Toen op 12 maart 1938 de Duitse troepen de Oostenrijkse grens overstaken, leek het alsof een langgekoesterde droom eindelijk werkelijkheid werd. In Wenen kleurden tienduizenden bloemen en vlaggen de straten terwijl Adolf Hitler zijn triomfantelijke intrede deed. De beelden van de juichende menigten gingen de wereld over als het ultieme bewijs van een broedervolk dat smachtte naar de aansluiting bij het Derde Rijk.
- Oostenrijk na 1918 – een land zonder richting
- Radicalisering en de opkomst van Dollfuss
- De weg naar autoritarisme
- Italiaanse ambities
- Een elite die de deur opende
- De crisis van februari–maart 1938
- De fatale gok: het referendum en het ultimatum
- De val van Wenen
- De geregisseerde triomftocht van Hitler
- Video: Toespraak na de annexatie van Oostenrijk
- De onmiddellijke nazificatie
- De schijn van legitimiteit
- Een wereld die toekeek
- Het gewillige slachtoffer: de mythe en werkelijkheid van de Oostenrijkse Anschluss
Achter dit zorgvuldig geregisseerde spektakel schuilde een veel complexere waarheid: Oostenrijk was meer dan alleen het eerste slachtoffer van Hitlers expansiedrift. Het was een land dat wankelde, met elites die de deur naar Berlijn wagenwijd openzetten, en een bevolking die gevangen zat tussen oprecht enthousiasme, berekend opportunisme en diepe angst.
Oostenrijk na 1918 – een land zonder richting
Na de Eerste Wereldoorlog bleef van het voormalige Habsburgse Oostenrijk-Hongaarse Rijk maar weinig over. Het Duitstalige deel, Oostenrijk, werd een republiek met 7 miljoen inwoners met als waterhoofd de miljoenenstad Wenen. De jonge republiek stond bij voorbaat economisch zwak: de landbouw bevond zich voornamelijk in Hongarije, de industrie bleef achter in Tsjecho-Slowakije en het had ook zijn verbondenheid met open zee verloren. De economie stortte in, werkloosheid en armoede namen toe en de politieke tegenstellingen tussen socialisten, conservatieven en extreemrechts liepen hoog op.
Veel Oostenrijkers vroegen zich af of hun land überhaupt levensvatbaar was. Een aansluiting bij Duitsland lag voor de hand. Het idee van een Groot-Duitsland — één staat voor alle Duitsers — had diepe wortels in de negentiende eeuw en leefde na 1918 opnieuw op. In Tirol en Salzburg stemden in 1921 zelfs meer dan 98 procent van de kiezers vóór aansluiting bij Duitsland. Maar de vredesverdragen van Versailles en Saint-Germain verboden expliciet een unie tussen beide landen. Oostenrijk moest zelfstandig blijven, of het dat wilde of niet.
Radicalisering en de opkomst van Dollfuss
De binnenlandse politiek was sterk gepolariseerd. De dominante arbeiderspartij (SDAPÖ) stond tegenover de katholieke en conservatieve partij (CS). Daarnaast waren er ook communisten en tal van rechtse bewegingen, waaronder al in 1918 een Nationaal-Socialistische partij.

De weg naar autoritarisme
De politieke spanningen liepen verder op toen begin 1934 de sociaaldemocratische partijmilities slaags raakten met het leger en rechtse milities. Als represailles werd de SDAPÖ door Dollfuss verboden. Het vormde een sein voor een burgeroorlog. In vijf dagen vielen er meer dan 300 doden. Het parlement besloot op 27 april, zonder de verboden SDAPÖ, tot een nieuwe grondwet. Op 1 mei 1934 trad deze in werking, waarmee de democratie feitelijk ten einde kwam.
In deze fase waagde Hitler al een poging tot een Anschluss. Hij vond dat Duitsland en Oostenrijk bij elkaar hoorden. In 1925 prees hij zich in zijn Mein Kampf al gelukkig dat hij in Braunau Am Inn was geboren, op de grens van ‘’twee Duitse staten waarvan de hereniging […] een met alle middelen te realiseren levensdoel lijkt’. Ook schreef hij:
Gelijk bloed hoort in een gemeenschappelijk rijk.
Door de Duitse zusterpartij aangemoedigd pleegden de nazi’s op 25 juli 1934 een knullige staatsgreep, waarbij bondskanselier Dollfuss werd doodgeschoten. Alleen ontbrak het hen aan militair en politiek draagvlak, waardoor de coup mislukte. Daarnaast durfde Hitler het niet aan om militair in te grijpen, omdat Mussolini zijn leger had klaarstaan aan de Brennerpas. Op 30 juli 1934 volgde Kurt Schuschnigg de vermoorde Dollfuss op.

