Biologielessen op Hitlers scholen

7 minuten leestijd
erfelijkheidsleer schoolplaat
Detail van een schoolplaat van Alfred Vogel waarop de erfelijkheidsleer van de nazi’s wordt uitgelegd aan de hand van de bloemenwereld. (USHMM)
In Van kinderwieg tot soldatengraf beschrijft Kevin Prenger hoe het onderwijs in nazi-Duitsland bijdroeg aan de indoctrinatie van de jeugd. Alles wat Duitse kinderen op school leerden, moest in het belang zijn van de Volksgemeinschaft. Kritisch denken en vrije creativiteit werden afgeremd, leerstof die niet aansloot bij de nationaalsocialistische wereldbeschouwing werd verboden. Het resultaat was dat leraren nog maar weinig invloed hadden op hun lesstof, ze moesten doceren wat hen via handleidingen, nieuwe lesboeken en dictaten werd opgedragen. Hiervan afwijken, kon leiden tot ontslag of zelfs tot vervolging en opsluiting in een concentratiekamp.

Hieronder volgt een fragment uit Prengers boek over het biologieonderwijs tijdens de naziperiode. De tekst is gepubliceerd in het teken van het thema ‘Natuurlijk’ van de Week van de Geschiedenis 2025. Met name rassenkunde ging in de biologielessen een prominente rol spelen. De in de tekst genoemde Amerikaan Gregor Ziemer is de hoofdpersoon uit het boek. Hij was journalist en in de jaren dertig directeur van de Amerikaanse school in Berlijn. Over zijn ervaringen met het nazi-onderwijs schreef hij het boek Education for Death.

Overleven van de sterksten

Nazididactici stelden in het biologieonderwijs het overleven van de sterksten als natuurlijk proces centraal. Kinderen moest geleerd worden dat alleen de sterken zouden overwinnen, waarbij de natuur als voorbeeld werd gesteld voor het Arische ras en de Duitse natie. Gregor Ziemer zag dit tijdens een les voor jongens jonger dan tien op een school in Berlijn in de praktijk gebracht door een leraar in nazi-uniform die trots het IJzeren Kruis droeg. Na de les met een ‘Heil Hitler’ begonnen te zijn, besprak de man de veldstudie van een dag eerder. Hij legde uit dat ze overal in de natuur het Führerprincipe en niet de democratie in de praktijk hadden gezien.

Biologie, Nationalsozialismus und neue Erziehung
 
De sterken domineerden de zwakkeren. Hij prees de soldatenmieren die hun taken uitvoerden zonder vragen. Ook binnen Hitler-Duitsland was soldaat zijn de hoogste professie. Een kraai die achterna werd gezeten en gepikt door kleinere vogeltjes vergeleek de leraar met de Luftwaffe die een vijand verdreef die ‘luid, een dief en sluw’ was.

In het door de Nederlandse lerares Ada Kersbergen aangehaalde boek Biologie, Nationalsozialismus und neue Erziehung uit 1933 wordt verkondigd dat het in de biologielessen onder andere behoorde te gaan over ‘behoud en vermenigvuldiging van het erfelijke bezit van ons ras als de hoogste verplichting tegenover toekomstige generaties’. Leerlingen dienden ervan doordrongen raken dat ze zich ‘opofferingsgezind’ in dienst moesten stellen ‘van het hele volk als de superieure biologische eenheid’. Ook moesten ze leren over de ‘verbondenheid van ras en bodem’. Behalve het opdoen van kennis van de dieren- en plantenwereld, moesten ze ook inzicht krijgen ‘in het ontstaan, wezen en beteekenis van de rassen van het Duitsche volk’.1

Gregor en zijn dochter Patsy waren getuige van een les waarin een leraar de verbondenheid van ras en bodem en opofferingsgezindheid samengebracht. Onder lestijd verzorgden jongens in de schooltuin tomatenplanten, terwijl hun leraar uitleg gaf over ‘de heiligheid’ van de Duitse bodem, die heel Duitsland voedde. De man legde de leerlingen uit hoe Engeland, Frankrijk, Polen en de Sovjet-Unie na de Eerste Wereldoorlog Duitse grond hadden gestolen. ‘De Führer zou echter alles terughalen,’ doceerde hij…

…maar elke Duitse jongen zou hem moeten helpen om gereed te zijn om een goede soldaat te worden en op een dag zal de grond het thuis zijn van de soldaat als hij begraven wordt in een eregraf.

