Alfred Jodl: Hitlers strategische geweten

Duitse generaal en oorlogsmisdadiger
20 minuten leestijd
Alfred Jodl
Alfred Jodl, 1940 (Bundesarchiv, Bild 146-1971-033-01 / CC-BY-SA 3.0)

Alfred Jodl was Hitlers strategische geweten of juist het gebrek daaraan. Als Chef Operaties van het Oberkommando der Wehrmacht OKW) ontwierp hij de grote offensieven van het Derde Rijk, om vervolgens in 1945 de totale overgave te tekenen. Jodl belichaamt hiermee de gevaarlijke paradox van de ‘apolitieke vakmilitair’: een man wiens vakmanschap en plichtsbetrachting hem tot een cruciale schakel maakten in een regime dat morele grenzen niet kende. Was hij werkelijk slechts een gehoorzaam radertje in de militaire machine, of was hij de morele medeplichtige die de weg naar de afgrond doelbewust plaveide?

De vorming van een artillerist

Alfred Jodl werd op 10 mei 1890 geboren in Würzburg. Conform de familietraditie was Jodl voorbestemd voor een loopbaan als officier. Daarom volgde hij vanaf 1903 de cadettenschool in München. In 1910 trad hij toe tot het 4e Beierse Veldartillerieregiment in Augsburg. Hij diende hier onder zijn oom Ferdinand Jodl. In diens huis ontmoette hij zijn toekomstige vrouw, de vijf jaar oudere Irma von Buillion. Ze trouwden op 23 september 1913, maar het huwelijk bleef kinderloos.

Van 1911 tot 1912 volgde Jodl aan de Bayerische Kriegsschule in München een vervolgopleiding en op 28 oktober 1912 klom hij op tot de rang van luitenant.

Van de loopgraven naar de Reichswehr van de Weimarrepubliek

Toen twee jaar later de Eerste Wereldoorlog uitbrak vertrok Jodl als artilleriewaarnemer en groepscommandant naar het front in Lotharingen. Hij nam deel aan de Slag om Saarburg op 20 augustus 1914 en raakte vier dagen later zwaargewond toen een granaatscherf zijn rechterbovenbeen doorboorde. Hij moest meerdere maanden in het ziekenhuis verblijven alvorens het genas. In maart 1915 ontving hij het Eisernes Kreuz II. Klasse en ging hij weer naar het front.

In 1916 werd Jodl, in de rang van opperluitenant, overgeplaatst naar het Oostfront. Hier voerde hij het bevel over een artilleriebatterij. Na de ineenstorting van het Russische leger, die plaatsvond in het laatste deel van 1917 als gevolg van de Russische Revolutie, werd hij als adjudant van de Artillerieführer van de 8. Bayerische Infanteriedivision overgeplaatst naar het Westfront. Daar maakte hij het eind van de oorlog mee en ontving hij op 3 mei 1918 de Eisernes Kreuz I. Klasse.

Na het aftreden van keizer Wilhelm II op 9 november 1918 werd in Duitsland de Weimarrepubliek uitgeroepen. Jodl schreef de Duitse nederlaag toe aan de structurele tekortkomingen van de monarchie en het falende leiderschap van de Kaiser. In de chaos van de naoorlogse jaren zocht de jonge officier aansluiting bij de sociaaldemocratische SPD, in de hoop dat zij een eervolle vrede konden veiligstellen. Het uiteindelijke Verdrag van Versailles uit 1919, waarbij onder andere bepaald werd dat het leger ingekrompen moest worden tot 100.000 man en de betaling van hoge herstelbetalingen door Duitsland, was voor Jodl een grote teleurstelling.

Jodl (tweede van rechts) tijdens een manoeuvre van de 7e divisie, 1926
Jodl (tweede van rechts) tijdens een manoeuvre van de 7e divisie, 1926

Vanwege zijn uitstekende prestaties kon Jodl na de Eerste Wereldoorlog zijn carrière voortzetten bij de Reichswehr, waar hij aanvankelijk verschillende batterijen binnen artillerieregimenten commandeerde. In 1921 werd hij bevorderd tot kapitein en begon hij aan een tweejarige opleiding tot stafofficier in München. Hoewel dit officieel een ‘opleiding voor assistent-officieren’ werd genoemd om het verbod van het Verdrag van Versailles op een generale staf te omzeilen, was het in de praktijk een volwaardige stafopleiding.

