Geschiedenis en toerisme kunnen hand in hand gaan. Dat blijkt uit ‘De dageraad van Europa’, een cultuurroute die België, Frankrijk en Spanje doorkruist. De leidraad: historische sites gelinkt aan Franken en Visigoten, twee volkeren die een cruciale rol speelden in de zogenaamde ‘Dark Ages’ van Europa.
Aan de basis van het initiatief liggen drie steden: Doornik in België, Vouillé in Frankrijk en Guadamur in Spanje. Alle drie delen ze een gemeenschappelijk verleden dat teruggaat tot de vijfde en zesde eeuw toen Europa langzaam maar zeker vorm kreeg. In onze kennis over dat tijdperk zitten nog heel wat blinde vlekken. Geschreven bronnen zijn zeldzaam en de volkeren die toen de dienst uitmaakten, de Franken en de Visigoten, lieten weinig tastbare sporen na. Toch valt er nog voldoende te ontdekken zo blijkt uit de haltes langs de cultuurroute.
Doornik

Een van die volkeren waren de Franken die zich in de Scheldevallei vestigden en Doornik als hoofdstad kozen. De Frankische krijgsheer Childerik (437-481) wist er zich halfweg de vijfde eeuw op te werken tot heerser over de Romeinse provincie Belgica Secunda, zeg maar Zuid-België en Noord-Frankrijk. Een bevestiging van de steeds sterkere rol die de Franken speelden in het instortende Romeinse rijk.
De schat van Childerik


Jammer voor Doornik werd de schat echter in beslag genomen door de toenmalige gouverneur van de Spaanse Nederlanden. Vervolgens belandde hij via allerlei omwegen in Frankrijk waar in de negentiende eeuw dieven ermee aan de haal gingen. Tegenwoordig presenteert Doornik zich trots als de eerste hoofdstad van de Merovingen maar daar houdt het ook mee op. Het archeologisch museum waar ooit een bescheiden collectie Frankisch vondsten te zien was, is al enkele jaren gesloten. Zelfs op de locatie van Childerik’s graf , bij de Sint-Brixiuskerk is het zoeken naar een duidelijk spoor. Veel meer dan een schamele gedenkplaat op een huisgevel is er niet te vinden. De bezoeker moet het verder stellen met enkele straatnamen: een Rue Childeric, een Place Clovis en een dichtgetimmerde brasserie ‘Au Roi Childeric’.


Mariemont
Voor tastbare herinneringen aan het tijdperk der Merovingen moet men 60 kilometer zuidelijker zijn. Meer bepaald in de provincie Henegouwen en vlakbij de stad La Louvière. Daar, verborgen in de plooien van het Pays Noir met zijn restanten van koolmijnen en grootindustrie ligt het Koninklijk Museum van Mariemont. Genesteld in een koninklijk landgoed uit de renaissance en omringd door een prachtig landschapspark herbergt het museum een unieke collectie kunstvoorwerpen en archeologische vondsten.

Doornik en Mariemont zijn twee niet te missen haltes op de cultuurroute maar vormen enkel een introductie tot de hoogdagen van het Frankische rijk. Het was namelijk Clovis (466-511), de zoon van de Doornikse krijgsheer Childerik die grootse geschiedenis zou schrijven. Clovis zette het werk van zijn vader voort en slaagde erin een Frankisch rijk te stichten dat een groot deel van West-Europa omvatte. Hij maakte van Parijs zijn hoofdstad en verschoof zo het zwaartepunt van het Frankische rijk verder zuidwaarts. Daar botste hij ten zuiden van de Loire op een ander, machtig volk: de Visigoten.

De Visigoten
Terwijl de Franken oprukten in het noorden was er in Oost-Europa een andere volksverhuizing in gang gezet. Daar verlieten de Visigoten hun woongebied langs de Donau en trokken via Griekenland en de Balkan naar Italië waar ze Rome plunderden. De Romeinse keizer wist hen tot bedaren te brengen door de Visigoten in het jaar 412 toestemming te geven zich in Zuid-Frankrijk te vestigen. Hun eerste hoofdstad werd Narbonne aan de Middellandse Zee. Na de val van het Romeinse Rijk in 476 werd het Visigotische koninkrijk volledig onafhankelijk met Toulouse als nieuwe hoofdstad. Het rijk omvatte toen Zuid-Frankrijk en grote delen van het Iberisch Schiereiland.
Heel lang hielden de Visigoten echter niet stand in Zuid-Frankrijk. Clovis, de leider der Franken zag in de Visigoten zowel een bedreiging als een belemmering voor zijn expansiedrift. Dat de Visigoten het arianisme aanhingen – een christelijke stroming die de Kerk als ketters beschouwde – was voor Clovis een welkom voorwendsel om de confrontatie aan te gaan.
In 507 kwam het tot een gewapend treffen. In de slag bij Vouillé, vlakbij Poitiers, versloeg Clovis de Gotische koning Alarik II, dwong de Visigoten verder zuidwaarts en voegde een groot deel van Zuid-Frankrijk toe aan zijn rijk. De Visigoten trokken zich terug achter de Pyreneeën maar hielden nog enkele eeuwen stand in Septimanië, het kustgebied van Zuidoost-Frankrijk tussen Narbonnen en Nimes.
Poitiers
De slag bij Vouillé in 507 is een belangrijk historisch ijkpunt omdat het de doorbraak van het katholicisme betekende en de Franken West-Europa gingen domineren. Een niet te missen halte dus op de reisroute langs de dageraad van Europa. De pleisterplaats bij uitstek is Poitiers, een stad met een roemrijk verleden en in de zesde en zevende eeuw een kroonjuweel van het Merovingische – Frankische – Rijk.
Hier ook was het dat Karel Martel in 732 een invasie vanuit het islamitische Spanje een halt toeriep. Een twintigtal kilometer ten westen van de stad ligt Vouillé, nu een rustig dorpje waar enkel een paar straatnamen herinneren aan de veldslag. Als troost is er de GRP Vouillé la Bataille, een gemarkeerde wandelroute, 129 kilometer lang, die de valleien ten westen van Poitiers doorkruist en natuurpracht koppelt aan historische locaties.

