Panoramaschilderingen: bioscopen avant la lettre

13 minuten leestijd
Deel van het panorama over de Slag bij Waterloo. Te zien is de charge van de Franse cavalerie onder leiding van maarschalk Michel Ney.
Deel van het panorama over de Slag bij Waterloo. Te zien is de charge van de Franse cavalerie onder leiding van maarschalk Michel Ney. (CC BY-SA 3.0 - Paul Hermans - wiki)

Overal wordt gevochten, kruitdampen stijgen op uit kanonnen. Troepen in kleurige uniformen rukken op, paarden verpletteren vallend hun berijder en op de achtergrond zijn oorlogskreten en geweerschoten te horen: het panorama van het Belgische Waterloo. Ze bestaan nog en worden ook nu gemaakt: panoramaschilderingen.

Verspreid over Europa kun je alleen al zo’n vijftien klassieke panoramaschilderingen bezoeken, waaronder het Haagse Panorama Mesdag. Deze imposante werken, waartoe speciale rotondes werden gebouwd, zijn echter niet alleen relikwieën uit een ver verleden. In het voormalig Oost-Duitse Bad Frankenhausen schilderde Werner Tübke vijfentwintig jaar geleden een panorama. Dat dit werk tot de verbeelding blijft spreken, was eerder te zien op de rondreizende Parade bij het (mini) Panorama van Amsterdam in een tent. Nadat je op een hydraulisch platform plaatsnam, stond je eenmaal boven gekomen, midden op de oude walletjes. Ook maakt een Koreaans bedrijf propagandistische ‘rondschilderingen’, die onder meer te zien zijn in Rusland, Syrië, Noord-Korea en Irak.

Panorama op het voormalige slagveld in Waterloo
Panorama op het voormalige slagveld in Waterloo (CC BY-SA 4.0 – Bondye – wiki)

Waterloo

Het Panorama van de slag bij Waterloo staat in een kaal glooiend landschap. Het ronde gebouw is wit en heeft een zwart dak. Binnen heeft het platform een ‘dak’ van lichtbruin baldakijndoek dat vanuit het midden als een parasol geplooid afhangt. Pijlen op de vloer geven aan waar Brussel, Charleroi en andere plaatsen liggen. Op het doek is de slag te zien tussen Napoleons troepen en de geallieerden in 1815. De Parijse militaire schilder Louis Dumoulin realiseerde het werk in 1911 in tien maanden tijd, samen met vijf andere kunstenaars, waaronder een dieren- en portretschilder.

Tussen doek en platform is een landschap vormgegeven met wassen beelden (gevallen paarden, soldaten), schuurtjes, geweren en een banier. Vlak voor het doek staan geschilderde, uitgesneden ruiters. Directeur Christophe Delhaise vertelt me tijdens een bezoek dat het panorama jaarlijks honderdduizend bezoekers trekt. Sinds enkele jaren worden er ook geluidseffecten afgespeeld, zodat bezoekers een indruk krijgen van de gevechten tussen infanterie en cavalerie.

We lopen via gangen en een personeelsdeur naar de begane grond en staan bij de onderkant van het doek. We kijken onder de houten stellage door die het voorgronddecor draagt. De onderzijde van de schildering, waar het publiek minder op let, is grover afgewerkt: gezichten zijn amper ingevuld, het landschap heeft een egale kleur. Langs het baldakijn omhoog kijkend is het houten dak te zien, waarin vensters met ribbelglas het invallend daglicht verstrooien.

Drie scènes van het panorama van Einsiedeln, over de kruisiging van Jezus.
Drie scènes van het panorama van Einsiedeln, over de kruisiging van Jezus. 1) De oude stad Jeruzalem, 2) De villa van Jozef van Arimathea, 3) De kruisiging op Golgotha (CC BY-SA 4.0 – Wilrooij – wiki)

Europa

Oorspronkelijk hadden panoramaschilderingen in Europa drie thema’s: oorlogstaferelen, religieuze evocaties, en (exotische) stadsgezichten en landschappen (de Alpen, Calcutta). Een gevarieerde concentratie is te zien in Zwitserland: een veldslag in Luzern, in Thun een zicht op de stad met berglandschap (de oudste nog bestaande, uit 1814) en in Einsiedeln een van de twee religieuze Europese panorama’s: de kruisiging van Jezus. De tweede bevindt zich in het Zuid-Beierse pelgrimsoord Altötting.

