De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) is de laatste tijd veel in het nieuws. Maar hoe begon het eigenlijk? De eerste die ideeën uitwerkte over een Atlantisch militair bondgenootschap was een Nederlander: Eelco van Kleffens. Zijn denken daarover begon in 1941 in Londen, toen hij minister was.
Als nazi-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog eenmaal was verslagen, hoe moest het land dan worden aangepakt? Hoe kon worden voorkomen dat het opnieuw een oorlog zou beginnen? Het waren vragen die mr. Eelco Nicolaas van Kleffens (1894-1983) zichzelf al vroeg in de oorlog stelde. Op het departement van buitenlandse zaken zwaaide hij als minister de scepter van 10 augustus 1939 tot 1 juli 1947. Dat was in de kabinetten De Geer II, Gerbrandy I, II en III en Schermerhorn/Drees.
Londen

Onder de Nederlandse bewindslieden in de oorlog nam Van Kleffens een bijzondere plaats in. Ondanks de vele botsingen tussen koningin en kabinet behield de partijloze Van Kleffens als enige minister het respect van Wilhelmina. En dat terwijl hij haar tegensprak als hij dat nodig vond, iets waaraan Wilhelmina een barre hekel had. Het leidde tussen bewindsman en vorstin tot ferme botsingen, onder meer over het erkennen van de Sovjet-Unie (1942) en het herstel van de diplomatieke betrekkingen met het Vaticaan (1943). Maar steeds hield van Kleffens zijn rug recht en telkens trok hij aan het langste eind. Bij zo’n gelegenheid noteerde hij eens in zijn dagboek dat Wilhelmina ‘in Hoogstderzelver schulp’ was gekropen.
Europese veiligheid
Voortbouwend op enkele ideeën van zijn Noorse ambtgenoot Trygve Halvdan Lie begon Van Kleffens al vroeg in de oorlog na te denken over de Europese veiligheid na de nederlaag van nazi-Duitsland. Het leek hem verstandig de Duitse territoriale integriteit in stand te houden (al liet hij zich later overhalen tot de gedachte aan annexatie van stukken Duits grondgebied), maar Duitsland moest wel onder de duim worden gehouden zodat het niet nog eens een wereldbrand zou kunnen stichten. Hoe kon dat het beste worden georganiseerd?

De eveneens in Londense ballingschap verblijvende regeringen van Polen en Tsjechoslowakije werden buiten het overleg gehouden, omdat die in Oost-Europa volgens Van Kleffens, Spaak en Lie met een wezenlijk andere (en mogelijk conflicterende) situatie te maken hadden dan zij. Alvorens met de Noren en Belgen echt in overleg te gaan stemde Van Kleffens dit in een gesprek onder vier ogen af met de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Anthony Eden.
‘Een groote kracht’
Op 27 november 1941 was het dan zover. Van Kleffens had, zo noteerde hij voor zichzelf, ‘hedenmiddag ten mijnent (bij hem thuis, red.) een bespreking met de Heeren Gutt en Lie’. De Belgische minister van Financiën en Landverdediging Camille Gutt verving zijn collega Spaak, die op dat moment in de Verenigde Staten was. “Mijn doel”, noteerde Van Kleffens,
…is, tusschen Nederland, België en Noorwegen zooveel mogelijk eenheid van inzicht te bereiken, omdat daarvan later tegenover de groote mogenheden een groote kracht kan uitgaan.

