Alfred Jodl was Hitlers strategische geweten of juist het gebrek daaraan. Als Chef Operaties van het Oberkommando der Wehrmacht OKW) ontwierp hij de grote offensieven van het Derde Rijk, om vervolgens in 1945 de totale overgave te tekenen. Jodl belichaamt hiermee de gevaarlijke paradox van de ‘apolitieke vakmilitair’: een man wiens vakmanschap en plichtsbetrachting hem tot een cruciale schakel maakten in een regime dat morele grenzen niet kende. Was hij werkelijk slechts een gehoorzaam radertje in de militaire machine, of was hij de morele medeplichtige die de weg naar de afgrond doelbewust plaveide?
- De vorming van een artillerist
- Van de loopgraven naar de Reichswehr van de Weimarrepubliek
- Van scepticus tot Hitlers strateeg
- Architect van de eerste successen
- Operatie Barbarossa: de onderschatting van het Rode Leger
- Barsten in de blinde loyaliteit
- De prijs van de eed
- Verschroeide aarde en de laatste bunkers
- De gang naar Neurenberg
- Het Proces van Neurenberg
- Schuldig of zuiver soldaat? De postume strijd om de erfenis van Jodl
De vorming van een artillerist
Alfred Jodl werd op 10 mei 1890 geboren in Würzburg. Conform de familietraditie was Jodl voorbestemd voor een loopbaan als officier. Daarom volgde hij vanaf 1903 de cadettenschool in München. In 1910 trad hij toe tot het 4e Beierse Veldartillerieregiment in Augsburg. Hij diende hier onder zijn oom Ferdinand Jodl. In diens huis ontmoette hij zijn toekomstige vrouw, de vijf jaar oudere Irma von Buillion. Ze trouwden op 23 september 1913, maar het huwelijk bleef kinderloos.
Van 1911 tot 1912 volgde Jodl aan de Bayerische Kriegsschule in München een vervolgopleiding en op 28 oktober 1912 klom hij op tot de rang van luitenant.
Van de loopgraven naar de Reichswehr van de Weimarrepubliek
Toen twee jaar later de Eerste Wereldoorlog uitbrak vertrok Jodl als artilleriewaarnemer en groepscommandant naar het front in Lotharingen. Hij nam deel aan de Slag om Saarburg op 20 augustus 1914 en raakte vier dagen later zwaargewond toen een granaatscherf zijn rechterbovenbeen doorboorde. Hij moest meerdere maanden in het ziekenhuis verblijven alvorens het genas. In maart 1915 ontving hij het Eisernes Kreuz II. Klasse en ging hij weer naar het front.
In 1916 werd Jodl, in de rang van opperluitenant, overgeplaatst naar het Oostfront. Hier voerde hij het bevel over een artilleriebatterij. Na de ineenstorting van het Russische leger, die plaatsvond in het laatste deel van 1917 als gevolg van de Russische Revolutie, werd hij als adjudant van de Artillerieführer van de 8. Bayerische Infanteriedivision overgeplaatst naar het Westfront. Daar maakte hij het eind van de oorlog mee en ontving hij op 3 mei 1918 de Eisernes Kreuz I. Klasse.
Na het aftreden van keizer Wilhelm II op 9 november 1918 werd in Duitsland de Weimarrepubliek uitgeroepen. Jodl schreef de Duitse nederlaag toe aan de structurele tekortkomingen van de monarchie en het falende leiderschap van de Kaiser. In de chaos van de naoorlogse jaren zocht de jonge officier aansluiting bij de sociaaldemocratische SPD, in de hoop dat zij een eervolle vrede konden veiligstellen. Het uiteindelijke Verdrag van Versailles uit 1919, waarbij onder andere bepaald werd dat het leger ingekrompen moest worden tot 100.000 man en de betaling van hoge herstelbetalingen door Duitsland, was voor Jodl een grote teleurstelling.

Vanwege zijn uitstekende prestaties kon Jodl na de Eerste Wereldoorlog zijn carrière voortzetten bij de Reichswehr, waar hij aanvankelijk verschillende batterijen binnen artillerieregimenten commandeerde. In 1921 werd hij bevorderd tot kapitein en begon hij aan een tweejarige opleiding tot stafofficier in München. Hoewel dit officieel een ‘opleiding voor assistent-officieren’ werd genoemd om het verbod van het Verdrag van Versailles op een generale staf te omzeilen, was het in de praktijk een volwaardige stafopleiding.
Na een periode als batterijchef voltooide Jodl als een van de beste leerlingen de vervolgopleiding in Berlijn, waarna hij drie jaar lang diende in de generale staf van de 7e Divisie in München. Na een hernieuwde periode in het veld keerde hij tussen 1928 en 1932 terug naar het onderwijs, maar ditmaal als leraar tactiek en krijgsgeschiedenis om zelf de volgende generatie officieren op te leiden.

