Week van de koloniale geschiedenis
Dark
Light

Orkney: Picten, Vikingen en het christendom (?-1065)

test
18 minuten leestijd
Zicht op een klif van een van de Orkneyeilanden
Zicht op een klif van een van de Orkneyeilanden (CC0 - Pixabay - dmccreight)

Orkney is een archipel iets ten noorden van Schotland, waar in de Middeleeuwen Pictische vorsten de scepter zwaaien en waaraan de Romeinse overheersing voorbij gaat. Dat geldt niet voor de Noorse Vikingen die lange tijd over Orkney regeren. Orkney wordt een zelfstandig graafschap tegen het eind van de negende eeuw waarna het nog tweehonderd jaar zal duren eer de kerstening ervan is voltooid.

Pictish Orkney

Lang heeft het beeld bestaan van het oude Orkney als een magische wereld waarin een apart ras leeft, de Picten. Zij zijn kort van stuk, niet groter dan pygmeeën die zich tooien met tatoeages, vandaar hun naam, Picti. Hedendaagse historici beschouwen de Picten die rond het jaar 800 wonen in wat nu Schotland is, als een typische barbaarse samenleving zoals die ook elders worden aangetroffen in Noordwest-Europa. Orkney is dan waarschijnlijk een redelijk welvarend gebied, rijk aan vruchtbare grond, gecultiveerd gedurende vele honderden jaren. Veeteelt is intensief en ook wordt gejaagd op herten om hun vlees en geweien. Bomen zijn vrijwel afwezig en dus is er ook geen timmerhout, maar de aanwezigheid van uitstekend steenmateriaal maakt veel goed als het gaat om woningbouw en men heeft de beschikking over turf als brandstof. En natuurlijk, de zee is alomtegenwoordig en voorziet de Picten van een overmaat aan verse vis, terwijl op de rotsen vogels en hun eieren voor het oprapen zijn.

Beeld van Pythéas aan de gevel van het Beursgebouw in Marseille (Fr.) (CC BY-SA 3.0 - Rvalette - wiki)
Beeld van Pythéas aan de gevel van het Beursgebouw in Marseille (Fr.) (CC BY-SA 3.0 – Rvalette – wiki)
Het is Pytheas van Massalia (Marseille) die rond 325 v.Chr. de noordelijke Atlantische Oceaan bevaart en daarvan verslag doet in zijn boek Over de oceaan (Περί του ωκεανού)1, waarvan fragmenten bewaard zijn gebleven. Het is niet duidelijk hoe noordelijk hij is gekomen. Misschien zelfs tot IJsland, maar in elk geval memoreert hij de plaats Orkas als het meest noordelijke puntje van Engeland, waarmee hij wellicht Duncansby Head aanduidt.

Later, nadat de Romeinse generaal Agricola in de jaren 80-84 zijn veldtocht onderneemt richting Britannia, verschijnt er op een kaart van Ptolemeus de plaatsnaam Orcades. De naam Orkney stamt dus uit een zeer vroege periode en wellicht is de term Orc afkomstig uit het Keltisch dat varken of zwijn betekent. Deze verwijzingen doen oude geschiedschrijvers vermoeden dat de macht der Romeinen zich uitstrekte tot in Orkney. Tacitus, de schoonzoon van Agricola, meent dat Orkney in het jaar 84 is ontdekt en onderworpen, een bewering die echter met een korrel zout moet worden genomen. Dat neemt niet weg dat Orkney in contact zal hebben gestaan met de Romeinen die in Britannia dan heer en meester zijn tot aan de muur van Hadrianus. Vondsten van Romeinse munten en andere voorwerpen wijzen daarop.

Neolithische opgraving bij Skara Brae
Neolithische opgraving bij Skara Brae – Foto: Willem Peeters

Skara Brae is een nederzetting uit het Neolithicum gelegen aan de westkust van Mainland, het belangrijkste eiland van de Orkney archipel. In 1850 wordt deze nederzetting door een hevige storm uit het zand bevrijd en is gedateerd op een ouderdom van 3100-2500 v.Chr.. Een ander overblijfsel uit de neolithische periode van Orkney zijn de Stones of Stenness op Mainland, het grootste eiland van de archipel.