Na een periode als batterijchef voltooide Jodl als een van de beste leerlingen de vervolgopleiding in Berlijn, waarna hij drie jaar lang diende in de generale staf van de 7e Divisie in München. Na een hernieuwde periode in het veld keerde hij tussen 1928 en 1932 terug naar het onderwijs, maar ditmaal als leraar tactiek en krijgsgeschiedenis om zelf de volgende generatie officieren op te leiden.

Ludwig Beck in 1936
Ludwig Beck in 1936 (Bundesarchiv, Bild 146-1980-033-04 / CC-BY-SA 3.0)
Jodl werd op 1 februari 1932 bevorderd tot majoor en werd het afdelingshoofd van de operaties van de landmacht bij het Truppenamt. Dat was een organisatie die de functies van de volgens internationale afspraken verboden generale staf in het geheim voortzette. Jodl was hierbij onder andere verantwoordelijk voor de uitbreiding van het Duitse leger en de algehele herbewapening.

Voor deze functie verhuisde Jodl terug naar Berlijn. Hij voelde zich daar in eerste instantie zeer ongelukkig, omdat hij ver van de Alpen was. Hij leerde hier Luise von Benda kennen, de secretaresse van zijn baas generaal-luitenant Ludwig Beck. Zowel Alfred als Luise hadden een grote passie voor paardrijden. Jodl deelde met Von Benda de ruitersport, wat bijdroeg aan hun nauwe band binnen de militaire kringen in Berlijn. Jodl balanceerde op een sociaal koord: hij onderhield jarenlang een driehoeksverhouding met zijn vrouw Irma en Luise von Benda. Deze situatie, die binnen de Duitse cultuur gemakkelijk tot sociaal isolement had kunnen leiden, wist hij met discretie te managen. Na het overlijden van Irma trad hij op 7 maart 1945 met Luise in het huwelijk.

Van scepticus tot Hitlers strateeg

Jodl was aanvankelijk sceptisch over de machtsovername van Hitler in 1933. Zo zei hij tijdens het Proces van Neurenberg hierover het volgende:

Ik was volledig verrast door de benoeming van Hitler tot Rijkskanselier. Toen ik die avond met een kameraad door de bewogen massa’s naar huis liep, zei ik tegen hem: Dit is meer dan een regeringswisseling, dit is een revolutie.

Ook noemde Jodl Hitler in privékring volgens historicus Bas von Benda-Beckmann, zelfs een “charlatan”, maar hij veranderde zijn houding naarmate het regime successen boekte.1 De economische opleving, de herbewapening van de Wehrmacht en de annexatie van het Saarland zorgden ervoor dat zijn kritiek plaatsmaakte voor bewondering. Ondanks morele bezwaren over de vervolging van tegenstanders en Joodse officieren, bleef Jodl trouw aan zijn militaire plichtsbesef.

De Nacht van de Lange Messen vormt hier een cruciaal voorbeeld van. Deze gewelddadige politieke zuivering vond plaats in 1934, waarbij Hitler de top van de paramilitaire SA en andere politieke rivalen liet vermoorden om zijn absolute macht te vestigen. Jodl steunde deze actie en zag het eerder als een noodzakelijke “chirurgische ingreep” om de macht van de SA te breken en de positie van het leger te beschermen. Hiermee schakelde Hitler de interne oppositie uit en stelde hij de onvoorwaardelijke steun van het leger veilig, waarbij officieren zoals Jodl de opoffering van de rechtsstaat accepteerden in ruil voor militaire stabiliteit. In 1934 legde hij – toen dat verplicht werd – zonder voorbehoud de eed van trouw af aan de Führer.

De loyaliteit van Jodl wierp in de jaren dertig duidelijk vruchten af voor zijn loopbaan. Nadat hij in 1935 was benoemd tot hoofd van de afdeling Landsverdediging en werd bevorderd tot kolonel ontwikkelde hij een strategische visie die hem rechtstreeks in de gunst van de nazi-top bracht. Door te pleiten voor een centrale leiding van alle krijgsmachtdelen, koos hij de kant van Wilhelm Keitel en brak hij definitief met zijn mentor Ludwig Beck, die de onafhankelijkheid van de landmacht wilde beschermen.

Oberkommando der Wehrmacht
Oberkommando der Wehrmacht
Deze machtsstrijd bereikte een kookpunt tijdens de Blomberg-Fritsch-crisis in 1938. Hitler gebruikte de schandalen rondom de legertop om een drastische zuivering door te voeren: het ministerie van Oorlog werd afgeschaft en vervangen door het Oberkommando der Wehrmacht (OKW). Hiermee kreeg hij de directe controle over het leger en werd de Wehrmacht volledig onderworpen aan de nazi-ideologie.

