Hengist en Horsa – Twee mythische broers uit de vroege middeleeuwen

Symbolen voor de Angelsaksische migratie naar Engeland
6 minuten leestijd
Hengist en Horsa
Hengest en Horsa arriveren in Engeland. Historieprent in: Richard Verstegan, ‘A Restitution of Decayed Intelligence’ (1605)

Historisch, semi-historisch, mythologisch? Niemand weet het precies. Toch zijn Hengist en Horsa vermoedelijk het bekendste Europese broederpaar uit de vijfde eeuw. Hun betekenis op historisch, literair-historisch en etnografisch gebied bestrijkt het huidige Denemarken, Duitsland, Nederland en Engeland. Als leiders uit Jutland staan ze volgens de traditie aan het begin van de Angelsaksische invasies die een eind maakten aan het ‘Keltische’ Engeland.

Veelal wordt aangenomen dat Hengist (of Hengest) en Horsa mythische figuren zijn, wier verhaal wel is gebaseerd op historische feiten. Nadat de Romeinse legioenen Brittannië in 410 definitief hadden verlaten, viel de voormalige provincie ten prooi aan Picten en Scoten uit het noorden, Ieren uit het westen en Saksische piraten uit het oosten. De Romano-Britse koning Vortigern, bekend van de latere sagencyclus rondom koning Arthur en Merlijn, zou de broers in 449 uitgenodigd hebben om hem te komen helpen. Dat deden ze, maar deze remedie bleek erger dan de kwaal.

Vortigern wordt verleid

Kent vierde eeuw Peutinger kaart
Kent in de vierde eeuw, weergegeven op de Peutinger kaart.
In ruil voor buit en land moesten Hengist en Horsa de invallers en piraten verdrijven. Het was een strategie, die gekopieerd was van een even desastreus uitgepakte praktijk tijdens het laat-Romeinse rijk. De Jutse huurlingen arriveerden, bevochten de indringers en vestigden zich op het eiland Thanet of ergens langs de oostkust.

Niet veel later namen de broers Kent in bezit. Aanleiding hiervoor zou de verleiding van Vortigern geweest zijn door Rowena, de dochter van Hengist. Rowena voerde de koning dronken op een banket. Vortigern, volledig in de ban geraakt van de mooie Rowena, beloofde Hengist in dit vermoedelijk volkomen fictieve verhaal alles wat hij maar wilde in ruil voor haar hand. De prijs die Hengist bedong was Kent.

Vortigerns zoon Vortimer zette volgens de overlevering zijn vader af en organiseerde een leger om de verraderlijke Jutse en Saksische bondgenoten te verdrijven. Volgens de Angelsaksische kroniek, waarschijnlijk tegen het eind van de negende eeuw samengesteld onder Alfred de Grote, volgden vier veldslagen. De laatste vond plaats bij Wippedesfleot (mogelijk Ebbsfleet in Kent) omstreeks 465, waar de broers ook voor het eerst waren geland. Tijdens de oorlog zou Horsa al in 455 bij Aylesford gesneuveld zijn. Ook Vortimer en zijn jongere broer Catigern overleefden het conflict niet. De jaartallen en gebeurtenissen lopen in de verschillende versies van deze historie soms sterk uiteen.

Vortigern wordt verleid door Rowena
Vortigern wordt verleid door Rowena tijdens een banket van haar vader Hengist. Schilderij van Angelica Kauffmann, 1769-1770. Collectie Saltram, Plympton

Vortigerns einde

Na beëindiging van de oorlog nodigde Hengist Vortigern en zijn entourage weer uit op een banket. Tijdens dit festijn grepen zijn mannen hun wapens en slachtten de Britten af. Alleen Vortigern werd gespaard. Over Vortigerns dood tussen ongeveer 455 en 465 circuleren ook weer verschillende verhalen. Hij zou zijn omgekomen in een toren bij Craig Gwrtheyrn (‘Vortigerns Rots’) aan de rivier Teifi in Wales. De toren werd door zijn vijand, de Britse krijgsheer Ambrosius Aurelianus (Emrys Wledig in Welsh), ‘de laatste der Romeinen’ in Brittannië, in brand gestoken met Vortigern erin. Andere verhalen reppen van een dood door de bliksem als bovennatuurlijke straf, of van Vortigerns laatste jaren als kluizenaar. In Kent volgde Hengists zoon Æsc (Oisc) hem na diens dood in 488 op als koning.

