Salazars ‘Nieuwe Staat’ betekende veertig jaar dictatuur in Portugal

10 minuten leestijd
António de Oliveira Salazar
Officieel fotoportret van Salazar uit 1968. Foto Manuel Alves de San Payo

In 2007 verkozen Portugezen met veertig procent van de stemmen António de Oliveira Salazar (1889-1970) tot ‘grootste Portugees’. Het deed in binnen- en buitenland veel wenkbrauwen fronsen. Het bewind van Salazar tussen 1928/1933 en 1968 was immers verre van democratisch geweest en eindigde met de Anjerrevolutie. Maar ondanks een alomtegenwoordige geheime politie, vervolging van tegenstanders en een nietsontziende oorlog in de koloniën zagen veel Portugezen Salazars Estado Novo of ‘Nieuwe Staat’ als een stelsel van orde, stabiliteit en binnenlandse harmonie.

Instabiliteit

Sidónio Pais
Sidónio Pais, gedurende zijn korte bewind (1917-1918) de vierde president en eerste minister van Portugal.
Toen Salazar op 28 april 1889 het levenslicht aanschouwde in het gezin van een kleine landeigenaar in Vimieiro, was Portugal nog een koninkrijk. Sinds 1880 waren afwisselend conservatieven en progressieven aan de macht. Toenemende instabiliteit bleek uit het faillissement van het land in 1892 en 1902, nadat in 1891 een mislukte poging was gedaan om de republiek uit te roepen. Op 1 februari 1908 werden koning Carlos I en kroonprins Lodewijk Filips tijdens een rijtoer in Lissabon vermoord; koningin Amalia en prins Emanuel overleefden de aanslag. De laatste regeerde als Emanuel II twee jaar over het verdeelde land.

De Eerste Portugese Republiek bracht in 1910 het einde van de monarchie en hield het vol tot 1926, een periode met niet minder dan vijfenveertig regeringen en negen presidenten. Zowel de monarchisten als socialisten keerden zich tegen de republiek. In 1917 pleegde ex-minister en gezant in Duitsland Sidónio Pais een militaire staatsgreep. Een vroegtijdig einde van het democratisch gehalte van de republiek werd verhinderd doordat hij zelf in 1918 werd vermoord. Vanwege zijn corporatistische, min of meer fascistische opvattingen wordt Pais wel als voorloper van Salazar gezien.

Salazar wordt president

De Eerste Portugese Republiek kwam op haar beurt ten einde door de ‘Revolutie van de 28ste mei’ in 1926. Er volgde een Ditatura Nacional (Nationale Dictatuur) als voorloper van de Estado Novo van António de Oliveira Salazar. Salazar, gepromoveerd in de rechtsgeleerdheid, had in 1921 de Katholieke Centrumpartij opgericht en kort in het parlement gezeten. Teleurgesteld in het parlementarisme trok hij zich terug, werd hoogleraar en financieel expert. De militaire junta trok hem in 1926 aan als minister van financiën. Wegens gebrek aan volmachten trad hij al snel weer af.

‘Portugezen stemmen voor de Estado Novo’,
‘Portugezen stemmen voor de Estado Novo’, propaganda voor de nieuwe grondwet, 1933
In 1928 dreigde weer een staatsbankroet. Opnieuw werd Salazar minister van financiën; zijn rucksichtslose bezuinigingspolitiek redde het land uit het financiële ravijn. Salazar behield niet alleen zijn ministerschap tot 1940, in 1932 was hij ook minister-president geworden. In 1933 voerde hij een nieuwe grondwet in, die hij zelf grotendeels had geschreven. Het leger en sympathisanten van het bewind verleenden hun goedkeuring; vervolgens hield Salazar een referendum onder alle gezinshoofden: 1,3 miljoen Portugezen stemden voor, 6200 tegen, ruim 30.000 onthielden zich van stemming. Salazar werd president en de Estado Novo was een feit.