Voor deze functie verhuisde Jodl terug naar Berlijn. Hij voelde zich daar in eerste instantie zeer ongelukkig, omdat hij ver van de Alpen was. Hij leerde hier Luise von Benda kennen, de secretaresse van zijn baas generaal-luitenant Ludwig Beck. Zowel Alfred als Luise hadden een grote passie voor paardrijden. Jodl deelde met Von Benda de ruitersport, wat bijdroeg aan hun nauwe band binnen de militaire kringen in Berlijn. Jodl balanceerde op een sociaal koord: hij onderhield jarenlang een driehoeksverhouding met zijn vrouw Irma en Luise von Benda. Deze situatie, die binnen de Duitse cultuur gemakkelijk tot sociaal isolement had kunnen leiden, wist hij met discretie te managen. Na het overlijden van Irma trad hij op 7 maart 1945 met Luise in het huwelijk.
Van scepticus tot Hitlers strateeg
Jodl was aanvankelijk sceptisch over de machtsovername van Hitler in 1933. Zo zei hij tijdens het Proces van Neurenberg hierover het volgende:
Ik was volledig verrast door de benoeming van Hitler tot Rijkskanselier. Toen ik die avond met een kameraad door de bewogen massa’s naar huis liep, zei ik tegen hem: Dit is meer dan een regeringswisseling, dit is een revolutie.
Ook noemde Jodl Hitler in privékring volgens historicus Bas von Benda-Beckmann, zelfs een “charlatan”, maar hij veranderde zijn houding naarmate het regime successen boekte.1 De economische opleving, de herbewapening van de Wehrmacht en de annexatie van het Saarland zorgden ervoor dat zijn kritiek plaatsmaakte voor bewondering. Ondanks morele bezwaren over de vervolging van tegenstanders en Joodse officieren, bleef Jodl trouw aan zijn militaire plichtsbesef.
De Nacht van de Lange Messen vormt hier een cruciaal voorbeeld van. Deze gewelddadige politieke zuivering vond plaats in 1934, waarbij Hitler de top van de paramilitaire SA en andere politieke rivalen liet vermoorden om zijn absolute macht te vestigen. Jodl steunde deze actie en zag het eerder als een noodzakelijke “chirurgische ingreep” om de macht van de SA te breken en de positie van het leger te beschermen. Hiermee schakelde Hitler de interne oppositie uit en stelde hij de onvoorwaardelijke steun van het leger veilig, waarbij officieren zoals Jodl de opoffering van de rechtsstaat accepteerden in ruil voor militaire stabiliteit. In 1934 legde hij – toen dat verplicht werd – zonder voorbehoud de eed van trouw af aan de Führer.
De loyaliteit van Jodl wierp in de jaren dertig duidelijk vruchten af voor zijn loopbaan. Nadat hij in 1935 was benoemd tot hoofd van de afdeling Landsverdediging en werd bevorderd tot kolonel ontwikkelde hij een strategische visie die hem rechtstreeks in de gunst van de nazi-top bracht. Door te pleiten voor een centrale leiding van alle krijgsmachtdelen, koos hij de kant van Wilhelm Keitel en brak hij definitief met zijn mentor Ludwig Beck, die de onafhankelijkheid van de landmacht wilde beschermen.

