De strijd om de opvolging van Joop den Uyl duurde jaren

4 minuten leestijd
Joop den Uyl overhandigt voorzittershamer aan Wim Kok, 21 juli 1986 (CC0 - Anefo - Rob Croes - wiki)
Joop den Uyl overhandigt voorzittershamer aan Wim Kok, 21 juli 1986 (CC0 - Anefo - Rob Croes - wiki)

Op enig moment zal in de VVD de strijd om de opvolging van Mark Rutte losbarsten. Misschien duurt het nog een tijdje, maar het gaat er ooit van komen. Niemand heeft het eeuwige leven. Dat geldt – uiteraard – ook voor toppolitici.

Voor zover je het slagveld nu kunt overzien zal het voor de liberale partij heel moeilijk worden een geschikte kandidaat aan te wijzen. Er is namelijk niemand die in de verste verte de statuur heeft van Rutte, en het lijkt uitgesloten dat zich op overzienbare termijn zo iemand aandient.
Het probleem voor de VVD dreigt daarmee spiegelbeeldig te worden aan dat van de PvdA in de eerste helft van de jaren tachtig, toen er een opvolger moest komen voor Joop den Uyl. Destijds waren er meer dan genoeg gekwalificeerde gegadigden. Zoveel, dat een keuze maken eigenlijk ook onmogelijk leek.

Joop den Uyl in 1975
Joop den Uyl in 1975 (CC0 – Rijksoverheid – wiki)
Natuurlijk was Den Uyl (1919-1987) niet zo lang premier geweest als Rutte. Op zijn conduitestaat prijkt slechts één kabinet, dat bovendien de rit niet helemaal uitzat. Maar hij had wel heel lang de PvdA geleid, vanaf 1967. Bovendien waren er onder zijn aanvoering grote successen geboekt. Neem alleen al de verkiezingsoverwinning van 1977, toen de sociaaldemocraten er tien zetels bij kregen. Voor die tijd een enorm succes, al bracht dat dan niet het felbegeerde tweede kabinet-Den Uyl tot stand.

Sleetse indruk

Maar na het faliekant mislukken van Van Agt II (1981-1982), waaraan de PvdA deelnam, werd het duidelijk dat het tijdperk van Den Uyl erop zat. Hij mocht dan zeer geliefd zijn bij de linkse kiezer, hij begon op leeftijd te raken. Hij maakte hoe langer hoe meer een sleetse indruk en had wellicht ook onvoldoende voeling met de tekenen van de tijd. Er moest een opvolger komen, vond zijn omgeving. (En hijzelf op kritische momenten ook, zij het dat hij op beslissende momenten aarzelde). De vraag was wie?

Zoals gezegd: er waren kandidaten te over. Bijvoorbeeld Jos van Kemenade. Minister van Onderwijs geweest in het kabinet-Den Uyl. Ex-Kamerlid. Ex-informateur. Degelijk. Hardwerkend. Populair bij het electoraat. Maar hij was zeker niet de enige. Neem Ed van Thijn. Fractievoorzitter ten tijde van het kabinet-Den Uyl. Gewezen minister van Binnenlandse Zaken in Van Agt II. Stond bekend als een geslepen debater. Zijn Joodse achtergrond was ook al geen minpunt. Of anders André van der Louw. Niet alleen oud-minister en -Kamerlid en burgemeester van Rotterdam, maar ook voormalig partijvoorzitter van de PvdA. Wist het als zoon van een melkboer met een mulo-opleiding tot beeldbepalend figuur van de vernieuwingsbeweging Nieuw Links te brengen. Genoot door zijn volkse achtergrond de sympathie van de gewone man.

En dit waren nog maar de belangrijkste kanshebbers. Want verder had je ook nog ex-Kamerlid en ex-staatssecretaris Wim Meijer, in het begin van de jaren tachtig fractievoorzitter. Ook de zeer goed van de tongriem gesneden gewezen staatssecretaris en minister van Volkshuisvesting Marcel van Dam, die ooit als tv-ombudsman furore had gemaakt, gold als een mogelijke pretendent. Om het bij deze twee te houden.