De meeste panorama’s verbeelden echter veldslagen, zoals die in het Hongaarse Opusztaszer, Praag, Innsbruck, Moskou, Sebastopol en in het Poolse Wroclaw de Slag om Raclawice (1794). Dit laatste werk werd tijdens het communistische bewind als politiek gevoelig beschouwd. Sinds 1985 wordt het werk in Wroclaw tentoongesteld, in een kenmerkend rond gebouw of rotonde.

Een scene van het Panorama in Wroclaw
Een scene van het Panorama in Wroclaw – Foto: Lex Veldhoen

Faux-terrain

Rotondes waren bioscopen avant la lettre en panoramaschilderingen werden niet zozeer beschouwd als kunstwerk, maar als educatief middel (mensen konden zonder te reizen, kou, hitte of gevaar te ondergaan, andere werelddelen aanschouwen). Het waren nieuwe technische hoogstandjes: een totaalervaring, een illusion complète.

Als uitvinder van het panorama staat de Ier Robert Barker te boek. Hij vroeg in 1787 patent aan en ongeveer een jaar later was het eerste panorama, van Edinburgh, in Londen te aanschouwen. Al snel bouwde Barker een rond gebouw met twee verdiepingen op Leicester Square. Gedurende het vijfenzeventigjarige bestaan van deze rotonde werden ruim honderdtwintig panorama’s getoond; armere mensen konden het panorama tegen gereduceerd tarief van onderaf bekijken.

Robert Barker's panorama van Londen uit 1782
Het panorama van Robert Barker van Londen uit 1782

Vanaf 1827 werd de ruimte tussen platform en schildering erbij betrokken door in het ‘faux-terrain’ voorwerpen te plaatsen. Zelfs het platform werd onderdeel van de voorstelling, vormgegeven als stuurhut of rotsachtig terras. Het werd vrij donker gehouden, terwijl het doek helder verlicht was, waardoor de bezoeker, via een vrij donkere doorgang en trap, verblind door het licht de illusie kreeg buiten te staan.

Vanuit Groot-Brittannië bracht de Amerikaanse uitvinder van de onderzeeër, Robert Fulton, het idee over naar Frankrijk. Door hun grote populariteit en de toename van rotondes gingen de schilderingen door Europa rondreizen; het Panorama van Salzburg was zelfs boven de poolgrens in Noorwegen te zien.

Panorama Mesdag (cc - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)
Panorama Mesdag (cc – Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Verstild zeegezicht

In contrast met Waterloo is de sfeer in Panorama Mesdag sereen. Vanaf een duintop is Scheveningen geschilderd met op het strand platbodems, door paarden in zee getrokken. Geen volgeschilderd oorlogstafereel met verscheurende geluiden, maar een verstild duinlandschap met kalmerend zeegeruis. Op de voorgrond echt duinzand, met netten, manden en ingestoken helmgras, dat vlekkeloos overgaat in de geschilderde achtergrond.

Midden in het paviljoen staat een houten frame met op ooghoogte een cilindervormig glas. Hendrik Willem Mesdag, toen al bekend zeeschilder, ging op een hoog gelegen duin in het frame staan en schilderde de omgevingscontouren op het glas. Eenmaal in de rotonde gaf hij zijn schilders, waaronder de jonge George Hendrik Breitner, staand in het frame aanwijzingen. Er waren ook andere manieren. Zo bouwde Thomas Hornor voor studies van zijn Panorama van Londen (1821) een hutje in een steigerconstructie op de koepel van St. Paul’s Cathedral. Hij sliep er vaak om de fabrieksrook voor te zijn.

