Het begrip hansworst wordt nog wel eens gebruikt om een knullig, onnozel of een (zichzelf) belachelijk (makend) persoon mee aan te duiden. Een dwaas dus, een aansteller. Wat is de herkomst van dit bijzondere woord?
Herkomst van de term Hansworst

Gebruik in de Nederlanden
In de zestiende eeuw raakte het woord hansworst ook in de Nederlanden bekend in een vertaling uit 1519 van het boek Narrenschiff (1494), een satirisch werk van de humanistische schrijver Sebastiaan Brant. In het Engelse taalgebied staat het betreffende figuur ook bekend als ‘Jack Pudding’ en in het Frans als ‘Jean Potage’. Het woord hansworst werd gebruikt als aanduiding voor de belangrijkste figuur in poppenkastvoorstellingen: Jan Klaassen. Klaassen was de spil, harlekijn, grappenmaker en komische hoofdfiguur in poppenspellen, die – samen met Katrijn – de kinderen altijd wel aan het lachen kreeg. Toen Jan Klaassen opkwam als hoofdfiguur, verdween in de Nederland Hans Wurst uit beeld.
Er is ook een kinderversje waarin het begrip terugkomt. Dat versje gaat als volgt:
Heb je dorst? Ga dan maar naar Hansworst, die heeft een hondje en dat plast in je mondje.
Hansje-in-de-kelder
Eenheidsworst: herkomst van het begrip
Boek: De Lof der Zotheid – Desiderius Erasmus
Bronnen ▼
Internet
-http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/hansworst
-https://www.dbnl.org/tekst/weil004kuns01_01/weil004kuns01_01_0008.php#h0092
-https://nl.wikipedia.org/wiki/Hansworst