Jodl zag deze centralisatie als een noodzakelijke stap voor een efficiënte oorlogsmachine. Hoewel hij na de Anschluss tijdelijk naar Oostenrijk werd gestuurd als bevelhebber van een artillerieregiment, werd hij vlak voor de oorlog in 1939 teruggeroepen naar Berlijn, eerder was hij al op 20 april bevorderd tot generaal-majoor. Als de nieuwe Chef van de Operatieve Staf van het OKW en vertrouweling van Keitel, zou Jodl een belangrijke rol gaan spelen in de advisering van Hitler. Keitel stelde hem op 3 september 1939 voor aan Hitler en gedurende de oorlog zou hij uitgroeien tot één van de voorname militaire vertrouwelingen.
Ik ben aan de Führer voorgesteld door veldmaarschalk Keitel in de commandotrein, waarin we op 3 september 1939 naar het Poolse Oostfront reden. Tot die dag heb ik nooit een persoonlijk woord met hem gesproken. Getuigenis van Jodl
Architect van de eerste successen
Op 12 december 1939 besprak Hitler met Jodl, Keitel en de opperbevelhebber van de marine, Erich Raeder, de invasie van Denemarken en Noorwegen. Raeder pleitte voor een dergelijke aanval, omdat anders de Britten deze landen zouden bezetten en daarmee het vervoer van ijzererts vanuit Zweden naar Duitsland verhinderd zou worden. Op 27 januari 1940 kwam de planning voor deze invasie onder de directe leiding van Jodl en Keitel te staan. Op 9 april ging de invasie, operatie Weserübung, van start. De invasie was een succes, Denemarken werd binnen een dag veroverd en het zuiden en midden van Noorwegen werden eveneens vlot ingenomen.

Jodl was diep onder de indruk van de snelle Duitse overwinning in West-Europa in 1940, die hij volledig toeschreef aan Hitlers leiderschap. De schending van de neutraliteit van Nederland, België en Luxemburg – net als die van Denemarken en Noorwegen daarvoor – deerde hem niet; hij beweerde later zelfs dat deze landen al onder druk stonden van Frankrijk en Groot-Brittannië. Hij werd beloond met een snelle promotie tot generaal van de artillerie.
Kort daarna presenteerde Jodl een plan om Groot-Brittannië te breken via maritieme en luchtoperaties, inclusief terreuraanvallen op de burgerbevolking. Hitler wees dit voorstel af, omdat hij zelf de strategie wilde bepalen.

Operatie Barbarossa: de onderschatting van het Rode Leger
Na de Franse capitulatie op 29 juni 1940, sprak Hitler met Jodl en Keitel over een toekomstige aanval op de Sovjet-Unie. Volgens hem zou deze operatie een eenvoudig ‘’kinderspel’’ zijn en ook Jodl onderschatte het Rode Leger: hij vergeleek het met een “varkensblaas” die zou knappen zodra men erin prikte. Toen hem werd gevraagd of de Wehrmacht wel voorbereid was op de Russische winter, wuifde hij die zorg weg.
Het OKW moest de eerste voorbereidingen treffen, maar het was vooral het Oberkommando des Heeres (OKH) – het opperbevel van de Duitse landmacht – dat de daadwerkelijke planning uitvoerde. Hitler wilde eerder al in de herfst van 1940 aanvallen, maar Jodl wees hem erop dat dit onmogelijk was. Uiteindelijk werd het officiële bevel voor operatie Barbarossa, uitgevaardigd op 18 december 1940.
In april 1941 stuurde Hitler Jodl naar Griekenland om de capitulatie van het Griekse leger te leiden, omdat hij wilde voorkomen dat de Italianen te veel eer zouden krijgen. Enkele weken eerder had Hitler zijn generaals, onder wie Jodl, toegesproken over Barbarossa. Hij maakte duidelijk dat het een vernietigingsoorlog zou worden, waarin geen ridderlijkheid bestond en waarin bolsjewistische commissarissen en de communistische elite moesten worden uitgeroeid. Deze ideeën werden omgezet in beruchte bevelen zoals het Barbarossa-decreet, dat collectieve straffen en standrechtelijke executies toestond, en het Kommissarbefehl, dat de moord op gevangen genomen politieke commissarissen voorschreef. Jodl had geen bezwaar tegen deze maatregelen en hielp ze door te voeren.
Na het begin van de invasie op 22 juni 1941 verhuisde Hitler met zijn staf, waaronder Jodl, naar het nieuwe hoofdkwartier in Oost-Pruisen: de Wolfsschanze. Daar volgde een strak dagritme. Jodl kreeg ’s ochtends rapporten van de fronten, nam deel aan de dagelijkse stafbesprekingen met Hitler en werkte diens bevelen uit tot concrete instructies. Hij zat tijdens de lunch naast Hitler en leidde ’s avonds een tweede, kleinere briefing. Volgens zijn eigen schatting nam hij tijdens de oorlog deel aan meer dan 5000 van zulke bijeenkomsten. In zijn omgeving klaagde hij over Hitlers eindeloze monologen en zijn neiging zich met onbenullige details te bemoeien. De sfeer in het hoofdkwartier omschreef hij als een mengeling van “klooster en concentratiekamp”.