Ontwerptekening voor het panorama van Thomas Hornor
Ontwerptekening voor het panorama van Thomas Hornor, gemaakt vanaf de koepel van St. Paul’s Cathedral in Londen

‘Een goed perspectief krijgen is heel moeilijk bij panorama’s’, vertelt Marijnke de Jong, voormalig directeur van Panorama Mesdag, tijdens een bezoek enkele jaren geleden:

Je hebt heel veel verdwijnpunten nodig. Mesdag heeft een beetje gesmokkeld; hij kwam niet goed uit en heeft tussen twee gebouwen in een muurtje langer gemaakt dan het in werkelijkheid was.

In de omloop onderaan het doek, met rondlopende rails en hoogwerker, zijn de huizen aan de onderkant vanwege de verticale doekbolling perspectivisch vertekend geschilderd (trapeziumvormig), wat de bezoeker vanuit ‘het duinpaviljoen’ niet gewaar wordt. In het cafetaria van Panorama Mesdag kijk je via grote ramen uit op de schildering. Met foto’s en doekbespanningen wordt getoond hoe een restauratie is uitgevoerd, waarbij een tweede doek werd aangebracht om het origineel te verstevigen.

Panoroma Mesdag, met in het midden het velum (cc - RCE)
Panoroma Mesdag, met in het midden het velum (cc – RCE)

Alporama en Mareorama

Mede door de komst van ander visueel vermaak verloren panorama’s hun populariteit. Vanaf de jaren twintig van de negentiende eeuw waren dat het Europarama (optische beelden van Europese hoofdsteden), Alporama, Cosmorama (landschappen en historische beelden in reliëf getoond met behulp van spiegels), Georama (de aarde weergegeven op een koepel) en Neorama (panorama van het interieur van een gebouw).

Het populairst was het ‘diorama’, mede ontwikkeld door Louis-Jacques-Mandé Daguerre: op een enigszins transparant doek (33 x 14 meter) werd een landschap met lichtmanipulatie en kleurenfilters eerst ’s nachts getoond en vervolgens bij dag. De bezoekers zaten op een ronddraaiend platform en konden tijdens een kwartier durende show steeds nieuw aangebrachte afbeeldingen op de vier wanden bewonderen. In het Moving Panorama (St. Louis, 1848) voer men de Hudson af (met 1200 meter lang afrollend doek), terwijl een commentator wetenswaardigheden vertelde. Een latere versie trok in de VS ruim twee miljoen bezoekers.

Illustratie van het Mareorama in de Scientific American, 1900
Illustratie van het Mareorama in de Scientific American, 1900
Bij het Trans-Siberian Railway Panorama reden ‘passagiers in luxerijtuigen’ van Moskou naar Peking, langs een gelaagd landschap: vier doeken van uiteenlopende hoogten die met verschillende snelheden voorbijtrokken.

Een hoog Efteling-gehalte bezat het latere Mareorama, tijdens de wereldtentoonstelling in Parijs gebouwd: met zevenhonderd passagiers ‘aan boord van de zeventig meter lange Avenger’, die middels een hydraulisch systeem ‘op de golven bewoog’ reisde men langs twee doeken met zeegezichten, van Marseille naar Yokohama. Acteurs navigeerden het schip en via een rooster zorgde lucht met zeewier voor een koel zeebriesje.

Revival

Het panorama maakte rond 1870 een comeback, beginnend in Duitsland, later in Frankrijk en op wereldtentoonstellingen. Dit kwam mede doordat de doeken werden gestandaardiseerd (15 x 120 meter) zodat ze gemakkelijker konden rondreizen. Betere doeken werden geproduceerd en mooiere rotondes gebouwd in centra van grote steden, in Parijs zelfs een complex met meerdere rotondes, restaurants, cafés en winkels.