De wijde omgeving van de stad heeft nog meer trekpleisters te bieden. In het dorpje Civaux, 35 kilometer ten zuidoosten van Poitiers, werd een gigantische necropool uit het tijdperk der Merovingen blootgelegd. Pakweg duizend sarcofagen zijn nog steeds zichtbaar op de site. In het lokale Musée Archeologique komen bezoekers er alles over te weten en krijgen ze tips voor andere verwante bezienswaardigheden in de streek. Bijzonder is de steengroeve van Saint-Pierre de Maillé die in Merovingische tijden uitgroeide tot een belangrijk centrum voor de vervaardiging van sarcofagen.
Visigotisch Spanje
Na hun nederlaag in Vouillé trokken de Visigoten zich definitief terug achter de Pyreneeën. Op het Iberisch Schiereiland verhuisden ze tussen 539 en 554 meermaals hun hoofdstad. Van Barcelona naar Mérida, daarna naar Sevilla, en uiteindelijk naar Toledo. Een stabiel koninkrijk zou het Visigotisch rijk nooit echt worden. In de zesde eeuw speelden er zich meermaals koningsdrama’s af waarbij kroonpretendenten om de macht streden.

Vaak kwam daar ook een haat-liefde verhouding tussen Visigoten en Franken bij kijken. Nu eens gingen hun koningen elkaar te lijf dan weer zochten ze toenadering door hun zonen en dochters uit te huwelijken. Dat alles vanzelfsprekend in de hoop de eigen positie te versterken. Veel resultaat leverde het echter niet op. Franken en Visigoten bleven uiteindelijk tegenstanders.
Ondanks alle interne twisten kende het Visigotisch rijk toch een korte bloeiperiode. In 568 liet hun koning Leovigild zelfs een nieuwe stad bouwen langs de oevers van de Taag, circa 160 kilometer ten noordwesten van Toledo. Recópolis moest de nieuwe hoofdstad van het Visigotisch rijk worden maar zou de inval van de Moren niet overleven. Wat rest zijn enkele schamele ruïnes op een heuvel boven het dorpje Zorita de los Canes. In een modern infocentrum wordt de geschiedenis uit de doeken gedaan.

Guadamur
Toen in 589 de Visigotische koning Reccared zich bekeerde tot het katholicisme kwam er ook een einde aan de religieuze verdeeldheid in het rijk. In de zevende eeuw beleefde het koninkrijk zijn hoogtepunt. De kunst bloeide, vooral in de bouw van kerken en steden. Beeldhouwkunst en edelsmeedkunst ontwikkelden zich sterk. Een illustratie daarvan is de beroemde schat van Guarrazar. Als bij toeval werd die halfweg de achttiende eeuw ontdekt in een wijk van het stadje Guadamur, een tiental kilometer ten noorden van Toledo.
Het ging om een collectie van niet minder dan vijfentwintig prachtig versierde votiefkronen, ooit door Visigotische koningen geschonken aan de kerk van Toledo. Guadamur is nu een slaperig provinciestadje maar archeologisch onderzoek wees uit dat op de vindplaats van de schat ooit een belangrijk koninklijk paleis en bijhorend religieus centrum stonden. Bij de komst van de Moren in 711 werden de kerkschatten in allerijl verborgen om pas meer dan duizend jaar later terug gevonden te worden. In het informatiecentrum van Guadamur wordt het hele verhaal verteld en de site van de archeologische opgravingen kan op afspraak bezocht worden.

Guadamur is ook de eindhalte van de cultuurroute in het spoor van Franken en Visigoten. Een route die de schijnwerpers richt op een al te lang verborgen tijdperk en garant staat voor een boeiende trip in een ver verleden. Wie snakt naar meer kan de website van de organisatie A l’Aube de l’Europe raadplegen.
De Merovingen, van drieste veroveraars tot ‘vadsige koningen’
Visigotisch Spanje
In het spoor van een vergeten volk: de Visigoten
Al-Andalus: het Spanje der Moren
Tristan en Isolde. Als liefde passie wordt…
Richard Leeuwenhart – Engelse koning
Unieke ontdekking: middeleeuwse bouwtekening gevonden op houten plank