Een land met vele namen
“Zeus is namelijk gisteren vertrokken naar de Oceaan voor een maaltijd bij de voortreffelijke Ethiopiërs, alle goden vergezelden hem; Homerus, Ilias, 1.423 (vertaling Ben Bijnsdorp, https://benbijnsdorp.nl/ilias01.html#1,413)
“Ik begrijp niet wat het voor zin heeft om nutteloze problemen te leren oplossen, rapen af te trekken van rapen, of te weten waar Ethiopië ligt of hoe je februari spelt. Norman Juster, The Phantom Tollbooth
Ethiopië doet veel westerse lezers denken aan twee tegenstrijdige dingen: hongersnood en exotisch eten. Aan de ene kant roept de naam beelden op van oorlog, uitgehongerde vluchtelingen, conflicten en gebrek. Aan de andere kant lijkt het alsof bijna elke grote stad in Europa en Noord-Amerika minstens één en vaak meerdere Ethiopische restaurants heeft met tot de verbeelding sprekende namen als De Rode Zee, De Blauwe Nijl, Seba, Lalibala of Aksum en (om The Simpsons te citeren) ‘Haile Delicious’ food.
Zoals zal blijken, schuilt achter deze namen en deze beelden het verhaal van een eeuwenoud land, de thuisbasis van talloze volkeren, talen en religies.

Ethiopië ligt in wat gewoonlijk de ‘Hoorn van Afrika’ wordt genoemd, een schiereiland in de vorm van de hoorn van een neushoorn die uitsteekt in de Arabische Zee en de Indische Oceaan. In de Hoorn van Afrika liggen verschillende landen: Sudan, Zuid-Sudan, Kenia, Somalië, Djibouti en natuurlijk Ethiopië en Eritrea.
In de loop der eeuwen is de politieke kaart herhaaldelijk opnieuw getekend, voornamelijk door de activiteiten van lokale volkeren, maar in recentere tijden door koloniale beslissingen of interventies van grootmachten. Talloze bloedige oorlogen zijn daarvan het gevolg geweest. Op hetzelfde moment dat ik deze woorden schrijf, woeden er conflicten binnen en tussen verschillende staten in de regio. Dankzij haar ligging op het kruispunt van Afrika en het Midden-Oosten (West-Azië), met zeeroutes die Oost-Afrika, India en Oost-Azië met elkaar verbinden, is deze regio sinds mensenheugenis een plaats geweest waar culturen, religies en de materiële producten van langeafstandshandel elkaar ontmoeten. Sinds het begin van de christelijke jaartelling stroomden goederen en ideeën via zowel de Middellandse Zee als de Indische Oceaan de havens binnen. In sommige perioden werden zelfs producten uit het verre China geïmporteerd.
Verschillende geleerden, met name de socioloog Jack Goody van de Universiteit van Cambridge, hebben Ethiopië getypeerd als ‘geografisch binnen het continent Afrika gelegen, maar cultureel erbuiten’. Of om een recente studie over zwartheid in de Griekse oudheid aan te halen: ‘in Afrika, maar niet van Afrika’. Omdat de Ethiopiërs de ploeg gebruikten, een schrift hadden, het christendom aannamen en een ‘feodaal’ systeem van landeigendom hanteerden, lijkt Ethiopië de ideale casestudie voor een vergelijking met middeleeuws Europa. Er vinden dan ook steeds vaker paneldiscussies over Ethiopië plaats op mediëvistiekconferenties, nu het idee van een ‘mondiale middeleeuwen’ zich verder ontwikkelt en uitbreidt.
De eerste Afrikaanse bekeerling
Toch wordt Ethiopië door velen juist gezien als hét Afrikaanse land bij uitstek. In de meeste Engelse vertalingen van de Hebreeuwse Bijbel wordt Ethiopië minstens vijfenveertig keer genoemd. Toen Europese missionarissen zich in de negentiende eeuw over Afrika verspreidden, werd de ‘Ethiopische eunuch’, die in het Bijbelboek Handelingen (8:26-39) voorkomt als de eerste Afrikaanse bekeerling tot het christendom, een inspiratiebron in het hele continent. Lokale gelovigen die het paternalisme en racisme van de zendingskerken beu waren, richtten overal in Afrika door Afrikanen geleide ‘Ethiopische’ kerken op.

Daarnaast vervulde het relatief succesvolle Ethiopische verzet tegen het kolonialisme, dat culmineerde in de overwinning op de Italianen in de Slag bij Adwa in 1896, de Afrikanen met trots, of ze nu in de diaspora of op het continent zelf woonden. In een tijdperk van grootschalige koloniale verovering en wereldwijde discriminatie tegen mensen van Afrikaanse afkomst werd Ethiopië gezien als een baken van vrijheid en onafhankelijkheid. De betrekkelijk korte fascistische bezetting van het land, van 1935 tot 1941, deed weinig af aan deze reputatie.

Een andere krachtige manifestatie van de ‘Afrikaansheid’ van Ethiopië was de oprichting van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid in mei 1963, in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba, met tweeëndertig lidstaten. Deze organisatie werd in juli 2002 ontbonden, maar was toen al vervangen door de Afrikaanse Unie, een continentale organisatie met vijfenvijftig lidstaten, die net als haar voorganger haar hoofdkantoor in Addis Abeba heeft.
Wat zegt een naam precies?
Elke uiteenzetting over het vroege Ethiopië moet eerst een aantal kwesties omtrent terminologie, geografie en identiteit ophelderen. Door de eeuwen heen is het gebied van de Hoorn van Afrika aangeduid met uiteenlopende termen, waaronder India (Hind), Abessinië (Habash), Koesj en natuurlijk Ethiopië. In mijn boek citeer ik herhaaldelijk bronnen die met een van deze namen naar het gebied verwijzen. Ik heb geprobeerd de verwarring tot een minimum te beperken en geef in alle gevallen uitleg over het gebruik van de term. Hieronder volgt een eerste toelichting.
Koesj en Aithiopía
De term Koesj (K’š(i)), die de regio ten zuiden van Egypte aanduidt (bij de tweede cataract van de Nijl), duikt bijna drieduizend jaar geleden voor het eerst op in oude Egyptische inscripties. Van daaruit vond de term zijn weg naar talloze oude talen, waaronder het Midden-Babylonisch, Meroïtisch, Perzisch, Syrisch, Arabisch, Hebreeuws en Gә’әz (Ethiopisch). De Hebreeuwse Bijbel bevat talrijke vermeldingen van Koesj of Koesjieten, en de term ‘Koesj’ (vaak ook gespeld als Cusj of Cusch) kan naar verschillende locaties verwijzen. Al in Genesis 2:13 lezen we: ‘En de naam van de tweede rivier is Gihon; die is het die rond heel het land Cusj stroomt’ (HSV). Terwijl Ethiopische exegeten en sommige traditionele Joodse bronnen hebben beweerd dat hiermee de Nijl is bedoeld, menen anderen dat dit, gezien de bredere context, moet verwijzen naar de Vruchtbare Halvemaan en het oude Mesopotamië.

Op andere plaatsen, met name in het Bijbelboek Esther 1:1, lijkt de term te verwijzen naar de uiteinden van de aarde: ‘Het gebeurde in de dagen van Ahasveros – hij is de Ahasveros die regeerde van India af tot Cusj toe over honderdzevenentwintig gewesten’ (HSV). Vaak verwijst Koesj echter naar een Nubisch koninkrijk dat langs de Nijl ten zuiden van Egypte lag en van 747 tot 656 v.Chr. van bijzonder belang was voor Bijbelse auteurs. Tijdens deze periode regeerden heersers die oorspronkelijk afkomstig waren uit wat nu Sudan is over Egypte als onderdeel van de 25e dynastie, en zij speelden een rol in de wereldpolitiek van die tijd.
In Jesaja 37:9 lezen we: ‘Op datzelfde moment hoorde de Assyrische koning echter dat koning Tirhaka van Ethiopië op het punt stond hem met een leger (vanuit het zuiden) aan te vallen’ (Het Boek). Toen de Hebreeuwse Bijbel in het Grieks werd vertaald, werd het Hebreeuwse Koesj vertaald met het Griekse Αἰθιοπία (Aithiopía), dat in elk geval in deze tekst alle ambiguïteiten erfde die ook aan de Hebreeuwse term kleefden.
De Griekse term aithiops – ‘vuurgloed’ of ‘verbrand gezicht’ – duidt Afrikaanse volkeren aan als mensen met een donkerdere huidskleur dan de Grieken. Hoewel sommige geleerden, onder wie de schrijver en wetenschapper J.R.R. Tolkien, menen dat het hier een etiologische verklaring betreft, laat ik de oorsprong van de term hier verder terzijde.

Onder wetenschappers bestaat brede overeenstemming dat passages over Aithiopía of Aithiopíanen in de klassieke literatuur – of het nu gaat om Homerus’ ‘feilloze Aithiopiërs’ of Herodotus’ ‘zeer grote, zeer mooie en zeer lang levende mensen’ – noch verwijzen naar het moderne Ethiopië noch naar de hooglandvolkeren die de voorouders zijn van de huidige bewoners van het Ethiopische plateau. De term kon feitelijk gebruikt worden voor willekeurig welk gebied in Afrika, specifiek voor de regio ten zuiden van Egypte en zelfs voor nog verder weg gelegen plaatsen. Net als in de Bijbel werd de term gedurende een groot deel van de geschiedenis veelvuldig gebruikt als een aanduiding voor Nubië.
India
In het klassieke Grieks en Latijn kon de term ‘India’ verschillende geografische gebieden aanduiden. Uiteraard werd er vaak het Indusbekken mee aangeduid. Maar in de loop der jaren en als gevolg van de opdeling van verre gebieden in drie verschillende rijken – Groot-India, Klein-India en Midden-India – kwamen die termen te staan voor een hele reeks locaties, waaronder niet alleen het Indiase subcontinent en de gebieden van de Indusvallei, maar ook landen rond de Rode Zee, zoals Zuid-Arabië, Somalië en Ethiopië.
Hoewel auteurs in de oudheid zich al heel vroeg (in de tweede eeuw v.Chr. of eerder) bewust waren van het onderscheid tussen wat wij tegenwoordig India zouden noemen en Arabië of Ethiopië, bleef men de aanduiding ‘India’ opmerkelijk hardnekkig ook in bredere zin gebruiken. Vanaf de vroegste verslagen over de introductie van het christendom in de Hoorn van Afrika tot de komst van de Portugezen meer dan duizend jaar later behield de term die brede verwijzing. In de fascinerende verhandelingen over Ethiopische christenen die Rome bezochten en daar verbleven, werden zij over het algemeen aangeduid als Indianen. Voor iedereen die de ontstaansgeschiedenis kent van de aanduiding ‘Indianen’ voor de inheemse Amerikanen of Eerste Naties, zal deze verwarring niet als een verrassing komen. Het door elkaar halen van de twee gebieden in de oudheid lijkt verband te houden met hun ligging aan de uiterste grenzen van de bekende wereld, met de grote rivieren (de Nijl en de Ganges) die erdoorheen stroomden, en met de donkere huid van de bewoners, de handel in exotische specerijen en de aanwezigheid van ‘ongewone’ dieren, met name olifanten, in beide oorden.

Abessinië (Gә’әz: Ḥabäśa; Arabisch: al-Ḥabäša)
Abessinië heeft twee verschillende betekenissen: (1) tot halverwege de twintigste eeuw werd het gebruikt als synoniem voor het christelijke koninkrijk ‘Ethiopië’, en (2) het is tevens een benaming voor de overwegend christelijke en Semitischsprekende bevolking van de Ethiopische hooglanden en Eritrea. Zelfs tot op heden noemen Noord-Ethiopiërs en Eritreeërs die een van de Semitische talen van deze landen spreken zichzelf Habashat.
De term ‘Abessinië’ is afgeleid van het Arabisch, maar gaat mogelijk terug tot het tweede millennium v.Chr. en het hiëroglyfische Egyptisch. Hoewel sommigen beweren dat de stam al-Ḥabäša in het klassieke Arabisch verwijst naar een verzameling of ‘mengeling’ van mensen en werd gebruikt om de multi-etnische/meertalige aard van het land te beschrijven, is dit vrijwel zeker (net als het ‘verbrande gezicht’ bij Aithiopía hierboven) een secundaire etymologie.
De Ethiopiërs
Hoewel ik met dit alles in gedachten alternatieve titels voor mijn boek heb overwogen, zoals De Habesha of zelfs De Abessiniërs, vond ik uiteindelijk alleen de titel De Ethiopiërs duidelijk genoeg voor een modern lezerspubliek. Ik ben me echter pijnlijk bewust van de vraagstukken die deze titel oproept. Ook moet ik meteen vermelden dat er andere bekende boeken met dezelfde titel bestaan, waaronder twee opmerkelijke werken van de gerenommeerde Britse wetenschappers Edward Ullendorff en Richard Pankhurst. Zoals Christopher Clapham scherpzinnig heeft opgemerkt, roept de ogenschijnlijk vanzelfsprekende term ‘De Ethiopiërs’ complexe vragen op:

Vertaling: Ruud van de Plassche
Haile Selassie, de laatste keizer van Ethiopië
De Italiaanse nederlaag bij Adwa (1896)
De koningin van Seba en de Ark van het Verbond
Hoe Mussolini Ethiopië veroverde (1935-1936)
Hoorn van Afrika – Ligging en herkomst van de naam