John Dee, de ‘tovenaar’ van koningin Elizabeth I

Het dubbelzinnige erfgoed van de geleerde en magiër
8 minuten leestijd
John Dee voert een experiment uit
John Dee voert een experiment uit voor koningin Elizabeth I. Schilderij van Henry Gillard Glindoni (CC BY 4.0 - Wellcome Collection - wiki)

‘De tovenaar van koningin Elizabeth’ werd hij wel genoemd. John Dee (1527-1608/1609) was lange tijd een belangrijke figuur aan het Engelse hof. Hij was een befaamd wiskundige, oudheidkundige, astroloog, alchemist en een occultist over wie bizarre verhalen rondgingen. Vele daarvan berustten op waarheid, zoals het vermeende converseren met engelen en de door hem en zijn medestander Edward Kelley ontwikkelde ‘Enochiaanse magie’. Maar Dee was ook degene die de idee van het Engelse overzeese imperium propageerde. Vroege successen daarvan waren mede te danken aan zijn geografische en nautische kennis en zijn plannen voor ontdekkingsreizen.

Opleiding

John Dee werd op 13 juli 1527 geboren in Londen. In 1542 ging hij studeren in Cambridge. Nog voor het behalen van zijn master’s graad werd hij er fellow (onderzoeker) aan het Trinity College bij de oprichting in 1546. In 1547 en 1548-1551 verbleef hij vooral in de Nederlanden en studeerde verder bij vermaarde wiskundigen en cartografen als Gemma Frisius, Abraham Ortelius en Mercator. Hij streefde naar een positie aan het Engelse hof van Mary I, ‘Bloody Mary’, en sloeg daarom benoemingen aan de universiteiten van Parijs (1551) en Oxford (1554) af.

Adviseur van de kroon

Koningin Elizabeth i, Het regenboogportret, toegeschreven aan Isaac Oliver, ca. 1600
Koningin Elizabeth I, Het regenboogportret, toegeschreven aan Isaac Oliver, ca. 1600
Terug in Engeland wist hij inderdaad zo’n positie te bemachtigen, en begon aan het hof nautisch en geografisch onderwijs te geven aan zeevarenden en aan hovelingen. Ook werkte hij als astrologisch adviseur van koningin Mary. Niet ongevaarlijk: in 1555 belandde hij korte tijd in de gevangenis op een beschuldiging van tovenarij.

Na de troonsbestijging van Elizabeth I in 1558 zette Dee zijn activiteiten voort als medisch en wetenschappelijk adviseur van de vorstin. Als astroloog koos hij zelfs haar kroningsdatum uit. Hij kwam zeer in de gunst bij deze koningin en kon zich omstreeks 1565 in Mortlake bij Londen vestigen, waar hij een laboratorium opzette en de grootste privébibliotheek van zijn tijd bijeenbracht, met meer dan vierduizend boeken en handschriften, die hij ook ter beschikking stelde van andere onderzoekers.

Expedities

In het kader van zijn propaganda voor de totstandkoming van een overzees Brits imperium – de term British Empire zou van hem afkomstig zijn – publiceerde John Dee in 1577 het boek General and Rare Memorials Pertayning to the Perfect Arte of Navigation, met daarin territoriale verlangens aangaande de Nieuwe Wereld. Bekende zeevaarders als Francis Drake kregen onderricht van Dee.

Dee’s nautische instructies en praktische medewerking aan Engelse ontdekkingsreizen leidde onder meer tot de expeditie naar Canada van Sir Martin Frobisher (1576–1578). Een beoogde zoektocht naar de Noordwestpassage waaraan Dee meewerkte (1583) kwam niet van de grond. Een jaar voordien, in 1582, probeerde John Dee in Engeland de Juliaanse door de Gregoriaanse kalender te vervangen; de kerkelijke (Anglicaanse) autoriteiten verhinderden dit omdat het om een ‘paapse’ hervorming zou gaan.

Afbeelding van Dee’s befaamde ‘glyph’.
Afbeelding van Dee’s befaamde ‘glyph’.

Occulte interesses>

Dee’s rol in de wordingsgeschiedenis van het Engelse wereldrijk is vermoedelijk het belangrijkst, maar zijn postume faam dankt hij toch vooral aan zijn tot de verbeelding sprekende occulte interesses. Al in 1558 publiceerde hij Propaedeumata Aphoristica (‘Een aforistische introductie’), waarin hij zijn denkbeelden over astrologie en natuurfilosofie uiteenzette. In 1564 volgde Monas hieroglyphica, waarin hij één enkel wiskundig-magisch symbool naar voren bracht: zijn beroemde glyph, die de onderliggende ‘eenheid der tegendelen’ in de natuur representeerde.