Italiaanse ambities
Hitler wist dat hij Italië ervan diende te overtuigen dat hij geen kwade bedoelingen had. In 1918 had Italië het Duitstalige Zuid-Tirol mogen annexeren. In Italië leefde de angst dat Hitler dit terug wilde draaien. Daarom sloot Italië in 1935 een verbond met Frankrijk en Groot-Brittannië. Er werd stelling genomen tegen de Duitse herbewapening en er kwam een bevestiging van de onafhankelijkheid van Oostenrijk
Hitler werd echter geholpen door de veroveringszucht van Mussolini. Die was in 1935 Ethiopië binnengevallen en door de inzet van gifgas en vliegtuigen was de strijd snel gestreden. Mussolini had daarnaast de bredere ambitie om het Romeinse Rijk in het Middellandse Zeegebied te herstellen. Hij kwam hierdoor internationaal geïsoleerd te staan. Hitler maakte daar gebruik van en in januari 1936 kwam het tot een eerste afspraak tussen Duitsland en Italië. Door deze toenadering kwam Oostenrijk diplomatiek steeds geïsoleerder te staan en kreeg Hitler meer ruimte om druk uit te oefenen op de Oostenrijkse regering. Deze druk bereikte een hoogtepunt in februari 1938, toen hij kanselier Schuschnigg in Berchtesgaden dwong prominente nazi’s, onder wie Arthur Seyss-Inquart, in zijn kabinet op te nemen.
Duitsland en Italië werkten in 1936 nauw samen in de Spaanse Burgeroorlog. Hitler overtuigde Mussolini ervan dat Zuid-Tirol Italiaans mocht blijven. De as Berlijn-Rome was daarmee in oktober 1936 een feit en het lot van Oostenrijk bezegeld. Mussolini zou zich afzijdig houden bij een eventuele invasie en een grotesk staatsbezoek van Mussolini aan Duitsland in september 1937 bevestigde de innige Duits-Italiaanse vriendschap. De andere grote mogendheden keken sceptisch toe, maar grepen omwille van de appeasement-politiek niet in.

Een elite die de deur opende
Binnen de Oostenrijkse elite bestond een breed gedragen, maar fataal samenspel van motieven dat de weg naar de Anschluss plaveide. Conservatieve politici zagen in Hitler een noodzakelijke bondgenoot tegen het socialisme, terwijl industriëlen en bankiers hoopten op economische stabiliteit en nieuwe kansen binnen de Duitse markt. Ook binnen het leger en de bureaucratie leefde een sterke sympathie voor een Groot-Duits verband. Deze machthebbers koesterden de gevaarlijke illusie dat Oostenrijk binnen het naziregime een zekere mate van autonomie zou behouden; zij onderschatten Hitlers ambities totaal en leverden hun land onbedoeld uit aan een regime dat geen enkele ruimte liet voor zelfbestuur.
In de samenleving zelf was het beeld diffuus. Waar in Wenen – van oudsher een bolwerk van sociaaldemocratie en culturele verhevenheid – scepsis en angst voor het nationaalsocialisme overheersten, leefde op het conservatieve platteland en onder jongerenorganisaties een groeiende ontvankelijkheid voor de dynamische, nationalistische retoriek van de nazi’s. Binnen invloedrijke katholieke kringen ontstond bovendien een bereidheid om Hitler te accepteren als dam tegen het oprukkende socialisme, waardoor de deur naar Berlijn al wagenwijd openstond voordat de Duitse troepen daadwerkelijk de grens overstaken.
Bovendien was het antisemitisme in Oostenrijk geen geïmporteerd fenomeen uit Duitsland, maar een diepgewortelde en vaak radicale lokale traditie, die terugging tot figuren als de invloedrijke Weense burgemeester Karl Lueger. Het bleek dat de ideologische bodem voor de nazificatie al lang was gelegd; de Anschluss was daarmee niet slechts een externe machtsgreep, maar het resultaat van een proces dat al jaren in het hart van de Oostenrijkse samenleving broeide.
De crisis van februari–maart 1938
In het begin van 1938 werd Hitler geconfronteerd met twee seksschandalen in de legertop; de Blomberg-Fritsch-crisis. Om de problemen te verhullen voerde hij een drastische zuivering door van de talloze hoge ambtenaren en militairen. Lastige critici raakte hij hierdoor kwijt en hij kon zichzelf tot opperbevelhebber benoemen.