Een Noord-Atlantische groep
Tijdens een reis naar de VS zette Van Kleffens uiteen hoe hij zich op dat moment de toekomstige organisatie van veiligheid voorstelde. Dat deed hij op 16 februari 1942 tegenover tweeëntwintig aanwezige leden van de denktank Council on Foreign Relations, tevens uitgever van het ook nu nog bestaande tijdschrift Foreign Affairs. De minister hield de heren voor dat de vooroorlogse Volkenbond op veiligheidsgebied niet effectief was gebleken. Ook onderstreepte hij dat Nederland wat hem betreft (hij sprak op persoonlijke titel, niet namens de regering) zeker geen deel zou moeten uitmaken van een bondgenootschap van landen dat zou zijn gericht tegen andere landen.
Maar wat dan wel? Het verslag van de bijeenkomst daarover:
De Noord-Atlantische groep zou Duitsland en Italië onder de duim moeten houden, de Pacific-groep Japan, aldus Van Kleffens.
Amerikaanse betrokkenheid
Diezelfde gedachten poneerde de Nederlandse bewindsman toen hij op 30 maart 1942 in Londen de koppen weer bij elkaar stak met de ministers Gutt en Spaak (België) en Lie (Noorwegen). Individueel zouden hun landen na de oorlog niet sterk genoeg zijn, stelde hij, en ook een combinatie Nederland/België niet. Internationale samenwerking was dus geboden. Daarbij hamerde hij op het belang van Amerikaanse betrokkenheid.
In het verslag van de bijeenkomst dat Van Kleffens voor zichzelf maakte, staat onder meer:
Daaraan kon hij toevoegen: “Deze denkbeelden (ook over de vorming van coalities rond de oceanen, red.) vonden algemeenen bijval.”
Koningin Wilhelmina ging echter dwars liggen. Ze vond, vertelt Loe de Jong in zijn seriewerk over de Tweede Wereldoorlog, dat ‘Groot Nederland van tachtig miljoen inwoners’ (ze telde de zeventig miljoen inwoners van Indië mee plus die van Suriname en de Nederlandse Antillen) niet in de eerste plaats moest overleggen met ‘de kleinen’ als België en Noorwegen. “Foei!”, schreef ze op een officieel stuk.
Van Kleffens trok zich er niets van aan, al was ook hij er, zoals al vermeld, van doordrongen dat richting grote mogendheden eveneens stappen moesten worden gezet. Dat was dan ook te zien aan een memorandum dat hij op 29 mei 1942 stuurde aan zijn Noorse ambtgenoot Lie. Daarin bepleitte hij een Noord-Atlantische veiligheidsgroep en een voor de Pacific zoals hij ook al op 30 maart had gedaan. In een begeleidend briefje aan Lie schreef Van Kleffens dat hij het stuk zo had geschreven dat ‘we het kunnen presenteren aan de Amerikaanse en Britse regeringen’.

Bijval
Overigens draaide de koningin bij. Tijdens Wilhelmina’s reis naar de VS (juli/augustus 1942), waarbij Van Kleffens haar begeleidde, schreef de minister op 12 juli in zijn dagboek over het plan ‘dat zij – het blijkbaar niet begrijpend – in Londen in alle toonaarden had afgekraakt en dat nu als non plus ultra (niet verder, in de betekenis van: onovertroffen, red.) tot het hare is gemaakt’.

Niet gericht tegen Rusland
Wel kwam van twee kanten een belangrijke waarschuwing. Eerst reageerde de Noorse minister Lie op 3 september 1942 op Van Kleffens’ memorandum van eind mei. Lie schreef:
De Noorse regering moet er onder alle omstandigheden op staan dat volkomen duidelijk wordt gemaakt dat zo’n akkoord (over een Noord-Atlantische groep, red.) niet zal zijn gericht tegen Rusland.

