‘Fokpremie’ en kinderbijslag

/
1 minuut leestijd
Een kinderrijke familie
Een kinderrijke familie (Bundesarchiv, Bild 102-10293 / CC-BY-SA 3.0)

Het opvoeden van kinderen is duur. Toch was er in het begin van de twintigste eeuw geen steun van de overheid. Het loon van een arbeider moest genoeg zijn voor een gezin met twee kinderen. Maar vooral arme katholieke gezinnen met veel kinderen redden het nauwelijks.

Daarom pleitte de Katholieke Volkspartij (KVP) in de jaren dertig van de vorige eeuw voor een nieuwe wet. Gezinnen met meer kinderen moesten meer geld krijgen. Tegenstanders lachten erom. Deze ‘fokpremie’ bevorderde de ‘moraal van het redelooze dier’, vonden ze.

Duitsland

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Duitse bezetter wél enthousiast over het plan: in Duitsland kregen Arische vrouwen met veel kinderen zelfs een onderscheiding. De Nederlandse wet kwam er in 1941. Deze kinderbijslag was nog niet voor iedereen. Had je een eigen bedrijf of was je werkloos, dan kreeg je niets – terwijl het vaak wel hard nodig was. Een hartenkreet van een moeder uit die tijd:

‘Ons mooie jonge gezin dreigt, ondanks het harde werken van mijn man en mijzelf, van lieverlede steeds meer op de rand van de afgrond te geraken.’

Vanaf 1963 had dan eindelijk iedere Nederlander recht op kinderbijslag. De wet deed zijn bijnaam ‘fokpremie’ eer aan. Ouders kregen namelijk meer geld voor een derde of een vierde kind dan voor de eerste twee. Dat is inmiddels veranderd: voor ieder kind krijg je nu evenveel geld. Tenminste, als het geen rottigheid uithaalt.