Jodl zag deze centralisatie als een noodzakelijke stap voor een efficiënte oorlogsmachine. Hoewel hij na de Anschluss tijdelijk naar Oostenrijk werd gestuurd als bevelhebber van een artillerieregiment, werd hij vlak voor de oorlog in 1939 teruggeroepen naar Berlijn, eerder was hij al op 20 april bevorderd tot generaal-majoor. Als de nieuwe Chef van de Operatieve Staf van het OKW en vertrouweling van Keitel, zou Jodl een belangrijke rol gaan spelen in de advisering van Hitler. Keitel stelde hem op 3 september 1939 voor aan Hitler en gedurende de oorlog zou hij uitgroeien tot één van de voorname militaire vertrouwelingen.

Ik ben aan de Führer voorgesteld door veldmaarschalk Keitel in de commandotrein, waarin we op 3 september 1939 naar het Poolse Oostfront reden. Tot die dag heb ik nooit een persoonlijk woord met hem gesproken. Getuigenis van Jodl

Architect van de eerste successen

Op 12 december 1939 besprak Hitler met Jodl, Keitel en de opperbevelhebber van de marine, Erich Raeder, de invasie van Denemarken en Noorwegen. Raeder pleitte voor een dergelijke aanval, omdat anders de Britten deze landen zouden bezetten en daarmee het vervoer van ijzererts vanuit Zweden naar Duitsland verhinderd zou worden. Op 27 januari 1940 kwam de planning voor deze invasie onder de directe leiding van Jodl en Keitel te staan. Op 9 april ging de invasie, operatie Weserübung, van start. De invasie was een succes, Denemarken werd binnen een dag veroverd en het zuiden en midden van Noorwegen werden eveneens vlot ingenomen.

Alfred Jodl
Alfred Jodl, 1940 (Bundesarchiv, Bild 146-1971-033-01 / CC-BY-SA 3.0)
De Duitse aanval in Noord-Noorwegen bij Narvik liep echter vast toen de Royal Navy meerdere torpedobootjagers tot zinken bracht en de Duitse troepen zonder voorraden kwamen te zitten. Hitler wilde de strijd opgeven en de soldaten laten uitwijken naar Zweden, maar Jodl verzette zich hier fel tegen. Op zijn aandringen hielden de Duitse eenheden stand en wisten zij de situatie uiteindelijk te stabiliseren, tot grote opluchting van Hitler. Onder de indruk van Jodls rustige en vastberaden optreden gaf hij hem zelfs een ereplaats aan zijn lunchtafel, een teken dat Jodl op het hoogtepunt van zijn invloed stond. Tegelijkertijd liet de Noorse campagne zien hoe slecht Hitler met crises omging en hoe hij zich steeds meer met onbelangrijke details bemoeide, tot groeiende frustratie van zijn militaire leiders — Jodl inbegrepen — een patroon dat zich tijdens de rest van de oorlog alleen maar zou verdiepen.

Jodl was diep onder de indruk van de snelle Duitse overwinning in West-Europa in 1940, die hij volledig toeschreef aan Hitlers leiderschap. De schending van de neutraliteit van Nederland, België en Luxemburg – net als die van Denemarken en Noorwegen daarvoor – deerde hem niet; hij beweerde later zelfs dat deze landen al onder druk stonden van Frankrijk en Groot-Brittannië. Hij werd beloond met een snelle promotie tot generaal van de artillerie.

Kort daarna presenteerde Jodl een plan om Groot-Brittannië te breken via maritieme en luchtoperaties, inclusief terreuraanvallen op de burgerbevolking. Hitler wees dit voorstel af, omdat hij zelf de strategie wilde bepalen.

hitler met staf en jodl 1940 (1)
Hitlers staf in 1940, met Alfred Jodl rechts naast Adolf Hitler.

Operatie Barbarossa: de onderschatting van het Rode Leger

Na de Franse capitulatie op 29 juni 1940, sprak Hitler met Jodl en Keitel over een toekomstige aanval op de Sovjet-Unie. Volgens hem zou deze operatie een eenvoudig ‘’kinderspel’’ zijn en ook Jodl onderschatte het Rode Leger: hij vergeleek het met een “varkensblaas” die zou knappen zodra men erin prikte. Toen hem werd gevraagd of de Wehrmacht wel voorbereid was op de Russische winter, wuifde hij die zorg weg.

