Aleister Crowley en de occulte Orde van de Gouden Dageraad

Magiër, charlatan, lollige dwaas of gevaarlijke gek
13 minuten leestijd
Aleister Crowley
Aleister Crowley als ‘Baphomet’, gepubliceerd in The Equinox – Arnold Genthe, 1919 (CC0 - Crowley Family - wiki)
De Britse occultist Aleister Crowley groeide aan het begin van de twintigste eeuw uit tot een van de meest omstreden figuren uit de moderne esoterie. In zijn zoektocht naar een nieuw tijdperk vol magie, vrijheid en spirituele vernieuwing speelde de geheime orde van de Golden Dawn een belangrijke rol. In het binnenkort verschijnende boek Dageraad – Geschiedenis in ochtendlicht onderzoekt historicus en schrijver Guido van Hengel de geschiedenis van het verlangen naar een nieuw begin. Op Historiek een voorpublicatie over Crowley, Egyptische mystiek en de opkomst van een nieuwe dageraad.

Golden Dawn

‘Het Beest 666’ noemde hij zich, uit de Openbaringen van Johannes. Volgens sommigen was Aleister Crowley de grootste magiër van de moderne tijd; anderen zagen in hem een charlatan, een lollige dwaas of een gevaarlijke gek. Vooral de Amerikaanse kranten konden niet genoeg krijgen van zijn strapatsen en schandalen. Hij was zogenaamd de ‘Wickedest Man of the World’ – een wereldvreemde Europeaan die Dracula en Blauwbaard overklaste in kwaadaardigheid.1

Aleister Crowley op jonge leeftijd
Aleister Crowley op jonge leeftijd
Alhoewel, een Europeaan? Aleister Crowley (in 1875 geboren als Edward Alexander Crowley) groeide op in het victoriaanse Britse Rijk, en dat strekte zich uit over de hele globe. Een kwart van de wereld was in de handen van de Britten, en ze domineerden de wereldmarkt – met hun banken, hun kapitalisme, hun vrije handel. In Londen waren de ogen niet op Europa gericht, maar op de British Indies, die zich uitstrekten van Pakistan tot in Myanmar en verder.

De Crowleys waren rijk geworden in de bierindustrie, en het ontbrak de kleine magiër in zijn jeugd aan niets. Behalve dan aan liefde, als je de latere memoires moet geloven. Oorspronkelijk waren de Crowleys protestantse quakers, maar Aleisters ouders hadden zich bekeerd tot een zeer stramme sekte van de Plymouth Brethren – een genootschap dat zich nog het beste laat vergelijken met de kerk van doem en donder zoals die is vereeuwigd in (veel) Nederlandse romans over een christenjeugd (van Maarten ‘t Hart via Jan Siebelink tot Lucas Rijneveld). Hij groeide op – wacht, nu zijn we al iets te snel en te ver in een biografische schets gegleden, en dat kan niet de bedoeling zijn. Zeker niet met Aleister Crowley, die graag de wetten tartte van de goede smaak, het ritme van de tijd, en de waarheid…

Toen Napoleon aan het begin van de negentiende eeuw Egypte had aangedaan, leidde dat in Europa tot een Egyptische rage. Vooral de Britten raakten helemaal in de ban van Ra, Osiris, Isis en Horus. Dames en vooral heren in de upper class financierden opgravingen en speurtochten naar het graf van Toetanchamon, en mummies en sfinxen sierden de interieurs van de landhuizen. Scheepsladingen roofkunst kwamen in Londen terecht. Ieder zichzelf respecterend museum nam een sarcofaag of graf op in de collectie.

Helena Blavatsky in 1877
Helena Blavatsky in 1877
Deze ‘Egyptomanie’ ging echter nog veel verder dan leuke hiëroglyfen als decoratie en stenen hondenkoppen in de tuin.2 Ook de religie van het oude Egypte werd bestudeerd en sommige Britten lieten zich daarin meeslepen. Het was in diezelfde tijd dat de Russisch-Duitse zieneres Helena Petrovna Blavatsky met haar theosofische potpourri een zegetocht maakte door de Angelsaksische wereld. Blavatsky stond naar eigen zeggen in contact met ‘Meesters’ in het Astrale domein, en plukte daar ideeën en visioenen uit de tradities van het boeddhisme, hindoeïsme, jodendom, zoroastrisme en met name de religie van het oude Egypte. Haar handboek (uit 1877) heette Isis Unveiled. Hierin liet ze oosterse en westerse esoterie versmelten.3

Op het ritme van die mode stichtten in 1887 een handvol vrijmetselaars in Londen een geheime orde, de ‘Hermetische Orde van de Gouden Dageraad’ (The Hermetic Order of the Golden Dawn, of de Ordo Hermeticvs Avrorae Avreae), die ceremoniële en rituele magie ging uitoefenen in de ‘Isis-Urania Tempel’. De oprichter William Wynn Westcott was in contact gekomen met een geheim cijfermanuscript, dat naar het bleek was geschreven door een zieneres in de ‘Licht Liebe Leben Tempel’ van de Rozenkruisers in Neurenberg. Na ontcijfering van het manuscript besloot hij eenzelfde tempel voor Licht en Leven op te richten in Londen. In de tempel zou hij zich samen met andere magiërs toeleggen op de studie van magie, tarot, alchemie en de Kabbala.4

De Gouden Dageraad werd meteen een succes. Gerenommeerde dichters, kunstenaars en excentrieke lieden uit de hogere middenklassen sloten zich aan, onder wie de Ierse dichter W.B. Yeats en Mina Bergson (de zus van de filosoof Henri Bergson). De magie van de Gouden Dageraad was grotendeels gebaseerd op rituelen uit Egypte, voor zover die bekend waren in het negentiende-eeuwse Engeland. Behalve de Isis-Urania-tempel in Londen kwamen er ook nog tempels in onder andere Bradford, Edinburgh en Parijs. Iedere tempel verwees naar een andere Egyptische god: Horus, Osiris, enzovoorts.

Foto van Aleister Crowley in een uitgave van 'The Book of the Law'
Foto van Aleister Crowley in een uitgave van ‘The Book of the Law’
Aleister Crowley was toen nog een decadente dichter die pornografische verzen schreef. Crowley was queer; hij dichtte over seksuele escapades met mannen en vrouwen in onder andere een bundel met de passende titel White stains.5 Als twintiger leidde hij een rusteloos leven – reizend, dichtend, neukend. Behalve seks had hij ook andere hobby’s, zoals schaken en vooral bergbeklimmen. Het was op de top van een Zwitserse berg dat de dolende twintiger in contact kwam met een lid van de Gouden Dageraad, dat hem aldaar, en later in Londen, onderwees in de ‘wetenschap’ van alchemie.

Het zou kunnen dat Crowley zich aangetrokken voelde tot deze ‘wetenschappelijke’ benadering, maar het is ook mogelijk dat zijn eerste stappen richting de Gouden Dageraad ingegeven werden door zijn artistieke ambities, met name in de poëzie. Hoe het ook zij, in 1898 werd Crowley ingewijd in de Orde van de Gouden Dageraad. Zoals dat hoorde bij de geheime ordes kreeg hij bij het eerste ritueel zijn nieuwe naam: Perdurabo (‘Ik zal volharden’).

Crowley verwachtte veel van de Orde. Veel later schreef hij dat hij tot zijn verdriet ontdekte dat die hele Gouden Dageraad niet uit echte magiërs bestond maar uit ‘muddled middleclass mediocrities’ – maar dat was achteraf.6 Crowley was namelijk een ijverige novice, die binnen no time alle kabbala, tarot, alchemie, magie en andere hocus pocus in zich had opgezogen als een natte spons. De Orde werkte met een strikte hiërarchie, en daarin klom hij rap op.

De Gouden Dageraad betekende een keerpunt in het leven van Crowley, maar hij zou er niet lang blijven. Mogelijk stuitte zijn wilde, provocatieve gedrag de chique leden tegen de borst. Het kan ook dat zijn innige vriendschap met de grote baas William Westcott niet goed viel bij de anderen. Westcott was naar Parijs verhuisd, en in 1900 wijdde hij daar Crowley in in de ‘tweede orde’, die boven de eerste stond. Deze promotie werd echter niet gerespecteerd in de Londense tempel – vooral de Ierse dichter W.B. Yeats was tegen. Er brak vervolgens een ‘magische oorlog’ uit tussen de Londense en Parijse loge, en de Orde van de Dageraad ontplofte en viel in losse facties uiteen.

Maar bij Crowley was het zaadje geplant. Hij stond inmiddels als ziener zélf in contact met de ‘Meesters’ in het Astrale domein en beheerste allerlei technieken om Egyptische Goden of (al dan niet dode) geesten op te roepen. De échte Gouden Dageraad voor Aleister Crowley kwam een paar jaar later op zijn huwelijksreis met Rose Kelly, in – waar anders? – Egypte. In Gizeh voerde hij een ritueel uit in de koningskamer van de Grote Piramide, en probeerde Thoth (de god met de bavianenkop) op te roepen. Dat lukte: een astraal licht bescheen het jonge echtpaar. Na een stop in Ceylon (Sri Lanka) keerden ze terug naar Egypte. In Caïro vermomde Crowley zich als een Perzische prins en paradeerde door de straten in een zijden gewaad en een tulband.7

Op 16 maart probeerde Crowley luchtgeesten op te roepen. Het mislukte, maar zijn jonge vrouw Rose raakte in een trance en prevelde, in een ritmische herhaling: ‘They’re waiting for you – they’re waiting for you …‘ Eenmaal bij kennis probeerden ze te achterhalen wie er op Crowley wachtte. Ze bezochten ’s anderendaags het museum waar beelden en beeltenissen van de Egyptische Goden waren uitgestald, en daar wees Rose Horus aan – de god met de valkenkop.

Het was dus Horus die op Crowley wachtte. In de dagen erna probeerde hij via Rose opnieuw contact te krijgen met de Egyptische god, maar in plaats van met Horus kreeg hij contact met een ander ‘wezen’, dat zich voorstelde als ‘Aiwass’. Crowley vermoedde dat dit een wezen was uit een hogere orde van ‘Meesters’ van de Gouden Dageraad, dat hem een belangrijk bericht over de mensheid moest meedelen. Rose was inmiddels zijn ‘medium’ geworden, en zij vertelde hem dat hij op 8, 9 en 10 april tussen 12 uur en 13 uur ’s middags klaar moest zitten in een bepaalde kamer om de wijsheid van ‘Aiwass’ op te schrijven. En zo geschiedde. Later schreef Crowley hoe de stem van ‘Aiwass’ klonk (‘deep timbre, musical and expressive, its tones solemn’) en hoe hij eruitzag: ‘he seemed to be a tall, dark man in his thirties, well-knit, active and strong, with the face of a savage king…’8

The Book of the Law crowley
Titelpagina van Liber AL vel Legis (The Book of the Law)
In drie dagen schreef Crowley – of eigenlijk ‘Aiwass’ – het profetische Book of the Law. ‘Aiwass’ legt daarin uit dat er een nieuw tijdperk aantreedt, en wel het tijdperk van Horus – het kind van Osiris en Isis. Ooit leefde de mensheid in het tijdperk van Isis, de moeder. Dit tijdperk kenmerkte zich door een matriarchaat en een mensheid die zich voedt aan de wereld, zoals een kind zich voedt aan de borst van de moeder. Na het tijdperk van Isis kwam het tijdperk van Osiris; de man van Isis, en tevens heerser over de doden. Het tijdperk van Osiris kenmerkte zich door de opkomst van religie, veelal met een doodscultus, een streng patriarchaat, en een obsessie met rampen. In het tijdperk van Osiris waren de mensen in de ban van strenge, straffende vaders, zoals in de joodse en christelijke religie. Volgens ‘Aiwass’ waren de mannelijke Goden en Osiris stervende, en zou het tijdperk van het kind (Horus) aanbreken. Dit tijdperk kenmerkte zich door een sfeer van kinderachtige overgevoeligheid, vreemde angsten, afhankelijkheid en onredelijkheid, en ook overdreven, onmogelijke ambities. Sport en spel, alsook films en mode zouden centraal komen te staan. Het zijn dingen om kinderen bezig te houden of af te leiden.

De ‘magus’ of ‘messias’ van het tijdperk van Horus was het ‘Grote Beest’. En wie was het ‘Beest’?
‘Aiwass’ koos voor Aleister Crowley.

Aanvankelijk wist Crowley niet zo goed raad met deze profetie over het tijdperk van Horus. In de eerste jaren na de openbaringen van Caïro ontwikkelde hij zich verder als magiër, maar liep nog niet te leuren met zijn Book of the Law. Maar magiër was hij. Met het uiteenvallen van de Gouden Dageraad stichtte hij een nieuwe orde, genaamd de A.·.A.·. (Astrum Argenteum – de Zilveren Ster). Ook werd hij de leider van een geheime orde voor seksmagische rituelen, de Ordo Templis Orientis (OTO).