Corporatisme

Belangrijke onderdelen van de grondwet behandelden corporatieve instellingen, een belangrijk beginsel van het in Europa sterk opgekomen fascisme. De corporatieve gedachte ging terug op het middeleeuwse gildensysteem en positioneerde zich in de negentiende eeuw tussen het liberalisme en het socialisme. In dit systeem berust de politieke besluitvorming niet bij concurrerende politieke stromingen, maar op professionele verbanden en organisaties waarin verschillende standen samenwerken en de klassenstrijd is uitgebannen. Sidónio Pais had al in 1918 een corporatieve ordening van de Portugese staat willen invoeren.

Het katholiek geënte corporatisme van het ‘nieuwe’ Portugal ging, eveneens volgens de fascistische leer, samen met een sterk autoritaire staatsordening. Salazar was de alleenheerser. In 1936 werd hij ook nog minister van Oorlog en van Buitenlandse Zaken. Officieel bekende hij zich tot geen enkele politieke ideologie. In 1934 werd een gezamenlijke ‘nationaal-syndicalistische’ (fascistische) en marxistische coup tegen zijn bewind verijdeld. Vanaf nu was ook de fascistische Nationaal-Syndicalistische Partij verboden, net als liberale, socialistische, communistische en syndicalistische organisaties.

Onmondige bevolking

De merendeels katholieke arbeiders in Portugal hadden weinig moeite met het corporatieve systeem, de Kerk stond er pal achter. Het door haar volledig beheerste, door armoede en onderontwikkeling geteisterde platteland was te onmondig om burgerlijke kwaliteiten te ontwikkelen en zich ideologisch te oriënteren. Deze onmondigheid werd impliciet ook nagestreefd in de Estado Novo; het begrip ‘burger’ was volgens Salazar een liberale abstractie. Het volk was daarentegen een organisch geheel, één in cultuur, religie en opvattingen.

De industrialisatie van Portugal bleef beperkt, hoewel de handel met onder meer de Verenigde Staten sterk toenam. Portugal bleef echter arm en relatief onderontwikkeld, mede door het gebrek aan moderne infrastructuur. Wel werd gewerkt aan verbetering met het bouwen van wegen, bruggen en dammen, met als bekendste werk de Salazarbrug in Lissabon (1966, nu 25-Aprilbrug geheten).

Salazar bekijkt een maquette voor de Santa Clara-brug
Op weg naar een moderne infrastructuur. Salazar bekijkt een maquette voor de Santa Clara-brug in Coimbra, ca. 1954.

Neutraliteit

Portugal steunde tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) de rechtse nationalisten en fascisten van generaal Franco. In 1939 sloten Portugal en Spanje het Iberische Pact, dat de onderlinge samenwerking moest versterken en neutraliteit garandeerde in het komende conflict dat men voorzag tussen nazi-Duitsland en Groot-Brittannië.

Nederlandse sympathie

Omslag van Brongersma’s proefschrift over Portugal.
Omslag van Brongersma’s proefschrift over Portugal.
De Nederlandse dichter Adriaan Roland Holst heeft verschillende malen zijn sympathie voor het regime van Salazar geuit. Roland Holst was apolitiek, maar zag wel de onvolkomenheden en het gebrek aan daadkracht van het parlementaire systeem. Hij was lang niet de enige Nederlandse kunstenaar of schrijver met dergelijke neigingen. Bekende voorbeelden uit de beeldende kunst zijn Erich Wigman en Pyke Koch. Ook de dichter Hendrik Marsman was enige tijd een uitgesproken aanhanger van het Italiaanse fascisme. Zijn collega J.C. Bloem was in 1933/34 lid van de NSB. Teleurgesteld in Mussert keerde hij zich af: ‘Die vent weet geeneens wie Maurras is’, moet hij hebben gezegd – Salazar was overigens wél een bewonderaar van deze Franse schrijver.

In 1940, tijdens de Duitse bezetting, verscheen het invloedrijke proefschrift De Opbouw van een Corporatieven Staat van de Nederlandse politicoloog Edward Brongersma (1911-1998). Brongersma was destijds een bewonderaar van het Portugese systeem, maar werd na de oorlog Eerste-Kamerlid voor de PvdA. Zijn latere bekendheid dankt hij aan zijn streven naar acceptatie van pedofielen en als voorstander van euthanasie.

Persoonlijkheid van Salazar

Ondanks zijn unieke machtspositie continueerde Salazar een teruggetrokken, introverte levensstijl. Hij was wars van een persoonlijkheidscultus als die van Franco, Mussolini of Hitler, hoewel hij met zijn wat hoge stem indringende redevoeringen kon afleveren. Gedurende heel zijn regeringsperiode leefde Salazar vrij eenvoudig. Gestookt werd er nauwelijks in zijn appartementen; als het koud was, werkte hij met zijn benen gewikkeld in een deken. Zijn huishoudelijk personeel verdiende tot het einde een karig loon.

Salazar vóór 1941
Salazar vóór 1941. Foto Mário Novais.
De opvattingen van de teruggetrokken dwingeland Salazar zijn vermoedelijk deels te verklaren uit zijn introverte, rustzoekende karakter. Hoewel levenslang vrijgezel, waren de gefixeerde standenmaatschappij en de onaantastbaarheid van het gezin hem aan het hart gebakken. Hij schreef:

Als het gezin tot verval komt, dan vervalt het huis, dan vervalt de eigen haard, dan verslappen de banden van bloedverwantschap en tegenover de staat blijft de mens dan geïsoleerd, als een vreemde, zonder houvast, en zedelijk ontdaan van de grootste helft van het eigen ik; hij verliest zijn naam, hij wordt een nummer.

Tweede Wereldoorlog

Salazar wist Portugal tijdens de hele Tweede Wereldoorlog neutraal te houden; wel stond hij de geallieerden toe militaire bases op de Azoren te gebruiken. Ook stroomden Joden en andere vluchtelingen voor de nazi’s toe, die Portugal vooral als tussenstation gebruikten voor een andere eindbestemming zoals de Verenigde Staten. Veel vluchtelingen hielden zich op in Lissabon, zowel antifascisten als, in de laatste jaren van de oorlog, fascisten. Na de oorlog konden ook nazi’s Portugal gebruiken voor hun vluchtroutes naar bijvoorbeeld Zuid-Amerika.

Tijdens de Koude Oorlog zagen de westerse landen onder leiding van de Verenigde Staten Salazar als bondgenoot tegen het communisme, hoewel men binnen de zich ontwikkelende Europese samenwerking negatief stond tegenover het ondemocratische en kolonialistische karakter van Salazars bewind, zeker toen in de jaren zestig het onafhankelijkheidsstreven van Afrikaanse landen tot oorlog leidde. Portugal was niettemin een gewaardeerd lid van de NAVO.

Oorlog in de koloniën

Propaganda voor Portugal als koloniaal wereldrijk, 1936.
Propaganda voor Portugal als koloniaal wereldrijk, 1936.
Trots nationalisme was een belangrijk onderdeel van de gepropageerde waarden in Portugal. De koloniën vormden het argument om ondanks de geringe oppervlakte van het moederland de geliefde status van wereldrijk te behouden, met strategische bezittingen in Afrika en Azië. De belangrijkste koloniën in Afrika waren Angola, Mozambique, Portugees Guinee (Guinee-Bissau) en Kaapverdië; in Azië waren het Goa, Macau en Oost-Timor.