Bloedzuiverheid

In biologielessen werden ook erfelijkheidsleer en rassenhygiëne behandeld. ‘Geen enkele jongen, en geen enkel meisje mag de school verlaten, zonder zich tot zijn diepste wezen bewust te zijn van de noodzaak en het karakter der bloedzuiverheid’, schreef Hitler in Mein Kampf. Gregor Ziemer volgde op een school in Hamburg een les rassenkunde waarin de leraar zijn klas, waarin slechts jongens zaten, waarschuwde voor seksuele relaties met meisjes die geen pure Ariërs waren. Hij gaf voorbeelden van hoe rassenvermenging naties verzwakte, waarbij hij onder meer verwees naar de Europese Russen die zich vermengden met Aziaten met een gele huidskleur en de Engelsen met Joden.

Speciaal uitgegeven schoolplaten illustreerden de nationaalsocialistische rassen- en erfelijkheidsleer. Zo was er een uit twee delen bestaande plaat van uitgeverij F.E. Wachsmuth uit 1933 met daarop de verschillende ‘Duitse rassen’, van het Noordse tot het Dinarische. Elk ras werd met drie illustraties weergegeven, steeds met een zij- en vooraanzicht van het hoofd van een man en een zijaanzicht van het hoofd van een vrouw. Het Noordse ras werd met de volgende kenmerken beschreven: ‘rijzig, slank, langhoofdig, smal gezicht, smalle neus, golvend haar’. De haarkleur werd omgeschreven als goudblond, de ogen blauw tot grijs en de huid roze-wit. In het onderwijstijdschrift Schulwart werden de platen aangeprezen als een ‘uitstekend hulpmiddel bij de introductie van de rassenleer van het Duitse volk’.2

Schoolplaat van Alfred Vogel uit een leerboek over rassenkunde uit 1938.
Schoolplaat van Alfred Vogel uit een leerboek over rassenkunde uit 1938. De illustratie toont de uitroeiing van de zieken en zwakken in de natuur. (USHMM)

Ziel van het ras

Schooldirecteur Alfred Vogel uit Baden was de ontwerper van enkele in 1938 in boekvorm uitgegeven platen die kinderen moesten overtuigen van de superioriteit van het Germaanse ras. Op een van zijn illustraties stonden portretfoto’s van zowel blonde Duitse als donkerharige Joodse jongens en meisjes van verschillende leeftijden met daaronder de spreuk: ‘uit het gezicht spreekt de ziel van het ras’. De titel van een andere van zijn platen luidde: ‘Duitse cultuurwaarde als spiegelbeeld van de rassenziel’. Deze moest aantonen hoeveel toonaangevende mensen Duitsland had voortgebracht.

Eronder afgebeeld stond een wereldkaart met vanuit Duitsland pijlen naar de achternamen van historische Duitse kunstenaars, uitvinders, dichters, denkers en wetenschappers. Genoemd werden onder meer Bach, Mozart, Beethoven, Siemens, Benz, Daimler, Röntgen, Luther, Kant, Schopenhauer en Copernicus. Prominente Joodse Duitsers, zoals natuurkundige Albert Einstein, dichter Heinrich Heine en componist Felix Mendelssohn, bleven onvermeld.

Schoolplaat van Alfred Vogel die de verschillen moest tonen tussen de gezichten van Duitse en Joodse kinderen.
Schoolplaat van Alfred Vogel die de verschillen moest tonen tussen de gezichten van Duitse en Joodse kinderen. (Library of Congress)

Euthanasie

Leraren namen hun leerlingen mee op excursie om de lesstof beter te laten beklijven. Zo vergezelde Gregor Ziemer eens een basisschooldocent die met zijn klas het museum voor volkerenkunde in Berlijn bezocht. Hier waren diorama’s te zien van verschillende volkeren achter glas. Er werd extra stilgestaan bij de Germaanse volkeren uit het verleden. De leraar, die fier zijn partijspeldje droeg, vertelde dat deze stammen als eerste cultuur en bestuur in Europa hadden gebracht. Er was volgens hem een directe lijn van hen naar de Führer.

Günther Roos, een Hitlerjongen uit Brühl, bezocht met zijn school een expositie in Karlshalle die in het teken stond van de eugenetica. ‘Hier kregen we foto’s te zien van dikke, kwijlende idioten’, herinnerde hij zich.

Tekstpanelen beschreven de enorme hoeveelheden die deze schepsels elke dag aten, de enorme bedragen die het kostte om elk schepsel elk jaar te verzorgen, en hoe instinctief ze waren.3

Kinderen met het downsyndroom in Heilanstalt Schönbrunn, 1934
Kinderen met het downsyndroom in Heilanstalt Schönbrunn, 1934 (CC BY-SA 3.0 – Bundesarchiv – wiki)
Voor Günther en zijn medeleerlingen was de boodschap duidelijk: zowel voor deze mensen zelf als voor de samenleving was het beter als ze zouden sterven. Ze leerden dat het een vorm van naastenliefde was om hen uit hun lijden te verlossen.

Günther keek in schoolverband daarom ook naar de speelfilm Ich Klage an uit 1941 waarin dezelfde boodschap werd verkondigd. Het filmverhaal draaide om een professor die voor moord wordt aangeklaagd nadat hij zijn ernstig zieke vrouw met haar instemming heeft geëuthanaseerd door haar een overdosis medicijnen toe te dienen. Zijn handelen werd in de film voorgesteld als een daad uit liefde. ‘Het gaat hier niet om mij,’ luidde de tekst van de echtgenoot in zijn slotpleidooi voor de rechtbank, ‘maar over de honderdduizenden hopeloos lijdende mensen wier leven we tegen de natuur in moeten verlengen en wier kwellingen we daarmee op een onnatuurlijke manier in stand houden.’ De dood van ‘deze wezens’ was volgens hem…

…voor henzelf een verlossing en voor de mensheid de bevrijding van een last.

Fragment uit de film Ich Klage an

https://youtu.be/RuKsy6L6FcA

Niet hij moest aangeklaagd worden, maar degenen die dit lijden lieten gebeuren.4 Dat ‘euthanasie’ in nazi-Duitsland werd gepleegd zonder instemming van de slachtoffers en hun familie en dat het lijden van de slachtoffers heel subjectief werd beoordeeld, werd in de film verzwegen.

Rupsen

Van kinderwieg tot soldatengraf
 
Basisschoolleerlingen verzorgden onder lestijd ook zijderupsen, die werden gekweekt voor de productie van zijde voor parachutes voor het leger. Overal in Duitsland werden moerbeibomen geplant omdat alleen de bladeren van deze boom gegeten worden door de rups. Meermaals per dag moesten leerlingen op pad om verse bladeren te plukken en regelmatig maakten ze het verblijf van de rupsen schoon zodat zich geen ziektekiemen konden verspreiden. Jan Mohnhaupt, schrijver van Dieren in het Derde Rijk, benadrukt dat kinderen meteen een lesje in de raszuiverheid kregen: ‘De scholieren leren hoe je de verschillende rupsenrassen kunt onderscheiden en dat je ze nooit mag vermengen’. En:

Een gezonde teelt lukt alleen, zo heeft de leraar hun geleerd, als je alle zieke en zwakke exemplaren vroegtijdig verwijdert.5

Noten

1 – Kersbergen, pp. 26, 27.
2 – Ina Uphoff, ‘Schoolplaten in dienst van de nazipropaganda’, Lessen, pp. 16, 17.
3 – Rüther, p. 67.
4 – Giesen & Hobsch, p. 335.
5 – Jan Mohnhaupt, Dieren in het Derde Rijk, p. 73.
×