Nederlandse vrouwen in zestiende eeuw al redelijk geëmancipeerd

Wij zijn de Bickers! – Simone van der Vlugt
Bij uitgeverij Prometheus verschijnt deze week het boek Wij zijn de Bickers! van bekend romansschijfster Simone van der Vlugt. Tijdens de research voor haar historische romans stuitte Simone van der Vlugt op allerlei bijzondere verhalen, die ze nu in haar eerste non-fictieboek deelt. ‘Wij zijn de Bickers!’ vertelt het verhaal van de Amsterdamse regentenfamilie Bicker, bekend van onder meer burgemeester Andries Bicker en Bickerseiland. Vrouwen spelen een secundaire rol in het boek. Op Historiek een fragment uit het eerste non-fictie boek van Simone van der Vlugt, waarin een beeld gegeven wordt van de positie van de vrouw in de zestiende eeuw.

Vrouwen in de zestiende eeuw

Tot nu toe hebben we het vooral over mannen gehad. Door gebrek aan informatie blijven de vrouwen verborgen in de schaduw van het verleden. Wie waren Anna, Aleida, Machteld, Dieuwertje, Elisabeth, Annetgen en Joostken?

Anna Codde (1600-1699) - Amsterdam museum
Anna Codde (1600-1699) – Amsterdam museum
We kennen hun namen, we zien hun handtekeningen onder trouwakten. In doop- en begraafboeken lezen we wanneer ze zijn geboren en gestorven, en hoeveel kinderen ze hebben gekregen. Met behulp van eigendomsakten en testamenten komen we erachter waar ze hebben gewoond, maar daar blijft het bij. Dichterbij kunnen we niet komen. En dat terwijl vrouwen in de zestiende eeuw zo’n belangrijke rol speelden, niet alleen als echtgenote en moeder, maar ook als partner in het familiebedrijf. Lezers van mijn historische romans merken wel eens op dat mijn vrouwelijke hoofdpersonen erg zelfstandig en eigengereid zijn, en daardoor modern overkomen. Nou, ze wáren ook zelfstandig en eigengereid. Natuurlijk, de tijd waarin ze geboren werden, legde hun beperkingen op die vrouwen tegenwoordig niet meer hebben, maar zeker in vergelijking met andere landen had de Nederlandse vrouw veel vrijheid. Mensen uit omringende westerse landen verbaasden zich daar dan ook over. Bij hen werden vrouwen een stuk korter gehouden. Nederlandse vrouwen waren in hun ogen vrijmoedig, op het brutale af. Als mannen met elkaar in gesprek waren, trokken ze zich niet bescheiden terug, maar ze schoven aan en praatten mee. Niet zelden voerden ze het hoogste woord, zonder dat ze gecorrigeerd werden door hun echtgenoot. Dat bracht de Engelsman Fynes Moryson in 1593 tot de, hertaalde, uitspraak:

‘De vrouwen in dit gedeelte [van de wereld] kunnen meer dan alle anderen van onnatuurlijke dwingelandij over hun mannen worden beticht.’

Hij voegde eraan toe dat hij had gehoord dat…

‘een gerechtsdienaar een man heeft gedagvaard zodat deze rekenschap kon geven, omdat hij zijn vrouw had geslagen’

Vrouwen in bedrijf

Vrouwen regelden bedrijfszaken met hetzelfde gemak als het huishouden. Handeldrijven was niet alleen de taak van de man, zijn vrouw had daar ook een zeer actieve rol in. Het kwam zelfs voor dat vrouwen, als hun echtgenoot verhinderd was, in hun eentje op zakenreis gingen. Admiraal Michiel de Ruyter liet de bevoorrading van zijn schepen over aan zijn vrouw Anna van Gelder, en Joost van den Vondel zat te schrijven terwijl zijn vrouw Maaike de Wolff in hun kousenwinkel in de Warmoesstraat stond. Ook in de schilderkunst kennen we vrouwen die als meester-schilder in de gildeboeken stonden ingeschreven, bijvoorbeeld de Leidse Judith Leyster en de Alkmaarse Isabella Bardesius. Dat was in andere landen uitgesloten.

Wendela Bicker
Wendela Bicker
Hoe modern dat ook mag klinken, vrouwen moesten wel hun plaats weten. In de zestiende en zeventiende eeuw leefde men volgens de richtlijnen van de Bijbel, en die schreef voor dat de vrouw ondergeschikt was aan de man. Hij moest haar wel goed behandelen, slaan was niet toegestaan. Ongetrouwde meisjes moesten volgens de wet hun vader gehoorzamen, en als hij was overleden, stonden ze onder voogdij van een broer, neef of oom. Waren ze getrouwd, dan nam de echtgenoot de taak van voogd over, en moest een vrouw haar echtgenoot gehoorzamen. In de praktijk zal het wel meegevallen zijn met die volgzaamheid, als we de verhalen uit die tijd mogen geloven. In een land dat zo sterk afhankelijk was van de handel als Nederland was een deemoedige, onmondige echtgenote helemaal niet praktisch. Kooplieden hadden hun vrouw hard nodig als partner in het familiebedrijf. Betaalde arbeidskrachten konden je in de steek laten of bedriegen, van een echtgenote kon je op aan.

Om die reden kregen vrouwen alle vrijheid die ze wilden. Het was zelfs bij de wet geregeld. Een ‘openbare koopvrouw’ werd ze dan genoemd. In die positie had de vrouw stilzwijgend toestemming van haar man om handel te drijven tenzij hij haar dat expliciet verbood, bijvoorbeeld als een vrouw geen zakelijk inzicht had of gemakkelijk schulden maakte. Maar over het algemeen waren alle vrouwen door die wet automatisch handelingsbekwaam. Uiteindelijk zullen er niet veel vrouwen zijn geweest die zo ondernemend waren om een eigen bedrijf op te zetten. Wat wel vaak gebeurde was dat de echtgenote na de dood van haar man de leiding van het bedrijf overnam. Ze nam dan een meesterknecht in dienst, die de zaken op de werkvloer regelde.

Weduwen hadden een aparte status. Een voogd hadden ze niet meer nodig, ze stonden zelf aan het hoofd van het huishouden en hadden alleen in juridische zaken mannelijke bijstand nodig. Zo’n zelfstandige weduwe was Elisabeth van den Berg, die bekendstond onder de naam Lysken Becx en vermoedelijk in 1552 in Helmond geboren was. Samen met haar man Jan dreef ze herberg De Wilde Man in Helmond. Na zijn dood ging ze niet bij de pakken neerzitten, maar zette ze de zaak in haar eentje voort.

Zo heeft de zestiende eeuw heel wat eigenzinnige vrouwen gekend. Maeijken Joosten bijvoorbeeld, die lesbisch was en dolverliefd op de Leidse Bertelmina Wale. Dat kon natuurlijk niet in die tijd, en dus verkleedde Maeijken zich als man en noemde ze zich Abraham Joosten. In maart 1606 ging ze met Bertelmina in ondertrouw, maar het bedrog kwam uit. De officier eiste de verdrinkingsdood voor Maeijken, maar dat ging de schepenen net iets te ver. Ze werd gegeseld en verbannen uit Leiden en omgeving. Hoe het met haar verloofde afliep is niet bekend.

Kenau Simonsdr. Hasselaer met haar vrouwenvendel op de wallen van Haarlem. Groot 'historiestuk' in 1854 dat ook aanleiding gaf tot twijfel aan het waarheidsgehalte. Schilderij Johannes Egenberger en Barend Wijnveld.
Barend Wijnveld en Johannes Hinderikus Egenberger. Kenau Simonsdochter Hasselaer op de wallen van Haarlem. 1854, Frans Hals Museum, Haarlem.

Stadsheldinnen

“Zeker in vergelijking met andere landen had de Nederlandse vrouw veel vrijheid. Mensen uit omringende westerse landen verbaasden zich daar over.”

Een verhaal apart zijn de stadsheldinnen. Het bekendste voorbeeld daarvan is de al eerder genoemde Kenau Simonsdr. Hasselaer, die tijdens het beleg van Haarlem haar seksegenoten aanspoorde de wapens op te nemen. Ook in het dagelijks leven wist Kenau precies wat ze wilde. Haar echtgenoot, Nanning Gerbrantsz Borst, had een scheepstimmerwerf. Na zijn dood in 1562 nam Kenau de zaak over. Blijkbaar hadden de klanten alle vertrouwen in haar leiding en kunde, want de bestellingen voor nieuwe schepen gingen gewoon door. In januari 1573 leverde ze hout aan het stadsbestuur van Haarlem voor de bouw van een galei die gebruikt werd om strijd te voeren tegen de Spanjaarden.

Alkmaar had zijn eigen Kenau, in de persoon van Trijn Rembrants. Ze werd in 1557 geboren en op zestienjarige leeftijd streed ze dapper mee tegen de Spanjaarden, die Alkmaar belegerden. In 1661 noteerde de zeventiende-eeuwse geschiedschrijver Petrus de Lange het verhaal van Trijn, dat hij via overlevering kende:

De vrouwen waren zo moedig als de mannen, die alles met grote nijverheid aandroegen. Ja, een jonkvrouw van omtrent 16 jaren, Trijn Rembrants, heeft de anderen een moed onder de ribben gestoken, en als een man naast velen gestreden.

Wij zijn de Bickers!
Wij zijn de Bickers! – Simone van der Vlugt (€19.99)
Ook in Utrecht woonde zo’n doortastende Trijn. Geboren in 1530 als Catrijn Willem Claesdr Voornen, gaf zij de aanzet tot de bestorming van kasteel Vredenburg, dat werd gebruikt als gevangenis. In het voorjaar van 1577, toen er door ongeregeldheden een groot tekort aan turf in de stad was, dreigden de Utrechtenaren het houtwerk uit slot Vredenburg te slopen als het stadsbestuur niet onmiddellijk hun brandstofprobleem oploste. Op 2 mei 1577 had Trijn genoeg van het getreuzel van de burgemeesters en hitste ze een grote groep vrouwen op om de zaak zelf te regelen. Gewapend met houwelen liepen ze naar het kasteel. Trijn deelde de eerste slagen op de muur uit, en zodra de stenen los kwamen te zitten, stortte de stadsbevolking zich op het gehate bolwerk.

In Utrecht wordt Trijn van Leemput geëerd met een standbeeld op de Zandbrug, in de buurt van haar huis op de Oudegracht 17. Op de sokkel van het beeld staat:

‘Dit is ’t beeld van Leemputs vrouw, die moedig heeft gedaan, dat burger noch soldaat, in Utrecht heeft bestaan.’

~ Simone van der Vlugt

Boek: Wij zijn de Bickers! – Simone van der Vlugt
Ook interessant: Groeiend geluk: 225 jaar vrouwenemancipatie

Bestel dit boek bij:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Helden - Stephen Fry De jodenvervolging in foto's De Bourgondiërs - Bart Van Loo Wij zijn de Bickers - Simone van der Vlugt t Hooge Nest - Roxane van Iperen Vietnam - Max Hastings Boerhaave botanicus - Margreet Wesseling Het gedroomde Noorden - Adwin de Kluyver Vet oud - Gouden Eeuw De zaak Oldenbarnevelt
Gelijk naar geschiedenisboeken over: