoen en de burgerij kregen vrije aftocht.

Oostendse burgers, vooral vrouwen en kinderen, waren al eerder door de Staatse bezetting weggestuurd en ondergebracht bij families in Zeeland. Hun mannen moesten achterblijven om de economie draaiende te houden. Dat was gevaarlijk. Van een ‘cruydenier’ die voor zijn winkel stond wordt vermeld dat hij dodelijk werd getroffen; tijdens zijn begrafenis ‘werd het lichaam andermaal uit de doodskist geschoten’. Toen de stad uiteindelijk gevallen was, zouden nog maar twee burgers in de stad zijn aangetroffen.
A.J. van der Aa’s Biographisch woordenboek der Nederlanden (1874) noemt Oostende het ‘proefstuk’ van Spinola, waarin hij bijna de roem van Parma evenaarde:
Niet alleen als krijgsman, maar ook als bestuurder der verwarde geldmiddelen, deed hij, door zijnen rijkdom, krediet en geest van orde in dit beleg aan de aartshertogen de gewigtigste diensten. Zoo stuitte hij de muitzucht, door hare bron, het geldgebrek, te stoppen, en wist zelfs den nijd te doen zwijgen.
Val van Sluis
Spinola kreeg in deze periode ook een persoonlijk verlies te verwerken: zijn broer Frederico sneuvelde in de Slag bij Sluis op 26 mei 1603 aan het hoofd van acht galeien tegen de Staatse viceadmiraal Joost de Moor. Frederico had zich genesteld in Sluis, dat sinds de verovering door Farnese in 1587 een Spaans kapersnest was.
Op 19 augustus 1604, ruim een maand voor de val van Oostende, viel Sluis weer in Staatse handen dankzij een hongerbeleg door prins Maurits. Enkele dagen voor de overgave trachtte Spinola nog vergeefs deze belangrijke havenstad te ontzetten; zijn actie werd gesmoord in bloedige gevechten bij de Coxyschans en de Oostburgse brug. Op 20 augustus trokken de Spaanse troepen en ongeveer 1400 vrijgelaten, vooral Turkse galeislaven de stad uit. Een deel van de uit Oostende geweken bevolking vestigde zich in het bevrijde Sluis.
Na de verovering van Sluis, Aardenburg en IJzendijke wilden de Staten dat Maurits Oostende te hulp schoot, zoals deels ook het plan was geweest dat leidde tot de Slag bij Nieuwpoort (1600), een klinkende Staatse overwinning zonder blijvend effect. Maurits zag er niets in, maar hij kon het bevel niet naast zich neerleggen. Door zijn vertrek naar Oostende te vertragen loste het probleem zich vanzelf op, doordat Spinola de stad al had ingenomen.
Veldtocht in het oosten
Na zijn succes in Oostende ondernam Spinola in 1605-1606 een succesvolle veldtocht in het oosten van de Republiek. Zijn rechterhand was maarschalk graaf van Busquoy, die ook had deelgenomen aan de Slag bij Nieuwpoort en de belegering van Oostende en die nu succes oogstte bij de belegeringen van Wachtendonk, Kasteel Krakau (Cracau) en Rijnberk. Bucquoy verwierf later een heldenstatus in de Dertigjarige Oorlog, maar sneuvelde in Slowakije in 1621.

Tijdens Spinola’s veldtocht kwamen belangrijke grenssteden in Spaande handen, zoals Oldenzaal en Lingen (beide in augustus 1605), die als uitvalsbasis dienden voor verdere acties. Ondanks een overwinning bij Mülheim in hetzelfde jaar slaagde Spinola er niet in om door te stoten naar centrale delen van de Republiek. Wel nam hij in 1606 Lochem en Groenlo in. Een poging tot herovering van Groenlo later dat jaar door Maurits, tijdens diens herfstcampagne, werd afgeslagen.
Spinola’s veldtocht kreeg te kampen met muiterijen. Een beurskrach in Milaan noopte hem zijn opmars te staken. Ook elders deden zich muiterijen voor, zoals bij het Brabantse Terheijden, waar 4000 soldaten in opstand kwamen. Er kwam respijt, toen in april 1607 als aanloop naar het Twaalfjarig Bestand een wapenstilstand met de Republiek werd gesloten. Spinola’s naam als bekwaam generaal stond echter definitief buiten kijf. Een groot deel van Twente en de Achterhoek was weer voor Spanje gewonnen, totdat Frederik Hendrik deze streken in 1626/27 heroverde.

