Melis Stoke is een van de bekendste middeleeuwse kroniekschrijvers van de Lage Landen, maar van zijn leven weten we maar weinig. Hij is rond 1235 of later geboren en vermoedelijk omstreeks 1315 gestorven. Stoke was enige jaren in dienst van de stad Dordrecht, klerk aan het grafelijk hof van Holland en mogelijk een monnik. Zijn Rijmkroniek van Holland (1305) is voor de geschiedschrijving van Holland en Zeeland een uiterst belangrijke verhalende bron, hoewel partijdigheid Melis Stoke niet vreemd was.
Dordrecht of Zeeland?
Al over Stoke’s geboorteplaats zijn de historici het oneens. Hij zou in Dordrecht zijn geboren, of uit Zeeland stammen en mogelijk uit Zierikzee, gezien zijn kennis van de streek en de omstandigheden daar. Van 1296 tot eind 1299 was hij stadsklerk van Dordrecht, daarna werkte hij in de kanselarij van Jan II, graaf van Holland en Zeeland.

De Zierikzee-hypothese werd weer naar voren gebracht in 1988 in een doctoraalscriptie van Karin de Rijke. J.W. te Winkel suggereerde in 1896 al dat Stoke van het eiland Schouwen afkomstig moest zijn, omdat hij dit eiland…
…toch meer in bijzonderheden kent. Geene plaats ook prijst hij meer dan Zierikzee. Hij spreekt van “Zirixe sijn (dit is des graven) lieve poort” en van “de goede lude van Sirixe”, terwijl hij veel uitvoeriger dan over iets anders over het beleg en ontzet van Zierikzee in 1304 uitweidt.

Meer dan een klerk
Tot 1305 werkte Melis Stoke in de grafelijke kanselarij. Wegens zijn schrijfvaardigheid wordt wel aangenomen dat hij een monnik was; vrijwel alleen monniken en ontwikkelde geestelijken waren immers het schrift machtig. Hoewel hij zichzelf in de opdracht van de voltooide kroniek aan graaf Willem III ’s graven ‘armen clerk’ noemt, moet zijn takenpakket aanzienlijk meer hebben omvat hebben dan die simpele aanduiding suggereert. Hij diende de graven Jan II en Willem III en zal hen op reis hebben vergezeld en in de omgeving van de grafelijke raad als klankbord en adviseur hebben gefungeerd. Zijn kennis van de geschiedenis van Holland en de actuele gebeurtenissen in het graafschap moeten mede te danken zijn aan zijn aanwezigheid in de hoogste kringen, en aan het feit dat hij ooggetuige was van belangrijke gebeurtenissen.
Die aanwezigheid bij grote gebeurtenissen levert soms treffende details op. Zoals bij de overbrenging van het lijk van Floris V naar Alkmaar, waar Melis bij de baar de trouwe honden van de graaf zag zitten. Elders klaagde hij weer over de hinder die gasten aan het grafelijk hof veroorzaakten, of over kleinzielige en naijverige hovelingen. De persoonlijke ontboezemingen overschrijden niet de grenzen van het gezonde verstand: Melis vermeldt dat hij de namen niet noemt van de edelen die zich in de onderlinge strijd in de jaren vóór de vestiging van het huis Avesnes gunstig of ongunstig hadden onderscheiden: ‘Die van den stride was de bloeme/ Of de quaetste of de beste’. Angst voor wraakacties uit adellijke hoek zal daarbij een rol hebben gespeeld.

Oorkonden
Behalve de Rijmkroniek zijn ook van de reguliere, dagelijkse arbeid van Melis Stoke voorbeelden bekend. J.W.J. Burgers traceerde negenendertig oorkonden van zijn hand. Twee ervan, uit 1296 en 1298, zijn Dordtse schepenbrieven en dateren dus uit de tijd dat Melis voor de stad werkte.
Ook schreef Melis een reeksje oorkonden ter gelegenheid van de inhuldigingstocht van graaf Jan II van Avesnes, die de jonggestorven Jan I, de laatste telg uit het Hollandse huis, was opgevolgd. Deze tocht vond plaats in de laatste maanden van 1299. De oorkonden bevestigen de rechten van belangrijke steden als Zierikzee, Dordrecht, Delft, Leiden en Haarlem.
Fasen van de Rijmkroniek
Een belangrijke gegevensbron voor de Rijmkroniek was het Chronicon Egmundanum (de Annalen van Egmond), een in het Latijn gestelde rijmkroniek over de geschiedenis van Holland in de periode 647-1205.

De Rijmkroniek zelf wordt gemakshalve gedateerd in 1305, omdat zij de op rijm gezette geschiedenis van Holland en Zeeland bevat over de jaren 1206 tot 1305, althans het door Melis Stoke geschreven ‘vervolg’. Een onbekende klerk aan het hof van graaf Floris V beschreef in 1280-1282 deze historie tot het jaar 1205. Melis Stoke’s werk aan de kroniek besloeg enkele fasen: 1301-1302 (een kleine 7000 verzen) en 1305 of kort daarna (zo’n 4000 verzen). In 1311-1314 produceerde hij nog een herziene versie. Vrij kort daarna, in 1315 of wat later, is Melis waarschijnlijk gestorven in Den Haag, waar hij zijn functie aan het grafelijk hof had uitgeoefend.
Betekenis
De Rijmkroniek van Holland is een belangrijke, eigenlijk onmisbare bron voor onze kennis omtrent de moord op Floris V, de historie van de Vlaamse oorlog en belangrijke actoren daarin, zoals Wolfert van Borsele en Jan van Renesse.
Misschien waren Melis’ administratieve en aanverwante taken niet altijd even tijdrovend, want hij vertelt dat hij de geschiedenis van de Hollandse graven wil vertellen om zijn ‘zinnen’ niet aan stilstand en ledigheid prijs te geven:
‘Om dat ic niet en wille/ Dat mine sinnen yet leggen stille/ Ende verderven met ledichede/ Wil ic u al hier ter stede/ Segghen wie die graven waren/’.
Hij belooft geen fabels of leugens te vertellen en niemand te bedriegen:
‘Sonder favele, sonder lieghen/ Sonder yement te bedrieghen’.

Vooroordelen
Melis toont zich in zijn werk een fel pleitbezorger van de zaak van Holland en de Hollanders, en oordeelt negatief over Hollands vijanden, vooral de Vlamingen. Die willen bijvoorbeeld nooit hun verlies erkennen, in tegenstelling tot de Hollanders: ‘Het is der Hollanders maniere:/ Verliesen si drie manne ofte viere,/ Si seggen liever meer dan min/ Die Vlaminc missaect int begin’. De Hollanders noemen liever meer dan minder verliezen, de Vlamingen liegen er meteen over.
Ook van de (West-)Friezen, die Floris’ vader Willem II hadden gedood en zijn lijk verborgen, moet hij niet veel hebben, evenmin als van de Saksen. Toch kon hij bij individuele vijanden van Holland wel kwaliteiten waarderen, zoals bij Jan van Renesse, held van de Guldensporenslag en misschien een mede-Zeeuw van Melis. Van Renesse was dapper en ridderlijk tegenover zijn vijanden, maar streed helaas aan de Vlaamse, dus verkeerde zijde.

De omwerking van de Rijmkroniek in 1311-1314 bevat niet alleen stilistische herzieningen, maar ook een matiging van de uitvallen tegen de vijanden van Holland en de Hollandse graven uit de voorgaande versie. Historisch letterkundige Frits van Oostrom (2013):
Was het politieke tij inmiddels gekeerd, en moesten er bakens worden verzet? Het zou helemaal passen bij de manier waarop de meeste geschiedschrijving in de Middeleeuwen tegen de macht aanleunt.
Latere uitgaven

Andere kronieken
Rijmkronieken waren populair in een groot deel van Midden-Europa, zoals het Heilige Roomse Rijk (waartoe ook Holland in naam behoorde) en Zwitserland. De eerste in de Lage Landen waren die van Egmond en kronieken uit Gent en Brugge. In de volkstaal geschreven rijmkronieken bleven in onze streken vanaf de latere dertiende eeuw tot ver in de vijftiende in zwang. Buiten Holland waren auteurs als Jan van Boendale (ca. 1280-ca. 1351) en Lodewijk van Velthem actief. De laatste schreef in 1315-1317 een slot op de onvoltooide Spiegel Historiael van Jacob van Maerlant.

In 1478 liet Jan van Naaldwijk zijn anonieme Chronike ofte die Historie van Hollant, van Zeelant, van Vrieslant ende van het stichte van Utrecht drukken. Een heel belangrijke nabloeier is de in 1517 te Leiden gepubliceerde Die Chronyk van Hollandt, Zeelandt ende Vriesland van de Goudse humanist Cornelius Aurelius (ca. 1460-1531). Het werk werd vooral bekend onder de naam Divisiekroniek. Het bevat vooral de geschiedenis van Holland vanaf de vroegste tijden tot het jaar 1517, maar ook een wereldgeschiedenis. Een verkorte versie ervan deed tot in de negentiende eeuw dienst als schoolboek voor de vaderlandse geschiedenis.
Vernoemingen
Behalve in Nederlandse en Belgische straatnamen leefde de naam van Melis Stoke ook voort als pseudoniem van de Nederlandse journalist Herman Salomonson, die in 1942 in het Duitse concentratiekamp Mauthausen is vermoord.
– J.W.J. Burgers, De Rijmkroniek van Holland en zijn auteurs (Hilversum 1999).
– J.W.J. Burgers (uitg.), Rijmkroniek van Holland (366-1305) (2004), URL: https://resources.huygens.knaw.nl/rijmkroniek
– G. Kalff, ‘Tusschenspel. Ontkieming van het Nationaliteitsgevoel’, in: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde dl. 1 (1906).
– Jan J.B. Kuipers & Johan Francke, Geschiedenis van Zeeland. De canon van ons Zeeuws verleden, Zutphen 2009.
– Frits van Oostrom, Wereld in woorden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1300-1400 (2013).
– Margit Rem, ‘Een monument voor Melis Stoke (en voor een anonymus)’, Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 14 (2007) 88-89.
– Karin de Rijke, Melis Stoke, poorter van Zierikzee, doctoraalscriptie Utrecht (1988).
– Karin de Rijke, ‘Melis Stoke, een onbekende? De slag om Zierikzee in 1304 in de Rijmkroniek van Holland’, Kroniek van het Land van de Zeemeermin 1990, 17-30.
– Wim van Wijk, ‘Melis Stoke 1225 — 1315’ (2013), URL: https://www.regionaalarchiefdordrecht.nl/dordts-biografisch-woordenboek/melis-stoke/
– J. te Winkel, ‘Het karakter en de staatskundige denkbeelden van Melis Stoke’, Historische avonden 1 (1896) p. 36-85.
Floris V van Holland en Zeeland – ‘Der Keerlen God’
De tombe van graaf Floris V
Jan van Renesse leefde en stierf met het zwaard
De Zeeuwse edelman Wolfert van Borsele ging ten onder aan zijn eigen machtshonger
Jan van Blois – Landvoogd en graaf
De vrolijke, vrije en vunzige Middeleeuwen
Boek van de maand: Historia scholastica, 1473