De pest verspreidde zich ook eenvoudig via de Hanze

6 minuten leestijd
Schilderij van een Portugees koggeschip, door Charles Dixon
Schilderij van het Portugese koggeschip 'Cardinal', door Charles Dixon
Bij uitgeverij Omniboek verschijnt deze week De Hanze. Opkomst en ondergang van een machtig handelsverbond. Hierin beschrijft Dick Harrison de geschiedenis van het machtige middeleeuwse handelsnetwerk – waarvan ook Nederland en België deel uitmaakten – en de wereld waarin het ontstond, floreerde en uiteindelijk weer ten onder ging. Op Historiek plaatsen we een fragment over het boek over een ongenode ‘gast’ die meekwam met de handel: de pest.

De pest

Op dat moment voer er een kogge uit Engeland, en er waren veel mensen aan boord. Het schip meerde aan in de haven van Bergen en een deel van de lading werd gelost. Toen stierven alle mensen op het schip. Zodra de goederen van dit schip de stad binnenkwamen, stierf de bevolking van de stad. Daarna overspoelde de pest Noorwegen en veroorzaakte hij zoveel verwoesting dat nog geen derde van de mensen in het land het overleefde. De Engelse kogge zonk met al zijn goederen en lijken, en hij werd niet geborgen. Verschillende andere schepen zonken of dreven rond.

En dezelfde plaag verspreidde zich over Hjaltland [Shetland], de Orkney-eilanden, de Zuideilanden [Hebriden] en de Faeröer. Het was typerend voor de pest dat mensen niet langer dan één of twee dagen met hevige pijn leefden. Hierna begon het bloedige braken en daarmee ging ook de geest zijn weg. Deze pest nam ook aartsbisschop Arne en alle kruisbroeders van Nidaros weg, met uitzondering van een man genaamd Lodin, die het overleefde. En hij hield verkiezingen, waarbij hij abt Olav van Nidarholm tot aartsbisschop benoemde. Bisschop Thorstein van Bergen stierf, evenals bisschop Guttorm van Stavanger. Bisschop Hallvard van Hamar stierf op dat moment ook. Deze plaag kwam niet naar IJsland.

De bovenstaande passage over het jaar 1349 is te vinden in een IJslands geschrift genaamd Lögmanns-annáll (‘De annalen van een rechter’, waarschijnlijk vernoemd naar een rechter die de tekst in de zeventiende eeuw in zijn bezit had). Het is geschreven door priester Einar Hafliðason en is gebaseerd op mondelinge verslagen van landgenoten die waren teruggekeerd uit Noorwegen, onder wie de bisschoppen Orm van Hólar en Gyrðir Ívarsson van Skálholt.

De beschrijving wordt vaak aangehaald in verslagen over de Zwarte Dood in de veertiende eeuw, en het is gemakkelijk te begrijpen waarom. De schrijver had kennisgenomen van ooggetuigenverslagen. Bovendien legt hij zorgvuldig uit welke geestelijken het slachtoffer zijn geworden van de pest, en deze details kunnen in andere bronnen worden gecontroleerd en geverifieerd.

Tyskebryggen ("De Duitse Kade"), een reeks Hanze-handelshuizen in Bergen.
Tyskebryggen (“De Duitse Kade”), een reeks Hanze-handelshuizen in Bergen. (CC BY-SA 2.5 – Nina Aldin Thune – wiki)

De pest die tussen 1347 en 1352 door Europa trok en die in Bergen met zoveel afschuw werd opgemerkt, werd in zijn eigen tijd de ‘grote dood’ genoemd. De namen waren in alle landen vergelijkbaar: pestilentia magna in het Latijn, grosse sterfde, de grote dod en ain gemainer sterb in Duitsland, la gran mortalitat in Frankrijk, grande morìa in Italië. De term ‘Zwarte Dood’, die tegenwoordig beter bekend is, verscheen voor het eerst in de zestiende eeuw, allereerst in Zweden en Denemarken, en verspreidde zich vervolgens naar de buurlanden.

Een jong Europa

Als we over middeleeuwse plagen lezen, moeten we in gedachten houden dat de dood als zodanig een tastbaarder en actueler fenomeen was dan nu het geval is. De gemiddelde mens werd niet oud. Uit onderzoek van skeletten die gevonden zijn tijdens opgravingen van begraafplaatsen, bijvoorbeeld op Helgeandsholmen in Stockholm, blijkt dat de gemiddelde levensverwachting voor volwassen mannen rond de 45 jaar lag, voor vrouwen 42 jaar. Dat de vrouwen gemiddeld korter leefden kwam doordat veel van hen tijdens een bevalling stierven. Als we de dode kinderen in de statistieken meetellen, daalt de gemiddelde levensverwachting van de mannelijke Stockholmers tot 34 jaar, en die van vrouwen tot 29 jaar.

Middeleeuws Europa was een jong Europa. Hieruit volgt dat mensen over het algemeen niet op dezelfde soort levensloop rekenden als wij vandaag de dag. De mensen wisten dat het leven pijn deed, dat de gevaren talrijk waren en dat ziekten konden toeslaan wanneer je die het minst verwachtte. Het perspectief was korter, de carrières gingen sneller. Dat politiek actieve mensen niet zelden overhaast lijken te hebben gehandeld, is mede hieraan te wijten. Ze wisten dat ze bijna geen tijd hadden en handelden dienovereenkomstig.

