NAVO gebouwd op ideeën van Nederlandse minister Eelco van Kleffens

10 minuten leestijd
oorlogskabinet
Enkele ministers op 14 februari 1941 bijeen in Londen. Van links naar rechts Dijxhoorn (Oorlog), Van Kleffens (Buitenlandse Zaken), Welter (Koloniën), Furstner (Marine) en minister-president Gerbrandy. (Nationaal Archief/Fotocollectie Elsevier/Pix Photos)

De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) is de laatste tijd veel in het nieuws. Maar hoe begon het eigenlijk? De eerste die ideeën uitwerkte over een Atlantisch militair bondgenootschap was een Nederlander: Eelco van Kleffens. Zijn denken daarover begon in 1941 in Londen, toen hij minister was.

Als nazi-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog eenmaal was verslagen, hoe moest het land dan worden aangepakt? Hoe kon worden voorkomen dat het opnieuw een oorlog zou beginnen? Het waren vragen die mr. Eelco Nicolaas van Kleffens (1894-1983) zichzelf al vroeg in de oorlog stelde. Op het departement van buitenlandse zaken zwaaide hij als minister de scepter van 10 augustus 1939 tot 1 juli 1947. Dat was in de kabinetten De Geer II, Gerbrandy I, II en III en Schermerhorn/Drees.

Londen

Eelco van Kleffens in 1945 (CC0 - Anefo - wiki)
Eelco van Kleffens in 1945 (CC0 – Anefo – wiki)
Op 10 mei 1940 trokken Duitse troepen Nederland binnen. Nog diezelfde ochtend vertrok Van Kleffens met zijn vrouw (ze hadden geen kinderen) en zijn collega van koloniën, Charles Welter, naar Londen om hulp te vragen. Enkele dagen later volgden koningin Wilhelmina en de rest van het kabinet. Met de Britten trof Van Kleffens een regeling voor de tijdelijke vestiging van de Nederlandse regering in Londen.

Onder de Nederlandse bewindslieden in de oorlog nam Van Kleffens een bijzondere plaats in. Ondanks de vele botsingen tussen koningin en kabinet behield de partijloze Van Kleffens als enige minister het respect van Wilhelmina. En dat terwijl hij haar tegensprak als hij dat nodig vond, iets waaraan Wilhelmina een barre hekel had. Het leidde tussen bewindsman en vorstin tot ferme botsingen, onder meer over het erkennen van de Sovjet-Unie (1942) en het herstel van de diplomatieke betrekkingen met het Vaticaan (1943). Maar steeds hield van Kleffens zijn rug recht en telkens trok hij aan het langste eind. Bij zo’n gelegenheid noteerde hij eens in zijn dagboek dat Wilhelmina ‘in Hoogstderzelver schulp’ was gekropen.

Europese veiligheid

Voortbouwend op enkele ideeën van zijn Noorse ambtgenoot Trygve Halvdan Lie begon Van Kleffens al vroeg in de oorlog na te denken over de Europese veiligheid na de nederlaag van nazi-Duitsland. Het leek hem verstandig de Duitse territoriale integriteit in stand te houden (al liet hij zich later overhalen tot de gedachte aan annexatie van stukken Duits grondgebied), maar Duitsland moest wel onder de duim worden gehouden zodat het niet nog eens een wereldbrand zou kunnen stichten. Hoe kon dat het beste worden georganiseerd?

Trygve Halvdan Lie
Trygve Halvdan Lie
Het begon heel voorzichtig. Op 8 oktober 1941 meldde een Britse ambtenaar aan de Britse onderminister van Buitenlandse Zaken, Alexander Cadogan, dat Van Kleffens over naoorlogse arrangementen informeel contact had met zijn al genoemde Noorse ambtgenoot Lie en met hun Belgische evenknie Paul-Henri Spaak. Het liefst had Van Kleffens ook Frankrijk erbij betrokken, maar dat kon niet, omdat Nederland de Vrije Fransen van generaal De Gaulle op dat moment nog niet had erkend.

De eveneens in Londense ballingschap verblijvende regeringen van Polen en Tsjechoslowakije werden buiten het overleg gehouden, omdat die in Oost-Europa volgens Van Kleffens, Spaak en Lie met een wezenlijk andere (en mogelijk conflicterende) situatie te maken hadden dan zij. Alvorens met de Noren en Belgen echt in overleg te gaan stemde Van Kleffens dit in een gesprek onder vier ogen af met de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Anthony Eden.