Ed van Thijn en Joop den Uyl tijdens de kabinetsformatie van 1977
Ed van Thijn en Joop den Uyl tijdens de kabinetsformatie van 1977 (CC0 – Rob Bogaerts / Anefo)

Goede tweede

Den Uyl zelf voelde het meest voor een relatieve buitenstaander, namelijk FNV-voorzitter Wim Kok. Maar die was ‘helaas’ niet op korte termijn beschikbaar. Van Kemenade was een goede tweede in de ogen van Den Uyl. Hij drong er dan ook bij hem op aan zich beschikbaar te houden. De meeste overige PvdA-coryfeeën toonden daarentegen een andere voorkeur. Zij zagen in de volkse, benaderbare Van der Louw de ideale nieuwe man. Híj zou de PvdA weer acceptabel voor andere partijen kunnen maken.

Nam het allemaal mede zoveel tijd in beslag omdat Den Uyl een belangrijke stem had bij het bepalen wie er na hem zou komen?

En bovendien: Van Kemenade wilde niet, of leek in elk geval niet te willen. Ook hij noemde de naam van Kok. Maar die was bij menigeen nogal omstreden. Had hij als voorzitter van de vakcentrale FNV geen stevige clash met de PvdA achter de rug? Ten tijde van het tweede kabinet Van Agt, waarin Den Uyl ‘superminister’ van Sociale Zaken was, had hij zich fel verzet tegen diens plan te bezuinigen op de Ziektewet. En nu zou deze vertegenwoordiger van de linkervleugel de PvdA moeten gaan leiden? Een partij waarin hij nooit een prominente positie had bekleed?

Den Uyl had zijn vertrouwelingen – onder wie Van Thijn – al in de jaren zeventig verteld dat Kok zijn favoriet was. Ook Max van den Berg, sinds 1979 partijvoorzitter van de PvdA, was daarvan op de hoogte. Zelf vond Van den Berg Kok eveneens het meest geschikt. De vraag was: wilde Kok wel? Was het toch niet beter iemand anders naar voren te schuiven?

Wim Kok in debat met Joop den Uyl, 1982
Wim Kok in debat met Joop den Uyl, 1982 (CC BY-SA 3.0 – Anefo / Croes – wiki)

De onduidelijkheid over wie het stokje van Den Uyl zou moeten overnemen sleepte zich jaren voort. In 1982 nam de discussie serieuze vormen aan toen de partijkopstukken er bij de leider op aandrongen terug te treden. Maar het zou tot 1986 duren voor Kok inderdaad door de PvdA werd binnengehaald. In de tussentijd was er steeds twijfel over de positie van Den Uyl. Het ene moment leek hij weg te willen, het andere moment kondigde hij aan voorlopig nog even te blijven.

Stem

Nam het allemaal mede zoveel tijd in beslag omdat Den Uyl een belangrijke stem had bij het bepalen wie er na hem zou komen? Ongetwijfeld, maar dat een partijleider over zijn eigen opvolging beslist is op zichzelf niet ongebruikelijk in de Nederlandse politiek. CDA’er Ruud Lubbers (tot dusver de langstzittende premier aller tijden) wees Elco Brinkman aan als de nieuwe partijleider. En op instigatie van Kok werd Ad Melkert in 2002 lijsttrekker van de PvdA. (Allebei overigens geen gelukkige keuzes).

Ongetwijfeld zal ook Rutte in hoge mate meebeslissen wie er na hem komt als hijzelf verdwijnt. Of het verstandig is dat een leider over zijn eigen graf heen regeert, is een heel andere vraag.

~ Fons Kockelmans

Vorige verhaal

“Fascisme”, een hol scheldwoord of een historisch begrip?

Volgende verhaal

Politieke springstof Indonesië nu voor groot publiek toegankelijk

×