Dark
Light

De ontdekking van André Hazes (1959)

Hazes. Het ware levensverhaal – Bert Hiddema
Auteur:
9 minuten leestijd
Het allereerste tv-optreden van André vond plaats in de AVRO Weekend Show, op 3 oktober 1959. De achtjarige André zingt het lied Droomschip, op voorspraak van komiek/entertainer Johnny Kraaijkamp (zittend rechts). (Foto Anefo, Henk Lindeboom)
Het allereerste tv-optreden van André vond plaats in de AVRO Weekend Show, op 3 oktober 1959. De achtjarige André zingt het lied Droomschip, op voorspraak van komiek/entertainer Johnny Kraaijkamp (zittend rechts). (CC BY-SA 3.0 nl - Henk Lindeboom / Anefo)

Zaterdagavondkoorts

Op een foto in de Panorama van 1959 staat het gezin broederlijk bijeen. Onder de gezellige schemerlamp zitten een vriendelijke vader, een lieve moeder en om hen heen vier bloedjes van kinderen: Rob, Willy, André en Arie. Op en top gelukkig.

‘Hij wordt getroffen door iets ongehoords, een oerzuivere jongensstem.’

Dreetje wordt ontdekt op 5 mei 1959 in de Albert Cuypstraat als hij daar zingt om genoeg geld te verdienen voor een mooi schort voor zijn moeder, die de volgende dag jarig is. Op Bevrijdingsdag zijn de scholen dicht en is heel Nederland vrij, het is dus druk op de markt. Zijn geliefde stek is tussen de sokkenkraam van Sjaak en de aardappelboer, schuin voor de horlogewinkel van de firma Bonewit, die Amsterdam bestookt met sensationele reclames voor polshorloges met secondewijzers en datumaanwijzing voor minder dan een tientje.
‘Jij zingt zo een paar piek bij elkaar,’ moedigt de aardappelboer hem aan.
Het ziet zwart van de mensen als Dré met bonzend hart op een kistje klimt naast een uitstalling van meloenen en druiven. Hij is gekleed in een ribfluwelen korte broek en op z’n Amerikaans hangt er een geruite bloes overheen die keurig tot de nek toe is dichtgeknoopt. Eerst durft hij zich niet te laten gaan, hij aarzelt om te beginnen. Het is rommelig en lawaaiig en de markt wordt bezocht door een publiek dat hij niet kan thuisbrengen. Maar gesterkt door de groenteman die achter hem staat en hem stilzwijgend aanmoedigt, sluit hij zijn ogen en vergeet de hele wereld. Vlak voor hem valt een stilte. In een vlaag van moed waagt hij het erop.

Zijn repertoire bestaat uit twee liedjes: de tophit Diana van Paul Anka en het prachtige Piove (Ciao ciao Bambino) van Domenico Modugno, dat een grote hit is in heel Europa en in Nederland op de plaat is gezet door Willy Alberti. De teksten bedenkt hij zelf, als ze maar echter dan echt klinken. Diana (‘Oh… please, stay with me, Diana’) zingt hij in een soort Amerikaans dat zo redelijk klinkt dat voorbijgangers stil blijven staan en steeds meer publiek het met hem mee gaat neuriën. De eerste koperen centen belanden in een hoedje dat omgekeerd voor hem op straat staat. Piove brengt hij met Napolitaanse overgave in een Italiaans van eigen vinding. Geen woord is goed, behalve dat ene waar alles om draait: piove, regen.