Twaalfjarig Bestand
De onderhandelingen voor het Bestand in Rotterdam en Den Haag werden vanaf 31 januari 1608 aan Spaanse zijde geleid door Spinola. Hij had zodanig geklaagd dat Madrid te weinig geld beschikbaar stelde, dat hem in 1606 verboden was om aan het hof te verschijnen. Een jaar nadien ging koning Filips III failliet, geen noviteit voor de Spaanse kroon. Wegens het chronische geldgebrek pleitte landvoogd Albrecht van Oostenrijk dan ook voor een vrede of tenminste wapenstilstand met de Republiek. Aangezien een meerderheid in de Republiek eveneens voorstander was (Maurits en Zeeland waren tegen), kon op 9 april 1609 in Antwerpen het Bestand worden gesloten.
Tijdens het Twaalfjarig Bestand dreigde na drie jaar toch strijd tussen beide partijen in Duitsland, nadat de keurvorst van Brandenburg het calvinisme had omhelsd. Spinola bezette steden als Aken en Wesel, Maurits nam onder andere Rees in. Om het Bestand niet te schenden vond geen directe confrontatie plaats.

Dertigjarige Oorlog
Tijdens het bestand brak de Dertigjarige Oorlog uit (1618-1648), doordat de protestantse Boheemse adel in opstand was gekomen tegen de Habsburgers. Filips III kwam zijn Habsburgse verwanten te hulp, terwijl Bohemen Frederik V, keurvorst van de Palts, de koningskroon aanbood. In 1620 trok Spinola aan het hoofd van 22.000 man vanuit de Zuidelijke Nederlanden naar de Palts, om de steden van Frederik V te bezetten.

Bergen op Zoom belaagd
In Spanje nam de graaf van Olivares (Gaspar de Guzmán y Pimentel) onder de nieuwe koning Filips IV in 1621 de touwtjes in handen als belangrijkste raadgever. De Zuidelijke Nederlanden kwamen door het kinderloos overlijden van Albrecht van Oostenrijk weer direct onder de Spaanse kroon. Olivares wilde de oorlog krachtig voortzetten. Het Spaanse leger in de Nederlanden werd op sterkte gebracht tot 60.000 man.
Op 18 juli 1622 sloeg Spinola’s man Luis de Velasco y Velasco (Don Velasco) met 20.000 man het beleg voor Bergen op Zoom, nadat eerst Steenbergen was ingenomen. Inname van deze stad moest de toegang tot Zeeland en vervolgens Holland verzekeren. Het moreel van de Spaanse troepen was laag en veel soldaten deserteerden. Bij het naderen van de Staatse troepen liet Spinola op 2 oktober de aftocht blazen. Een dag later trok Maurits onder grote feestvreugde de stad binnen. De buurtschap Spinolaberg op de Brabantse Wal verwijst nog naar de Spaanse belegeringsmacht.

In hetzelfde jaar 1622 liet Spinola het nabije Zandvliet transformeren tot een vestingstadje met zeven bolwerken, ter verdediging van Antwerpen en als uitvalsbasis naar het noorden. Het project kostte zes jaar. Aan het begin van de achttiende eeuw zijn de werken geslecht.
‘Merck toch hoe sterck’
Het beleg van Bergen op Zoom was in de Republiek met ongerustheid gevolgd, en de vreugde over het vertrek van de Spanjaarden was ook buiten het Brabantse groot. We danken hieraan onder meer ‘Merck toch hoe sterck’, een van de bekendste liederen uit de Tachtigjarige Oorlog. De eerste versie dateert uit 1626 en is gepubliceerd in het liedboek Nederlandtsche gedenck-clanck van de Zeeuw Adrianus Valerius. Hierin wordt behalve Don Velasco ook Spinola genoemd:
Die van Oranjen Quam Spanjen aen boord,
Om uyt het velt Als een Helt ’tGewelt te weeren.
Maer also dra Spinola ’theeft gehoord,
Trekt hy flocx heen Op de been met al zyn Heeren.
Beleg van Breda
Het door Maurits in 1604 veroverde West Zeeuws-Vlaanderen (zoals het nu heet) kon Spinola in 1623 ook al niet heroveren. Zijn poging tot inname van het door Simon Stevin tot sterke vesting getransformeerde IJzendijke mislukte.
Voorspoediger verliep het in Breda, de stad die in 1590 door Maurits was veroverd met de beroemde list van het turfschip. Spinola sloeg in augustus 1624 het beleg om deze stad. Ontzetpogingen baatten niet, de intussen oude en zieke Maurits verliet zijn kamp voor Breda in november 1624. Op 5 juni 1625, anderhalve maand na Maurits’ dood op 23 april, gaf Breda zich eindelijk over, na een beleg van meer dan elf maanden. De toestand was er niet zo erg als in Oostende in 1604, maar Breda was toch geteisterd door vele beschietingen, afbraak van huizen en uithongering van het garnizoen en de bevolking.
Maurits’ broer Frederik Hendrik wist van Spinola een eervolle overgave en een veilige aftocht gedaan te krijgen. Spinola’s postume reputatie van hoffelijkheid en mildheid is deels te danken aan het beroemde schilderij De Overgave van Breda van Diego Velázquez, waarop we Spinola zien als hij de sleutels van de stad ontvangt uit handen van de Nederlandse gouverneur van Breda Justinus van Nassau.