The Equinox, omslag van het eerste nummer van Crowleys occult tijdschrift, maart 1909
The Equinox, omslag van het eerste nummer van Crowleys occult tijdschrift, maart 1909
In het tijdschrift Equinox, dat uitkwam tussen 1909 en 1913 probeerde hij zijn occultisme wetenschappelijk te benaderen. Thelema werd de naam van de levensfilosofie voor het tijdperk van Horus, met een verwijzing naar het Griekse woord voor ‘wil’. In de Eon van Horus zou iedereen vrij zijn: ‘Do what thou wilt shall be the whole of the law’ – al betekende het niet dat iedereen er maar een beetje op los kon leven. Het belangrijkste element van Crowleys nieuwe tijdperk was dat de mens verlost zou zijn van de dwingende macht van de (christelijke) religie, en dat er afscheid kon worden genomen van de magische formule van de ‘opoffering’. Voor Crowley was Thelema ook een filosofie van vernietiging en strijd – tegen de slavenmoraal van het christendom.

Hoewel het systeem van Thelema en de profetie van Horus zo op het oog heel eigenzinnig en origineel lijken, waren ze toch beïnvloed door de wetenschappelijke inzichten van het Europese fin de siècle. Antropologen en sociologen hadden de evolutietheorie van Charles Darwin toegepast op de geschiedenis van religie, en waren tot de conclusie gekomen dat de mens van een primitieve, magische fase was overgegaan naar een meer geavanceerde, religieuze fase, die uiteindelijk was overgegaan in een complexere, wetenschappelijke fase.9 Dit was – met iets meer poeha – hetzelfde wat Crowley beweerde. De magie van het ‘Eon van Horus’ moest dan ook niet worden verward met de magie van de oude, matriarchale tijden, maar was voor Crowley eerder een wetenschap.

Behalve uit religieus-wetenschappelijke inzichten putte Crowley ook rijkelijk uit hippe ideeën van die tijd. Rond 1900 waren de meeste esoterische, maar ook filosofische en literaire bewegingen in Europa ervan doordrongen dat er een nieuwe tijd aanbrak. In zekere zin hadden ze daarin achteraf ook gelijk – historici beschouwen de Eerste Wereldoorlog tegenwoordig als een breekpunt: de Grote Oorlog betekende het einde van de Europese veelvolkerenrijken en de Europese hegemonie en het vormde de opmaat naar de Russische Revolutie. Het zit alleen al in de benaming: fin de siècle. Crowley geloofde net als veel van zijn tijdgenoten dat het tijdperk (van Osiris, of de negentiende eeuw) gesmoord zou worden in een bloedige transitie. Voor de ‘initiatie’ van een nieuw Eon zou eerst een ‘Grote Oorlog’ moeten worden uitgevochten, zo schreef Crowley in 1911.10

Aleister Crowley als Osiris
Aleister Crowley als Osiris, illustratie in Détective nr. 27 – onbekende maker, 1929
Dat was allemaal natuurlijk snel gezegd, en geschreven, maar Crowley legde ook uit waarom de transitie zo bloedig zou verlopen. In het tijdperk van Osiris was dé magische formule die van de dood en de wederopstanding. Ra de zonnegod werd iedere ochtend opnieuw geboren. Dionysos werd uiteengereten, maar groeide opnieuw uit het been van Zeus. Ook Osiris werd in stukken gehakt door zijn broer Seth, maar opnieuw in elkaar gezet door zijn vrouw Isis. Deze magie beschouwde Crowley als een onnodige truc, een dwaalleer, die niet meer nodig was. In zijn eigen toelichting op The Book of the Law staat:

…de oude formule van Magick – de Osiris-Adonis-Jesus-Marsyas-Dionysos-Attis-etcetera formule van de stervende God – is niet langer werkzaam. Het is gebaseerd op het domme geloof dat de Zon elke dag gestorven is, en elk jaar, en dat zijn wederopstanding een wonder is.

Hij legt uit dat in de Eon van Horus die wederopstanding niet meer nodig is. De copernicaanse revolutie heeft nieuwe inzichten gebaard: de tijd kan lineair verlopen, en het circulaire heeft afgedaan.

Als je dwaalt in de duisternis, probeer de zon dan niet op te laten komen door jezelf op te offeren, maar wacht met vertrouwen op de dageraad, en geniet onderwijl van de geneugten van de nacht.11

Aleister Crowley
Portret van Aleister Crowley in de Abode of Chaos, een kunstcomplex bij Lyon (CC BY 2.0 – Abode of Chaos – wiki)

In 1914 vond de door Crowley geprofeteerde transitie plaats: de Grote Oorlog brak uit. Zoals bekend begroetten veel intellectuelen en kunstenaars in Europa deze oorlog met groot enthousiasme. Het wapenvuur zou de cultuur reinigen. De ploeg van de oorlog zou de dode akkers vruchtbaar maken. Europa maakte schoon schip. De ziel van Europa zou gewassen worden in bloed, enzovoorts, enzovoorts.