De eerste maanden van Barbarossa verliepen goed voor de Wehrmacht. Het Duitse leger rukte honderden kilometers op, omsingelde enorme Sovjet-legers en veroverde steden als Kiev, waar 600.000 Sovjetsoldaten krijgsgevangen werden gemaakt. Jodl was ervan overtuigd dat de oorlog gewonnen was.
Maar in de herfst en winter van 1941 keerde het tij. De opmars stokte voor Moskou, de Russische winter sloeg hard toe en op 5 december begon een grote Sovjet-tegenaanval onder leiding van generaal Zjoekov. De Duitsers werden honderden kilometers teruggedrongen. Na deze nederlaag bij Moskou greep Hitler persoonlijk de macht over de landmacht en ontsloeg hij opperbevelhebber Von Brauchitsch, wat leidde tot een chaotische herstructurering van de Duitse bevelvoering. In plaats van de militaire krachten te bundelen, creëerde hij een diepe splijtzwam tussen de staven door de verantwoordelijkheden geografisch te verdelen. Het OKH werd gedegradeerd tot een regionaal hoofdkwartier dat zich uitsluitend op het Oostfront mocht richten, terwijl het Oberkommando der Wehrmacht (OKW) onder leiding van Jodl de zeggenschap kreeg over alle andere oorlogstonelen, zoals het Westen en Noord-Afrika.
De geografische scheiding van verantwoordelijkheden tussen het OKW en het OKH institutionaliseerde een rivaliteit die de Duitse strategische eenheid ondermijnde. Om zijn eigen relevantie en die van het OKW te bewijzen tegenover de enorme schaal van de gevechten in de Sovjet-Unie, beet Jodl zich vast in de strijd in Noord-Afrika. Terwijl generaal Halder van het OKH zijn handen vol had aan de Russische winter, werd de woestijnoorlog van Rommels Afrikakorps voor Jodl een cruciaal prestigeobject. Hij gebruikte dit front om aan te tonen dat zijn staf nog steeds een actieve en onmisbare rol speelde in de strategische planning.
Deze versnippering van de leiding betekende echter dat er geen eenduidige militaire visie meer was voor de totale Duitse oorlogsinspanning. Terwijl Jodl en Halder in een bittere rivaliteit verwikkeld raakten over de koers van de Wehrmacht, kon Hitler de staven tegen elkaar uitspelen en zijn eigen grip op de militaire details tot in het absurde vergroten. Zo werd de structurele chaos binnen de legertop een weerspiegeling van de bredere afgrond waar het Derde Rijk op afstevende.
Barsten in de blinde loyaliteit
In de zomer van 1942 ontstond een diepe crisis tussen Hitler en Jodl nadat de Führer besloot zijn troepen in Zuid-Rusland te splitsen voor een aanval op zowel de Kaukasus als Stalingrad. Hoewel de opmars aanvankelijk snel verliep, stagneerde de campagne in de Kaukasus door logistieke problemen en hevige tegenstand. Hitler stuurde Jodl naar het front om de stagnerende opmars in de Kaukasus persoonlijk vlot te trekken en generaal Von List tot actie te dwingen, maar bij terugkomst verdedigde hij juist Lists visie dat de orders van de Führer onuitvoerbaar waren. De professionele onenigheid leidde tot een vertrouwensbreuk; Hitler weigerde Jodl geruime tijd de hand te schudden en overwoog zijn vervanging door Friedrich Paulus.

