De SS, de staat in de staat
SS, initialen die synoniem zijn met verschrikkingen, maar ook met hersenschimmen. Deze wijdvertakte organisatie laat zich niet zomaar beschrijven, dit instrument van de gekte van Himmler, dat een staat in de staat wordt. Het was evenwel Hitler die op 9 november 1925 de Schutzstaffel (‘beschermingsafdeling’) in het leven riep, die hij zich voorstelde als een ‘lijfwacht, bescheiden, maar bestaande uit mannen die klaarstaan om onvoorwaardelijk te dienen, klaar om op te treden, zelfs tegen hun broeders’… uit de Sturmabteilung (SA). Vier jaar later neemt Himmler het bevel op zich.

Himmler stelt zich de SS voor als een militaire orde, de voorloper van een raciaal zuivere gemeenschap, zedelijk conservatief, fysiek sterk. Hij doet moeite – zonder succes – het christendom te vervangen door een nieuwe spiritualiteit op grond van de Arthurlegende en Teutoonse mythen.
Toch mag de SS zich niet naar het verleden richten, ze is een door en door moderne schepping die een nieuwe wereld moet gaan smeden. Maar haar uitstraling omhelst al gauw allemaal nieuwe ambities. De uitschakeling van de aanvoerders van de SA vergemakkelijkt een omvangrijke expansie (in 1939 telt de Allgemeine SS 250.000 leden, waarvan 100.000 voltijds). Hitler geeft hun een vorstelijke functie: de binnenlandse veiligheid (politie en inlichtingendienst). Wedijverend met de Partij wijst Himmler de SS de organisatie toe om een nieuwe mens te scheppen en het Groot-Duitse Rijk waarvan hij droomt. Hij vergiftigt de elite met zijn artistieke en culturele waarden.
Himmler droomt ervan zijn paramilitaire eenheden om te vormen tot een politiek betrouwbaar parallel-leger, maar om het leger om budgettaire redenen niet van zich te vervreemden, beperkt Hitler in eerste instantie de uitbreiding in 1939 tot wat de Waffen SS zou worden. De Wehrmacht heeft slechts de operationele controle, de SS beschikt over een eigen administratie, een budget en rekruteringskantoren (toetreding tot de Waffen SS staat los van die tot de Allgemeine SS). Na 1943 gaat de uitbreiding steeds sneller, de SS profiteert van het wantrouwen van de Führer ten aanzien van de Wehrmacht na de aanslag van 20 juli 1944.
De Waffen SS groeit met twee derde en de SS krijgt strategische posities in handen. Himmler neemt het bevel op zich over het reserveleger en enkele legergroepen. In 1944 beschikt hij, als men de invloed van de SS in de economie die gebaseerd is op dwangarbeid meetelt, over een rijk dat staats- en partijstructuren beconcurreert of in de vernieling helpt.

De Waffen SS, een leger in een leger



Wie zijn de soldaten van de Waffen SS?
Politiemannen, kunstenaars en jongeren aan het einde van hun opleiding vormen het merendeel van de eerste contingenten. In de vroege oorlogsjaren komen daar mannen bij met een bescheiden inkomen (land- en fabrieksarbeiders), terwijl beter opgeleiden de organisatie mijden. De dienstplicht van 1943 verdoezelt deze ongelijkheid enige tijd voordat de massale toevloed van etnische Duitsers uit het oosten leidt tot oververtegenwoordiging van de landarbeiders, ook in de ‘historische’ divisies, waardoor hun cohesie afneemt.

De Wehrmacht rekruteert op nationaal niveau, waardoor het profiel van de divisies de Duitse samenleving veel beter vertegenwoordigt. In het Derde Rijk dat voor 96% christelijk is, hoopt Himmler dat een ‘gezuiverde’ SS-orde een neoheidendom aan zal hangen (van
‘gelovigen in God’), een ijdele hoop. De Allgemeine SS blijft voor 80% christelijk. En zelfs als toetreding tot de paramilitaire eenheden gepaard gaat met ontchristelijking, dan nog vindt een derde van de kampbewakers dat hun daden verenigbaar zijn met hun christelijke overtuiging.