Het OKW moest de eerste voorbereidingen treffen, maar het was vooral het Oberkommando des Heeres (OKH) – het opperbevel van de Duitse landmacht – dat de daadwerkelijke planning uitvoerde. Hitler wilde eerder al in de herfst van 1940 aanvallen, maar Jodl wees hem erop dat dit onmogelijk was. Uiteindelijk werd het officiële bevel voor operatie Barbarossa, uitgevaardigd op 18 december 1940.

In april 1941 stuurde Hitler Jodl naar Griekenland om de capitulatie van het Griekse leger te leiden, omdat hij wilde voorkomen dat de Italianen te veel eer zouden krijgen. Enkele weken eerder had Hitler zijn generaals, onder wie Jodl, toegesproken over Barbarossa. Hij maakte duidelijk dat het een vernietigingsoorlog zou worden, waarin geen ridderlijkheid bestond en waarin bolsjewistische commissarissen en de communistische elite moesten worden uitgeroeid. Deze ideeën werden omgezet in beruchte bevelen zoals het Barbarossa-decreet, dat collectieve straffen en standrechtelijke executies toestond, en het Kommissarbefehl, dat de moord op gevangen genomen politieke commissarissen voorschreef. Jodl had geen bezwaar tegen deze maatregelen en hielp ze door te voeren.

Na het begin van de invasie op 22 juni 1941 verhuisde Hitler met zijn staf, waaronder Jodl, naar het nieuwe hoofdkwartier in Oost-Pruisen: de Wolfsschanze. Daar volgde een strak dagritme. Jodl kreeg ’s ochtends rapporten van de fronten, nam deel aan de dagelijkse stafbesprekingen met Hitler en werkte diens bevelen uit tot concrete instructies. Hij zat tijdens de lunch naast Hitler en leidde ’s avonds een tweede, kleinere briefing. Volgens zijn eigen schatting nam hij tijdens de oorlog deel aan meer dan 5000 van zulke bijeenkomsten. In zijn omgeving klaagde hij over Hitlers eindeloze monologen en zijn neiging zich met onbenullige details te bemoeien. De sfeer in het hoofdkwartier omschreef hij als een mengeling van “klooster en concentratiekamp”.

Ruïne van Hitlers bunker in de Wolfsschanze, 2016
Ruïne van Hitlers bunker in de Wolfsschanze, 2016 (CC BY-SA 2.0 – Adam Jones – wiki)

De eerste maanden van Barbarossa verliepen goed voor de Wehrmacht. Het Duitse leger rukte honderden kilometers op, omsingelde enorme Sovjet-legers en veroverde steden als Kiev, waar 600.000 Sovjetsoldaten krijgsgevangen werden gemaakt. Jodl was ervan overtuigd dat de oorlog gewonnen was.

Maar in de herfst en winter van 1941 keerde het tij. De opmars stokte voor Moskou, de Russische winter sloeg hard toe en op 5 december begon een grote Sovjet-tegenaanval onder leiding van generaal Zjoekov. De Duitsers werden honderden kilometers teruggedrongen. Na deze nederlaag bij Moskou greep Hitler persoonlijk de macht over de landmacht en ontsloeg hij opperbevelhebber Von Brauchitsch, wat leidde tot een chaotische herstructurering van de Duitse bevelvoering. In plaats van de militaire krachten te bundelen, creëerde hij een diepe splijtzwam tussen de staven door de verantwoordelijkheden geografisch te verdelen. Het OKH werd gedegradeerd tot een regionaal hoofdkwartier dat zich uitsluitend op het Oostfront mocht richten, terwijl het Oberkommando der Wehrmacht (OKW) onder leiding van Jodl de zeggenschap kreeg over alle andere oorlogstonelen, zoals het Westen en Noord-Afrika.

De geografische scheiding van verantwoordelijkheden tussen het OKW en het OKH institutionaliseerde een rivaliteit die de Duitse strategische eenheid ondermijnde. Om zijn eigen relevantie en die van het OKW te bewijzen tegenover de enorme schaal van de gevechten in de Sovjet-Unie, beet Jodl zich vast in de strijd in Noord-Afrika. Terwijl generaal Halder van het OKH zijn handen vol had aan de Russische winter, werd de woestijnoorlog van Rommels Afrikakorps voor Jodl een cruciaal prestigeobject. Hij gebruikte dit front om aan te tonen dat zijn staf nog steeds een actieve en onmisbare rol speelde in de strategische planning.