In 1961 brak in Afrika de Portugese koloniale oorlog uit, in Portugal ook wel de Overzeese oorlog genoemd. In de onafhankelijkheidsbewegingen speelden de communisten een belangrijke rol, zoals het bevrijdingsfront FRELIMO in Mozambique, dat na de onafhankelijkheid met hulp van de Sovjet-Unie een volksrepubliek stichtte. Alle onafhankelijkheidsbewegingen hadden zich verenigd in de Conferentie van Nationalistische Organisaties van de Portugese Kolonies (CONCP). De guerrillastrijd ging gepaard met grote wreedheden en ook oorlogsmisdaden door Portugese troepen. De Portugese economie werd door de geldverslindende oorlog uitgehold, de weerzin tegen het regime bij de militairen die verplicht moesten vechten en hun families groeide. Toch werd de strijd ondanks het verlies van in totaal zo’n 150.000-200.000 levens voortgezet tot na de dood van Salazar. Het conflict was een belangrijke reden voor de Anjerrevolutie.

Amsterdamse demonstranten tegen de Portugese acties in Afrika,
Amsterdamse demonstranten tegen de Portugese acties in Afrika, 5 juli 1963 (CC0 – Harry Pot / Anefo – wiki)

De gevreesde PIDE

In 1946 was de PIDE opgericht, een nieuwe geheime politie die de beruchte voorganger PVDE (1933) opvolgde. Deze PVDE was met behulp van adviseurs uit Italië en Duitsland gemodelleerd naar de Gestapo, nadat in 1937 een mislukte moordaanslag op Salazar was gepleegd.

De rol van de PIDE nam aanzienlijk toe tijdens de koloniale oorlog. Haar volmachten waren groot, zij kon onbelemmerd invallen plegen, huiszoekingen en arrestaties verrichten, en mensen zonder proces voor onbepaalde tijd opsluiten. Verklikkers of bufos waren alom actief, burgers werden onder meer met geldelijke beloningen gestimuleerd om medeburgers aan te geven. De dienst werd in 1969 in naam opgeheven, maar de onderdrukking ging voort. In het in 1936 gestichte concentratiekamp van Tarrafal in Kaapverdië werden nog tot 1974 dissidenten opgeborgen, gemarteld en soms vermoord.

Het bewind stort ineen

Franco en Salazar cartoon (1)
Cartoon met Franco en Salazar, de ‘oude mannen van Iberië’ als de laatste twee dictators van West-Europa. (CC BY-SA 3.0 – Joaquín de Alba Carmona – wiki)
Terwijl de koloniale oorlog zich voortsleepte, werd Salazar in 1968 getroffen door een beroerte, waarbij hij van zijn stoel viel, een bijna symbolisch detail. Zonder dat hij het zelf in de gaten had, werd hij vervangen door Marcello Caetano, sinds het begin van het regime een medestander en vertrouweling van Salazar. Caetano zette vanaf september 1968 het autoritaire bewind met wat kosmetische aanpassingen voort, ondanks groeiend verzet. Salazar, de ‘in de politiek verdwaalde professor’ (aldus Koen Vossen) overleed in 1970, nog altijd populair bij de middenstand en boeren, en in de waan dat hij nog altijd de macht had.

Vanaf 25 april 1974 vond de vrijwel geweldloze Anjerrevolutie plaats vanuit de democratisch gezinde Beweging van de Strijdkrachten. De eerste regeringsleider van het nieuwe tijdperk, na verkiezingen in 1976, was de socialist Mário Soares. Veel ambtenaren van het oude regime bleven echter gehandhaafd, of keerden na enkele jaren weer terug in functie of het openbare leven. Dit gold ook voor rechters, een situatie die zich ook in de Bondsrepubliek Duitsland voordeed na de Tweede Wereldoorlog.

Nagedachtenis

Salazars postume ‘comeback’ in 2007 was het resultaat van een populariteitswedstrijd op de Portugese TV, gebaseerd op het BBC-programma 100 Greatest Britons. Na documentaires over individuele ‘kandidaten’ volgde op 25 maart een eindstemming over tien finalisten, door middel van vrijwillig telefonisch inbellen. Salazar eindigde bovenaan met 41 procent, zijn communistische opponent Álvaro Cunhal eindigde als tweede met 19 procent. Verschillende andere peilingen in dezelfde periode lieten Salazar echter veel lager uitkomen.

