Jan van Schaffelaar en zijn legendarische sprong van de toren van Barneveld (1482)

‘Lieve gesellen, ic moet ummer sterven’
2 minuten leestijd
Jan van Schaffelaar springt van de toren, 1482, Jan van der Veen (prentmaker), naar Antonie Frederik Zürcher, 1853 - 1861 (Rijksmuseum)
Jan van Schaffelaar springt van de toren, 1482, Jan van der Veen (prentmaker), naar Antonie Frederik Zürcher, 1853 - 1861 (Rijksmuseum)

Het verhaal van Jan van Schaffelaar is één van de bekendste verhalen uit de tijd van de zogenaamde Hoekse en Kabeljauwse twisten, een periode waarin twee facties binnen de elite van het graafschap Holland met elkaar overhoop lagen.

Beeld van Jan van Schaffelaar voor de toren in Barneveld - cc
Beeld van Jan van Schaffelaar voor de toren in Barneveld (CC BY-SA 3.0 – HenvD – wiki)
Er is eigenlijk maar weinig bekend over Jan van Schaffelaar. Zo is bijvoorbeeld onduidelijk waar en wanneer hij werd geboren. Vermoed wordt dat Van Schaffelaar eind vijftiende eeuw als ruiteraanvoerder gelegerd was op kasteel Rosendael in Rozendaal.

“Ic en wil u in geenen last brenghen”

Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten – een machtsstrijd tussen rivaliserende adellijke facties in het graafschap Holland – koos Jan van Schaffelaar de zijde van de Kabeljauwen Op 16 juli 1482 zou hij met zo’n twintig mannen in Barneveld de toren van de huidige Oude Kerk hebben veroverd. De toren werd hierna echter al snel beschoten door Hoeken uit Nijkerk en Amersfoort. De Kabeljauwen zaten ingesloten en nadat enkele van hen waren gedood, besloot men te onderhandelen over overgave. Volgens het bekendste verhaal lieten de Hoeken echter weten de overgave alleen te accepteren als Jan van Schaffelaar door de andere mannen naar beneden werd gegooid. De Kabeljauwen weigerden dit. Om te voorkomen dat alle mannen werden gedood, besloot Jan van Schaffelaar hierop om dan zichzelf maar van de toren te werpen. Voor hij dit deed sprak hij volgens de overlevering de volgende woorden:

Lieve gesellen, ic moet ummer sterven, ic en wil u in geenen last brenghen.
(Lieve gezellen, ik moet toch eenmaal sterven, ik wil u geen moeilijkheden bezorgen)

Jan van Schaffelaar overleefde de val, maar werd beneden alsnog door de Hoeken gedood.

Antonius Matthaeus

Het verhaal over de volksheld werd opgetekend in de Utrechtse kroniek van historicus Antonius Matthaeus. Daarbij moet wel aangetekend worden dat dit in 1698 gebeurde, dus maar liefst 216 jaar ná de legendarische sprong. Daarmee is moeilijk na te gaan in hoeverre de geschiedenis op waarheid berust. Feit is in ieder geval dat het verhaal van Jan van Schaffelaar in de loop der eeuwen veel kunstenaars en schrijvers heeft geïnspireerd. Het verhaal wordt onder meer beschreven in de romantische historische roman De Schaapherder (1838) van Jan Frederik Oltmans. En de bekende jeugdboekenschrijfster Thea Beckman schreef over de sprong in haar boek Hasse Simonsdochter.

Op 15 september 1903 werd op het Torenplein van Barneveld een standbeeld van Jan van Schaffelaar onthuld, ontworpen door Bart van Hove. De toren zelf is niet meer authentiek. Deze werd in 1828 compleet herbouwd.

Het verhaal van volksheld Jan van Schaffelaar:

https://youtu.be/Fxd08GBjjdw
×