‘Een groote kracht’

Op 27 november 1941 was het dan zover. Van Kleffens had, zo noteerde hij voor zichzelf, ‘hedenmiddag ten mijnent (bij hem thuis, red.) een bespreking met de Heeren Gutt en Lie’. De Belgische minister van Financiën en Landverdediging Camille Gutt verving zijn collega Spaak, die op dat moment in de Verenigde Staten was. “Mijn doel”, noteerde Van Kleffens,

…is, tusschen Nederland, België en Noorwegen zooveel mogelijk eenheid van inzicht te bereiken, omdat daarvan later tegenover de groote mogenheden een groote kracht kan uitgaan.

Camille Gutt
Camille Gutt, hier in 1953. (Nationaal Archief/Fotocollectie Elsevier)
Dat hulp van grote mogendheden nodig zou zijn om kleinere na de oorlog blijvend tegen Duitsland te beveiligen stond voor Van Kleffens vast. Noorwegen en Denemarken samen zouden het niet redden, stelde hij, temeer omdat Nederland niet bij machte zou zijn te helpen. Steun van ‘een of enige der grote mogendheden (Engeland, Verenigde Staten) (zou) noodig zijn’, zo noteerde de Nederlandse minister. Gutt onderschreef dat. Lie was het er ook mee eens maar moest zich, vanwege interne Noorse perikelen, formeel nog op de vlakte houden.

Een Noord-Atlantische groep

Tijdens een reis naar de VS zette Van Kleffens uiteen hoe hij zich op dat moment de toekomstige organisatie van veiligheid voorstelde. Dat deed hij op 16 februari 1942 tegenover tweeëntwintig aanwezige leden van de denktank Council on Foreign Relations, tevens uitgever van het ook nu nog bestaande tijdschrift Foreign Affairs. De minister hield de heren voor dat de vooroorlogse Volkenbond op veiligheidsgebied niet effectief was gebleken. Ook onderstreepte hij dat Nederland wat hem betreft (hij sprak op persoonlijke titel, niet namens de regering) zeker geen deel zou moeten uitmaken van een bondgenootschap van landen dat zou zijn gericht tegen andere landen.

Maar wat dan wel? Het verslag van de bijeenkomst daarover:

De heer Van Kleffens legde vervolgens uit dat hij dacht aan een reeks sectorale of regionale groepen. Een van die groepen zou de naties van Oost-Europa kunnen omvatten; een andere zou kunnen bestaan uit de Noord-Atlantische naties, dat wil zeggen de Scandinavische landen, Nederland, België, Groot-Brittannië, Canada, de Verenigde Staten en misschien Frankrijk; een andere zou kunnen bestaan uit de landen grenzend aan, of met belangrijke bezittingen in, de Pacific; enzovoort.

De Noord-Atlantische groep zou Duitsland en Italië onder de duim moeten houden, de Pacific-groep Japan, aldus Van Kleffens.

Amerikaanse betrokkenheid

Diezelfde gedachten poneerde de Nederlandse bewindsman toen hij op 30 maart 1942 in Londen de koppen weer bij elkaar stak met de ministers Gutt en Spaak (België) en Lie (Noorwegen). Individueel zouden hun landen na de oorlog niet sterk genoeg zijn, stelde hij, en ook een combinatie Nederland/België niet. Internationale samenwerking was dus geboden. Daarbij hamerde hij op het belang van Amerikaanse betrokkenheid.

In het verslag van de bijeenkomst dat Van Kleffens voor zichzelf maakte, staat onder meer:

Het kwam mij voor dat we moeten uitgaan van de noodzakelijkheid om in de toekomst ons heil te zoeken in samenwerking op defensiegebied met anderen. Die anderen kunnen slechts zijn landen die door hun algehele instelling niet agressief zijn. Daarnaast is het van belang, de Vereenigde Staten van de aanvang af in de zaak te betrekken en hen voor de veiligheid in Europa te interesseeren. (…) Het komt er daarom op aan, een formule te vinden die de levensbelangen van de Vereenigde Staten raakt, en wel een zoodanige, dat zij onafhankelijk is van opvolgende presidenten en regeringen in de Vereenigde Staten; wij moeten dus een formule zoeken die een permanent (onderstreping door Van Kleffens, red.) levensbelang van Amerika raakt.

Daaraan kon hij toevoegen: “Deze denkbeelden (ook over de vorming van coalities rond de oceanen, red.) vonden algemeenen bijval.”

Koningin Wilhelmina ging echter dwars liggen. Ze vond, vertelt Loe de Jong in zijn seriewerk over de Tweede Wereldoorlog, dat ‘Groot Nederland van tachtig miljoen inwoners’ (ze telde de zeventig miljoen inwoners van Indië mee plus die van Suriname en de Nederlandse Antillen) niet in de eerste plaats moest overleggen met ‘de kleinen’ als België en Noorwegen. “Foei!”, schreef ze op een officieel stuk.

Van Kleffens trok zich er niets van aan, al was ook hij er, zoals al vermeld, van doordrongen dat richting grote mogendheden eveneens stappen moesten worden gezet. Dat was dan ook te zien aan een memorandum dat hij op 29 mei 1942 stuurde aan zijn Noorse ambtgenoot Lie. Daarin bepleitte hij een Noord-Atlantische veiligheidsgroep en een voor de Pacific zoals hij ook al op 30 maart had gedaan. In een begeleidend briefje aan Lie schreef Van Kleffens dat hij het stuk zo had geschreven dat ‘we het kunnen presenteren aan de Amerikaanse en Britse regeringen’.

Wilhelmina in 1942 in de VS. Hier spreekt ze het Amerikaanse Congres toe.
Wilhelmina in 1942 in de VS. Hier spreekt ze het Amerikaanse Congres toe. (Nationaal Archief/Fotocollectie RVD/Anefo, CC0)

Bijval

Overigens draaide de koningin bij. Tijdens Wilhelmina’s reis naar de VS (juli/augustus 1942), waarbij Van Kleffens haar begeleidde, schreef de minister op 12 juli in zijn dagboek over het plan ‘dat zij – het blijkbaar niet begrijpend – in Londen in alle toonaarden had afgekraakt en dat nu als non plus ultra (niet verder, in de betekenis van: onovertroffen, red.) tot het hare is gemaakt’.

Benjamin Sumner Welles
Benjamin Sumner Welles (Nationaal Archief/Fotocollectie Elsevier)
Zo’n half jaar later sprak van Kleffens erover met zijn collega van Oorlog, Otto van Lith de Jeude. Die schreef in zijn dagboek dat er vooral bijval was. Van de Belgen en de Noren natuurlijk, maar intussen had ook de Britse minister Eden zich ‘welwillend’ getoond, terwijl de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken, Benjamin Sumner Welles, er ‘sympathiek’ tegenover stond. Tegen Van Kleffens had de Amerikaan in de zomer zelfs gezegd ‘zeer veel voor die denkbeelden te gevoelen’, zo had de Nederlandse minister op 4 augustus 1942 aan koningin Wilhelmina geschreven.

Niet gericht tegen Rusland

Wel kwam van twee kanten een belangrijke waarschuwing. Eerst reageerde de Noorse minister Lie op 3 september 1942 op Van Kleffens’ memorandum van eind mei. Lie schreef:

De Noorse regering moet er onder alle omstandigheden op staan dat volkomen duidelijk wordt gemaakt dat zo’n akkoord (over een Noord-Atlantische groep, red.) niet zal zijn gericht tegen Rusland.

Minister Johan Willem Albarda
Minister Johan Willem Albarda in Londen (CC0 – Nationaal Archief)
Ook de Nederlandse minister van Waterstaat, Willem Albarda, zag daar een probleem. De notulen van de ministerraad van 16 maart 1943 melden over Albarda’s inbreng onder meer:

Tegen de gedachte eener Atlantische combinatie heeft de Spreker het bezwaar dat Rusland daardoor geïsoleerd wordt, en andere combinaties zal zoeken. Voorkeur geeft hij daarom aan een Europeesche combinatie, met Rusland er in, waardoor Duitschland ingesloten zou worden.

Iets anders bracht minister van handel, nijverheid en scheepvaart Jan van den Tempel in die ministerraadsvergadering onder de aandacht. “Zou Nederland”, zo vroeg hij zich af, “in deze groepering wel niet eens het bruggenhoofd kunnen vormen van de Angelsaksische wereld?” Hij had een punt, maar tegen zo’n bruggenhoofd-rol had Van Kleffens geen bezwaar. Op 28 december 1943 kwam hij erop terug in een toespraak voor Radio Oranje.

“Nauwe militaire samenwerking met de geallieerden”

In deze toespraak voor Radio Oranje op 28 december 1943 bepleitte Van Kleffens Atlantische samenwerking na de oorlog, met Nederland, België en Frankrijk als ‘bruggenhoofd’ op het Europese vasteland.