Financiering en bouw was na 1850 in handen van speciaal opgerichte ondernemingen. Waren tijdens de eerste periode bijvoorbeeld de Duitse steden nog te klein (Berlijn 150.000 inwoners) om een groot publiek te trekken, op den duur werden in heel Europa distributienetwerken opgezet. Het had nogal wat voeten in de aarde: de doeken waren enkele tonnen zwaar en moesten opgerold – kans op beschadiging – vervoerd worden. Eenmaal versleten werd de achterkant voorzien van een nieuwe schildering of het doek werd in stukken gesneden en in afzonderlijke delen verkocht. De opkomst van de film – plat doek met bewegende beelden: hele veldslagen konden nu chronologisch worden gevolgd – betekende eind negentiende eeuw de voorlopige nekslag voor de statisch geschilderde illusie.

Museum voor het Bauernkriegspanorama van Werner Tübke in Bad Frankenhausen
Museum voor het Bauernkriegspanorama van Werner Tübke in Bad Frankenhausen (CC BY-SA 3.0 – H.Stolze – wiki)

Propaganda

Vanaf het begin dienden panorama’s van veldslagen een propagandistisch doel. Napoleon gaf opdracht ze te schilderen om zijn zegetochten vast te leggen. Eind vorige eeuw liet het DDR-bewind in Bad Frankenhausen een rotonde bouwen, die in 1987 werd geopend. Er moest een schildering komen van de boerenopstand tegen feodale machthebbers in 1525 om het historisch revolutionaire karakter van de DDR aan te tonen, met als voorbeeld het panorama van de Slag om Borodino (1812) bij Moskou. Schilder Werner Tübke wist de opdracht echter met ‘artistieke vrijheid’ naar zijn hand te zetten en maakte een apocalyptische Jeroen-Bosch-achtige allegorie – een theatrum mundi – over het lijden van de mens met als terugkerend thema revoltes door alle tijden heen. In zijn gedetailleerde werkstuk verwerkte hij in twaalf jaar tijd drieduizend figuren, Bijbelthema’s zoals de toren van Babel, en bijvoorbeeld hekserij. Hij legde zo op indrukwekkende wijze een link tussen panorama en eigentijdse schilderkunst.

Realistisch zijn de panorama’s die de Noord-Koreaanse Paekho Trading Corporation momenteel in opdracht maakt: oorlogstaferelen met tanks, kanonnen en soldaten met mitrailleurs, de Noord-Koreaanse leider Kim die het volk heroïsch toespreekt en een metroaanleg; dit alles om heldenmoed en verworvenheden van eigen volk te bezingen.

Alfred Bastien schildert het Congopanorama, België. Onbekende fotograaf, 1912-1913
Alfred Bastien schildert het Congopanorama, België. Onbekende fotograaf, 1912-1913 – Beeld: AfrikaMuseum Tervuren

Congopanorama

In 2025 kwam er onverwachts een oude panoramaschildering boven water, die in schril contrast staat met de hierboven genoemde realistische Koreaanse varianten. Een panorama waarbij de werkelijkheid juist met opzet ‘vertekend’ is. Een gegeven dat zeer goed past in het huidige tijdsgewricht met teruggave van koloniale artefacten, fake news, complottheorieën en AI.

Het AfricaMuseum in het Belgische Tervuren opende november 2025 een tentoonstelling met als titel ‘Het Congopanorama’. Dit op basis van een teruggevonden panorama, dat geschilderd werd nadat twee schilders, Alfred Bastien en Paul Mathieu in 1910 door het ministerie van Koloniën naar de Congo werden gestuurd. Dit mede om het imago bij te stellen, nadat koning Leopold II er genadeloos had huis gehouden. Bastien en Mathieu tekenden en fotografeerden in de omgeving van Elizabethville en Matadi dorpsgezichten, een marktje, soldaten, geketende dragers met ivoor en hout, een havenzicht en (oerwoud)landschappen. Vervolgens maakten zij, teruggekomen en geholpen door anderen, een schildering van 115 meter lang, 15 meter hoog en 3000 kilo zwaar. Op de wereldtentoonstelling in Gent van 1913 werd speciaal hiervoor een cirkelvormig paviljoen gebouwd, met als aanvullende illusie in het midden een ‘faux terrain’ met zand, rotsen, planten, levensgrote figuren van bordkarton, lokale gebruiksvoorwerpen en een opgezette krokodil.