Pas in januari 1943 werd het geschil tussen de twee formeel bijgelegd, waarbij Jodl een hoge partijonderscheiding ontving en Hitler hem weer prees als een voorbeeldig officier. Desondanks verklaarde Jodl later dat de vertrouwensband nooit meer volledig herstelde. Hoewel hij persoonlijk moeite had met criminele bevelen, zoals het Kommandobefehl dat de executie van krijgsgevangenen eiste, bleef hij de orders van Hitler loyaal uitvoeren en handhaven. Jodl groeide uit tot een zwijgzame scepticus die, ondanks zijn kennis van de verslechterde militaire situatie, fanatiek bleef geloven dat Duitsland de oorlog móést winnen om de wereldgeschiedenis betekenis te geven.
De prijs van de eed
Op 1 februari 1944 bereikte de militaire carrière van Jodl een formeel hoogtepunt met zijn bevordering tot Generaloberst – vergelijkbaar met een viersterrengeneraal. Deze periode werd echter overschaduwd door diep persoonlijk leed en een groeiend moreel conflict. Kort na zijn promotie kreeg Jodls vrouw Irma in Koningsberg een medische ingreep waarna zij kampte met een longontsteking. Haar conditie verslechterde snel en op 7 april overleed zij. Naar verluidt zou de anders zo afstandelijke Adolf Hitler voor het eerst tegen Jodl een persoonlijke opmerking hebben gemaakt tijdens de condoleance.
Tegelijkertijd ontstond er een onomkeerbare breuk in Jodls vertrouwen in Hitlers morele kompas. Het bevel om vijftig ontsnapte geallieerde piloten te executeren na The Great Escape ervoer Jodl als “pure moord”. Hij bleef in dienst, maar hij probeerde naar eigen zeggen de meest extreme bevelen van Hitler te saboteren of af te zwakken, zoals het beschermen van partizanen als krijgsgevangenen en het vertragen van bevelen om neergeschoten piloten te lynchen. Ondanks deze pogingen tot weerstand, die hem regelmatig in ongenade deden vallen bij de Führer, bleef hij tot het bittere eind de militaire briefings verzorgen.

Verschroeide aarde en de laatste bunkers
In de zomer van 1944 stortte de Duitse militaire situatie aan beide fronten in. Terwijl de geallieerden in Normandië landden tijdens D-Day, werd de Wehrmacht in het oosten tijdens Operatie Bagration honderden kilometers teruggedreven door de Sovjet-Unie. Hoewel de nederlaag voor velen onvermijdelijk leek, bleef Jodl onwrikbaar geloven in het “genie” van de Führer.
Deze loyaliteit werd extreem na de aanslag op Hitler van 20 juli 1944. Jodl, die zelf lichtgewond raakte, toonde geen enkel begrip voor de verzetsstrijders, onder wie zijn oud-collega Ludwig Beck. Met zijn hoofd nog in het verband dwong hij zijn staf tot een nieuwe eed van trouw aan Hitler, die hij omschreef als de “meest nobele man op aarde”. Hij stelde dat wie het vertrouwen verloor, maar beter “zichzelf door het hoofd kon schieten”, zolang de militaire eed maar gerespecteerd werd.

Jodl bleef de militaire machine met harde hand leiden. In Noorwegen gaf hij bevel tot de tactiek van de verschroeide aarde, waarbij 30.000 woningen werden vernietigd om het Rode Leger te hinderen. Hoewel hij na de oorlog beweerde dat hij dit bevel probeerde af te zwakken, was de verwoesting enorm.
Ook bij het plannen van het Ardennenoffensief eind 1944 speelde hij een dubbelzinnige rol. Hij waarschuwde Hitler voor de risico’s en de onhaalbaarheid van het doel (Antwerpen), maar toen de Führer voet bij stuk hield, voerde Jodl het plan strikt uit. Hij weigerde zelfs na het mislukken van dit offensief over een capitulatie te praten.
In de laatste maanden in de Führerbunker probeerde Jodl Hitler soms nog te beïnvloeden, maar hij deed dit strategisch. Na het bombardement op Dresden wilde Hitler uit de Conventie van Genève stappen, maar Jodl wist dit te voorkomen door niet met morele, maar met puur pragmatische argumenten te komen (zoals het voorkomen van een slechte reputatie).
Zelfs toen de Russen Berlijn omsingelden en Hitler op 22 april zijn nederlaag toegaf, bleef Jodl plannen maken om de stad te ontzetten met het 12e leger van generaal Wenck. Hij bleef de plicht trouw, zelfs toen Hitler al had aangekondigd zelfmoord te zullen plegen als de laatste soldaten zouden deserteren.