Amerikaanse interesse

De directe aanleiding voor die toespraak was een rede die de Zuid-Afrikaanse premier, Jan Smuts, in Londen had gehouden. Daarin had hij België en Nederland aangeraden na de oorlog toe te treden tot het Britse Gemenebest. Via Radio Oranje liet Van Kleffens de bevolking in bezet gebied weten dat daarvan geen sprake kon zijn. In plaats daarvan schetste hij ‘in het Westen een sterke formatie’, waarin…

…Amerika met Canada en de andere Britse Dominions arsenaal is en het grote reservoir van kracht, Engeland basis (vooral voor de luchtmacht), en het westen van het Europese vasteland (ik bedoel Nederland, België en Frankrijk) bruggenhoofd. Op die wijze zijn wij enerzijds weliswaar op de westelijke mogendheden aangewezen, maar omgekeerd hebben deze ons nodig. Het is moeilijk, een sterkere positie voor ons land te bedenken.

Wel bleef natuurlijk de vraag of en hoe de Amerikanen konden worden geïnteresseerd in deelname aan een Noord-Atlantische groep. Eerder had Van Kleffens al aangegeven dat duidelijk zou moeten zijn dat het voor de VS ging om een ‘permanent levensbelang’. Voor Radio Oranje maakte hij dat eind 1943 concreet.

(Amerika) heeft ten tweeden male gezien (de eerste keer was in de Eerste Wereldoorlog, red.) dat een Duitse aanslag op Nederland, België of Frankrijk in wezen een aanslag is op Engeland, en beseft beter dan tevoren dat de val van Engeland op zijn beurt de dolk zet op het hart van de Verenigde Staten.

Van Kleffens ideeën op veiligheidsgebied ontmoetten weliswaar instemming dan wel sympathie, tot iets concreets leidde dat niet meteen. De Amerikanen en Britten wilden zich vooralsnog niet binden. Maar toen werd het 4 april 1949. In Washington tekenden die dag twaalf landen het Noord-Atlantisch Verdrag, het fundament onder de militaire Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO). Namens Nederland tekende minister Dirk U. Stikker (Buitenlandse Zaken). Het Noord-Atlantische bondgenootschap had heel veel trekken van de blauwdruk die Van Kleffens eerder had bedacht. Hij geldt dan ook als een van de geestelijke vaders van de NAVO.

Anno 2025: Secretaris-generaal van de Navo Mark Rutte op 14 juli op bezoek bij de Amerikaanse president Donald Trump.
Anno 2025: Secretaris-generaal van de Navo Mark Rutte op 14 juli op bezoek bij de Amerikaanse president Donald Trump. (Foto NATO)

Koude Oorlog

De twaalf oorspronkelijke Navo-leden waren België, Canada, Denemarken, Frankrijk, IJsland, Italië, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Portugal, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Nadat ook het toenmalige West-Duitsland op 6 mei 1955 NAVO-lid was geworden, werd op Sovjet-initiatief op 14 mei dat jaar in de Poolse hoofdstad het verdrag getekend dat het Warschaupact in het leven riep als Oost-Europese tegenhanger van de NAVO. De Koude Oorlog draaide op volle toeren. Anno 2025 telt de NAVO tweeëndertig lidstaten en is de Nederlandse oud-premier Mark Rutte secretaris-generaal van het bondgenootschap.

Oprichting van de NAVO

Filmopnamen van de ceremonie in Washington waar op 4 april 1949 het Noord-Atlantisch Verdrag werd getekend.

Bronnen

– Dr. L. de Jong: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 9, Londen, eerste helft (’s-Gravenhage 1979).
– A.E Kersten, A.F. Manning (red.): Documenten betreffende de buitenlandse politiek van Nederland 1919-1945, Periode C 1940-1945, Deel III (’s-Gravenhage 1980).
– A.E Kersten, A.F. Manning (red.): Documenten betreffende de buitenlandse politiek van Nederland 1919-1945, Periode C 1940-1945, Deel IV (’s-Gravenhage 1984).
– A.E Kersten, A.F. Manning (red.): Documenten betreffende de buitenlandse politiek van Nederland 1919-1945, Periode C 1940-1945, Deel V (’s-Gravenhage 1987).
– M. van Faassen, A.E Kersten (red.): Documenten betreffende de buitenlandse politiek van Nederland 1919-1945, Periode C 1940-1945, Deel VI (’s-Gravenhage 1996).
– Michael Riemens (red.): ‘Majesteit, U kent het werkelijke leven niet’. De oorlogsdagboeken van minister van Buitenlandse Zaken mr. E.N. van Kleffens (Nijmegen 2019).
– https://www.parlement.com/biografie/mr-en-eelco-van-kleffens.
– https://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn3/kleffens.
– https://www.nato.int/
×