De nazi en de psychiater

De nazi en de psychiater -  Jack El-Hai
De nazi en de psychiater – Jack El-Hai
In 1945 meldde Hermann Göring, Hitlers rechterhand en een van de grootste oorlogsmisdadigers, zich als gevangene bij de Amerikanen, vergezeld door zestien koffers vol medailles, juwelen, zijden ondergoed, een miljoen dollar in cash en een koffieblik vol cyanidecapsules. Tijdens de processen van Neurenberg wordt hij onder toezicht gesteld van de ambitieuze Amerikaanse legerpsychiater Douglas Kelley. Deze psychiater raakt in de ban van Göring. Via rorschachs en andere tests hoopt Kelley er achter te komen wat nazicriminelen onderscheidt van de rest van de mensheid. De relatie tussen Göring en Kelley staat centraal in het deze week bij De Arbeiderspers te verschijnen boek De nazi en de psychiater van Jack El-Hai. Op Historiek publiceren we een fragment.

Mondorf-les-Bains

Het vliegtuig, een kleine Piper L-4, kwam niet in beweging. De enige passagier, Hermann Göring – jachtvlieger tijdens de Eerste Wereldoorlog, hoofd van de ooit zo beruchte Luftwaffe en de hoogste ambtenaar van het Derde Rijk die nog in leven was – was te zwaar voor een veilige start.

Het was een ongewone rust voor Göring. Wekenlang was hij nu al in beweging, altijd onzeker, altijd in gevaar. Hij was geëvacueerd van zijn geliefde jacht- en feestplek Carinhall. Hij had zijn gedwongen opsluiting op bevel van Hitler verdragen nadat hem, heroïsch volgens hemzelf, was aangeboden de leiding van de naziregering op zich te nemen. Al snel hierna ontdekte Göring dat Martin Bormann de Duitse troepen het bevel had gegeven hem te vermoorden en had hij zich razendsnel aan het gezag van de Schutzstaffel (SS) onttrokken.

Minder dan achtenveertig uur voordat hij de Piper in klom, op de dag voor de Duitse overgave op 7 mei 1945, had Göring over het uiteenvallende slagveld heen een brief gestuurd naar het Amerikaanse militaire oppercommando. Daarin erkende hij dat nazi-Duitsland op het punt van instorten stond en bood de geallieerden aan mee te helpen aan de vorming van een nieuwe regering voor het Reich. De Amerikaanse brigadegeneraal Robert I. Stack was verbijsterd over de brutaliteit van de afzender en leidde een konvooi soldaten in jeeps om hem gevangen te nemen. Ze haalden Görings eigen stoet auto’s in bij de Oostenrijkse stad Radstadt. Göring reed in een Mercedes-Benz met kogelvrij glas.

- advertentie -

Dwight D. Eisenhower
Dwight D. Eisenhower
De chauffeur stootte Göring aan en zei: ‘Het zijn de Amerikanen, Herr Reichsmarschall.’ Tegen zijn vrouw Emmy zei Göring: ‘Ik heb hier wel vertrouwen in.’ Stack stapte uit een Amerikaanse jeep en de mannen salueerden. Göring en zijn vrouw, ooit een van de machtigste echtparen van Europa, hadden het einde van hun oorlog bereikt. Emmy was in tranen. Deze ontmoeting met vijandelijke officieren op een weg vol vluchtelingen ‘was voor ons een extreem pijnlijk moment’, schreef ze later.

Stack belde naar het veldkamp van generaal Dwight D. Eisenhower, opperbevelhebber van de geallieerden in Europa, om het nieuws van Görings arrestatie te melden. Göring, die zichzelf beschouwde als de meest charismatische en internationaal bewonderde Duitse leider, dacht dat Eisenhower snel zijn vrijlating zou bevelen. Amerikaanse soldaten begeleidden Göring en zijn gezin naar kasteel Fischorn, bij Zell am See, waar Göring grapjes maakte met zijn bewakers terwijl zijn gezin zich in kamers op de eerste verdieping installeerde en met Stack dineerde. Göring zei tegen Emmy dat hij de volgende dag zou vertrekken voor zijn afspraak met Eisenhower, maar dat hij snel weer terug zou zijn. ‘En maak je geen zorgen als ik een of twee dagen langer wegblijf,’ zei hij tegen haar. Na een korte pauze zei hij ook nog: ‘Om eerlijk te zijn heb ik het gevoel dat alles goed komt. Denk je dat ook niet?’