Direct na deze confrontatie begonnen de Duitsers een omvangrijk media- en propagandaoffensief gericht op Oostenrijk. Het hoogtepunt hiervan volgde op 20 februari, toen Hitler een grote redevoering hield die niet alleen in Duitsland, maar ook in Oostenrijk live werd uitgezonden. In deze rede wierp Hitler zich op als de “beschermheer” van alle etnische Duitsers buiten de rijksgrenzen. Hij beklemtoonde dat het voor een Weltmacht als Duitsland een onverdraaglijke gedachte was dat Volksgenossen in buurlanden zwaar moesten lijden.
Deze provocerende taal werkte als een lont in het kruitvat: in heel Oostenrijk braken direct weer rellen en vechtpartijen uit. Niet alleen de nazi’s, die zich gesterkt voelden door de woorden uit Berlijn, maar ook leden van de verboden sociaaldemocratische organisaties gingen de straat op. De rede van 20 februari fungeerde zo als het ideologische startschot voor de definitieve ineenstorting van de Oostenrijkse soevereiniteit.
De fatale gok: het referendum en het ultimatum
Kanselier Schuschnigg wilde zich echter niet zomaar gewonnen geven. In een ultieme poging om de Oostenrijkse onafhankelijkheid te redden, kondigde hij in de avond van 9 maart onverwachts een volksraadpleging aan voor de daaropvolgende zondag. De vraag was eenvoudig en positief geformuleerd: of de burgers een “vrij en Duits, onafhankelijk en sociaal, christelijk en eendrachtig Oostenrijk” wilden. Voor Hitler was dit referendum, dat al op 13 maart moest plaatsvinden, volstrekt onaanvaardbaar. Een democratische afwijzing van de Anschluss zou zijn plannen dwarsbomen en zijn internationale prestige ernstig schaden; na een succesvol referendum zou de buitenlandse gemeenschap immers niet langer weg kunnen kijken wanneer nazi-Duitsland de soevereiniteit van Oostenrijk schond.
De reactie uit Berlijn was genadeloos. Aangestuurd door Hitler en Hermann Göring stelde de kersverse minister Seyss-Inquart zijn eigen kanselier een ultimatum: het referendum moest worden afgeblazen, Schuschnigg moest aftreden en Seyss-Inquart zelf moest tot kanselier worden benoemd. Bij weigering zou het Duitse leger onmiddellijk binnenvallen. Terwijl de situatie in de straten van Wenen volledig uit de hand liep met chaotische demonstraties en bloedige knokpartijen, wist Schuschnigg dat Oostenrijk militair geen schijn van kans had tegen de Duitse overmacht.

De val van Wenen
Op 11 maart 1938 kwam het tot een dramatische ontknoping. Pas laat in de middag, na uren van loodzware Duitse druk, besloot Schuschnigg gehoor te geven aan de eisen. Hoewel de Oostenrijkse president aanvankelijk weigerde het ontslag te tekenen, maakte Schuschnigg tegen acht uur in de avond in een emotionele radiorede zijn terugtreden bekend. Zijn laatste woorden als kanselier — “God beschermt Oostenrijk” — klonken als een bitter afscheid van een land dat al niet meer te redden was.

De geregisseerde triomftocht van Hitler
Na de militaire inname maakte Hitler zich op voor een persoonlijke triomftocht die bijna het karakter kreeg van een politieke pelgrimstocht. Hij vloog van Berlijn naar München om vandaaruit per Mercedes zijn geboorteland binnen te rijden. De route was verre van toevallig; deze voerde langs de plekken uit zijn jeugd. Hij bezocht zijn geboortedorp Braunau am Inn en bracht een symbolisch eerbetoon bij het graf van zijn ouders in Leonding. Ook Linz, de stad waar hij op school had gezeten en de muziek van Wagner had ontdekt, deed hij aan. Het was de terugkeer van de verloren zoon die nu als de machtigste man van het Duitse Rijk zijn geboorteland “thuisbracht”.