Tegen de gedachte eener Atlantische combinatie heeft de Spreker het bezwaar dat Rusland daardoor geïsoleerd wordt, en andere combinaties zal zoeken. Voorkeur geeft hij daarom aan een Europeesche combinatie, met Rusland er in, waardoor Duitschland ingesloten zou worden.
Iets anders bracht minister van handel, nijverheid en scheepvaart Jan van den Tempel in die ministerraadsvergadering onder de aandacht. “Zou Nederland”, zo vroeg hij zich af, “in deze groepering wel niet eens het bruggenhoofd kunnen vormen van de Angelsaksische wereld?” Hij had een punt, maar tegen zo’n bruggenhoofd-rol had Van Kleffens geen bezwaar. Op 28 december 1943 kwam hij erop terug in een toespraak voor Radio Oranje.
“Nauwe militaire samenwerking met de geallieerden”
In deze toespraak voor Radio Oranje op 28 december 1943 bepleitte Van Kleffens Atlantische samenwerking na de oorlog, met Nederland, België en Frankrijk als ‘bruggenhoofd’ op het Europese vasteland.
Amerikaanse interesse
De directe aanleiding voor die toespraak was een rede die de Zuid-Afrikaanse premier, Jan Smuts, in Londen had gehouden. Daarin had hij België en Nederland aangeraden na de oorlog toe te treden tot het Britse Gemenebest. Via Radio Oranje liet Van Kleffens de bevolking in bezet gebied weten dat daarvan geen sprake kon zijn. In plaats daarvan schetste hij ‘in het Westen een sterke formatie’, waarin…
…Amerika met Canada en de andere Britse Dominions arsenaal is en het grote reservoir van kracht, Engeland basis (vooral voor de luchtmacht), en het westen van het Europese vasteland (ik bedoel Nederland, België en Frankrijk) bruggenhoofd. Op die wijze zijn wij enerzijds weliswaar op de westelijke mogendheden aangewezen, maar omgekeerd hebben deze ons nodig. Het is moeilijk, een sterkere positie voor ons land te bedenken.
Wel bleef natuurlijk de vraag of en hoe de Amerikanen konden worden geïnteresseerd in deelname aan een Noord-Atlantische groep. Eerder had Van Kleffens al aangegeven dat duidelijk zou moeten zijn dat het voor de VS ging om een ‘permanent levensbelang’. Voor Radio Oranje maakte hij dat eind 1943 concreet.
(Amerika) heeft ten tweeden male gezien (de eerste keer was in de Eerste Wereldoorlog, red.) dat een Duitse aanslag op Nederland, België of Frankrijk in wezen een aanslag is op Engeland, en beseft beter dan tevoren dat de val van Engeland op zijn beurt de dolk zet op het hart van de Verenigde Staten.
Van Kleffens ideeën op veiligheidsgebied ontmoetten weliswaar instemming dan wel sympathie, tot iets concreets leidde dat niet meteen. De Amerikanen en Britten wilden zich vooralsnog niet binden. Maar toen werd het 4 april 1949. In Washington tekenden die dag twaalf landen het Noord-Atlantisch Verdrag, het fundament onder de militaire Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO). Namens Nederland tekende minister Dirk U. Stikker (Buitenlandse Zaken). Het Noord-Atlantische bondgenootschap had heel veel trekken van de blauwdruk die Van Kleffens eerder had bedacht. Hij geldt dan ook als een van de geestelijke vaders van de NAVO.

Koude Oorlog
De twaalf oorspronkelijke Navo-leden waren België, Canada, Denemarken, Frankrijk, IJsland, Italië, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Portugal, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Nadat ook het toenmalige West-Duitsland op 6 mei 1955 NAVO-lid was geworden, werd op Sovjet-initiatief op 14 mei dat jaar in de Poolse hoofdstad het verdrag getekend dat het Warschaupact in het leven riep als Oost-Europese tegenhanger van de NAVO. De Koude Oorlog draaide op volle toeren. Anno 2025 telt de NAVO tweeëndertig lidstaten en is de Nederlandse oud-premier Mark Rutte secretaris-generaal van het bondgenootschap.
Oprichting van de NAVO
Filmopnamen van de ceremonie in Washington waar op 4 april 1949 het Noord-Atlantisch Verdrag werd getekend.
– A.E Kersten, A.F. Manning (red.): Documenten betreffende de buitenlandse politiek van Nederland 1919-1945, Periode C 1940-1945, Deel III (’s-Gravenhage 1980).
– A.E Kersten, A.F. Manning (red.): Documenten betreffende de buitenlandse politiek van Nederland 1919-1945, Periode C 1940-1945, Deel IV (’s-Gravenhage 1984).
– A.E Kersten, A.F. Manning (red.): Documenten betreffende de buitenlandse politiek van Nederland 1919-1945, Periode C 1940-1945, Deel V (’s-Gravenhage 1987).
– M. van Faassen, A.E Kersten (red.): Documenten betreffende de buitenlandse politiek van Nederland 1919-1945, Periode C 1940-1945, Deel VI (’s-Gravenhage 1996).
– Michael Riemens (red.): ‘Majesteit, U kent het werkelijke leven niet’. De oorlogsdagboeken van minister van Buitenlandse Zaken mr. E.N. van Kleffens (Nijmegen 2019).
– https://www.parlement.com/biografie/mr-en-eelco-van-kleffens.
– https://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn3/kleffens.
– https://www.nato.int/
Het moordcomplot van mr. Eelco van Kleffens
Wilhelmina overwoog nazi’s te ruilen om Belgische koning te helpen
Voor Rutte waren al drie Nederlanders secretaris-generaal van de NAVO
‘Wat de Nederlandse ambtenaar moet doen als een vijandig leger het land verovert’
Europa, grillig bondgenoot van de VS
Een gezamenlijke Europese krijgsmacht? In 1952 strandde een plan