Crowley zelf vluchtte naar de Verenigde Staten, ook omdat hij niet wilde vechten voor de Engelsen. Hij haatte Engeland, en had daartoe eerder al zijn naam een Keltische flair gegeven (van Alexander (Engels) naar Aleister (Gaelic)), op basis van een vermeend Ierse afkomst. In Amerika ging hij werken voor pro-Duitse media. Aan de andere kant woedde de oorlog voort, in allesverzengende destructie.

Crowley voelde beklemming over zijn rol als ‘Beest’ van de nieuwe tijd, en hij trok zich terug in een hutje aan het meer Pasquanay in New Hampshire, waar hij een ritueel ging uitvoeren. Verschillende Crowley-biografen hebben dit ritueel gereconstrueerd op basis van zijn dagboeken en de rituelen die hij later zou voorschrijven in zijn eigen orde. En zo is het volgende, mogelijk ware verhaal ontstaan.

Dageraad. Geschiedenis in ochtendlicht - Guido van Hengel
 
Om twee uur ’s ochtends ging Crowley op zoek naar een pad in het bos. Toen hij die had gevangen, wachtte hij op de dageraad om de pad ‘Jezus’ te dopen en te aanbidden. Bij daglicht mediteerde hij. Na een dag van meditatie kwam het moment om de pad te veroordelen en te doden. Eerst sprak Crowley een magische formule en bezwering uit, waarin hij het christendom op nietzscheaanse wijze veroordeelde:

Now, at last I have thee; the Slave-God is in the power of the Lord of Freedom. Thine hour is come; as I blot thee out from this earth, so surely shall the eclipse pass, and the Light, Life, Love and Liberty be once more the Law of the Earth.12

Daarna kruisigde en doodde Crowley de pad, kookte de achterpootjes, en at die – bij wijze van transformatie – op.13 De rest van het stoffelijk overschot verbrandde hij. Later keek hij als volgt terug op dit gedoe:

Teneinde de tempel op te richten voor een nieuwe Eon, bleek het nodig te zijn om het afval van de gemankeerde voorgangers drastisch op te ruimen. Daartoe plande ik een Magische Handeling om de Stervende God uit te bannen, en voerde die uit.14

Noten

1 – Er zijn meerdere biografieën van Aleister Crowley. De biografie van John Symonds is negatief van toon, maar heeft school gemaakt: The Great Beast: The Life of Aleister Crowley (Rider & Co, 1951). Een betrouwbare, bredere en ook veel recentere studie is Marco Pasi, Aleister Crowley and the Temptations of Politics (Acumen, 2014). Tevens: Henrik Bogdan en Martin P. Starr (red.), Aleister Crowley and Western Esotericism (Oxford University Press, 2012).
2 – Margot Reesink, ‘Piramides en mummies zijn bron van occulte theorieën’, Historisch Nieuwsblad 3 maart 2024.
3 – Zie mijn boek De zieners (Ambo | Anthos, 2018).
4 – Een standaardwerk over de Golden Dawn is Ellic Howe, The Magicians of the Golden Dawn: A Documentary History of a Magical Order 1887-1923 (Aquarian, 1972). Over de vrouwen in de Golden Dawn: Mary K. Greer, Women of the Golden Dawn : Rebels and Priestesses (Park Street Press, 1995).
5 – Aleister Crowley, White Stains (Duckworth, [1898] 1973).
6 – Aleister Crowley, The Confessions of Aleister Crowley: An Autohagiography (Penguin, 1979), 176.
7 – Crowley, The Confessions, 387.
8 – Uit: Aleister Crowley, The Equinox of the Gods (1936), geciteerd in: Jason A. Josephson-Storm, The Myth of Disenchantment: Magic, Modernity and the Birth of the Human Sciences (Univ. of Chicago Press, 2017), 157.
9 – Henrik Bogdan, ‘Envisioning the Birth of a New Aeon’ in: Bogdan en Starr (red.), Aleister Crowley, 89-106.
10 – Ibidem, 95.
11 – Ibidem, 92.
12 – Josephson Storm, The Myth, 159-160. De beschrijving van de rituele moord op de pad of kikker staat afgedrukt in: Symond, The Great Beast, 132-134.
13 – Kristof Smeyers, ‘The beast and the frog’, Transformations, 29 June 2019, https://stigmatics.wordpress.com/2019/06/26/transformations/ (geraadpleegd op 18 september 2024).
14 – Crowley, Confessions, 808.
×