Salazar in 1936, poserend voor een buste
Salazar in 1936, poserend voor een buste

Salazars gedachtegoed speelde tot ongeveer 2018 nauwelijks een rol in de Portugese politiek, aldus de in Portugal wonende Nederlander Karel Leeftink, die zich heeft verdiept in de actualiteit en recente geschiedenis. Dit veranderde met de opkomst van de politieke partij Chega. Zo werd de tijdens de Estado Novo veel gebruikte slogan ‘God, familie en vaderland’, aangevuld met ‘werk’, weer actueel. Sinds 2024 is deze partij met vijftig zetels sterk vertegenwoordigd in de Assembleia Nacional, en haar aanhang groeit nog steeds. De halve eeuw sinds de Anjerrevolutie zou gekenmerkt zijn door corruptie en vriendjespolitiek van de traditionele partijen. Chega belooft een ‘Limpar Portugal’, een nationale schoonmaak. Leeftink:

Chega beschouwt zichzelf als een logisch vervolg op de Estado Novo en is sterk traditionalistisch en anti-immigranten (vooral Brazilianen en mensen uit de voormalige kolonies). De partij kreeg in eerste instantie veel aandacht vanwege de anti-roma sentimenten. Uit een onderzoek bleek dat kiezers van Chega veel meer dan die van andere partijen Salazar een groot politicus vinden en van mening zijn, dat er onder hem veel meer vrijheid was dan onder het huidige regime en dat Portugal zijn aanzien en internationale positie zou terugkrijgen als de politiek zich meer naar Salazar zou richten.

Standbeelden en scholen

Salazar, ‘nestor van de dictators’ op de omslag van Time, 22 juli 1946
Salazar, ‘nestor van de dictators’ op de omslag van Time, 22 juli 1946
Het inrichten van een museum over Salazar is nog altijd onbespreekbaar, aldus Leeftink. Wel is boven de deur van zijn geboortehuis een waarderende plaquette aangebracht. Leeftink:

De 25ste april, de herdenking van de Anjerrevolutie, is een groot feest dat uitgebreid gevierd wordt, hoewel net als bij onze Koningsdag het gegeven van de vrije dag belangrijker lijkt te zijn dan het werkelijk bewust terugblikken op wat die dag nu eigenlijk behelst. In één aspect is Salazar of zijn erfenis nog aanwezig: op heel wat plekken in Portugal staan standbeelden, die zonder enige zelfreflectie of kritiek de Portugese soldaten eren, die in de kolonies gevochten hebben.

In 2024 bracht de website lisbonlisticles.com een overzicht van tien kernonderwerpen van Salazars dictatorschap, met respectievelijk de positieve en negatieve aspecten van elk onderwerp. Een voorbeeld: het regime bouwde meer scholen in plattelandsgebieden en bestreed het analfabetisme. Anderzijds werd kritisch denken sterk ontmoedigd:

Scholen onderwezen religie en nationalisme boven wetenschap of innovatie. Portugal eindigde in de jaren 1970 met een van de hoogste graden van ongeletterdheid in West-Europa.

Bronnen

– Marcel Bas, ‘Ant nio Salazar. Corporatisme in Portugal’, Bitter Lemon 2007, URL: https://roepstem.net/salazar.html
– E. Brongersma, De opbouw van een corporatieven staat. Staatkundige en maatschappelijke grondbeginselen der Portugeesche Grondwet van 19 maart 1933. Proefschrift Nijmegen (1940)
– Rentes de Carvalho, Portugal, de bloem en de sikkel (1975)
Gerrit Komrij, Vila Pauca. Kroniek van een dorp (2008)
– Bart Tromp, De loden bal van het socialisme (2012), VI: ‘Democratie en politiek’
– Koen Vossen, ‘Salazar: de sterke man van Portugal’, Historisch Nieuwsblad 27 nov. 2013, URL: https://www.historischnieuwsblad.nl/antonio-salazar-1889-1970/
×