Begrafenis van pestslachtoffers in Doornik
Begrafenis van pestslachtoffers in Doornik, circa 1353

Maar dit alles verbleekt als we lezen over de pestepidemieën. Daarmee stapte de dood in alle ernst door de deur. Nog nooit zijn in ons deel van de wereld zoveel mensen gestorven, en in zo’n afschuwelijk tempo, als tijdens de plagen die zich vanaf het midden van de veertiende eeuw over Europa verspreidden. Tot een paar jaar geleden was de identiteit van de ziekte het onderwerp van terugkerende wetenschappelijke controverses, maar dankzij onderzoeken uit 2010 en 2011 weten we dat het inderdaad een ziekte was die werd veroorzaakt door de pestbacterie Yersinia pestis.

De rattenvlo (Xenopsylla cheopsis) na een bloedmaaltijd. Dit type vlo is de voornaamste vector bij de overdracht van de Yersinia pestis.
De rattenvlo (Xenopsylla cheopsis) na een bloedmaaltijd. Dit type vlo is de voornaamste vector bij de overdracht van de Yersinia pestis.
Analyses van DNA- en eiwitresten in skeletten gevonden in massagraven, onder meer in Londen, hebben overtuigend bewijs opgeleverd. Door tanden te onderzoeken slaagden de onderzoekers erin toegang te krijgen tot het genetisch materiaal van de bacterie, waaruit bleek dat de middeleeuwse Yersinia pestis slechts in geringe mate verschilt van de stammen die nog steeds in omloop zijn.

In de eerste fase van de epidemie werden de bacteriën verspreid via vlooienbeten. Vlooien zuigen het bloed van knaagdieren op en infecteren die met de ziekte. Het enige knaagdier in Europa dat dicht genoeg bij mensen leefde om de pest via vlooien naar ons te verspreiden, was de zwarte rat, wiens rol als indirecte verspreider aanzienlijk moet zijn geweest. Een paar dagen na de vlooienbeet ontwikkelde zich een groot en pijnlijk abces, meestal in de lies of oksel, vandaar de naam builenpest. De ziekte leidde vaak tot de dood, in wel 60 tot 80 procent van de gevallen. Als de infectie rechtstreeks in de bloedbaan terechtkwam, was het verloop van de ziekte zo snel dat abcessen geen tijd hadden om zich vóór de dood te ontwikkelen. De bacteriën konden ook naar de longen worden getransporteerd en hevig hoesten veroorzaken, waardoor de infectie in de lucht terechtkwam, met als gevolg dat omstanders besmet raakten. Dit resulteerde in een longpest, met bijna 100 procent sterfte. De longpest doodde zijn slachtoffers echter zo snel, meestal binnen twee dagen, dat slechts een beperkt aantal andere mensen besmet kon worden.

(…)

De Hanze - De belangrijkste Hanzesteden en –routes (CC BY-SA 3.0 - Doc Brown - wiki)
Overzichtskaart van het in 1356 officieel opgerichte Hanzeverbond, dat ongeveer tweehonderd steden omvatte. (CC BY-SA 3.0 – Doc Brown – wiki)

Hanzesteden

De pest verspreidde zich ook over de Nederlandse Hanzesteden. Uit gegevens over de sterfte in zeven kloosters in de omgeving van Groningen en in het Friese taalgebied blijkt dat de sterfte in de jaren 1350-1351 zeer hoog was. Van Deventer, waar de epidemie in de zomer van 1350 toesloeg, hebben we nog beter bronnenmateriaal. In het necrologium van het Sint-Lebuinus-kapittel is te lezen dat er gemiddeld één sterfgeval per jaar was, maar in het jaar 1350 stijgt het aantal naar 52, met een sterke concentratie in de periode juni-augustus.

In een document gepubliceerd door de bisschop van Utrecht op 12 januari 1351 verwijst hij naar een dodelijke epidemie (epydimie seu mortalitatis) in Zwolle. Voor West-Friesland en het graafschap Holland is het beeld vergelijkbaar: alle bronnen getuigen van een hoge sterfte. Het eeuwenlange werk van de Hollanders op het gebied van het uitgraven en droogleggen van wetlands kwam lange tijd tot stilstand. Vooral in nieuw gekoloniseerde noordelijke gebieden, zoals de Veluwe, werd de achteruitgang duidelijk.

De Hanze - Dick Harrison
 
Ook de voor de Hanze commercieel belangrijke steden en provincies van het huidige België kregen het zwaar te verduren. Veel landgoederen en dorpen in Henegouwen en Vlaanderen werden getroffen. In het centrale en zuidelijke deel van Henegouwen stierven in de jaren 1349 en 1350 gemiddeld vijf keer zoveel mensen per maand als in de jaren 1358-1359. Ook de kerkelijke documenten uit Brugge tonen een ramp. Het Sint-Janshospitaal in de stad verloor zijn volledige staf van artsen en verpleegsters, en de algemene sterfte schoot omhoog. De sterfte in het ziekenhuis tussen mei 1349 en mei 1350 lijkt ongeveer 31 procent te zijn geweest. Ook in Gent, de grootste stad van Vlaanderen, was de sterfte in 1349 en de daaropvolgende jaren hoger dan gebruikelijk. In Dowaai stierf een derde van de aldermen in de stad tijdens de pestjaren, en de bronnen wijzen op soortgelijke scenario’s in Ieper, Rijsel en Sint-Omaars. Ook daaropvolgende epidemieën in de tweede helft van de veertiende eeuw troffen de steden hard. Zo verklaarde de abt van het Sint-Bertinklooster in Sint-Omaars in september 1361 dat ‘de pest dag na dag aanviel en grote ziekte en sterfte veroorzaakte’.

×