Deze versnippering van de leiding betekende echter dat er geen eenduidige militaire visie meer was voor de totale Duitse oorlogsinspanning. Terwijl Jodl en Halder in een bittere rivaliteit verwikkeld raakten over de koers van de Wehrmacht, kon Hitler de staven tegen elkaar uitspelen en zijn eigen grip op de militaire details tot in het absurde vergroten. Zo werd de structurele chaos binnen de legertop een weerspiegeling van de bredere afgrond waar het Derde Rijk op afstevende.

Barsten in de blinde loyaliteit

In de zomer van 1942 ontstond een diepe crisis tussen Hitler en Jodl nadat de Führer besloot zijn troepen in Zuid-Rusland te splitsen voor een aanval op zowel de Kaukasus als Stalingrad. Hoewel de opmars aanvankelijk snel verliep, stagneerde de campagne in de Kaukasus door logistieke problemen en hevige tegenstand. Hitler stuurde Jodl naar het front om de stagnerende opmars in de Kaukasus persoonlijk vlot te trekken en generaal Von List tot actie te dwingen, maar bij terugkomst verdedigde hij juist Lists visie dat de orders van de Führer onuitvoerbaar waren. De professionele onenigheid leidde tot een vertrouwensbreuk; Hitler weigerde Jodl geruime tijd de hand te schudden en overwoog zijn vervanging door Friedrich Paulus.

Alfred Jodl in 1943
Alfred Jodl in 1943
De verhouding bleef ijzig terwijl de strijd om Stalingrad veranderde in een prestigeproject dat onhoudbaar bleek. Ondanks dringende adviezen van Jodl en andere generaals om de stad op te geven en de troepen terug te trekken, weigerde Hitler elke vorm van wijken en verweet hij zijn legerleiding lafheid. Tijdens deze isolatie centraliseerde Hitler de militaire besluitvorming: hij ontsloeg kritische officieren en nam zelf direct het bevel over afzonderlijke legergroepen op zich. De sfeer in het hoofdkwartier werd uiterst formeel en wantrouwig, waarbij alle gesprekken voortaan genotuleerd moesten worden om “verkeerde interpretaties” te voorkomen.

Pas in januari 1943 werd het geschil tussen de twee formeel bijgelegd, waarbij Jodl een hoge partijonderscheiding ontving en Hitler hem weer prees als een voorbeeldig officier. Desondanks verklaarde Jodl later dat de vertrouwensband nooit meer volledig herstelde. Hoewel hij persoonlijk moeite had met criminele bevelen, zoals het Kommandobefehl dat de executie van krijgsgevangenen eiste, bleef hij de orders van Hitler loyaal uitvoeren en handhaven. Jodl groeide uit tot een zwijgzame scepticus die, ondanks zijn kennis van de verslechterde militaire situatie, fanatiek bleef geloven dat Duitsland de oorlog móést winnen om de wereldgeschiedenis betekenis te geven.

De prijs van de eed

Op 1 februari 1944 bereikte de militaire carrière van Jodl een formeel hoogtepunt met zijn bevordering tot Generaloberst – vergelijkbaar met een viersterrengeneraal. Deze periode werd echter overschaduwd door diep persoonlijk leed en een groeiend moreel conflict. Kort na zijn promotie kreeg Jodls vrouw Irma in Koningsberg een medische ingreep waarna zij kampte met een longontsteking. Haar conditie verslechterde snel en op 7 april overleed zij. Naar verluidt zou de anders zo afstandelijke Adolf Hitler voor het eerst tegen Jodl een persoonlijke opmerking hebben gemaakt tijdens de condoleance.

Tegelijkertijd ontstond er een onomkeerbare breuk in Jodls vertrouwen in Hitlers morele kompas. Het bevel om vijftig ontsnapte geallieerde piloten te executeren na The Great Escape ervoer Jodl als “pure moord”. Hij bleef in dienst, maar hij probeerde naar eigen zeggen de meest extreme bevelen van Hitler te saboteren of af te zwakken, zoals het beschermen van partizanen als krijgsgevangenen en het vertragen van bevelen om neergeschoten piloten te lynchen. Ondanks deze pogingen tot weerstand, die hem regelmatig in ongenade deden vallen bij de Führer, bleef hij tot het bittere eind de militaire briefings verzorgen.

nieuwjaarswensen hitler 1945
Minister van Buitenlandse Zaken Joachim von Ribbentrop, veldmaarschalk Wilhelm Keitel, kolonel-generaal Alfred Jodl en minister van Bewapening Albert Speer brengen op 1 januari 1945 nieuwjaarsgroeten aan Adolf Hitler.