De gang naar Neurenberg
In de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog veranderde de sfeer in de Berlijnse bunker in een klimaat van totale paranoia. Zelfs vertrouwelingen zoals generaal Jodl werden door Hitler verdacht van verraad omdat zij er niet in slaagden de omsingelde stad te ontzetten. Nadat duidelijk werd dat de situatie hopeloos was en Hitler op 30 april 1945 zelfmoord pleegde, trad een nieuwe fase aan onder rijkspresident Karl Dönitz. Jodl behield zijn positie binnen het opperbevel en kreeg de loodzware taak om de onderhandelingen over de overgave te leiden.
De strategie van de regering-Dönitz was erop gericht tijd te winnen. Men hoopte op een afzonderlijke capitulatie aan het westelijke front, zodat zoveel mogelijk soldaten en burgers naar het westen konden vluchten om uit handen van de Sovjets te blijven. De geallieerde opperbevelhebber Dwight Eisenhower weigerde hier echter aan mee te werken. Hij eiste een onvoorwaardelijke, algehele capitulatie en dreigde de linies te sluiten als de Duitsers bleven traineren. Onder deze enorme druk tekende Jodl op 7 mei 1945 om 02:41 uur in Reims de officiële overgave van de Duitse strijdkrachten.
Na de ondertekening vroeg Jodl de geallieerden om barmhartigheid voor het Duitse volk, waarbij hij de prestaties van de Wehrmacht prees. Dit verzoek werd door de aanwezigen koeltjes genegeerd; in hun ogen toonde Jodl hiermee een schokkend gebrek aan inzicht in de verwoesting die Duitsland over Europa had gebracht. De ondertekening in Reims markeerde het definitieve einde van Jodls militaire carrière en de totale ineenstorting van de Wehrmacht. Daarna vloog hij naar Flensburg terug waar de Duitse regering van Dönitz haar zetel had. Op 13 mei, na de arrestatie van generaal-veldmaarschalk Wilhelm Keitel, benoemde Dönitz hem tot hoofd van het OKW. Op 23 mei 1945 werd hij met de overige leden van de Flensburgregering gearresteerd.

Het Proces van Neurenberg
Samen met eenentwintig andere kopstukken van het nazi-regime werd Jodl berecht door het Internationaal Militair Tribunaal. Hij werd vervolgd voor vier zware aanklachten: samenzwering tot een agressieoorlog, misdaden tegen de vrede, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Voor Jodl was deze status van beklaagde een enorme schok; hij zag zichzelf uitsluitend als een professioneel soldaat en kon niet bevatten dat zijn militaire gehoorzaamheid nu als misdadig werd bestempeld.
Tijdens de zittingen rustte Jodls verdediging, bijgestaan door prof. dr. Franz Exner, op het principe van Befehl ist Befehl. Jodl trachtte zijn verantwoordelijkheid te reduceren tot een loutere uitvoering van de militaire eed. Deze verdedigingslinie negeerde echter dat hij als chef operaties actief betrokken was bij het opstellen van misdadige richtlijnen, zoals het Kommissarbefehl. Over de aanval van Duitsland op Rusland verklaarde Jodl in Neurenberg onder andere het volgende:
Dit voornemen van de Führer, dat in dit ontwerpbevel was vastgelegd, is door alle soldaten unaniem afgewezen. Er waren hierover zeer verhitte discussies, ook met de opperbevelhebber van het leger. Deze weerstanden eindigden met de karakteristieke zin van de Führer: “Ik kan niet verlangen dat mijn generaals mijn bevelen begrijpen, maar ik verlang dat zij ze opvolgen.” Getuigenis van Jodl in Neurenberg over het Kommissarbefehl

De geheimhouding over de vernietiging van de Joden, over de gebeurtenissen in de concentratiekampen, was een meesterstuk van geheimhouding en een meesterstuk van misleiding door Himmler, die ons soldaten juist over deze dingen misleidende foto’s voorlegde, verhalen vertelde over zijn tuincomplexen en tuinculturen in Dachau en over het getto in Warschau en Theresienstadt, die bij ons soldaten de indruk wekten alsof het om hoogst humane instellingen zou gaan. Getuigenis van Jodl in Neurenberg
Ik kan alleen in het volste bewustzijn van mijn verantwoordelijkheid hier tot uitdrukking brengen, dat ik nooit, met geen enkele aanwijzing, met geen enkel woord, met geen enkel geschrift van een vernietiging van Joden gehoord heb. Getuigenis van Jodl in Neurenberg

Historici, zoals Guido Knopp en Von Benda-Beckmann merken echter op dat zijn stilzwijgen over de Neurenberger Wetten en de Kristallnacht veelzeggend was. Jodl beweerde dat hij zijn invloed aanwendde om Joden te helpen, maar hiervoor is nooit bewijs gevonden. Ook minimaliseerde hij zijn eigen rol in de verklaringen waar dat maar kon en leek hij tijdens het proces steeds meer in zijn eigen onschuld te geloven.2
Jodl rechtvaardigde meedogenloze tactieken, zoals het vernietigen van stookplaatsen van Russische burgers in de vrieskou, als militaire noodzaak. Dat dit duizenden onschuldigen de dood injoeg, leek hem niet te deren; voor hem stond de plicht tegenover het vaderland boven elke morele bedenking.