Stones of Stenness
Stones of Stenness – Foto: Willem Peeters
Skara Brae is ooit betiteld als een Pictisch dorp in Orkney, maar het is beslist onjuist om de inwoners uit de neolithische periode Picten te noemen. Deze benaming verschijnt pas voor het eerst in geschriften van de Romeinen aan het eind van de derde eeuw die alle volkeren ten noorden van de muur van Hadrianus Picten noemen. Maar dat Orkney dan onderdeel is van een Pictisch koninkrijk op het vasteland van Schotland, is daarmee niet gezegd. Wel is het zo dat er in de zesde eeuw koningen heersen over Orkney die onderhorig zijn aan de Pictische heersers op het vasteland.

Als in 561 de missionaris Columba Ierland verlaat en zich vestigt op Iona om van daaruit het christendom te verspreiden onder de Pictische heidenen, bezoekt hij koning Bridei mac Máelchú, koning der Picten, die een Orkney-koning in gijzeling heeft genomen, wat erop wijst dat Bridei de eilandengroep heeft veroverd. In de literatuur wordt over Bridei gesproken als rex potentissimus, terwijl de Orkney-koning regulus wordt genoemd waarmee diens ondergeschiktheid wordt benadrukt.

Het zal niet de laatste keer zijn dat Orkney wordt aangevallen door de Picten, een volk dat te boek staat als oorlogszuchtig en waarvan de elite zich graag als zodanig afficheert, getuige een afbeelding op een steen van de Brough of Birsay, een klein eilandje ten westen van Mainland. Ook in 580, rond 680 en in 709 valt Orkney ten prooi aan de aanvalsdrift van de Pictische koningen en gaandeweg wordt Orkney geïntegreerd in het Pictische rijk. Deze relatief late integratie heeft overigens als consequentie dat in Orkney de kerstening veel later tot stand komt dan op het vasteland. Een kerstening die net als elders in Europa leidt tot een innige verstrengeling van de belangen van monarchie en kerk. Koninklijke steun bevordert massale bekering en maakt de kerk een kapitaalkrachtig instituut door de schenking van landgoederen. Anderzijds wordt de macht van de koning gelegitimeerd door de goddelijke autoriteit.

19e-eeuwse illustratie van Sint Columba's bekering van koning Bridei, door William Hole
19e-eeuwse illustratie van Sint Columba’s bekering van koning Bridei, door William Hole (CC BY-SA 3.0 – wiki)

De geboorte van het graafschap Orkney

Koning Harald I van Noorwegen, ook bekend als Harald Fijnhaar, regeert vanaf het eind van de negende eeuw over Noorwegen, een conglomeraat van kleine rijkjes die door Harald worden samengevoegd. Dat gaat niet zonder slag of stoot, maar in de beslissende slag van Hafsrfjord (ergens tussen 880 en 900) bij Stavanger krijgt Harald de overhand en veel van zijn tegenstanders nemen de wijk naar IJsland, Orkney, Shetland, de Hebriden en Faeröer om van daaruit rooftochten te ondernemen in Europa. Daarbij laten zij het rijk van Harald niet ongemoeid en dus besluit de koning om de Vikingen van de eilanden te verjagen.

Pagina uit de 'Orkneyinga Saga' in een veertiende-eeuws kopie
Pagina uit de ‘Orkneyinga Saga’ in een veertiende-eeuws kopie
In de Orkneyinga Saga2, een historisch-mythische vertelling over de jarls (graven) van Orkney, rond 1200 geschreven door een onbekende IJslandse chroniqueur, wordt verhaald over de veroveringstocht van Harald waarbij hij behalve Orkney, Shetland en de Hebriden ook het Isle of Man in bezit neemt. Tijdens zijn tocht overlijdt een zoon van een van zijn vazallen, graaf Rognvald van Møre en als genoegdoening schenkt Harald aan Rognvald Orkney en Shetland. Niet van plan om daar te blijven draagt Rognvald de eilanden over aan zijn broer Sigurd, bijgenaamd de Machtige, die beschouwd wordt als de eerste in een rij van graven die zeshonderd jaar over Orkney de scepter zullen zwaaien.