Zijn wiskundige werk toont Dee, een kenner van onder anderen Euclides, als een typische renaissance-wetenschapper, maar ook als een wegbereider van de moderne, empirische en experimentele wetenschap. Overgeleverde, door hem verder ontwikkelde ideeën over wiskunde als pad naar occulte en magische kennis combineerde hij met een modern inzicht over het praktische nut van mathematische kennis. In zekere zin is zijn geloof in de wiskunde ook voortgezet in het grondslagenonderzoek van de mathematische fysica, die onder meer de geheimen van de kwantumfysica tracht te doorgronden.

Communicatie met engelen

Dee’s faustiaanse verlangen om de geheimen van de natuur te ontsluieren bracht hem tot zonderlinge praktijken, in samenwerking met zijn nieuwe medewerker en medium Edward Kelley, een veroordeelde vervalser. Ze hielden tussen 1582 en 1589 zowel op Mortlake in Engeland als op het vasteland reeksen seances. Deze ‘spiritual conferences’ hadden een christelijk sausje en vonden plaats na reiniging, vasten en gebed.

Edward Kelly
Edward Kelly
Dee en Kelley zochten zelfs contact met engelen, onder wie de aartsengel Uriel. Hiervoor gebruikten ze de ‘Enochiaanse’ taal, die aan hen zou zijn geopenbaard door de engelen zelf. Dee’s dagboeken en zijn Liber Loagaeth bevatten de neerslag van deze conversaties en voorbeelden van het vreemde Enochiaanse schrift. Een van de doeleinden van de communicatie met engelen was het vinden van antwoorden die de kloof moesten dichten tussen de rooms-katholieke en anglicaanse kerk en de puriteinse protestantse stroming in Engeland en Schotland.

Magische werktuigen

Het British Museum in Londen bezit verschillende magische werktuigen van Dee: zijn magische zwarte spiegel, magische schijven en een kristallen bol. De spiegel is gemaakt van obsidiaan (vulkanisch glas). Deze is afkomstig uit Mexico, waar hij functioneerde in waarzegpraktijken van Azteekse priesters. De spiegel kwam tussen 1527 en 1530 in Europa terecht, en werd door Dee en Kelley gebruikt voor hun conversaties met de engelen.

John Dee’s ‘Waarheidszegel van God’ (1)
John Dee’s ‘Waarheidszegel van God’, dat zijn kristallen bol ondersteunde. (CC BY-SA 4.0 – geni – wiki)

Ook de kristallen bol (van rotskristal) werd hiervoor gebruikt. Deze scryer heeft een diameter van slechts 5,2 centimeter. Een andere kristalkijker van Dee kwam in het Science Museum in Londen terecht. Dit voorwerp zou in november 1582 aan Dee geschonken zijn door de aartsengel Uriel, waarbij deze aan Dee en Kelley instructies verstrekte hoe de steen der wijzen gemaakt kon worden, een belangrijk doel van de alchemie. De versierde magische schijven van Dee dienden eveneens om de bovennatuurlijke communicatie te decoderen. Eén ervan was het ‘Waarheidszegel van God’, dat Dee’s kristallen bol ondersteunde.

Aan het hof van Rudolf II

In dienst van de Poolse aristocraat Olbracht (Albert) Laski trokken Dee en Kelley in 1583 naar Krakau, waar ze hun occulte studies en praktijken voortzetten. Laski kon het toegezegde jaarloon niet uitkeren en stuurde het duo naar het hof van de Habsburgse keizer Rudolf II in Praag. Beschuldigd van hekserij en ketterij op instigatie van de pauselijke gezant, werden ze in mei 1586 uitgewezen op verdenking van necromantie (voorspelling door contact met geesten).

John Dee en Kelley roepen een geest op
John Dee en Edward Kelley roepen een geest op. Afbeelding naar een tekening van medicus en occultist Ebenezer Sibly, 1790.

De hevig in geheime kennis geïnteresseerde Rudolf II stond hen al snel weer toe zich te vestigen bij burggraaf Wilhelm von Rosenberg in Třeboň (Duits: Wittingau) in Zuid-Bohemen. De occulte zaken slorpten het tweetal meer en meer op; op zeker moment gaven de engelen via het medium Kelley opdracht met elkaars vrouw te slapen, tot ontzetting van Dee en zijn echtgenote. Maar het commando werd opgevolgd, zij het slechts eenmalig. Het betekende het einde van de gezamenlijke seances.

Portret van Rudolf II
Portret van Rudolf II door Joseph Heintz de Oudere, 1594. Kunsthistorisches Museum, Wenen.
Dee vertrok in maart 1589 gedesillusioneerd naar Engeland, Kelley toog weer naar Praag. Opgesloten omdat hij er als alchemist niet in slaagde goud te maken, viel hij bij een poging om te ontsnappen van een muur; een ander verslag meldt dat hij zichzelf in tegenwoordigheid van zijn vrouw en kinderen vergiftigde. In hoeverre de bloedserieuze Dee willens en wetens is bedrogen door zijn medium Kelley, of zelf medeplichtig was aan bedrog, blijft een onopgeloste vraag onder historici.

Obscure laatste jaren

Na Dee’s terugkeer op Engelse bodem zamelden zijn vrienden geld voor hem in. Ook pleitten ze voor hem bij koningin Elizabeth, die hem in 1596 benoemde tot warden (bestuurder) van Manchester College. Niettemin leefde Dee geïsoleerd in het laatste decennium van zijn leven, en leed ook betrekkelijke armoede.

Lange tijd is aangenomen dat John Dee in december 1608 stierf op Mortlake, waar hij vervolgens in de Anglicaanse kerk aldaar zou zijn begraven. Waarschijnlijk stierf hij echter pas in maart 1609 in het huis van zijn kennis (en mogelijke testamentair executeur) John Pontois in Londen.

Postume reputatie

Dee’s opmerkelijke levensgang en vooral zijn geheimzinnige activiteiten op occult terrein, hebben ervoor gezorgd dat hij postuum nooit uit de belangstelling is verdwenen van schrijvers, schilders, filmers en andere kunstenaars, zowel uit de ‘hoge’ als de popcultuur. Ook spraakmakende occultisten als Aleister Crowley werden door John Dee geïnspireerd.

Prospero
De figuur Prospero in een uitvoering van The Tempest in 1993 (Royal Shakespeare Company)
Tijdens Dee’s leven en kort erna schilderden schrijvers als Ben Jonson en Margaret Cavendish hem veelal af als een goedgelovige of een bedrieger, die het niet ontzag zelfs de rust van de doden te verstoren. William Shakespeare zou het personage Prospero in The Tempest (1611) op de loopbaan van John Dee hebben gebaseerd. Het negatieve beeld bleef in Engeland lange tijd bestaan, terwijl zijn imago in Duitsland en omringende streken er eerder een was van een groot magiër.

Pas in 1909 publiceerde de historica Charlotte Fell Smith de eerste biografie van John Dee, die sindsdien als onderwerp diende van talloze studies en fictie in allerlei disciplines: literatuur van onder anderen Gustav Meyrink en Umberto Eco, toneelwerk, films, strips, graphic novels, songteksten, videogames en zelfs opera’s.

In de jaren 1960 en 1970 groeide de belangstelling voor Dee in de tegen- en subcultuur. De roman Gloriana (1978) van SF-schrijver Michael Moorcock, ook actief in de rockcultuur, beschrijft een parallelle, Elizabethaanse realiteit waarin John Dee aan het hof optreedt als Raadsman voor Filosofie, die kennis heeft van alternatieve realiteiten waarin weer andere versies van hemzelf rondwaren.

John Dee
John Dee omstreeks 1594. Onbekende schilder. Ashmolean Museum, Oxford.

Onsterfelijk in fictie

In het eerste kwart van de eenentwintigste eeuw luwde de belangstelling niet. Een onsterfelijk geworden Dee vult de bladzijden van de boekenserie The Secrets of the Immortal Nicholas Flamel van Michael Scott (2007-2021). In de film Elizabeth: The Golden Age (2007) worden twee scènes gegund aan de figuur van Dee. Andere opmerkelijke voorbeelden zijn Dr Dee: An English Opera van Damon Albarn (2011) en twee composities The Alchemist van John Zorn voor strijkkwartet en vrouwenstemmen (2013/2014). Heavy- metalband Iron Maiden wijdde eveneens een nummer The Alchemist aan Dee op het album The Final Frontier (2010). Historica Deborah Harkness publiceerde in 2012 de historische fantasyroman Shadow of Night, gebaseerd op haar dissertatie over Dee.

Zoals het vaak gaat met figuren die een mythische betekenis hebben verkregen, is ook het verhaal van John Dee vermengd met andere fantastische tradities. In de roman The Bones of Avalon (2010) van Phil Rickman stelt John Dee een onderzoek in naar het gebeente van koning Arthur, waarbij hij ook de ziener Nostradamus ontmoet. Het vampier-thema komt aan bod in de film Nosferatu (2024), waarin John Dee’s Mysteriorum Libri Quinque (Vijf Boeken van Mysteries) worden gelezen door het personage professor Albin Everhart Von Franz, gespeeld door William (‘Willem’) Dafoe.

Bronnen

– Stephen Clucas (ed.), John Dee. Interdisciplinary studies in English Renaissance Thought (2006).
– Nicholas H. Clulee, John Dee’s Natural Philosophy. Between Science and Religion (1988).
– Charlotte Fell Smith, (1909), The Life of Dr. John Dee (1527–1608) (1909).
– Deborah E. Harkness, John Dee’s Conversations with Angels. Cabala, Alchemy, and the End of Nature (1999).
– Lode Melis, De magie van John Dee. Een 16o-eeuwse humanist in woelige tijden (2022).
– György E. Szönyi & Rowland Wymer, ‘John Dee as a Cultural Hero’, European Journal of English Studies 15 (2011) 3, 189-209.
×