Het absolute hoogtepunt van dit propaganda-offensief vond plaats op 15 maart 1938. Hitler verscheen op het balkon van de Hofburg, uitkijkend over een kolkende massa op de monumentale Heldenplatz. Voor een zee van hakenkruisvlaggen sprak hij de fameuze woorden:
Ten overstaan van de geschiedenis meld ik de intrede van mijn geboorteland in het Duitse Rijk.
Het was een triomfantelijke wraak op de stad die hij in mei 1913 als armlastige prentbriefkaartverkoper had verlaten. Met deze redevoering, versterkt door luidsprekers over het hele plein, werd de Oostenrijkse staat officieel opgeheven. De Anschluss was een voldongen feit, niet tot stand gekomen door democratische besluitvorming, maar door een meedogenloze mix van druk, intimidatie en een militaire overmacht die geen tegenspraak duldde.
Video: Toespraak na de annexatie van Oostenrijk
De onmiddellijke nazificatie
Na de Anschluss werd Oostenrijk in een razendsnel tempo volledig ingelijfd bij het Duitse Rijk. De naam “Oostenrijk” werd zelfs uit de geschiedenisboeken geschrapt en vervangen door de term Ostmark. In een oogwenk werden de nationale instellingen ontmanteld, politieke partijen verboden en de nazistische rassenwetten ingevoerd. Wat volgde was een nietsontziend schrikbewind, waarbij de nazificatie van de Oostenrijkse samenleving gepaard ging met een ongekende brutaliteit die in veel gevallen zelfs die in Duitsland overtrof.
Voor Joden en politieke tegenstanders brak een catastrofale periode aan. Joodse huizen en winkels werden op grote schaal geplunderd, terwijl Joden op straat werden vernederd en mishandeld door hun eigen buurtgenoten. De beelden van Joodse burgers die onder het toeziend oog van lachende omstanders de straten moesten schrobben, staan symbool voor de wrede, alledaagse terreur van die eerste weken. De wanhoop was alomtegenwoordig; alleen al in Wenen maakten in slechts twee weken tijd tweehonderd Joden een einde aan hun leven. Meer dan honderdduizend mensen, waaronder intellectuelen van wereldfaam zoals Sigmund Freud, Ernst Gombrich en Karl Popper, zagen het onheil aankomen en probeerden in allerijl het land te ontvluchten.

De houding van de Oostenrijkse bevolking tegenover deze radicale transformatie liep sterk uiteen per sociale groep. Terwijl in de arbeiderswijken angst en gelatenheid de boventoon voerden, overheerste in de conservatieve en burgerlijke milieus een mix van opportunisme en opluchting. De middenklasse, die jarenlang gebukt was gegaan onder economische crisis en politieke polarisatie, klampte zich vast aan de illusie dat het nationaalsocialisme hen de langverwachte stabiliteit en welvaart zou brengen.
Vooral onder jongeren en studenten bleek de nazi-ideologie vruchtbare grond te vinden. Aangetrokken door het vooruitzicht van nationale eenheid en de belofte van sociale mobiliteit, sloten zij zich massaal aan bij de nieuwe machthebbers. Deze bereidwilligheid van een groot deel van de samenleving om zich te schikken in, of zelfs actief bij te dragen aan de nieuwe orde, benadrukt hoe diep de politieke en ideologische breuklijnen in het vooroorlogse Oostenrijk reeds waren getrokken. De illusie van orde zou echter snel plaatsmaken voor de bittere realiteit van een regime dat geen enkele ruimte liet voor autonomie.

De schijn van legitimiteit
Om de Anschluss een democratisch tintje te geven en voor de wereld te rechtvaardigen, organiseerden de nazi’s op 10 april 1938 een referendum. Er werd veel propaganda gevoerd met talloze toespraken, een complete tournee van Hitler en de rooms-katholieke bisschoppen gaven een positief stemadvies af. De uitslag was absurd: meer dan 99 procent zou vóór aansluiting hebben gestemd.
De werkelijkheid was minder rooskleurig. In de praktijk was tegenstemmen geen optie gezien de propaganda en de intimidatie op de verkiezingsdag. Daarnaast waren Joden en politieke tegenstanders uitgesloten van het referendum. Ook was er nagenoeg geen controle op de telling. Tot slot waren de stembiljetten zo ontworpen dat een ‘’ja’’-stem visueel de norm was. Er stonden 2 cirkels op: 1 om ja te stemmen en 1 om nee te stemmen. De cirkel om ja te stemmen was groter dan die om nee te stemmen. Kritische waarnemers schatten het reële percentage ja-stemmers op 80. In elk geval staat vast dat waarschijnlijk een meerderheid van de Oostenrijkers oprecht vóór aansluiting was, zij het niet in de groteske proporties die de nazi’s presenteerden.
Aan het bestaan van de republiek Oostenrijk was daarmee officieel een einde gekomen. Hitler stond nu op het hoogtepunt van zijn prestige en populariteit. Zonder ook maar één schot te lossen had hij een grote vernedering van het Verdrag van Versailles ongedaan gemaakt.

Een wereld die toekeek
De internationale reactie op de Anschluss was er een van verlamming en misplaatste diplomatie. Hoewel de annexatie van Oostenrijk een flagrante schending vormde van talloze internationale verdragen en het fragiele naoorlogse evenwicht in Europa volledig omverwierp, bleef de reactie vanuit het buitenland opvallend zwak. Frankrijk en Groot-Brittannië, nog diep getekend door de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog en wanhopig vastbesloten een nieuw conflict te vermijden, beperkten zich tot tandeloze diplomatieke protesten. De Volkenbond, ooit in het leven geroepen om dergelijke agressie in de kiem te smoren, stond erbij en keek ernaar, volkomen machteloos.
In de diplomatieke kringen in Londen leefde de misvatting dat de Anschluss slechts een “natuurlijke hereniging” was van twee Duitstalige landen. Deze visie werd breed gedeeld door buitenlandse waarnemers die de annexatie zagen als een soort historische correctie, in plaats van de eerste, brute fase van Hitlers expansiedrift. Frankrijk was op dat moment politiek verlamd en zag zich, zonder actieve steun van Groot-Brittannië, niet in staat om diplomatiek of militair in te grijpen.

Deze internationale passiviteit werd door Hitler nauwkeurig geobserveerd en geïnterpreteerd als een vrijbrief. Het feit dat hij met deze openlijke territoriale expansie wegkwam zonder enig substantieel weerwoord, gaf hem het nodige vertrouwen om zijn agressie in rap tempo voort te zetten. De wereld keek toe, maar handelde niet, en daarmee werd de deur wagenwijd opengezet voor verdere agressie: binnen een half jaar zou Tsjecho-Slowakije het volgende slachtoffer worden van zijn expansionistische honger.
Het gewillige slachtoffer: de mythe en werkelijkheid van de Oostenrijkse Anschluss
De Anschluss van 1938 wordt vaak voorgesteld als een brute annexatie van buitenaf, maar dat beeld houdt geen stand. Hoewel Oostenrijk talloze slachtoffers kende — vooral Joden en politieke tegenstanders — was het land geen louter passief object van Hitlers expansiedrift. Politieke elites, katholieke leiders, nationalistische jongeren en een breed gedragen antisemitisme creëerden een klimaat waarin de Duitse inmenging niet alleen mogelijk, maar in veel kringen zelfs welkom was.

De geschiedenis van de Anschluss illustreert hoe kwetsbaar een samenleving is wanneer economische malaise, identiteitscrises en opportunisme samenkomen. Hitler bracht Oostenrijk niet simpelweg “thuis” in het Reich; de annexatie was het sluitstuk van een proces waarin het land zijn eigen fundamenten al jarenlang van binnenuit had uitgehold.
– BBC, Hitler’s foreign policy – WJEC, Austrian Anschluss, March 1938, https://www.bbc.co.uk/bitesize/guides/z92hw6f/revision/3 (Geraadpleegd 15 maart 2026).
– Deutschland Historisches Museum, Der Anschluss Österreichs an Deutschland 1938, https://www.dhm.de/blog/2018/03/12/der-anschluss-oesterreichs-an-deutschland-1938/ (Geraadpleegd 15 maart 2026).
– Historisch Nieuwsblad (Willem Melching), Oostenrijkse elite steunde de aansluiting, https://www.historischnieuwsblad.nl/oostenrijkse-elite-steunde-de-aansluiting/ (Geraadpleegd 15 maart 2026).
– Jewish Virtual Library, The Anschluss, https://jewishvirtuallibrary.org/the-anschluss (Geraadpleegd 15 maart 2026).
– United States Holocaust Memorial Museum, Nazi Territorial Aggression: The Anschluss. https://encyclopedia.ushmm.org/content/en/article/nazi-territorial-aggression-the-anschluss (Geraadpleegd 15 maart 2026).
– VRT NWS, 80 jaar na de “Anschluss” bij nazi-Duitsland worstelt Oostenrijk nog met die erfenis, https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/03/12/80-jaar-na-de–anschluss–bij-nazi-duitsland–nog-altijd-verdeel/ (Geraadpleegd 15 maart 2026).
– Wikipedia, Anschluss Österreichs, https://de.wikipedia.org/wiki/Anschluss_%C3%96sterreichs (Geraadpleegd 15 maart 2026).
De liquidatie van het Habsburgse Rijk
Operation Greenup en de echte ‘Inglourious Basterds’
De slag om Kasteel Itter: toen Amerikanen en Duitsers zij aan zij vochten (1945)
De geboorteplaats van Hitler, Braunau am Inn, hernoemt nazistraten