De eerste aanvallen der Vikingen op de Britse eilanden dateren van het eind van de achtste eeuw, maar onduidelijk is of Orkney dan ook geplaagd wordt door de Noorse heidenen. De Orkneyinga Saga zwijgt daarover en ook over eventuele plunderingen in de honderd jaar tot de tocht van Harald wordt niets vermeld over Viking-aanvallen op Orkney. Andere vertellingen spreken elkaar tegen en omdat in deze sagen vrijwel nooit dateringen voorkomen, is het erg lastig sommige gebeurtenissen te plaatsen in de tijd. Zo bestaat er onduidelijkheid over de rol van Ketill Platneus, een Viking-leider die leefde in de negende eeuw, aan wie diverse rollen worden toegeschreven.

De Noren landen in IJsland in het jaar 872
De Noren landen in IJsland in het jaar 872 – Schilderij van Oscar Wergeland

In de Eyrbyggja Saga, een IJslandse vertelling over de bewoners van Eyr, een nederzetting halverwege de noordkust van IJsland, is het niet Harald, maar Ketill die in opdracht van de Noorse koning de expeditie aanvoert naar de Schotse eilanden. Hij verovert de Hebriden en beschouwt ze als een persoonlijk bezit.

Pagina uit het Landnámabók
Pagina uit het Landnámabók
Maar in de Laxdela Saga, eveneens afkomstig uit het noorden van IJsland, is Ketill een van de Vikingen die vlucht voor de tirannie van Harald. Ook het IJslandse Landnámabók (Boek der Landname) verhaalt van Ketill. Het beschrijft Haralds tocht zoals de Orkneyinga Saga dat doet, maar na zijn vertrek maken Vikingen, Schotten en Ieren zich meester van de eilanden, wat Harald doet besluiten een heroveringsexpeditie op te tuigen onder aanvoering van Ketill.

Al deze verschillende interpretaties van de rol van Ketill stroken echter niet met de beschrijving uit de Orkneyinga saga van een veldslag die graaf Sigurd de Machtige tijdens een veroveringstocht op het vasteland voert tegen de Schotse graaf Mælbrigte, bijgenaamd Slagtand vanwege een grote uitstekende tand. En Mælbrigte, zo luidt het verhaal, wordt bijgestaan door Thorstein Ólafsson de Rode, een kleinzoon van Ketill. Het lijkt waarschijnlijk dat Ketill Platneus geen rol heeft vervuld aan de zijde, of tegen Harald Fijnhaar, maar al voor de stichting van het graafschap Orkney actief is geweest in de Schotse regio.

Overigens verslaat Sigurd zijn tegenstander, hakt hem het hoofd af dat hij aan zijn zadel hangt, schaaft zich vervolgens aan de ‘slagtand’ waardoor hij bloedvergiftiging oploopt en komt te overlijden.3 Diens zoon Guthorm volgt hem op en regeert gedurende een winter, waarna hij kinderloos sterft. Hallad, de zoon van Rognvald van Møre, wordt naar de eilanden gestuurd om orde op zaken te stellen, maar is geen partij voor de Deense Vikingen die Orkney en delen van het vasteland plunderen. Hij doet afstand van zijn titel jarl en keert terug naar Noorwegen als een gewone landeigenaar, wat hem volgens de Orkneyinga saga tot een mikpunt van spot maakt. Rognvald houdt familieberaad waarbij hij zijn zoons een grote toekomst voorspelt. Maar uiteindelijk zadelt hij Torf Einarr, een kind verwekt bij een van zijn slavinnen, op met de taak om de Schotse eilanden te heroveren. Einar wordt benoemd tot jarl en uitgerust met slechts één schip. Rognvald voegt hem toe:

‘De aard van je moeder in aanmerking genomen, geboren uit slaven aan beide kanten van haar familie, zit het er niet in dat je er veel van zal bakken als heerser. Maar goed, hoe eerder je vertrekt en hoe later je terugkomt, des te gelukkiger me dat zal maken.’ 4

Maar Torf Einarr slaagt waar Hallad heeft gefaald en verslaat de Denen. Interessant is de manier waarop dit verhaal wordt weergegeven, in een stijl die niet ongebruikelijk is in volksvertellingen, waarin trotse zonen van een heerser het moeten afleggen tegen een verguisd bastaardkind.