Jodl werd op 16 oktober 1946 door ophanging geëxecuteerd. Zijn as werd uitgestrooid in de Isar om te voorkomen dat zijn graf, net zoals dat ook gold voor de andere voormalige nazi-kopstukken, een bedevaartsoord voor neonazi’s zou worden.
Schuldig of zuiver soldaat? De postume strijd om de erfenis van Jodl
Zelfs na de executie van Jodl bleef zijn juridische en morele nalatenschap een bron van felle strijd en controverse. De discussie over zijn schuld werd in 1949 opnieuw aangewakkerd door de Franse rechter Henri Donnedieu de Vabres, die het vonnis van Neurenberg als een fout bestempelde. Hij argumenteerde dat een professioneel militair zonder expliciete nazi-sympathieën niet op deze wijze veroordeeld had mogen worden. Critici wijzen er echter op dat deze visie voorbijgaat aan de talrijke momenten waarop Jodl zich juist wel lovend had uitgelaten over Hitler en de NSDAP.
In de jaren vijftig vocht zijn weduwe, Luise Jodl, verbeten voor zijn eer. Zij probeerde hem consequent los te koppelen van “schoften” als Himmler en presenteerde hem als een zuivere soldaat. In 1953 leidde dit tot een opmerkelijke uitspraak van een Beierse de-nazificatierechtbank (Spruchkammer), die hem postuum vrijsprak van alle aanklachten. Deze rehabilitatie was echter van korte duur; onder zware Amerikaanse druk werd het vonnis vernietigd om de legitimiteit van het proces van Neurenberg te beschermen. Als compromis kreeg Luise wel zijn officierspensioen en nalatenschap toegewezen.
Uiteindelijk was Jodl de strateeg die de Duitse oorlogsmachine draaiende hield. Hij vaardigde bevelen uit die het oorlogsrecht schonden en weigerde morele grenzen te trekken bij de uitvoering van Hitlers visie. Het was een man die de militaire deugden tot het uiterste dreef, maar daarbij de menselijke maat uit het oog verloor.
- B. von Benda-Beckmann., Het kleedje voor Hitler: Een familiegeschiedenis. (Amsterdam 2023), 247.
- B. von Benda-Beckmann., Het kleedje voor Hitler: Een familiegeschiedenis. (Amsterdam 2023), 268, 293 509, 520-521 & 529—531; G. Knopp., Hitlers Manager: Karrieren zwischen Macht und Moral. (Munchen 2004), 182, 186-187 & 203-204).
Bronnen
- Guido Knopp, Hitlers manager: Zwischen Macht und Moral. Vcl/West-Friesland 2009
- Bas von Benda Beckmann, Het kleedje voor Hitler: Een familiegeschiedenis, Amsterdam, Querido 2023
- Processtukken van Alfred Jodl in het Nederlands te lezen via www.tracesofwar.nl
- https://www.tracesofwar.nl/articles/5160/Alfred-Jodl.htm (Geraadpleegd 11 februari 2026).
- Documentaire: Hitlers Manager – General Alfred Jodl Dokumentation, [https://youtu.be/mfvrecfz2SE?si=hXrbLsJg-ELWq50p]
- https://www.globkult.de/geschichte/zeitgeschichte/832-kein-general-fuer-das-fernsehen (Geraadpleegd 11 februari 2026).
- https://de.wikipedia.org/wiki/Alfred_Jodl (Geraadpleegd 11 februari 2026).
Leestips:
- Luise Jodl, Jenseits des Endes: Der Weg des Generaloberst Alfred Jodl
- Bodo Scheurig, Alfred Jodl: Gehorsam und Verhängnis
- Guido Knopp, Hitlers manager: Zwischen Macht und Moral. Vcl/West-Friesland 2009
- Bas von Benda Beckmann, Het kleedje voor Hitler: Een familiegeschiedenis, Amsterdam, Querido 2023
Het Proces van Neurenberg: de berechting van het naziregime
Oorlogsmisdadiger Erich Priebke kreeg een geheim graf
Klaas-Carel Faber (1922-2012) – Nederlandse oorlogsmisdadiger