Detail van het Congopanorama
Detail van het Congopanorama – Paul Mathieu en Alfred Bastien

De attractie trok een kwart miljoen bezoekers. Maar er blijkt nogal wat te zijn gedaan aan ‘fotoshoppen avant la lettre’. Zo ontbreken de ketenen van de dragers, zijn olifantstanden weggeschilderd en tonen de voorstellingen een lieflijk markttafereel. Er wordt gevist in de rivier, festiviteiten worden afgebeeld en de kolonisator pronkt met aangelegde bruggen en havens. Zo is een idyllische illusie gecreëerd waarin uitbuiting, onderdrukking, slavernij en verzet worden gemaskeerd en buiten beeld blijven.

Doorgeprikt

Het panorama werd nog eens tentoongesteld in 1935 en daarna opgeslagen in Het Koloniënpaleis in Tervuren, waar Duitsers het met een zaag bewerkten, omdat ze dachten dat er een kanonloop in verpakt was. Vanaf 1950 werd het bewaard in het Legermuseum in Brussel. In 2009 werd het uitgerold voor restauratieonderzoek. In 2022 kwam het doek opnieuw tevoorschijn; daarbij waren twee militaire kraanwagens nodig om het te ontrollen en vervolgens te fotograferen. In totaal werden 830 foto’s gemaakt.

Detail van het Congopanorama - Paul Mathieu en Alfred Bastien
Detail van het Congopanorama – Paul Mathieu en Alfred Bastien

Bij de tentoonstelling in het AfricaMuseum is een verkleinde weergave te zien (15 × 1,5 meter), opgesteld in een halve cirkel. Er zijn nu liedteksten op geprojecteerd, die Congolese dwangarbeiders destijds zongen, zoals: ‘O witte man, de reis is lang!’ of ‘Is dit hun thuisland? We willen niks met hen te maken hebben’. Deze teksten waren opgenomen door een missionaris en een militair, maar tot op heden onvertaald bewaard gebleven. De tekstschrijvers namen de missionaris en militair destijds, zonder dat deze dat wist, in de maling en gebruikten hem als middel om met deze ‘protestsongs’ hun ongenoegen wereldkundig te maken. En dat werkt door, zelfs nu nog, ruim een eeuw later, in de tentoonstelling.

Door het Congopanorama op deze manier nieuw leven in te blazen, wordt de toenmalige koloniale propaganda in Brussel op eigentijdse wijze aan de kaak gesteld en doorgeprikt.

Het Congopanorama is tot eind september 2026 in Tervuren te zien.

Eigentijdse varianten

Tulpenpanorama

Leo van den Ende en zijn panorama
Leo van den Ende en zijn panorama. Foto uit 2003.
Ook in de huidige tijd zijn in Nederland pogingen ondernomen om panoramaschilderingen te realiseren. Zo was gedurende acht jaar een ‘tulpenpanorama’ te zien in Voorhout, bij een voormalig bollenbedrijf. De opdracht kwam van twee lokale initiatiefnemers, die zagen hoe de Bollenstreek in rap tempo haar authentieke karakter verloor. Kunstschilder Leo van den Ende werkte van 1997 tot 2008 aan het werk, elk voorjaar drie maanden, totdat de ruimte weer nodig was voor de opslag van bloembollen. In die periode schilderde hij, één voor één, een miljoen tulpen op een impressionistisch doek van 63 bij 4 meter.

Van den Ende, inmiddels 87, zegt hierover in Voorhout: ‘Mesdag had het gemakkelijker; die hoefde alleen maar zand te schilderen en geen bollenvelden.’ Terwijl hij werkte, kon het publiek in de tot paviljoen omgebouwde ruimte toekijken en iets drinken. ‘Het was een enorme klus, maar ik vond het contact met het publiek erg leuk en was tevreden met het resultaat.’ Hoe actueel het doek was, bleek toen het gereedkwam: het bollenbedrijf moest plaatsmaken voor woningbouw. ‘Helaas had de Keukenhof geen belangstelling om mijn panorama te exposeren; sindsdien ligt het opgeslagen.’

panorama van de Utrechts Heuvelrug nu te zien is
Zoals het panorama van de Utrechts Heuvelrug nu te zien is. Foto Lex Veldhoen

Panorama Utrechtse Heuvelrug

Een idyllisch, sfeervol panorama ontstond in de provincie Utrecht, waar drie kunstenaars in 2013 het initiatief namen met de Utrechtse Heuvelrug als onderwerp. Drie architecten ontwierpen een rond gebouw, maar door geldgebrek werd dit nooit gerealiseerd. Inmiddels is het onzeker of het panorama ooit in volle glorie te zien zal zijn. Wel zijn op landgoed en conferentieoord Sonheuvel in Doorn langs een wandelpad de 33 panelen op halve grootte tentoongesteld.

José Raayman bij de buitenopstelling in Doorn.
José Raayman bij de buitenopstelling in Doorn. Foto Lex Veldhoen.

José Raayman vertelt, staande bij de panelen: ‘Leo Dekker was gevraagd een tijdelijk panorama te maken. Dat vond hij te veel werk, maar het bracht hem wel op het idee om het samen met Heidi Zoestbergen en mij te doen. We hebben er twee jaar lang, op maan- en vrijdagen, aan geschilderd — van 2013 tot 2015. Leo maakte de grote gebaren, ik ben goed in vormen en Heidi deed het fijne werk. We konden werken in het oude, leegstaande stadhuis van Driebergen. De panelen hebben een totale lengte van vijftig meter en zijn 4,30 meter hoog. Eerst schilderden we het ontwerp op een strook op schaal één op tien. Vervolgens rasterden we die schildering, knipten haar op en vergrootten de afzonderlijke vlakken op panelen.’

Van elke gemeente op de Utrechtse Heuvelrug is een markant gebouw opgenomen. (Zie ook de video die werd gemaakt toen nog de hoop bestond dat het panorama in een rotonde zou worden geplaatst.)

https://youtu.be/gPNw_PCIiRM

Walcherse panoramaschilderingen

Een nog triester lot trof de Walcherse panoramaschilderingen van Jo Dumon Tak, die het werk achteraf als zijn levenswerk beschouwt. Het viel ten prooi aan de ‘botte en amateuristische houding’ van de stichting die eigenaar is van het werk. In januari 2026 ontdekte de kunstenaar bij een bezoek aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Vlissingen — waar het werk lag opgeslagen — een stapel uitgesneden doeken en, in een hoek, de vernielde frames waarop zij ooit gespannen waren. Hij vertelt: ‘Toen ik het zag, werd ik witheet van woede. Het is frustrerend en onbegrijpelijk. Zeven van de tien opstellingen zijn vernield. Ik heb er tien jaar lang, één dag per week, aan gewerkt — tot 2020. Het kost zo’n 60.000 euro om nieuwe frames te maken en de doeken opnieuw te spannen. Ik denk dat het uit dommigheid is vernield.’

De panoramaschilderingen van Dumon Tak omvatten tien deelpanorama’s, verdeeld over in totaal 41 panelen. Hij bracht daarin uiteenlopende aspecten en sferen van Walcheren samen: een haven, een duinlandschap, kreken, bossen, Middelburg in de avondzon, een vuurtoren en de boulevard van Vlissingen met hoekige nieuwbouw. De kunstenaar wil het werk nu voor een symbolisch bedrag terugkopen van de stichting om zo alsnog te proberen zijn levenswerk van de ondergang te redden.

Gelukkig is in Den Haag nog altijd het Panorama Mesdag te bewonderen. Maar betreurenswaardig is dat de drie andere Hollandse panoramaschilderingen inmiddels van de aardbodem zijn verdwenen. Dit eigentijdse erfgoed zou bijvoorbeeld niet misstaan in het Nederlands Openluchtmuseum of in het Kröller-Müller museum.

×