Familievetes om Orkney

Aan het waarheidsgehalte van de tocht van koning Harald Fijnhaar zoals beschreven in de Orkneyinga saga wordt nog wel eens getwijfeld, maar dat geldt niet voor het gebruik dat diens opvolger Erik Bloedbijl maakt van Orkney als uitvalsbasis voor veroveringstochten rond het midden van de tiende eeuw. Erik regeert kort in Noorwegen (931?-933) tot de komst van zijn halfbroer Haakon I de Goede, waarna hij zich meester maakt van Orkney om van daaruit te trachten voet aan de grond te krijgen in het welvarende Vikingrijk York.

Pagina uit de Heimskringla, van het Eggertson-handschrift
Pagina uit de Heimskringla, van het Eggertson-handschrift
Tijdens een van de veldslagen die hij onderneemt tegen de Ierse koning Olaf, zijn tegenstrever in de strijd om York, komt hij om het leven en met hem twee zonen van Torf Einarr: Arnkell en Erlend die aan zijn zijde vechten. Twee zonen die tot dan toe samen met een derde zoon, Thorfinn, over Orkney regeren. Vanaf dat moment is Thorfinn – die de geschiedenis ingaat als de Schedelkliever – alleenheerser over Orkney tot aan zijn dood in 963.

Erik laat een vrouw na, Gunnhild, die volgens de Heimskringla, een bundeling van Noorse koningssaga’s rond 1225, opgetekend door de IJslandse geschiedschrijver Snorri Sturluson:

‘een der mooiste vrouwen [is], slim, behept met veel kennis, maar een vals individu met een hardvochtig karakter’.5

Gunnhild wordt het te heet onder de voeten in York en zet koers richting Orkney met haar zonen, de vloot en bezittingen die Erik heeft achtergelaten. Orkney en Shetland worden onderworpen, maar pas een echt groot succes wordt geboekt als Gunnhild met haar gevolg naar Noorwegen vertrekt en met Deense hulp koning Haakon de Goede een nederlaag toebrengt in 961. Nog voordat Gunnhild Orkney verlaat, huwelijkt zij haar dochter Ragnhild uit aan Arnfinn, zoon van Thorfinn de Schedelkliever, waarmee zij een Noorse familieband schept met Orkney. Maar belangrijker voor Orkney is de eerder tot stand gekomen verbintenis met het leengoed Caithness, het noordoostelijke puntje van Schotland.

Thorfinns vrouw is Gruaidh, de dochter van Donchad, mormaer oftewel leenheer van Caithness en vazal van de Schotse koning. Het huwelijk van Thorfinn de Schedelkliever met Gruaidh koppelt zo de graven van Orkney aan de familie die legitieme rechten heeft op Caithness, rechten waarop de Orkneyers zich vanaf dat moment op kunnen beroepen.

Na de dood van Thorfinn de Schedelkliever breekt volgens de saga de hel los onder zijn familieleden die allemaal een vinger in de pap willen hebben. Ragnhild zit als een spin in haar web, jaagt eerst haar man Arnfinn de dood in en huwt vervolgens diens broer Havard die eveneens geen lang leven beschoren is. Dan is de volgende broer, Ljot, aan de beurt om het bed te delen met Ragnhild. Ljot wordt beschreven als een krachtig leider maar komt al snel om in een veldslag waardoor de laatste broer, Hlodver, zich graaf van Orkney kan noemen. Hlodver huwt een dochter van de Ierse koning en uiteindelijk is het zijn zoon Sigurd, bijgenaamd de Dappere, die aan de macht komt en in de gelukkige positie verkeert dat er maar weinig familieleden zijn overgebleven die hem naar het leven kunnen staan.

Tijdens de regeringsperiodes van Sigurd (ca. 980-1014) en diens zoon Thorfinn (1014-ca.1065) gaan de meeste krijgstochten vanuit Scandinavië aan Orkney voorbij, wat ertoe leidt dat de archipel tot rust komt en floreert. Het graafschap slaat zijn vleugels uit en neemt een dominante positie in in het noorden van Schotland, een invloed die zich uitstrekt tot aan de Hebriden, Isle of Man en Ierland. De talrijke Noorse plaatsnamen op het eiland Lewis (Hebriden) getuigen van de influx aldaar van veel mensen uit Scandinavië.