Verschroeide aarde en de laatste bunkers

In de zomer van 1944 stortte de Duitse militaire situatie aan beide fronten in. Terwijl de geallieerden in Normandië landden tijdens D-Day, werd de Wehrmacht in het oosten tijdens Operatie Bagration honderden kilometers teruggedreven door de Sovjet-Unie. Hoewel de nederlaag voor velen onvermijdelijk leek, bleef Jodl onwrikbaar geloven in het “genie” van de Führer.

Deze loyaliteit werd extreem na de aanslag op Hitler van 20 juli 1944. Jodl, die zelf lichtgewond raakte, toonde geen enkel begrip voor de verzetsstrijders, onder wie zijn oud-collega Ludwig Beck. Met zijn hoofd nog in het verband dwong hij zijn staf tot een nieuwe eed van trouw aan Hitler, die hij omschreef als de “meest nobele man op aarde”. Hij stelde dat wie het vertrouwen verloor, maar beter “zichzelf door het hoofd kon schieten”, zolang de militaire eed maar gerespecteerd werd.

speech na aanslag hitler
Admiraal Karl Dönitz houdt een radiotoespraak na de mislukte aanslag op Adolf Hitler, in aanwezigheid van Adolf Hitler, Julius Schaub, Martin Bormann, Otto Dietrich en Alfred Jodl, die met een verbonden hoofd te zien is. (CC0 – wiki)

Jodl bleef de militaire machine met harde hand leiden. In Noorwegen gaf hij bevel tot de tactiek van de verschroeide aarde, waarbij 30.000 woningen werden vernietigd om het Rode Leger te hinderen. Hoewel hij na de oorlog beweerde dat hij dit bevel probeerde af te zwakken, was de verwoesting enorm.

Ook bij het plannen van het Ardennenoffensief eind 1944 speelde hij een dubbelzinnige rol. Hij waarschuwde Hitler voor de risico’s en de onhaalbaarheid van het doel (Antwerpen), maar toen de Führer voet bij stuk hield, voerde Jodl het plan strikt uit. Hij weigerde zelfs na het mislukken van dit offensief over een capitulatie te praten.

In de laatste maanden in de Führerbunker probeerde Jodl Hitler soms nog te beïnvloeden, maar hij deed dit strategisch. Na het bombardement op Dresden wilde Hitler uit de Conventie van Genève stappen, maar Jodl wist dit te voorkomen door niet met morele, maar met puur pragmatische argumenten te komen (zoals het voorkomen van een slechte reputatie).

Zelfs toen de Russen Berlijn omsingelden en Hitler op 22 april zijn nederlaag toegaf, bleef Jodl plannen maken om de stad te ontzetten met het 12e leger van generaal Wenck. Hij bleef de plicht trouw, zelfs toen Hitler al had aangekondigd zelfmoord te zullen plegen als de laatste soldaten zouden deserteren.

Alfred Jodl ondertekent op 7 mei 1945 in Reims de capitulatie van de Duitse strijdkrachten
Alfred Jodl ondertekent op 7 mei 1945 in Reims de capitulatie van de Duitse strijdkrachten, geflankeerd door Wilhelm Oxenius (links) en Hans-Georg von Friedeburg (rechts).

De gang naar Neurenberg

In de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog veranderde de sfeer in de Berlijnse bunker in een klimaat van totale paranoia. Zelfs vertrouwelingen zoals generaal Jodl werden door Hitler verdacht van verraad omdat zij er niet in slaagden de omsingelde stad te ontzetten. Nadat duidelijk werd dat de situatie hopeloos was en Hitler op 30 april 1945 zelfmoord pleegde, trad een nieuwe fase aan onder rijkspresident Karl Dönitz. Jodl behield zijn positie binnen het opperbevel en kreeg de loodzware taak om de onderhandelingen over de overgave te leiden.

De strategie van de regering-Dönitz was erop gericht tijd te winnen. Men hoopte op een afzonderlijke capitulatie aan het westelijke front, zodat zoveel mogelijk soldaten en burgers naar het westen konden vluchten om uit handen van de Sovjets te blijven. De geallieerde opperbevelhebber Dwight Eisenhower weigerde hier echter aan mee te werken. Hij eiste een onvoorwaardelijke, algehele capitulatie en dreigde de linies te sluiten als de Duitsers bleven traineren. Onder deze enorme druk tekende Jodl op 7 mei 1945 om 02:41 uur in Reims de officiële overgave van de Duitse strijdkrachten.