AVRO Weekend Show met Johnny Kraaijkamp (Lindeboom, Henk / Anefo)
AVRO Weekend Show met Johnny Kraaijkamp (1959)(Lindeboom, Henk / Anefo)
De van de Bilderdijkkade afkomstige Johnny Kraaijkamp, die jaren eerder als jongetje glansfoto’s van zichzelf liet maken als Neerlands jongste jongenssopraan en kortgeleden met Rijk de Gooyer heel Nederland veroverde met de onverbiddelijke hit We zijn twee eenzame cowboys (‘de Veluwe is onze prairie…’), wandelt met zijn vrouw over de markt om de sfeer alvast op te snuiven. Die avond moet hij hier voor een duizendkoppige menigte een keur van topartiesten aankondigen. Ineens verdwijnt het geroezemoes en kan Kraaijkamp, gepokt en gemazeld in het vak, een speld horen vallen. Hij wordt getroffen door iets ongehoords, een oerzuivere jongensstem. Johnny, ooit zelf een sopraan uit de Kinkerbuurt die de harten stal van alle moeders, blijft stokstijf staan.
‘Moet je dat eens horen,’ zegt zijn vrouw Rim enthousiast tegen hem.
‘Sssst!’ wordt er rondom gesist.
Door de haag van toeschouwers kan Kraaijkamp zelfs op zijn tenen staand niet ontwaren wie de zanger is. Des te meer geniet de televisiester als hij zich handig op z’n Mokums naar voren weet te werken en een jochie in het vizier krijgt dat daar met een onovertroffen Jordanese flair een Italiaans liedje ten gehore staat te brengen.

Het jochie oogst een gul applaus. Zelfs vanuit opengeschoven ramen gooien toeschouwers geld naar beneden. Het regent muntstukken op straat, iedereen helpt met zoeken.
‘Daar kan je wel twee schorten voor kopen!’ juicht de aardappelboer.
‘Én een toeter en een muts,’ weet Jaap Abcouwer, die er ook bij staat te glunderen.
Van de marktkooplieden krijgt Dré een hele rits met geschenken: sokken, basketbalschoenen, kleren, pantoffels, eten en drinken, zelfs een briefje van tien. Kraaijkamp vraagt aan het jochie waarom hij op straat staat te zingen. Wanneer Dré, goed van de tongriem gesneden, heeft uitgelegd dat hij van de opbrengst een mooi cadeau voor zijn moeder wil kopen, draait de artiest zich om en vraagt aan het publiek:

‘Moeten we hem vanavond laten zingen?’

De toeschouwers op straat en de vrouwen die uit de ramen hangen, gillen: ‘Jááá!’

André zingt 'Piove' met Caterina Valente.
André zingt ‘Piove’ met Caterina Valente. Bron: Delpher.nl, De Telegraaf, 21-11-1959
Die avond wordt het grote feest gehouden waar de mensen al wekenlang niet over uitgepraat raken, en niet alleen in de buurt. Er staat een grote kar van Heineken op de markt. Van heinde en verre komen de toeschouwers om Rita Corita met haar hit Koffie, koffie, lekker bakkie koffie, zangeres Rita Reys, die in Amerika heeft gezongen met de Jazz Messengers, en de ‘grande tenore Napolitano’ Willy Alberti te horen. Ze worden aangekondigd door Neerlands grootste televisiester: Johnny Kraaijkamp. Ook in de Gerard Doustraat is de showavond, die drommen toeschouwers uit heel Amsterdam en ver daarbuiten aantrekt, het gesprek van de dag.
‘Ik werk er ook,’ zegt André trots thuis.
‘Jij?’
‘Ja, ikke.’
‘Geen sprake van,’ bitst zijn vader, die duidelijk geen tegenspraak duldt. Terwijl zijn vrouw de blijdschap van haar gezicht veegt, grauwt hij vals: ‘Jij blijft mooi thuis!’
Weerloos kijkt André naar zijn moeder, die een gezicht trekt waaruit hij kan opmaken dat hij van haar wel mag gaan. Dus wordt pa die avond met een list naar het café geloodst, zodat Dré op de markt voor een groot publiek zijn Piove kan zingen.

‘Zalle we hem op de televisie laten zien?’ vraagt Kraaijkamp die avond aan de menigte op de Albert Cuyp, die ontroerd naar het kleine kereltje staat te kijken.
‘Jaaa!’ brullen ze eensgezind.
Dré is de ster. Het ziet zwart van de juichende mensen. Andrés vader, die op het nippertje nog even is gaan kijken, komt net te laat om te kunnen aanschouwen voor welk wereldwonder de mensen zich zo laten gaan. Kraaijkamp heeft tot zijn voldoening al snel geconstateerd dat het tenorgeluid van de jongen zo goed voor in de mond ligt dat hij niet bang hoeft te zijn dat zijn stem zal breken als hij de baard in de keel krijgt. Zijn stem zal even gaaf blijven. Hij stopt het bijna achtjarige jongetje een briefje in de hand om zijn vader toestemming te vragen voor een optreden in Avro’s Weekendshow, die Kraaijkamp op zaterdagavond, primetime, presenteert.

Zijn vader wilde ooit zelf artiest worden, maar kwam nooit verder dan een armzalig nummer met ballonnetjes dat nooit goed lukte. Na de oorlog bedacht hij een act waarbij Willy in een klein koffertje moest kruipen. Helaas zette zijn dochtertje een geweldige groeispurt in, zodat zij al snel niet meer in het koffertje paste, waarna vader nog een blauwe maandag de oubollige clown uithing, voor hij roemloos ten onder ging in een gezamenlijk nummer met zijn buurman.

AVRO Weekend Show, de 8 jarige André Hazes zingt "Droomschip" met Johnny Kraaijkamp
AVRO Weekend Show, de 8 jarige André Hazes zingt “Droomschip” met Johnny Kraaijkamp (CC BY-SA 3.0 nl – Henk Lindeboom / Anefo)
Vader Hazes denkt eerst dat het briefje dat hij in zijn handen gedrukt krijgt een uitnodiging inhoudt voor zijn oudste zoon Joop, die kortstondig furore maakte als de nieuwe zanger van het Nederlandse lied en voor His Master’s Voice in 1957 een single had gemaakt met Moeder, wanneer mag ik mee en op de achterkant Meisje doe die kauwgom uit je mond (‘want dat is vreselijk ongezond’). De plaat doet niets, naar horen zeggen werd hij weleens gedraaid op de Vlaamse radio. In 1958 probeerde hij het nog eens met de single Jopie, met op de achterkant Boefje. Weer een flop. Het was afgelopen met Joops zangcarrière.

Vader houdt angstvallig de boot af en vraagt bedenktijd, omdat hij zijn zoon nog veel te jong vindt om artiest te worden. Als hij de teleurstelling ziet op gezicht van het jochie en zijn vrouw maar blijft morren, strijkt hij met de hand over zijn hart. Prompt krijgt André opdracht om zijn succesnummer met hem te perfectioneren in de voorkamer. Willy:

‘Die ouwe, die zelf helemaal niet kon zingen, ging met André oefenen. We hadden een tussengordijn, daar stonden ze achter. Joop, Rob en ik stonden in de tussenkamer te luisteren en te lachen.’

Piove wordt er letterlijk en figuurlijk ingeramd. Steeds opnieuw zet zijn vader de plaat op en moet André het liedje meezingen, maar nooit kan hij het goed doen en al na een paar noten krijgt hij telkens een enorme ram voor zijn kop, zodat hij nauwelijks meer durft.

Vader luistert uiterst kritisch en blijft snauwen dat het helemaal naar niks lijkt: ‘Joop kan veel beter zingen.’ Na veel vijven en zessen toont Hazes zich ‘niet ontevreden’ (applaus vanuit de tussenkamer) en krijgt André toestemming om op televisie op te treden. Omdat het seizoen bijna voorbij is en het programma al is volgeboekt, vindt het televisiedebuut van André pas vijf maanden later plaats.

‘Heel televisiekijkend Nederland is getuige van zijn optreden, want er is maar één net’

Op zaterdagavond 3 oktober 1959 wordt de show uitgezonden. Zijn moeder gaat niet mee naar de studio en thuis durft ze niet te kijken. Ze weet zeker dat alles mis zal gaan en ook zijn vader ziet er op het allerlaatste moment tegenop en heeft geen zin om vrij te vragen van zijn werk.
Na de repetities valt André uitgeput in slaap. Zijn televisieoptreden verloopt perfect. Met presentator Kraaijkamp zingt hij Piove en in zijn eentje Droomschip. Hij draagt een geruite blouse, een korte broek en z’n nieuwe basketbalschoenen, die hij nog niet eerder heeft mogen dragen. Hij is zo trots als een pauw. Hij. Een ster!

Met Johnny, dat mag hij zeggen, aan zijn voeten, staat hij te zingen. In z’n zondagse kleren. Met om hem heen vijf mooie vrouwen die je alleen maar in films ziet.
‘In de Amsterdamse haven ligt een droomschip op de ree, en een Amsterdamse jongen droomt van reizen overzee.’
Droomt hij echt? Maar het absolute hoogtepunt van de avond vindt hij het bezoek aan de kantine bij de studio, helemaal als hij mag uitkiezen wat hij wil eten:
‘Een uitsmijter met ham.’
‘Wil je ook nog een toetje?’ vragen ze als hij hem op heeft.
Een jongen als André heeft altijd honger. Geen tel hoeft hij na te denken: ‘Doe me nog maar zo’n uitsmijtertje.’ En hij negeert het verbaasde gezicht van Kraaijkamp als hij eraan toevoegt: ‘Met ham.’

De jonge Andre Hazes en Johnny Kraaykamp: Droomschip

Heel televisiekijkend Nederland is getuige van zijn optreden, want er is maar één net. André heeft geen flauw idee hoe intens de buurt met hem meeleeft als hij op de televisie verschijnt. De meeste mensen hebben geen toestel en gaan kijken bij buren of familie hoe hun Dré het eraf brengt. Bij de melkboer in de Eerste Jan van der Heijdenstraat wordt er gebeden dat Rutecks, het cafetaria op de Ceintuurbaan, niet begint te storen met zijn elektrische apparatuur, zoals op woensdagmiddag steevast gebeurt tijdens het kinderprogramma Dappere Dodo. Ook de snackbar van Tante Boontje puilt uit, maar niemand er kan een hap door de keel krijgen. Na afloop blijft het nog lang druk op de stoep. De halve straat hangt nakaartend uit het raam.

De volgende ochtend wordt André wakker gemaakt door zijn tweeënhalf jaar jongere broertje Arie, die met een flesje prik bij Bontje tv heeft gekeken. Hij feliciteert hem breed lachend :

‘Je was hartstikke mooi gisteravond. Echt, hartstikke mooi.’

Hazes - Bert Hiddema
Hazes – Bert Hiddema
Zijn vader had hem voor de afwisseling niet helemaal afgekraakt toen hij gisteravond werd thuisgebracht met een Amerikaanse slee. Glimlachend valt Dré weer in slaap. Natuurlijk krijgt hij een beetje kapsones. Er komt fanmail.
‘Hele pakken,’ zegt zijn moeder trots. Kinderen komen hem thuis bezoeken, schoolkranten willen hem interviewen. In de klas is hij een held; meisjes willen met hem spelen. Jongens gedragen zich jaloers, maar hij hoeft minder te vechten. Hij mag klaar-over worden. De artikelen over hem uit de kranten en de Panorama komen in het plakboek van broer Joop, die na zijn mislukte zangcarrière is gaan varen.

Zijn vader steekt Drés honorarium in zijn zak en verzuipt het zonder er iets van te zeggen.

Boek: Hazes. Het ware levensverhaal – Bert Hiddema

Anno 2023, bijna twintig jaar na zijn dood, staat André Hazes met zesendertig liedjes in de Nederlandstalige Top 1000. De zanger blijft onverminderd populair. In een nieuwe biografie, getiteld Hazes, het ware levensverhaal (Just Publishers), vertelt schrijver en biograaf Bert Hiddema het uitgebreide verhaal van de man die als jongen op de markt werd ontdekt en uitgroeide tot één van Nederlands’ grootste artiesten. Bovenstaande fragment is afkomstig uit dit boek.
×