Golden Dawn
‘Het Beest 666’ noemde hij zich, uit de Openbaringen van Johannes. Volgens sommigen was Aleister Crowley de grootste magiër van de moderne tijd; anderen zagen in hem een charlatan, een lollige dwaas of een gevaarlijke gek. Vooral de Amerikaanse kranten konden niet genoeg krijgen van zijn strapatsen en schandalen. Hij was zogenaamd de ‘Wickedest Man of the World’ – een wereldvreemde Europeaan die Dracula en Blauwbaard overklaste in kwaadaardigheid.1

De Crowleys waren rijk geworden in de bierindustrie, en het ontbrak de kleine magiër in zijn jeugd aan niets. Behalve dan aan liefde, als je de latere memoires moet geloven. Oorspronkelijk waren de Crowleys protestantse quakers, maar Aleisters ouders hadden zich bekeerd tot een zeer stramme sekte van de Plymouth Brethren – een genootschap dat zich nog het beste laat vergelijken met de kerk van doem en donder zoals die is vereeuwigd in (veel) Nederlandse romans over een christenjeugd (van Maarten ‘t Hart via Jan Siebelink tot Lucas Rijneveld). Hij groeide op – wacht, nu zijn we al iets te snel en te ver in een biografische schets gegleden, en dat kan niet de bedoeling zijn. Zeker niet met Aleister Crowley, die graag de wetten tartte van de goede smaak, het ritme van de tijd, en de waarheid…
Toen Napoleon aan het begin van de negentiende eeuw Egypte had aangedaan, leidde dat in Europa tot een Egyptische rage. Vooral de Britten raakten helemaal in de ban van Ra, Osiris, Isis en Horus. Dames en vooral heren in de upper class financierden opgravingen en speurtochten naar het graf van Toetanchamon, en mummies en sfinxen sierden de interieurs van de landhuizen. Scheepsladingen roofkunst kwamen in Londen terecht. Ieder zichzelf respecterend museum nam een sarcofaag of graf op in de collectie.

Op het ritme van die mode stichtten in 1887 een handvol vrijmetselaars in Londen een geheime orde, de ‘Hermetische Orde van de Gouden Dageraad’ (The Hermetic Order of the Golden Dawn, of de Ordo Hermeticvs Avrorae Avreae), die ceremoniële en rituele magie ging uitoefenen in de ‘Isis-Urania Tempel’. De oprichter William Wynn Westcott was in contact gekomen met een geheim cijfermanuscript, dat naar het bleek was geschreven door een zieneres in de ‘Licht Liebe Leben Tempel’ van de Rozenkruisers in Neurenberg. Na ontcijfering van het manuscript besloot hij eenzelfde tempel voor Licht en Leven op te richten in Londen. In de tempel zou hij zich samen met andere magiërs toeleggen op de studie van magie, tarot, alchemie en de Kabbala.4
De Gouden Dageraad werd meteen een succes. Gerenommeerde dichters, kunstenaars en excentrieke lieden uit de hogere middenklassen sloten zich aan, onder wie de Ierse dichter W.B. Yeats en Mina Bergson (de zus van de filosoof Henri Bergson). De magie van de Gouden Dageraad was grotendeels gebaseerd op rituelen uit Egypte, voor zover die bekend waren in het negentiende-eeuwse Engeland. Behalve de Isis-Urania-tempel in Londen kwamen er ook nog tempels in onder andere Bradford, Edinburgh en Parijs. Iedere tempel verwees naar een andere Egyptische god: Horus, Osiris, enzovoorts.

Het zou kunnen dat Crowley zich aangetrokken voelde tot deze ‘wetenschappelijke’ benadering, maar het is ook mogelijk dat zijn eerste stappen richting de Gouden Dageraad ingegeven werden door zijn artistieke ambities, met name in de poëzie. Hoe het ook zij, in 1898 werd Crowley ingewijd in de Orde van de Gouden Dageraad. Zoals dat hoorde bij de geheime ordes kreeg hij bij het eerste ritueel zijn nieuwe naam: Perdurabo (‘Ik zal volharden’).
Crowley verwachtte veel van de Orde. Veel later schreef hij dat hij tot zijn verdriet ontdekte dat die hele Gouden Dageraad niet uit echte magiërs bestond maar uit ‘muddled middleclass mediocrities’ – maar dat was achteraf.6 Crowley was namelijk een ijverige novice, die binnen no time alle kabbala, tarot, alchemie, magie en andere hocus pocus in zich had opgezogen als een natte spons. De Orde werkte met een strikte hiërarchie, en daarin klom hij rap op.
De Gouden Dageraad betekende een keerpunt in het leven van Crowley, maar hij zou er niet lang blijven. Mogelijk stuitte zijn wilde, provocatieve gedrag de chique leden tegen de borst. Het kan ook dat zijn innige vriendschap met de grote baas William Westcott niet goed viel bij de anderen. Westcott was naar Parijs verhuisd, en in 1900 wijdde hij daar Crowley in in de ‘tweede orde’, die boven de eerste stond. Deze promotie werd echter niet gerespecteerd in de Londense tempel – vooral de Ierse dichter W.B. Yeats was tegen. Er brak vervolgens een ‘magische oorlog’ uit tussen de Londense en Parijse loge, en de Orde van de Dageraad ontplofte en viel in losse facties uiteen.
Maar bij Crowley was het zaadje geplant. Hij stond inmiddels als ziener zélf in contact met de ‘Meesters’ in het Astrale domein en beheerste allerlei technieken om Egyptische Goden of (al dan niet dode) geesten op te roepen. De échte Gouden Dageraad voor Aleister Crowley kwam een paar jaar later op zijn huwelijksreis met Rose Kelly, in – waar anders? – Egypte. In Gizeh voerde hij een ritueel uit in de koningskamer van de Grote Piramide, en probeerde Thoth (de god met de bavianenkop) op te roepen. Dat lukte: een astraal licht bescheen het jonge echtpaar. Na een stop in Ceylon (Sri Lanka) keerden ze terug naar Egypte. In Caïro vermomde Crowley zich als een Perzische prins en paradeerde door de straten in een zijden gewaad en een tulband.7
Op 16 maart probeerde Crowley luchtgeesten op te roepen. Het mislukte, maar zijn jonge vrouw Rose raakte in een trance en prevelde, in een ritmische herhaling: ‘They’re waiting for you – they’re waiting for you …‘ Eenmaal bij kennis probeerden ze te achterhalen wie er op Crowley wachtte. Ze bezochten ’s anderendaags het museum waar beelden en beeltenissen van de Egyptische Goden waren uitgestald, en daar wees Rose Horus aan – de god met de valkenkop.
Het was dus Horus die op Crowley wachtte. In de dagen erna probeerde hij via Rose opnieuw contact te krijgen met de Egyptische god, maar in plaats van met Horus kreeg hij contact met een ander ‘wezen’, dat zich voorstelde als ‘Aiwass’. Crowley vermoedde dat dit een wezen was uit een hogere orde van ‘Meesters’ van de Gouden Dageraad, dat hem een belangrijk bericht over de mensheid moest meedelen. Rose was inmiddels zijn ‘medium’ geworden, en zij vertelde hem dat hij op 8, 9 en 10 april tussen 12 uur en 13 uur ’s middags klaar moest zitten in een bepaalde kamer om de wijsheid van ‘Aiwass’ op te schrijven. En zo geschiedde. Later schreef Crowley hoe de stem van ‘Aiwass’ klonk (‘deep timbre, musical and expressive, its tones solemn’) en hoe hij eruitzag: ‘he seemed to be a tall, dark man in his thirties, well-knit, active and strong, with the face of a savage king…’8

De ‘magus’ of ‘messias’ van het tijdperk van Horus was het ‘Grote Beest’. En wie was het ‘Beest’?
‘Aiwass’ koos voor Aleister Crowley.
Aanvankelijk wist Crowley niet zo goed raad met deze profetie over het tijdperk van Horus. In de eerste jaren na de openbaringen van Caïro ontwikkelde hij zich verder als magiër, maar liep nog niet te leuren met zijn Book of the Law. Maar magiër was hij. Met het uiteenvallen van de Gouden Dageraad stichtte hij een nieuwe orde, genaamd de A.·.A.·. (Astrum Argenteum – de Zilveren Ster). Ook werd hij de leider van een geheime orde voor seksmagische rituelen, de Ordo Templis Orientis (OTO).

Hoewel het systeem van Thelema en de profetie van Horus zo op het oog heel eigenzinnig en origineel lijken, waren ze toch beïnvloed door de wetenschappelijke inzichten van het Europese fin de siècle. Antropologen en sociologen hadden de evolutietheorie van Charles Darwin toegepast op de geschiedenis van religie, en waren tot de conclusie gekomen dat de mens van een primitieve, magische fase was overgegaan naar een meer geavanceerde, religieuze fase, die uiteindelijk was overgegaan in een complexere, wetenschappelijke fase.9 Dit was – met iets meer poeha – hetzelfde wat Crowley beweerde. De magie van het ‘Eon van Horus’ moest dan ook niet worden verward met de magie van de oude, matriarchale tijden, maar was voor Crowley eerder een wetenschap.
Behalve uit religieus-wetenschappelijke inzichten putte Crowley ook rijkelijk uit hippe ideeën van die tijd. Rond 1900 waren de meeste esoterische, maar ook filosofische en literaire bewegingen in Europa ervan doordrongen dat er een nieuwe tijd aanbrak. In zekere zin hadden ze daarin achteraf ook gelijk – historici beschouwen de Eerste Wereldoorlog tegenwoordig als een breekpunt: de Grote Oorlog betekende het einde van de Europese veelvolkerenrijken en de Europese hegemonie en het vormde de opmaat naar de Russische Revolutie. Het zit alleen al in de benaming: fin de siècle. Crowley geloofde net als veel van zijn tijdgenoten dat het tijdperk (van Osiris, of de negentiende eeuw) gesmoord zou worden in een bloedige transitie. Voor de ‘initiatie’ van een nieuw Eon zou eerst een ‘Grote Oorlog’ moeten worden uitgevochten, zo schreef Crowley in 1911.10