Rechterpaneel van de ‘Franks Casket’
Rechterpaneel van de ‘Franks Casket’, een kistje van walvisbot uit de achtste eeuw, waarschijnlijk afkomstig uit Northumbria. Volgens één interpretatie is Hengist hier afgebeeld als hengst, treurend bij de grafheuvel van zijn broer Horsa. British Museum, Londen.

Friesland

Hengist speelt ook een rol in de historiografische traditie van Friesland. Het Finnesburg Fragment, een deel van een Oud-Engels heldendicht, beschrijft een strijd waarin hij als Deens krijger in de vroege vijfde eeuw tegen de Friezen strijdt. Een passage in de Beowulf meldt verwante gegevens. De Friezen waren bondgenoten van de Juten, de Friese leider Finn Folcwalding was getrouwd met een Deense prinses. Denen en Juten waren vijanden, maar er stonden ook Juten (zoals Hengist) aan Deense kant. Tijdens de vijfdaagse Slag bij Finnburg tussen Friezen en Denen werd de Deense aanvoerder Hnaef gedood. Hengist, zijn opvolger, vermoordde Finn uit wraak, terwijl hij diens gast was.

De bekende filoloog en fantasyschrijver J.R.R. Tolkien betoogde in zijn Finn and Hengest (postuum verschenen in 1982) dat de Hengist uit het Finnesburg Fragment en de Beowulf een historische en geen puur legendarische figuur was. Overigens is er bij anderen ook sprake van twee afzonderlijke figuren met de naam Hengist. Tegenwoordig worden Hengist en Horsa zoals gezegd veelal gezien als mythologische figuren, ontleend aan de volkstraditie. Hun namen betekenen immers niets anders dan ‘hengst’ en ‘paard’.

Germaanse migraties 5de eeuw
Germaanse migraties in de vijfde eeuw. (CC BY-SA 3.0 – mbartelsm – wiki)

Mythe en migratie

De broers dienen in de mythologische visie als boegbeelden van de ingrijpende transformaties die Kent in de vijfde eeuw op politiek, demografisch en landschappelijk gebied onderging, als gevolg van de Jutse en Angelsaksische migratiegolven. Broederparen als Hengist en Horsa gaan terug op een Indo-Europees motief, waarvan bijvoorbeeld ook de Griekse respectievelijk Romeinse Dioscuren (Castor en Pollux) een exponent zijn. Germaanse tradities rondom sacrale tweelingen zouden al dateren uit de Bronstijd; verschillende Germaanse stammen wezen op broederparen als hun stichter, bijvoorbeeld de Longobarden.

Geveltekens van twee tegenover elkaar staande paardenhoofden in oostelijk Nederland, Nedersaksen, Sleeswijk-Holstein en elders in Duitsland, werden omstreeks 1875 nog ‘Hengst und Hors’ genoemd, hetgeen eveneens op de mythologische achtergrond van de broers kan duiden. Deze makelaars kwamen ook terecht in verschillende wapenschilden van Duitse gemeenten en in de late negentiende eeuw zelfs op het logo van de Raiffeissenbank.

Historiografie

Britse migraties naar Wales, Cornwall, Bretagne en Galicië in de zesde eeuw.Britse migraties naar Wales, Cornwall, Bretagne en Galicië in de zesde eeuw.
Britse migraties naar Wales, Cornwall, Bretagne en Galicië in de zesde eeuw.
De migraties naar Engeland zijn op hun beurt een onuitputtelijk onderwerp voor het historische debat. Volgens sommigen gaat het om migratiegolven vanaf het begin van de vijfde eeuw, die de inheemse Britten westwaarts en naar Bretagne en Galicië verdreven en die mogelijk al in gang waren gezet ruim vóór de tijd van Hengist en Horsa, wellicht door Saksen (een verzamelterm) die in dienst van de Romeinen vochten. Andere auteurs gaan uit van een in aantal vrij geringe krijgerselite die de inheemse Britten ging overheersen. De huidige opvatting wijst op regionale variatie: massale migratie vooral in het zuiden en oosten, overheersing door een continentale krijgerselite in het noorden en westen.

Het jaar 449 voor de aankomst van Hengist en Horsa wordt vermeld in de Angelsaksiche kroniek, maar eerder schreef Beda Venerabilis (673-735) in zijn Historia ecclesiastica gentis Anglorum (‘Kerkelijke geschiedenis van het Engelse volk’) al over de broers. Ook de Welshe monnik en geschiedschrijver Nennius verhaalt in de negende eeuw over de broers (Historia Brittonum, ca. 830). Een uitvoeriger en meer fantastisch verslag vinden we in Historia regum Brittanniae (‘Geschiedenis der koningen van Brittannië) van Geoffrey (Galfredus) van Monmouth uit ongeveer 1136. Veel latere auteurs baseren zich op Geoffrey’s werk. Het verhaal van de legendarische broers belandde in de dertiende eeuw ook in de Spiegel Historiael van Jacob van Maerlant.

Witte paard van Uffington,  geoglief van een paard nabij Uffington Castle in Oxfordshire
Witte paard van Uffington, geoglief van een paard nabij Uffington Castle in Oxfordshire

Grillige traditie

Na de middeleeuwen leefde de sage van de Jutse broers op soms verrassende wijze voort. John Aubrey schreef in zijn Monumenta Britannica (1663-1693) het reusachtige, 110 meter lange Witte Paard van Uffington (Oxfordshire) toe aan Hengist en Horsa; het paard zou hun standaard zijn geweest bij de veroveringen in Groot-Brittannië. Maar hij bracht het tegelijkertijd in verband met de oude Britten, omdat het paard lijkt op motieven op munten uit de Keltische periode (de IJzertijd). Met behulp van luminescentiedatering is het paard in 1995 gedateerd in de Bronstijd.

Omslag van ‘Het zwaard, de zee en het valse hart’ van Theun de Vries
Omslag van ‘Het zwaard, de zee en het valse hart’ van Theun de Vries (ed. 1966).
Enkele Nederlandse auteurs hebben vanaf de zeventiende eeuw de naam van het Zeeuws-Vlaamse dorp Hengstdijk, voor het eerst vermeld in de twaalfde eeuw als Henghisdic en andere varianten, in verband gebracht met de figuur van Hengist.

In 1796 werd in Engeland het toneelstuk Vortigern and Rowena of Vortigern, an Historical Play ‘ontdekt’ als een onbekend werk van William Shakespeare. Uiteindelijk werd onthuld dat het een product was van de bekende Shakespeare-vervalser en schrijver William Henry Ireland. Tijdens de eerste uitvoering op 2 april 1796 werd het door het publiek belachelijk gemaakt. Ireland publiceerde het stuk nog eens in 1832 als zijn eigen werk, maar ook dit had weinig succes.

Een Nederlands literair voorbeeld van het voortleven van de traditie is de historische roman Het zwaard, de zee en het valse hart, een sage (1966) van Theun de Vries.

Bronnen

– Bryan Evans, The Life & Times of Hengest (Ely, Cambridgeshire 2014).
– Nicholas J. Higham, The English Conquest: Gildas and Britain in the Fifth Century (Manchester 1994).
– Michael E. Jones, The End of Roman Britain (Ithaca NY 1996).
– John Morris, The Age of Arthur. A History of the British Isles from 350 to 650 (London 1973).
– J.R.R. Tolkien, Alan Bliss (ed.), Finn and Hengest (London 1982).
– N.Th.J. Voorwinden, ‘Hengest en Horsa’, in: W.P. Gerritsen en A.G. van Melle, Van Aiol tot de Zwaanridder. Personages uit de middeleeuwse verhaalkunst en hun voortleven in literatuur, theater en beeldende kunst (Nijmegen 1993), 177-178.
×