Dat Sigurd een vermogend man is geweest verhaalt de Eyrbyggja Saga. Na zijn verovering van het Isle of Man maakt hij de inwoners schatplichtig. Bij zijn vertrek laat hij vertrouwelingen achter die belasting moeten innen, te voldoen in zuiver zilver. Volgens de Welshe kroniek Brut y Tywysogion (Kroniek der prinsen) wordt elke inwoner geacht een penny bij te dragen aan de Vikingen. Of deze belastingen in ‘ounces’ zilver of penny’s het begin is van een algemeen belastingstelsel gebaseerd op de zogeheten indeling in ouncelands elk bestaande uit achttien pennylands is niet duidelijk.

Kerstening

De kerstening van Orkney wordt met harde hand ingezet door Olaf Trygvason, een succesvol Vikingleider die, zelf net bekeerd, in 995 koers zet naar Noorwegen waar hij het koningschap opeist als Olaf I. Onderweg doet hij Orkney aan en nodigt graaf Sigurd uit hem op zijn schip te bezoeken. Eenmaal binnen stelt Olaf hem – zo verhaalt de Orkneyinga saga – een keihard ultimatum:

‘Ik wil dat jij en al je onderdanen gedoopt worden. Als je weigert dood ik je ter plekke en ik zweer dat ik alle eilanden te vuur en te zwaard zal verwoesten.’6

Stacks of Duncansby in het noorden van Schotland
Stacks of Duncansby in het noorden van Schotland – Foto: Willem Peeters

Sigurd kiest eieren voor zijn geld en laat zich dopen, waarna heel Orkney het christendom omarmt. Het dreigement van Olaf heeft echter eerder een politiek dan een religieus doel. Hij wil zich verzekeren van de gehoorzaamheid van de graaf en behalve dat hij de kerstening doordrukt neemt hij alvorens naar Noorwegen af te reizen, Sigurds zoon Hlodver in gijzeling, een in die tijd geen ongebruikelijke methode. Maar Hloverd komt te overlijden en Sigurd bevrijdt zich van het juk van Olaf. De saga verhaalt over het huwelijk van Sigurd met de dochter van de Malcolm II, de Schotse koning. Dat huwelijk is niet gesloten om Noorwegen te bruuskeren, maar wel om een alliantie tussen Orkney en Schotland te bewerkstelligen tegen mogelijke aanvallen vanuit Moray, een provincie van wat nu Schotland is, veel groter dan het huidige gelijknamige district in de Speyside.

Dat de kerstening van Orkney in één klap plaatsvindt door toedoen van Olaf Trygvason lijkt niet erg waarschijnlijk. Archeologische vondsten wijzen erop dat christelijke gebruiken al voor Sigurds tijd zijn doorgedrongen tot in Orkney. Daarnaast valt aan te nemen dat Sigurd weliswaar in naam christen werd, maar steeds heidense gebruiken in ere heeft gehouden, getuige zijn banier – de Raven Banner – waarop een raaf is afgebeeld, het symbool van god Odin dat een overwinning garandeert, maar de drager ervan zal doen overlijden. Het christendom mag dan na verloop van tijd door de bevolking geaccepteerd worden, maar of de graven van Orkney zich zo gemakkelijk hebben laten winnen voor dit geloof, valt te betwijfelen.

Slag bij Clontarf geschilderd door Hugh Frazer (1826)
Slag bij Clontarf geschilderd door Hugh Frazer (1826)

Sigurd komt aan zijn einde tijdens de slag bij Clontarf die plaatsvindt op 23 april 1014 nabij Dublin, waar de Ierse koning Brian Boru vecht tegen een alliantie van Noren, opstandige Ieren en troepen uit Orkney onder Sigurds leiding. De slag eindigt in een overwinning voor de Ieren en Sigurd sterft terwijl hij de Raven Banner omarmt. Ook Brian Boru vindt de dood. Deze veldslag wordt beschouwd als een van de belangrijkste uit de Vikinggeschiedenis die een omslag markeert van heidendom naar christendom. Dat wordt geïllustreerd door een passage uit de Njal’s Saga – die dateert uit het midden van de twaalfde eeuw – waarin verteld wordt dat Sigurd bij zijn vertrek een man genaamd Hareck tegen diens wil beveelt op Orkney achter te blijven, met de toezegging dat hij de eerste zal zijn die het goede nieuws zal vernemen over Sigurds terugkeer. Als Hareck op een avond Sigurd ziet opdoemen rijdt hij hem tegemoet om hem te begroeten, maar dan opent zich de grond en worden Hareck en het spookleger van Sigurd verzwolgen. Het verhaal symboliseert het einde van de heidense magie.