Na de ondertekening vroeg Jodl de geallieerden om barmhartigheid voor het Duitse volk, waarbij hij de prestaties van de Wehrmacht prees. Dit verzoek werd door de aanwezigen koeltjes genegeerd; in hun ogen toonde Jodl hiermee een schokkend gebrek aan inzicht in de verwoesting die Duitsland over Europa had gebracht. De ondertekening in Reims markeerde het definitieve einde van Jodls militaire carrière en de totale ineenstorting van de Wehrmacht. Daarna vloog hij naar Flensburg terug waar de Duitse regering van Dönitz haar zetel had. Op 13 mei, na de arrestatie van generaal-veldmaarschalk Wilhelm Keitel, benoemde Dönitz hem tot hoofd van het OKW. Op 23 mei 1945 werd hij met de overige leden van de Flensburgregering gearresteerd.

jodl arrestatie
Alfred Jodl wordt op 23 mei 1945 gearresteerd door Britse troepen, bij de sportschool van de Marineschule Mürwik in Flensburg.

Het Proces van Neurenberg

Samen met eenentwintig andere kopstukken van het nazi-regime werd Jodl berecht door het Internationaal Militair Tribunaal. Hij werd vervolgd voor vier zware aanklachten: samenzwering tot een agressieoorlog, misdaden tegen de vrede, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Voor Jodl was deze status van beklaagde een enorme schok; hij zag zichzelf uitsluitend als een professioneel soldaat en kon niet bevatten dat zijn militaire gehoorzaamheid nu als misdadig werd bestempeld.

Tijdens de zittingen rustte Jodls verdediging, bijgestaan door prof. dr. Franz Exner, op het principe van Befehl ist Befehl. Jodl trachtte zijn verantwoordelijkheid te reduceren tot een loutere uitvoering van de militaire eed. Deze verdedigingslinie negeerde echter dat hij als chef operaties actief betrokken was bij het opstellen van misdadige richtlijnen, zoals het Kommissarbefehl. Over de aanval van Duitsland op Rusland verklaarde Jodl in Neurenberg onder andere het volgende:

Dit voornemen van de Führer, dat in dit ontwerpbevel was vastgelegd, is door alle soldaten unaniem afgewezen. Er waren hierover zeer verhitte discussies, ook met de opperbevelhebber van het leger. Deze weerstanden eindigden met de karakteristieke zin van de Führer: “Ik kan niet verlangen dat mijn generaals mijn bevelen begrijpen, maar ik verlang dat zij ze opvolgen.” Getuigenis van Jodl in Neurenberg over het Kommissarbefehl

Alfred-jodl neurenberg
De 56-jarige Alfred Jodl als beklaagde tijdens het Neurenbergse proces, 1946
Hoewel Jodl tijdens het proces elke kennis van de Holocaust ontkende en de schuld gaf aan Heinrich Himmler, wijzen rapporten over de Einsatzgruppen binnen het OKW op een structurele betrokkenheid bij de informatievoorziening over massa-executies:

De geheimhouding over de vernietiging van de Joden, over de gebeurtenissen in de concentratiekampen, was een meesterstuk van geheimhouding en een meesterstuk van misleiding door Himmler, die ons soldaten juist over deze dingen misleidende foto’s voorlegde, verhalen vertelde over zijn tuincomplexen en tuinculturen in Dachau en over het getto in Warschau en Theresienstadt, die bij ons soldaten de indruk wekten alsof het om hoogst humane instellingen zou gaan. Getuigenis van Jodl in Neurenberg

Ik kan alleen in het volste bewustzijn van mijn verantwoordelijkheid hier tot uitdrukking brengen, dat ik nooit, met geen enkele aanwijzing, met geen enkel woord, met geen enkel geschrift van een vernietiging van Joden gehoord heb. Getuigenis van Jodl in Neurenberg

Beklaagden Alfred Jodl (links) en Wilhelm Keitel (rechts) eten in een geïmproviseerde eetruimte naast de rechtszaal tijdens het proces in Neurenberg
Beklaagden Alfred Jodl (links) en Wilhelm Keitel (rechts) eten in een geïmproviseerde eetruimte naast de rechtszaal tijdens het proces in Neurenberg
Jodl beweerde pas na de oorlog over de uitroeiing te hebben gehoord, wat in schril contrast staat met de realiteit binnen het opperbevel van de Wehrmacht (OKW). Rapporten over de moorddadige activiteiten van de Einsatzgruppen aan het Oostfront kwamen daar regelmatig binnen. Jodl ontkende deze te hebben gezien, ondanks aanwijzingen dat hij via familie al in 1941 wist van massa-executies bij Minsk. Zijn onverschilligheid bleek ook bij de deportatie van Deense Joden in 1943; protesten hiertegen wuifde hij af als een louter “politieke kwestie” die de legerleiding niet aanging.

Historici, zoals Guido Knopp en Von Benda-Beckmann merken echter op dat zijn stilzwijgen over de Neurenberger Wetten en de Kristallnacht veelzeggend was. Jodl beweerde dat hij zijn invloed aanwendde om Joden te helpen, maar hiervoor is nooit bewijs gevonden. Ook minimaliseerde hij zijn eigen rol in de verklaringen waar dat maar kon en leek hij tijdens het proces steeds meer in zijn eigen onschuld te geloven.2

Jodl rechtvaardigde meedogenloze tactieken, zoals het vernietigen van stookplaatsen van Russische burgers in de vrieskou, als militaire noodzaak. Dat dit duizenden onschuldigen de dood injoeg, leek hem niet te deren; voor hem stond de plicht tegenover het vaderland boven elke morele bedenking.

graf jodl
Cenotaaf van Alfred Jodl op de Fraueninsel in de Chiemsee (2013). Het betreft een symbolisch graf; zijn as werd na zijn executie in 1946 uitgestrooid in de Isar. (CC BY 3.0 – Zenwort – wiki)
In zijn slotverklaring op 31 augustus 1946 weigerde Jodl elke vorm van schuld te bekennen. Hij stelde dat de legerleiding een oorlog voerde die zij niet wilden, onder een leider die zij niet vertrouwden. Het tribunaal was echter onverbiddelijk: Jodl had de misdadige orders niet alleen doorgegeven, maar ze ook mede vormgegeven. Hij werd op alle vier de punten schuldig bevonden. Het beroep op “bevelen van bovenaf” werd verworpen; het Handvest van het Tribunaal stelde immers dat illegale orders geen vrijbrief vormden voor misdaden. Jodl werd ter dood veroordeeld door ophanging. Zijn laatste verzoek om door een vuurpeloton te sterven – een in zijn ogen eervollere dood voor een soldaat – werd afgewezen.

Jodl werd op 16 oktober 1946 door ophanging geëxecuteerd. Zijn as werd uitgestrooid in de Isar om te voorkomen dat zijn graf, net zoals dat ook gold voor de andere voormalige nazi-kopstukken, een bedevaartsoord voor neonazi’s zou worden.

Schuldig of zuiver soldaat? De postume strijd om de erfenis van Jodl

Zelfs na de executie van Jodl bleef zijn juridische en morele nalatenschap een bron van felle strijd en controverse. De discussie over zijn schuld werd in 1949 opnieuw aangewakkerd door de Franse rechter Henri Donnedieu de Vabres, die het vonnis van Neurenberg als een fout bestempelde. Hij argumenteerde dat een professioneel militair zonder expliciete nazi-sympathieën niet op deze wijze veroordeeld had mogen worden. Critici wijzen er echter op dat deze visie voorbijgaat aan de talrijke momenten waarop Jodl zich juist wel lovend had uitgelaten over Hitler en de NSDAP.

In de jaren vijftig vocht zijn weduwe, Luise Jodl, verbeten voor zijn eer. Zij probeerde hem consequent los te koppelen van “schoften” als Himmler en presenteerde hem als een zuivere soldaat. In 1953 leidde dit tot een opmerkelijke uitspraak van een Beierse de-nazificatierechtbank (Spruchkammer), die hem postuum vrijsprak van alle aanklachten. Deze rehabilitatie was echter van korte duur; onder zware Amerikaanse druk werd het vonnis vernietigd om de legitimiteit van het proces van Neurenberg te beschermen. Als compromis kreeg Luise wel zijn officierspensioen en nalatenschap toegewezen.

Uiteindelijk was Jodl de strateeg die de Duitse oorlogsmachine draaiende hield. Hij vaardigde bevelen uit die het oorlogsrecht schonden en weigerde morele grenzen te trekken bij de uitvoering van Hitlers visie. Het was een man die de militaire deugden tot het uiterste dreef, maar daarbij de menselijke maat uit het oog verloor.

Noten, bronnen en leestips

Noten

  1. B. von Benda-Beckmann., Het kleedje voor Hitler: Een familiegeschiedenis. (Amsterdam 2023), 247.
  2. B. von Benda-Beckmann., Het kleedje voor Hitler: Een familiegeschiedenis. (Amsterdam 2023), 268, 293 509, 520-521 & 529—531; G. Knopp., Hitlers Manager: Karrieren zwischen Macht und Moral. (Munchen 2004), 182, 186-187 & 203-204).

Bronnen

Leestips:

×