…de oude formule van Magick – de Osiris-Adonis-Jesus-Marsyas-Dionysos-Attis-etcetera formule van de stervende God – is niet langer werkzaam. Het is gebaseerd op het domme geloof dat de Zon elke dag gestorven is, en elk jaar, en dat zijn wederopstanding een wonder is.
Hij legt uit dat in de Eon van Horus die wederopstanding niet meer nodig is. De copernicaanse revolutie heeft nieuwe inzichten gebaard: de tijd kan lineair verlopen, en het circulaire heeft afgedaan.
Als je dwaalt in de duisternis, probeer de zon dan niet op te laten komen door jezelf op te offeren, maar wacht met vertrouwen op de dageraad, en geniet onderwijl van de geneugten van de nacht.11

In 1914 vond de door Crowley geprofeteerde transitie plaats: de Grote Oorlog brak uit. Zoals bekend begroetten veel intellectuelen en kunstenaars in Europa deze oorlog met groot enthousiasme. Het wapenvuur zou de cultuur reinigen. De ploeg van de oorlog zou de dode akkers vruchtbaar maken. Europa maakte schoon schip. De ziel van Europa zou gewassen worden in bloed, enzovoorts, enzovoorts.
Crowley zelf vluchtte naar de Verenigde Staten, ook omdat hij niet wilde vechten voor de Engelsen. Hij haatte Engeland, en had daartoe eerder al zijn naam een Keltische flair gegeven (van Alexander (Engels) naar Aleister (Gaelic)), op basis van een vermeend Ierse afkomst. In Amerika ging hij werken voor pro-Duitse media. Aan de andere kant woedde de oorlog voort, in allesverzengende destructie.
Crowley voelde beklemming over zijn rol als ‘Beest’ van de nieuwe tijd, en hij trok zich terug in een hutje aan het meer Pasquanay in New Hampshire, waar hij een ritueel ging uitvoeren. Verschillende Crowley-biografen hebben dit ritueel gereconstrueerd op basis van zijn dagboeken en de rituelen die hij later zou voorschrijven in zijn eigen orde. En zo is het volgende, mogelijk ware verhaal ontstaan.

Now, at last I have thee; the Slave-God is in the power of the Lord of Freedom. Thine hour is come; as I blot thee out from this earth, so surely shall the eclipse pass, and the Light, Life, Love and Liberty be once more the Law of the Earth.12
Daarna kruisigde en doodde Crowley de pad, kookte de achterpootjes, en at die – bij wijze van transformatie – op.13 De rest van het stoffelijk overschot verbrandde hij. Later keek hij als volgt terug op dit gedoe:
Teneinde de tempel op te richten voor een nieuwe Eon, bleek het nodig te zijn om het afval van de gemankeerde voorgangers drastisch op te ruimen. Daartoe plande ik een Magische Handeling om de Stervende God uit te bannen, en voerde die uit.14
2 – Margot Reesink, ‘Piramides en mummies zijn bron van occulte theorieën’, Historisch Nieuwsblad 3 maart 2024.
3 – Zie mijn boek De zieners (Ambo | Anthos, 2018).
4 – Een standaardwerk over de Golden Dawn is Ellic Howe, The Magicians of the Golden Dawn: A Documentary History of a Magical Order 1887-1923 (Aquarian, 1972). Over de vrouwen in de Golden Dawn: Mary K. Greer, Women of the Golden Dawn : Rebels and Priestesses (Park Street Press, 1995).
5 – Aleister Crowley, White Stains (Duckworth, [1898] 1973).
6 – Aleister Crowley, The Confessions of Aleister Crowley: An Autohagiography (Penguin, 1979), 176.
7 – Crowley, The Confessions, 387.
8 – Uit: Aleister Crowley, The Equinox of the Gods (1936), geciteerd in: Jason A. Josephson-Storm, The Myth of Disenchantment: Magic, Modernity and the Birth of the Human Sciences (Univ. of Chicago Press, 2017), 157.
9 – Henrik Bogdan, ‘Envisioning the Birth of a New Aeon’ in: Bogdan en Starr (red.), Aleister Crowley, 89-106.
10 – Ibidem, 95.
11 – Ibidem, 92.
12 – Josephson Storm, The Myth, 159-160. De beschrijving van de rituele moord op de pad of kikker staat afgedrukt in: Symond, The Great Beast, 132-134.
13 – Kristof Smeyers, ‘The beast and the frog’, Transformations, 29 June 2019, https://stigmatics.wordpress.com/2019/06/26/transformations/ (geraadpleegd op 18 september 2024).
14 – Crowley, Confessions, 808.
Vrijmetselarij – oorsprong, ideeën en geschiedenis
John Dee, de ‘tovenaar’ van koningin Elizabeth I
De steen der wijzen en de zoektocht naar onsterfelijkheid
David Bowie als occultist – Closer to the Golden Dawn
De wrede executie van Maria Stuart (1587)
Encycliek – Pauselijke rondzendbrief over geloofszaken
Religie als sturende factor in de Nederlandse emigratie na WOII