Tegenslag op tegenslag
Frederik Hendrik begon in 1626 met zijn neef Ernst Casimir een succesvol offensief, dat Spinola beneden de grote rivieren vastzette. In 1627 viel ook Groenlo weer in Staatse handen. Spinola, inmiddels bankroet, wist ditzelfde jaar vanuit de bijna voltooide vesting van Zandvliet nog diep in Zeeland door te dringen, maar durfde een belegering van Goes niet aan. De verovering van de Spaanse Zilvervloot door Piet Hein in 1628 leverde voldoende financiën voor de Staatse troepen, in tegenstelling tot de belabberde situatie voor het Spaanse leger.
Het tij keerde nu definitief voor Spinola. De gebrekkige financiële steun vanuit Madrid dwong hem om in 1628 naar Spanje te gaan om te pleiten voor vrede, nu er toch niet voldoende middelen voor de strijd ter beschikking kwamen. Olivares keerde zich weer tegen hem en ridiculiseerde Spinola wegens onder meer het verlies van Groenlo. Dit was een regelrechte aantasting van diens eer als gerenommeerd strateeg, grande van Spanje, markies de los Balbases en ridder van het Gulden Vlies. Bovendien kon Spinola fluiten naar terugbetaling van de door hem voorgeschoten miljoenen. Hij besloot niet meer terug te gaan naar de Nederlanden.
Gebroken

Een laatste politieke dolkstoot vanuit Madrid moet zijn einde hebben bespoedigd. Terwijl Ambrogio probeerde Casale (bij Alessandria aan de Po) in te nemen, ontnamen zijn tegenstanders aan het hof onder leiding van Olivares zijn bevoegdheid om op te treden als gevolmachtigde: een nieuwe slag voor zijn eergevoel. Een fysieke en mentale instorting volgde dan ook na het mislukte beleg. Tijdgenoten spraken zelfs van zinsverbijstering en krankzinnigheid. De dood kwam op 25 september 1630 in Castelnuovo Scrivia. Volgens getuigenissen zouden Spinola’s laatste woorden ‘honor y reputación’ (eer en reputatie) zijn geweest.

Opvolging
Spinola liet twee zoons na: Filips, president van de Raad van Vlaanderen in Madrid en Augustijn, kardinaal. Zijn opvolger in de Nederlanden was Hendrik, graaf van den Bergh (1573-1638). Deze was een volle neef van Frederik Hendrik, maar diende in het koninklijke leger. Hij leidde in 1629 met Montecuccoli een inval in de Nederlanden in de richting van Utrecht, met als bedoeling het Staatse beleg van ’s-Hertogenbosch te breken. In 1632 koos Hendrik alsnog de zijde van de Republiek.
Spinola’s hardnekkige tegenstander Olivares kwam in 1643 ten val, nadat zijn centralisatiepolitiek opstanden in Catalonië en Portugal had veroorzaakt. Spinola zelf zal wel nooit hebben vermoed dat de inwoners van het dorp Halsteren zich tijdens carnaval Spinolen noemen, omdat hun dorp net als Spinola in Bergen op Zoom zijn meerdere moest erkennen.
– Petra Groen (red.), De Tachtigjarige Oorlog. Van opstand naar geregelde oorlog 1568-1648. Militaire geschiedenis van Nederland deel I (2013).
– Jan J.B. Kuipers, De Staats-Spaanse linies. Monumenten van conflict en cultuur (3de dr., 2023).
– J. Lefèvre, Spinola et la Belgique (1947).
– Silvia Mostaccio (ed.), Ambrogio Spinola between Genoa, Flanders and Spain (2022).
– Werner Thomas (red.), De val van het nieuwe Troje. Het beleg van Oostende 1601-1604 (2004).
‘Las Lanzas’ en de overgave van Breda in 1625
Tachtigjarige Oorlog – Opstand in de Nederlanden
Alexander Farnese – Hertog van Parma
Olivares (1587-1645) – Vertrouweling van Filips IV
Een vergeefse veldtocht met een hoge prijs
De Beeldenstorm (1566) – Opstand in de Nederlanden
Geschiedenis van de geuzen, een bonte groep rebellen
De onthoofding van de graven Egmont en Horne (1568)