Göring bracht de nacht door in het hoofdkwartier van het Amerikaanse Seventh Army bij Kitzbühel, waar hij weer vroeg om een vrijgeleide en een gesprek met Eisenhower. Zijn bewakers vertelden hem dat het hoogst onwaarschijnlijk was dat dit gesprek zou plaatsvinden. Toch gedroegen Stack en zijn staf zich zeer hoffelijk tegenover Göring: tijdens recepties dronk de nazileider champagne met Amerikaanse soldaten, poseerde voor foto’s en hield een persconferentie. En hij werd voor de laatste keer behandeld als de hooggeplaatste afgevaardigde van zijn land, zoals hij zichzelf graag zag.

De volgende ochtend werd Göring, gekleed in zijn grijze Luftwaffe-uniform, naar een landingsbaan in de buurt gebracht, naar de kleine cabine van de Piper, waar duidelijk werd dat het vliegtuig zijn lading van honderdvijfendertig kilo niet kon vervoeren.

Iemand spoorde een iets groter vliegtuig op, een Piper L-5, die wel de pk’s had om de nazigevangene te vervoeren. Göring ging achterin zitten, maar toen was er weer een nieuw obstakel voor een veilige reis. Hij kreeg de veiligheidsriem niet over zijn buik. Göring stak de losse band omhoog, haalde zijn schouders op en zei: ‘Ist gut’, tegen kapitein Bo Foster, de Amerikaanse legerpiloot. Nonchalant legde hij zijn elleboog op de rand van het raampje en liet zijn arm tegen de romp van het vliegtuig bungelen terwijl Foster het vliegtuig naar de landingsbaan taxiede en liet opstijgen.

De Piper vloog in vijfenvijftig minuten naar Augsburg, waar mensen van de geheime dienst van het Amerikaanse Seventh Army hen opwachtten. Onderweg bespraken Göring en Foster in een mengtaaltje van Engels en Duits het landschap onder hen. Göring wees hem vliegvelden en industriegebieden aan die hij herkende. Ze hadden het ook over andere dingen. Foster vroeg wanneer Duitsland was begonnen met de ontwikkeling van straalmotoren voor vliegtuigen en Göring antwoordde lachend: ‘Veel te laat.’ De Reichsmarschall was grappig en spits. Foster had een .45 in zijn schouderholster zitten, maar als zijn gevangene, een ervaren piloot, in deze kleine ruimte zou willen proberen de macht over de stuurknuppel te veroveren, dan had Foster geen hand van zijn instrumenten kunnen halen om zich te verdedigen. Hij en de beroemdste krijgsgevangene ter wereld zaten in hetzelfde schuitje.

Nadat ze geland waren, vroeg Foster of Göring zijn handtekening op een blanco vluchtverslag wilde zetten. Een uur zo dicht bij Göring had hem onzeker gemaakt. ‘Ik merkte dat hij net als onze eigen officieren was, die ik wel eens had opgepikt,’ weet hij nog jaren later. ‘Ik zal niet zeggen dat dit mijn beeld van de oorlog veranderde, maar ik ontdekte zo wel dat er…’ Hij maakte de zin niet af. ‘Tja,’ ging hij verder, ‘ik begon te twijfelen aan alles wat we over deze gemene mensen wisten.’

Emmy en Edda Göring, de vrouw en het vijfjarige dochtertje van de Reichsmarschall, werden naar kasteel Veldenstein gebracht, een residentie van de familie in het Frankenland.

In Augsburg werden Göring zijn privileges ontnomen. Zijn bewakers namen hem zijn kostbare maarschalksstaf af, een stok met een ivoren gevest van tweeënhalve kilo, gedecoreerd met gouden adelaars en platina kruizen en met 640 ingezette diamanten. Hij had die in 1940 van Hitler gekregen. Maar hij dronk en at nog steeds in de officiersmess (misschien om hem coöperatiever te maken tijdens de ondervragingen), koesterde zich in het eerbiedige ontzag van de Amerikaanse soldaten en genoot van de aandacht van de internationale pers. Hij sprak voor de laatste keer met zijn jongere, anti-nazibroer Albert, die tijdens de oorlog het Tsjechische verzet had geholpen en regelmatig vervolgde Joden had helpen ontkomen. Göring liet Albert merken dat hij wist dat hij waarschijnlijk lange tijd gevangen zou zitten. ‘Jij zult snel vrij zijn,’ zou hij tegen Albert hebben gezegd. ‘Dus wil je voor mijn vrouw en kind zorgen? Vaarwel.’

Palace Hotel voor de oorlog - cc
Palace Hotel voor de oorlog – cc

Eisenhower bleef Görings verzoeken om een ‘gesprek van man tot man’ negeren en al snel begreep de gevangene dat hij zich op een andere zet moest voorbereiden. Op 20 mei. Hij mocht een adjudant meenemen en Göring koos zijn eeuwige adjudant Robert Kropp.

Görings bestemming was Mondorf-les-Bains in Luxemburg, waar de Amerikanen een verhoorcentrum hadden ingericht met de codenaam Ashcan. (Even oneerbiedig hadden de Engelsen een van hun gevangenissen Dustbin genoemd.) Göring zal blij zijn geweest toen hij hoorde wat zijn bestemming was, want Mondorf, een oud kuuroord bij de Luxemburgse grens met Frankrijk en Duitsland, stond bekend om zijn wijngaarden, bloemenvelden en goede hotels. Maar al voor zijn komst hadden Amerikaanse soldaten die de transporten van de nazigevangenen voorbereidden, het chique maar vervallen Palace Hotel volledig leeggehaald. In de hotelkamers stonden alleen nog opklapbedden met stromatrassen. Geen kroonluchters meer en ook geen ramen die leuke doorkijkjes boden: ze waren vervangen door metalen spijlen en onbreekbaar plexiglas. Ook bouwden de soldaten rond het hotel een omheining met vier uitkijktorens, uitgerust met machinegeweren, en niet lang na zijn komst zetten ze schijnwerpers op vijf meter hoogte neer en een hekwerk van prikkeldraad dat onder stroom stond, en nog een paar machinegeweerstellingen.

Karl Dönitz
Karl Dönitz
Met zulke decoratieve details was het moeilijk voor de nieuwe commandant van Ashcan, de Amerikaanse kolonel Burton C. Andrus, om het doel van het voormalige hotel geheim te houden. Maar hij probeerde het, ook toen andere bekende nazi’s arriveerden. Onder de eersten die kwamen, waren grootadmiraal Karl Dönitz, het laatste staatshoofd van nazi-Duitsland (ook had Hitler hem aangewezen als zijn opvolger, als laatste pesterij tegenover Göring); staf-chef van de strijdkrachten Wilhelm Keitel en zijn plaatsvervanger Alfred Jodl; Robert Ley, de mentaal onstabiele leider van het Duitse Arbeidsfront die net als een gevangene amper belangstelling had voor eten en drinken, maar grote behoefte aan vrouwelijk gezelschap; Hans Frank, de vroegere gouverneur-generaal van Polen, inmiddels al een veteraan met twee zelfmoordpogingen in zijn gevangenschap; de opsteller van de nazifilosofie Alfred Rosenberg, herstellend van een verstuikte enkel, opgelopen na een drankorgie toen de oorlog was afgelopen; Hjalmar Schacht, president van de Reichsbank, die zich tijdens de oorlog tegen Hitler had gekeerd en in een concentratiekamp was beland; en Julius Streicher, uitgever van de notoir antisemitische krant DerStürmer, die tijdens zijn laatste dagen in vrijheid in de Beierse Alpen had gedaan alsof hij een landschapsschilder was. Uiteindelijk had Andrus tweeënvijftig hooggeplaatste Duitse legerofficieren en ambtenaren onder zijn hoede in Mondorf. Hij herinnerde zich nog dat hij bang was voor aanvallen van buitenaf op zijn gevangenen, ‘door fanatieke nazi’s die de gevangenen wilden bevrijden of door Luxemburgers die niet alleen nazi’s maar alle Duitsers haatten na de meedogenloze behandeling die ze tijdens de oorlog hadden moeten verduren’. Een groep van 176 Luxemburgers, die in Mondorf herstelden na de verschrikkingen van het concentratiekamp Dachau, behoorden tot de mensen wie het niet kwalijk genomen kon worden dat ze de nazileiders wilden lynchen.

Andrus nam zijn werk serieus. Als toonbeeld van frisse krijgshaftigheid – met zijn glanzend gepoetste helm, bril met metalen montuur, afgemeten manier van praten en starre uitstraling – stond hij erop dat zijn nazigevangenen hem onderdanig benaderden, als ware hij hun commandant. Hoewel het weekblad Time hem beschrijft als een ‘plomp mannetje, een soort opgeblazen kropduif’, was de kolonel een slanke waterpololiefhebber, geboren in de staat Washington, van ruim een meter vijfenzeventig lang en tachtig kilo zwaar. Hij had onderscheidingen gekregen als cavalerieofficier in de Eerste Wereldoorlog en was directeur geweest van een militaire gevangenis in Fort Oglethorpe (Georgia). Vóór zijn benoeming was de gevangenisdiscipline er rampzalig. Er waren veel ontsnappingen, en veroordeelde moordenaars legden hun eigen wetten op door middel van wat Andrus een ‘kangoeroerechtbank’ noemde. Als ontgroening voor Andrus waren de gevangenen in opstand gekomen en hadden een compleet cellenblok verruïneerd. Hij had de leiders van de opstand gedwongen de troep op te ruimen, liet isoleercellen bouwen en stelde nieuwe gedragsregels op. Vervolgens gaf hij de bewakers opdracht iedere gevangene die probeerde te ontsnappen neer te schieten. Hierna was de discipline hersteld.

Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog ging Andrus werken bij het garnizoen van Monterey in Californië, waar hij in de gevangenis werkte en inlichtingenofficier was. In de jaren twintig had hij het bevel over een cavalerieafdeling op de Filipijnen. Zijn collega’s vonden hem formeel, zeer stijf, arrogant en intolerant ten opzichte van het overtreden van regels. Het Amerikaanse leger achtte deze kwaliteiten perfect om aan het eind van de Tweede Wereldoorlog de hooggeplaatste nazi’s te bewaken.

Göring kwam boos bij Ashcan aan vanwege het gebrek aan respect dat hij kreeg van de kauwgom kauwende Amerikaanse bewakers die hem naar het vliegveld hadden gebracht. Nog altijd in zijn Luftwaffe-uniform en zwaar zwetend meldde Göring zich in Andrus’ kantoor. Direct vanaf het eerste moment had Andrus een hekel aan hem. ‘Met al dat wiebelende losse vet van de welgestelde onder zijn jasje was hij een imposante figuur,’ vond Andrus en voegde eraan toe dat hij Göring een ‘onnozele sukkel’ vond. Göring smolt onder de vernietigende blik van de commandant.

Hermann Göring
Hermann Göring
Met zijn voetknecht Kropp had Göring twaalf met monogrammen versierde koffers en een grote rode hoedendoos meegenomen. Het gevangenispersoneel besteedde een complete middag aan het doorzoeken van de inhoud op contrabande en graaide door spullen als met juwelen bezette militaire medailles, ringen met diamanten en robijnen, swastikavormige juwelen, met halfedelstenen afgezette boeien, Görings IJzeren Kruis uit de Eerste Wereldoorlog, zijden ondergoed, vier militaire uniformen, pantoffels, een heetwaterketel, vier brillen, twee sigarenknippers en stapels horloges, dasspelden en sigarettendoosjes. Göring had ook contant geld ter waarde van 81.268 Reichsmark bij zich (wat nu zo’n 800.000 euro zou zijn). Hij bralde dat een van de ringen de grootste smaragd bevatte die hij ooit in zijn lange verzamelaarsleven had gezien. De steen was tweeënhalve centimeter lang en ruim een centimeter breed. Deze glinsterende oorlogsbuit was grotendeels gestolen in de bezette gebieden.

Verborgen in een koffiekan en in de zomen van Görings kleding vonden ze twee koperen flesjes waarin capsules met een heldere inhoud met een witte neerslag zaten: het dodelijke cyanide. Veel hooggeplaatste nazi’s – zoals minister van Binnenlandse Zaken en hoofd van de Duitse politie Heinrich Himmler en mogelijk minister van Propaganda Joseph Goebbels – hadden al zelfmoord gepleegd met dezelfde soort capsules of zouden dat nog doen. Göring vertelde in vertrouwen aan Kropp dat het hem gelukt was minstens één cyanidecapsule in zijn cel te verstoppen.

De commandant stuurde Göring naar zijn cel. Vroeger een luxueus gemeubileerde kamer met waarschijnlijk duur behang en een raam met mooi uitzicht, was deze nu een praktisch lege kamer met alleen een krakkemikkige tafel, een stoel en een bed zonder kussen. Andrus weet nog dat Göring direct door die stoel zakte. ‘En was hij op zijn tafel gaan zitten, dan zou die ook meteen zijn ingestort,’ vertelde Andrus, ‘want die was erop gebouwd om dat te doen, om te voorkomen dat een gevangene erop kon staan om zichzelf te verhangen.’ Ook om zelfmoorden te voorkomen gaf Andrus de gevangenen schoenveters van tien centimeter, te kort om zich-zelf te wurgen en te kort om de schoenen mee te strikken.Een eerste medisch onderzoek bevestigde dat Göring veel overgewicht had. Zijn polsslag was tachtig over vier, hij had een onregelmatige hartslag, een snelle, oppervlakkige ademhaling en zijn handen beefden. Hij had een ‘zeer slechte fysieke conditie’, deelde de arts mee. Göring vertelde dat hij al meerdere hartaanvallen had gehad.

In eerste instantie onbeschoft tegen de bewakers en boos omdat hij als een criminele verdachte werd behandeld – vaak probeerde hij de aandacht te trekken door overdreven te salueren en met zijn hielen tegen elkaar te klikken in de aanwezigheid van de gevangenisstaf – bleef Göring bij Eisenhower protesteren. Hij klaagde dat hij in Mondorf behandeld werd op een manier die hem ‘als hooggeplaatst Duits officier en maarschalk diep schokte’. Hij klaagde dat er geen licht was in zijn kamer en dat de deur geen deurknop had, dat hem bijna al zijn persoonlijke bezittingen waren afgenomen, dat de confiscatie van zijn medailles en maarschalksstaf vernederend was, dat geallieerde officieren van lagere rang hem vernederden en, wellicht het ergste, dat hem zijn persoonlijke adjudant Kropp was ontnomen: de geallieerde autoriteiten hadden hem als krijgsgevangene elders te werk gesteld. (Vlak voordat Kropp Mondorf verliet, waardoor Göring bijna in tranen uitbarstte, verrichtte de voetknecht nog een taak voor zijn meester: hij stal een kussen, dat de Amerikanen bijna meteen weer weghaalden.) Göring vroeg Eisenhower om hem vanuit Mondorf naar zijn gezin te laten vliegen en om hem Kropp weer terug te geven of een andere Duitser als knecht aan te stellen. De bevelhebber van de geallieerden reageerde niet. Desalniettemin was Andrus woedend en gaf de gevangenen een zware berisping:

“Aangezien ik niet de wens heb uw geschreven brieven over zogenaamde diefstal van eigendommen of andere schendingen van de mensenrechten tegen te houden; brieven over ongemakken of gebrek aan comfort of over uw meningen over vernederingen of over eerbied waar jullie menen recht op te hebben, dit alles is tevergeefs en wekt alleen maar walging op bij de autoriteiten. […] De bevelhebber, zijn meerderen, de geallieerde regeringen en alle mensen van alle landen in de wereld zijn zich volledig bewust van de gruweldaden die gepleegd zijn door de Duitse regering, haar soldaten en haar ambtenaren. Verzoeken van de daders om meer comfort en verbetering van de omstandigheden zullen de verachting die ze al hebben alleen maar vergroten.”

~ Jack El-Hai

Boek: De nazi en de psychiater – Jack El-Hai

Bestel dit boek bij:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: