Dark
Light

‘Oorlogskabinet reageerde reactief en machteloos op geallieerde bombardementen’

2 minuten leestijd
Britse bommenwerper - cc
Britse bommenwerper - cc

De Nederlandse regering in ballingschap reageerde “terughoudend, reactief en machteloos” op geallieerde bombardementen op Nederlandse grondgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat concludeert historicus Joris van Esch die deze maand op zijn onderzoek hoopt te promoveren aan de Universiteit van Amsterdam.

Tussen 1940 en 1945 voerden Britse en Amerikaanse bommenwerpers in totaal 851 missies uit op Nederlands grondgebied. Daarbij werden 17.000 bommenwerpers ingezet die in totaal bijna 30.000 ton bommen afwierpen. De luchtaanvallen veroorzaakten veel slachtoffers (schattingen variëren tussen 6 en 14.000) en grote schade.

Koninklijke Kunstzaal Kleykamp, 1942 - Gemeentearchief Den Haag
Koninklijke Kunstzaal Kleykamp, 1942 – Gemeentearchief Den Haag
Van Esch onderzocht het politieke en militaire beleid van de Nederlandse regering in ballingschap ten aanzien van de geallieerde luchtaanvallen in Nederland. De onderzoeker:

‘Het politieke beleid van de Nederlandse regering in ballingschap is niet anders te typeren dan als reactief. Zo verzuimde het oorlogskabinet de uitvoering van het beleid met betrekking tot luchtaanvallen goed te controleren en het initiatief naar zich toe te trekken. Het kabinet liet daarnaast meerdere keren na actief stelling te nemen en bijvoorbeeld bij de Britse regering het gebrek aan precisie van de bombardementen te bekritiseren.’

De Nederlandse regering had tijdens de Tweede Wereldoorlog volgens de onderzoeker wel degelijk invloed op het geallieerde bombardementsbeleid. De machteloosheid zou vooral gekomen zijn door gebrek aan politiek-bestuurlijke daadkracht. Dit was, zo stelt Van Esch, vooral merkbaar tijdens de kabinetscrisis van 1941, maar ook later zouden besluiten over het bombardementsbeleid niet expliciet besproken zijn, of zou zogenaamde ‘incidentenpolitiek’ zijn gevoerd.

Beeldvorming over de bombardementen is volgens Van Esch vooral gekleurd door een succesvolle aanval op kunstzaal Kleykamp in Den Haag, de plek waar alle persoonsbewijzen werden opgeslagen. Deze aanval (11 april 1944) kenmerkte zich door een uitgebreide Brits-Nederlandse besluitvorming en voorbereiding. De precieze en succesvolle uitvoering van het bombardement leidde tot tevredenheid aan zowel Britse als Nederlandse kant. Van Esch:

‘De besluitvorming over de luchtaanval op Kleykamp is na de oorlog model komen te staan voor de besluitvorming van de Nederlandse regering over alle geallieerde bombardementen op bezet Nederland. Dit komt vooral omdat toenmalig premier Pieter Gerbrandy deze luchtaanval bij de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie naar voren bracht als voorbeeld van de invloed van de Nederlandse regering.’

De aanval op Keykamp was volgens de onderzoeker echter helemaal niet representatief voor de besluitvorming tijdens de oorlog.

×