Thorfinn de bastaard

Bij zijn dood laat Sigurd drie volwassen zonen achter uit zijn eerste huwelijk: Sumarlidi, beschreven als een vredelievend mens, Einar, bijgenaamd Scheefbek, een hardvochtige persoon en Brusi, een man met een mild en evenwichtig karakter. Orkney wordt in eerste instantie verdeeld onder deze drie broers, maar hoe die verdeling eruit heeft gezien is nooit echt duidelijk geworden. Na het overlijden van Sumarlidi regeren Einar en Brusi getweeën over de eilanden. Dan is er nog een vierde zoon, Thorfinn uit Sigurds tweede huwelijk met de dochter van de Schotse koning Malcolm II en geboren ca. 1009. Nog voor de slag bij Clontarf wordt Thorfinn onder de hoede gebracht van zijn grootvader wiens vertrouweling Thorkell Fosterer met de oudere broers onderhandelingen voert over welk onderdeel de jonge Thorfinn toekomt.

De ruzies lopen zodanig op tussen Thorkell en Einar dat eerstgenoemde naar Noorwegen afreist om de hulp in te roepen van koning Olaf II, waarna ook Thorfinn door Olaf wordt uitgenodigd om met hem van gedachten te wisselen. Na zijn terugkeer wordt afgesproken dat beide kemphanen vrede met elkaar zullen proberen te sluiten. Tijdens een feest – aldus de Orkneyinga saga – treft Thorkell, vergezeld door de IJslander Hallvard, de verbitterde graaf Einar aan in een hal waar een groot vuur brandt.

‘Ben je er klaar voor?’ vroeg de graaf.
‘Ja, ik ben zover nu,’ zei Thorkell terwijl hij hem klap op zijn hoofd gaf, waardoor de graaf in elkaar zakt op de vloer.
‘Ik heb nog nooit zoiets zinloos gezien,’ zei Hallvard. ‘Kun je de graaf niet uit het vuur trekken?’7

Hallvard trekt Einar met zijn bijl uit het vuur, maar het is te laat. Iedereen is in verwarring en de mannen van Einar en Thorkell gaan uiteen zonder dat er strijd geleverd wordt. Opnieuw ontstaat er discussie, nu tussen Brusi en Thorfinn, over de verdeling van het graafschap. Onmachtig om tot overeenstemming te komen, reizen de graven in 1021 af naar Noorwegen waar zij Orkney overdragen in handen van Olaf. De koning besluit Brusi en Olaf elk een derde van het graafschap in onovererfbaar leen te geven. Einars deel vervalt aan de kroon.

Omdat Olaf de ambities van Thorfinn en diens Schotse connecties niet vertrouwt en zelf niet in staat is om op afstand te regeren over het graafschap, geeft de koning Einars deel aan Brusi. Rognvald, de zoon van Brusi blijft achter in Noorwegen als onderpand. Maar in 1029 weet Thorfinn de overhand te krijgen. Hij komt in bezit van Einars erfdeel in ruil voor de belofte aan Brusi dat die zich vanaf dat moment niet behoeft te bekommeren over de verdediging van Orkney.

Volgens de Orkneyinga saga zou Thorfinn zijn opgetrokken tegen Karl Hundisson, de koning van Schotland en opvolger van Malcolm II, die probeert Caithness in handen te spelen van zijn neef ten koste van Thorfinn. Maar Thorfinn wint de strijd in de veldslag bij Torfness en verwoest grote delen van Schotland waarbij doordringt tot aan Fife, een landstreek gelegen aan de Firth of Forth. Het probleem met dit verhaal is dat er nooit een Schotse koning is geweest met de naam Karl Hundisson en er zijn talloze pogingen gedaan om de identiteit van deze figuur vast te stellen. Mogelijke kandidaten zijn Duncan I, die als opvolger van Malcolm II regeert van 1034-1040, en diens zoon MacBeth, koning van Schotland in de periode van 1040-1057. Waarschijnlijker is echter dat de Orkneyinga Saga refereert aan Malcolm van Moray, het huis waar Orkney voortdurend mee in strijd is of aan diens broer Gillacomgain die in 1032 overlijdt en omschreven wordt als mormaer van Moray. Zijn korte regeringsperiode valt samen met de tijd waarin de oorlog met Karl Hundisson zich afspeelt.

Hieruit zou kunnen worden geconcludeerd dat Thorfinn geen strijd heeft gevoerd tegen de koning van Schotland, maar aan diens zijde is opgetrokken tegen Moray. Een ander probleem betreft de beweringen van Thorfinns hofdichter Arnór over de reikwijdte van Thorfinns veroveringen die zich zouden hebben uitgestrekt vanaf het noorden van Shetland tot aan Dublin en grote delen van Schotland omvat. Maar de Orkneyinga saga is er nogal vaag over.

Interessant is de vraag of Thorfinn zich in Fife bevindt in verband met het bezoek van de machtige koning van Denemarken en Noorwegen, Knoet de Grote, aan Schotland ca. 1031, die de Schotse heersers aan zich onderwerpt en ook de regionale potentaat van Orkney aan zijn zijde wil krijgen. Hij zou bevreesd zijn geweest dat Rognvald, die inmiddels Noorwegen verlaten heeft, probeert om Knoet van de Noorse troon te stoten met behulp van Orkney. Maar dat gebeurt niet.

Knoet in de laat dertiende-eeuwse Genealogical Chronicle of the English Kings.
Knoet in de laat dertiende-eeuwse Genealogical Chronicle of the English Kings.
Bij zijn vertrek uit Noorwegen benoemt Knoet zijn vrouw Ælfgifu en zoon Svein als regenten die echter al verdreven worden door de Noren voor Knoets overlijden in 1035 in Dorset (Zuid-Engeland). Magnus, een bastaardzoon van Olaf II wordt op elfjarige leeftijd koning van Noorwegen. Hij is goed bevriend met Rognvald en als diens vader Brusi overlijdt schenkt Magnus hem niet alleen het deel van Orkney dat is vrijgevallen, maar ook de titel van graaf. Bij Rognvalds terugkeer in Orkney wordt hij vriendelijk ontvangen door Thorfinn die de militaire hulp van Rognvald hard nodig heeft in verband met zijn pogingen om delen van West-Schotland en Ierland onder controle te houden. In ruil daarvoor gunt hij Rognvald het beheer over twee derde deel van Orkney. Hun samenwerking is goed en resulteert onder meer in een grote overwinning op de Schotten bij Vatzfjorðr (ca. 1039), waarvan de locatie onbekend is. Mogelijk is het Loch Vatten op Skye of Waterford in Ierland.

De verdeling van Orkney tussen Thorfinn en Rognvald komt onder druk te staan bij de aankomst van Kalf Arnesson, een oom van Thorfinns vrouw Inebjorg. Kalf is een van de machtigste figuren van Noorwegen, een lendirman of edele die in rang slechts de koning en de graven boven zich weet. Hij vecht als medestander van Knoet tegen Olaf II die hij de doodsteek zou hebben toegebracht en heeft de illusie uit naam van Knoet over het Noorse rijk te kunnen regeren.

Als Magnus de troon bestijgt en het tussen de nieuwe koning en Kalf niet botert, wordt hij verbannen naar Orkney, waar hij weliswaar geen territorium bezit, maar hij brengt een groot leger met zich mee wat in principe een bedreiging kan vormen voor Thorfinn of Rognvald. Thorfinn draait op voor het onderhoud van Kalfs troepen en dat beweegt hem ertoe de verdeling tussen hem en Rognvald weer aan de orde te stellen. Rognvald beseft dat hij militair gezien geen schijn van kans heeft tegen Thorfinn en roept de hulp in van Magnus die vervolgens Kalf belooft te kunnen terugkeren naar Noorwegen in ruil voor steun aan Rognvald.

Als de strijd op zee losbrandt tussen de beide kemphanen nabij Rauðabjoerg, ergens in de Pentland Firth, de wateren tussen Schotland en Orkney, wacht Kalf af, waarop Thorfinns rechterhand Arnór hem ervan weet te overtuigen dat hij meer baat heeft van zijn verwantschap met Thorfinn dan van de misleidende beloftes van koning Magnus. Kalf schaart zich aan de zijde van Thorfinn en samen vernietigen zij Rognvalds vloot. Volgens de saga probeert Rognvald Thorfinn in diens woning te verschalken, maar dat mislukt, waarna hij de dood vindt door toedoen van Thorkell Fosterer. Dit is een fictief verhaal, maar het einde van Rognvald, hoe dat dan ook plaatsvond, maakt Thorfinn wel tot alleenheerser over Orkney. En voordat Kalf eventueel problemen kan maken wordt hij vermoord.

Birsay Warriors
Birsay Warriors
In 1046 heeft Thorfinn een eind gemaakt aan de verdeeldheid van Orkney dat in de resterende twintig jaar van diens regeringsperiode vrede kent. Met Magnus’ opvolger Harald III, bijgenaamd Hardråde (harde regent) die aantreedt in 1047, kan Thorfinn overweg en na een bezoek aan de Noorse koning zet hij koers naar Denemarken voor een bezoek aan koning Sven II, om vervolgens in Duitsland Hendrik III, keizer van het Heilige Roomse Rijk, te ontmoeten. Dan gaat Thorfinn met zijn mannen te paard verder, steekt de Alpen over om van de paus (waarschijnlijk Leo IX) absolutie te krijgen van zijn zonden. Op bevel van de paus benoemt de bisschop van Hamburg-Bremen vervolgens Turolf, een medestander van de graaf, tot bisschop van Orkney. Turolf wordt benoemd als bisschop van van Birsay waar resten gevonden zijn van bouwwerken die wijzen op het bestaan van een belangrijke nederzetting. Mogelijk is het op die plek dat Thorfinn zijn residentie heeft en er de Christchurch bouwt, maar die kunnen ook op Mainland hebben gelegen. De Orkneyinga saga eert hem met de bewoordingen:

‘Het is dan dat hij een eind maakt aan de piraterij en al zijn tijd besteedt aan het bestuur van zijn volk en land en aan het maken van wetten. Hij had zijn permanente residentie in Birsay waar hij een voor Christus een mooie kathedraal bouwt, de zetel van de bisschop van Orkney.’8

Het is aan Thorfinn te danken dat hij Orkney op koers zet naar integratie in het westerse christendom, waarmee aan het Vikingkarakter van het graafschap een einde komt. Minder gaat het met zijn vele veroveringen. Na Thorfinns dood in 1065 keren de meeste van zijn gewonnen gebieden terug in handen van lokale heersers.

Ook op Historiek: Vikingen in Spanje

Noten

1 – Roseman, Ch. H., Pytheas of Massalia On the Ocean, Ares Publishers, Chicago 1994.
2 – Orkneyinga Saga, the history of the earls of Orkney, translated by Hermann Pálsson and Paul Edwards, Penguin Books, London 1978.
3 – Op. cit., hst. 5.
4 – Op. cit., p. 29.
5 – Thomson, P.L., The New History of Orkney, Birlinn Ltd, Edinburgh 2012 p. 57.
6 – Orkneyinga Saga, p. 37.
7 – Op. cit. p. 43.
8 – Op. cit. hst 31.

Willem Peeters (1944) is redacteur van de website Casa Cultural waarop naast de complete geschiedenis van Spanje en biografieën van prominente Spaanse politici, artikelen te vinden zijn over tal van andere landen en onderwerpen. Zijn speciale aandacht gaat uit naar Amsterdam. Niet alleen schrijft hij over de historie van de hoofdstad, maar ook heeft hij fotoseries gemaakt waarin afbeeldingen van vroeger uit de Beeldbank van de stad gekoppeld zijn aan hedendaagse foto's (Amsterdam toen en nu). Regelmatig verzorgt hij lezingen in samenwerking met Station-West, een culturele hotspot in het centrum van Amsterdam.

Lezers maken Historiek mede mogelijk. Ons steunen kan op verschillende manieren. Lees hier meer.