De Nederlandse oorlogsmisdadiger Herbertus Bikker is op 1 november vorig jaar overleden. Dat meldt journalist Arnold Karskens in dagblad De Pers. Karskens heeft het graf van Bikker bezocht en gesproken met zijn buren.

Kamp Erika
Terug in Nederland ging hij aan de slag als bewaker in Kamp Erika, een strafkamp in de bossen van Ommen. Bikker stond daar bekend om de harde manier waarop hij optrad tegen de gevangenen. In een rapport dat na de oorlog werd opgemaakt, werd Bikker omgeschreven als:
“een ploert, door de wijze waarop hij gevangenen sloeg, mishandelde met een karabijn, of trapte.”
En een oud-gevangene verklaarde:
“Er waren slechte en heel slechte bewakers in Erika. Bikker behoorde bij de laatste categorie.”
Veroordeling Herbertus Bikker
Op 10 mei werd Bikker opgepakt door de Binnenlandse Strijdkrachten. In juni 1949 werd hij ter dood veroordeeld vanwege zijn gruwelijke daden als bewaker in Erika en de moorden op de verzetsman Jan Houtman en onderduiker Herman Meijer. Nog datzelfde jaar werd de straf omgezet in levenslang. Levenslang zou Bikker echter niet zitten. Hij ontsnapte op 26 december 1952 uit de Koepelgevangenis in Breda na een filmavond samen met enkele andere oorlogsmisdadigers, waaronder Klaas Carel Faber, Willem Polak en Antoine Touseul. De gevangenen weken uit naar Duitsland. Dat land weigerde Bikker uit te leveren, omdat hij als oud-SS’er recht had op het Duitse staatsburgerschap.
Bedevaartsoord
Volgens Karskens werd Bikker november vorig jaar dood gevonden in zijn woning in Haspe. Hij heeft een anoniem graf, dit omdat zijn nabestaanden zouden willen voorkomen dat het graf een soort bedevaartsoord wordt voor neo-nazi’s. Herbertus Bikker is 93 jaar geworden.