Oorlogsouders – goed en fout in twee adellijke families

Bij Just Publishers verschijnt deze week het boek Oorlogsouders – Een familiekroniek over goed en fout in twee adellijke families het bijzondere verhaal van twee adellijke families. Eind jaren dertig raakt Willem, baron van Boetzelaer in pro-Duitse invloedssferen. Tijdens de oorlog neemt hij dienst bij de Waffen SS. Ingrid, baronesse Von der Recke, groeit op in een welstandig Pruissisch gezin. Haar vader verzet zich, waar mogelijk, tegen het nazisme. Na de oorlog – 1957 – ontmoeten de twee elkaar en worden verliefd. Hun levensverhaal werd opgesteld door hun enige dochter Isabel van Boetzelaer. Op Historiek een fragment over hun ontmoeting waarbij Willem ook zijn rol in de oorlog moet opbiechten.

Als een donderslag

De hemel was helder; het was een mooie zonnige dag in mei. Ingrid had een voor haar budget veel te dure kaart gekocht voor het Kölner Reit- und Fahrturnier, een groot paardenevenement. Niet zo maar, ze moest en zou de beroemde springruiter Hans Günter Winkler met zijn legendarische merrie Halla zien springen.

Ingrid en Willem met dochter Isabel, 2011
Ingrid en Willem met dochter Isabel, 2011
Zowel paard als ruiter waren beroemd. Tijdens de Olympische Spelen van 1956 scheurde Winkler tijdens een springwedstrijd een spier in zijn dijbeen. Slechts met de grootste moeite kon hij zich tot het einde van de rit in het zadel houden. De merrie sprong vrijwel het hele parcours zelfstandig, zonder enige hulp van haar ruiter en kwalificeerde zich voor de eindronde en ook deze legde ze snel en foutloos af. Winkler viel niet van z’n paard, maar daarmee was ook alles gezegd. Hij had zoveel pijnstillende injecties gekregen, dat hij volledig versuft op het paard hing en de merrie noch aanspoorde, noch corrigeerde. Tijdens elke sprong hoorden de toeschouwers hem schreeuwen van de pijn. De merrie won volledig op eigen kracht dubbel Olympisch goud, individueel en voor de equipe en werd sindsdien ‘wondermerrie Halla’ genoemd. Ingrid had de bekende ruiter Winkler, winnaar van zes Olympische medailles, een keer persoonlijk ontmoet en was zijn grootste fan.

Nu zat alles tegen. De babysit was niet op tijd, Ingrid miste het boemeltreintje van Bonn naar Keulen. Verhit en bezweet baande ze zich excuses mompelend een weg langs de toeschouwers op de tribune, die zich net goed en wel hadden geïnstalleerd. Morrend stonden ze voor haar op, tot Ingrid met een rood hoofd eindelijk op haar plaats kon neerploffen.

- advertentie -

De wedstrijd was allang gestart, een programmaboekje kon ze vergeten.

Louise, Ingrids moeder was een fanatiek ruiter en won vele springwedstrijden, 1936. Bron: Oorlogsouders
Louise, Ingrids moeder was een fanatiek ruiter en won vele springwedstrijden, 1936. Bron: Oorlogsouders

Links naast haar zaten twee heren. Ingrid zag dat haar directe buurman door het fel begeerde programma bladerde. Kennelijk zei het hem weinig, want hij keek bij de verkeerde wedstrijd. Willem viel op hoe zijn slanke buurvrouw, een brunette met prachtige volle lippen, mooi decolleté en ronde vrouwelijke bewegingen decent in zijn richting overhelde om mee te lezen. Met een verlegen lachje gaf hij haar het boekje. Een korte blik, meer was niet nodig, Cupido’s pijl trof hem als een donderslag bij heldere hemel. Wat een zoete wijze van gewond zijn…

Zijn buurvrouw was met andere zaken bezig. Ze vond direct de juiste pagina en gaf hem het programmaboekje terug, waarna ze er samen in keken, een moment van verstilde harmonie temidden van duizenden mensen op een tribune. Geboeid volgde zij de bewegingen van de paarden; en hij die van haar.

‘Wat doet hij hier, hij heeft echt geen idee van de paardensport, zelfs de naam Winkler zegt hem niets, zijn Duits is vloeiend, wel een buitenlands accent – Scandinavisch misschien?’

Hij rechtte zijn rug en schraapte zijn kurkdroge keel: “Kan ik u op een glas sekt trakteren?” Het viel haar op hoe beleefd en voorkomend hij tijdens de pauze zijn vriend en zichzelf aan haar voorstelde… bijna formeel, niet van deze tijd… Nee, geen Scandinaviër, hij bleek Nederlander te zijn, op bezoek bij een vroegere Duitse collega. Met een betoverende glimlach nam Ingrid de uitnodiging aan. Ze toastten en dronken en glimlachten.

‘Dit glas is een begin maar is niet genoeg en mocht zeker niet het einde zijn, hoe verder?’ Koortsachtig bedacht Willem dat deze blikseminslag niet ongemerkt voorbij mocht gaan. Wat was de beste volgende zet? Geen vervoer, dat was het! “Kan ik u met de auto thuis brengen?” Het thuis brengen eindigde in een etentje. Ingrid vond deze man met zijn doordringende blauwe ogen intrigerend. Ze zag dat hij onzeker was maar vond hem oprecht, serieus en sympathiek overkomen. Niet meer dan dat…

Willem liet er geen gras over groeien en vroeg of hij haar de volgende dag, zondag, mocht komen bezoeken. Maar Ingrid was niet alleen, en dus zouden ze met kleine Matthias gaan wandelen. Het lot hielp een handje, Matthias mocht bij een vriendje spelen. Het voorjaarsbos deed er alles aan zich van zijn meest romantische zijde te tonen tijdens hun urenlange wandeling. Ze genoten van het licht- en schaduwspel dat de zon met de bladeren speelde en van het ruisen in de bomen. Ze volgden een beekje tot aan een vijver en sloegen de libelles gade die als kleine helikopters bedrijvig heen en weer vlogen. Het zachte mos zakte bij elke stap onder hun voeten in en hield hun voetafdruk als een korte herinnering even vast, zette de tijd met elke stap even stil. Ze plukten samen een veldboeket dat steeds bonter en veelzijdiger werd naarmate ze behoedzaam stukjes van hun leven aan elkaar onthulden.

Willem vertelde dat hij al vele jaren gescheiden was en net als zij een zoon had. Dat zijn moeder en stiefvader in Utrecht woonden en dat hij samen met een vriend op het kleine familielandgoed de ergste oorlogsschade opruimde, die de Slag om Arnhem aan de bossen had toegebracht. Ingrid vond hem welopgevoed en zeer beleefd, discreet, doch hardnekkig aanhoudend. De combinatie van kwetsbaarheid en geesteskracht die ze bij hem ontdekte, boeide haar. Langzaam maar zeker voelde ze steeds meer voor deze man die alles was, wat haar ex niet was geweest. Gevoelig, serieus, bescheiden en zich bewust van wat hij van het leven wilde. Ook voelde ze dat hij een geheim met zich meedroeg, iets wat hem onzeker maakte. Het maakte haar nieuwsgierig maar ook een beetje bang.

Hij veranderde haar leven en bracht er kleur in aan. Dagelijks belde hij haar en stond die zaterdag weer op de stoep, verstopt achter een groot boeket. Willem genoot van haar specialiteit: kip uit de oven à la Ingrid. Zij verbaasde zich over zijn onverdeelde aandacht en bewondering. Lange tijd was ze niet meer zo op handen gedragen.

Willem als Waffen-SS rekruut, 1940. Bron: oorlogsouders
Willem als Waffen-SS rekruut, 1940. Bron: oorlogsouders
Het weekend daarop volgde zijn bekentenis. Dat hij bij de Waffen-SS had gediend, dat hij tijdens de Duitse bezetting bij de Haagse recherche werkte en dat hij vele jaren achter de tralies had doorgebracht. Ze voelde zijn oprechte spijt, zijn innerlijke strijd en minachting voor zichzelf, hoe hij zo dom had kunnen zijn zich voor het karretje van de nazi’s te laten spannen. Hoezeer zijn tunnelblik hem had belet te zien wat recht was en wat onrecht, waaraan hij actief had bijgedragen. Hoe de roes hem in zijn greep hield waaruit hij pas ontwaakte toen het te laat was. Voor Ingrid maakte dit zijn bekentenis niet minder explosief. Wat moest ze hiervan denken? Hoe moest ze dit haar ouders vertellen, waar nooit nazi’s en zeker geen SS’ers over de vloer mochten komen? Ingrid wilde nu alles weten, ieder detail.

Hij vertelde over zijn ex-vrouw waarop hij zo hevig verliefd was geweest, over de zeer pro-Duitse familie Westra en over zijn zwager, die zo gek was van de Waffen-SS. Hij berichtte over zijn opleiding en over de veldtocht door Rusland, waarbij deze van huis uit verwende, tenger gebouwde man voor haar gevoel totaal niet hoorde. Ingrid bemerkte hoe weinig hij had geweten van wat zich na 1933 werkelijk in Duitsland had afgespeeld toen hij zich bij de Waffen-SS aansloot. Ze werd door twijfel verscheurd en wilde zijn veroordeling met eigen ogen zien; weten of hij betrokken was bij jodenvervolgingen. Ze liet het vonnis vertalen op de Nederlandse ambassade door een beëdigd vertaler, wat haar honderddertig pijnlijk onmisbare Duitse marken kostte. Deze man trok haar steeds meer aan, maar ze wilde wel heel zeker weten dat hij met de gruweldaden van de SS niets te maken had gehad.

Willem had haar zijn kostbaarste trofee, zijn Volkswagen Kever geleend, om haar als blijk van zijn liefde de moeizame dagelijkse treinreis naar haar werk te besparen.

Ingrid (tweede van rechts) en andere schoolgaande meisjes worden ingezet om te helpen in het ziekenhuis, 1941.
Ingrid (tweede van rechts) en andere schoolgaande meisjes worden ingezet om te helpen in het ziekenhuis, 1941.
Hij popelde om haar te tonen waar zijn leven zich nu afspeelde en haar aan zijn moeder en stiefvader voor te stellen. Het ging in een door beiden gewenste stroomversnelling. Ingrid zou de pinksterdagen met Matthias op Boschveld doorbrengen. Doch het kleine kereltje dreigde hier ongewild een stokje voor te steken; vlekje voor vlekje openbaarden ze zich: waterpokken.
“Als er alleen volwassenen zijn, is de kans op infectie verwaarloosbaar.”
“Louter volwassenen en een hond, dokter.”
Matthias mocht van de huisarts reizen; het bezoek ging door.
“Wat is het hier prachtig.”
De anders zo levendige Ingrid tuurde muisstil naar het einde van de eeuwenoude beukenlaan die naar Boschveld leidde en zag het rieten dak aan het einde van de gotisch gevormde groene tunnel opdoemen: zijn thuis.

Ze slaakte een zucht en knipperde met haar ogen. Kneep ze ze halfdicht, zag ze een idyllisch huis, maar op het tweede gezicht oogde het triest en uitgewoond. Overal bladderde de verf, voor zover die er überhaupt nog op zat. De luiken hingen scheef, de karakteristieke witte pomp was groen van mos en schimmel, het trotse, houten balkon stond op instorten en uit het rieten dak ontbraken enorme happen. Ingrid keek door een roze bril dwars door de slechte toestand heen en zag vooral schoonheid, hier viel iets van te maken.

Het portier was nog niet open of hond Terry sprong naar binnen en likte Matthias’ blote beentje. “Mammi, kijk wat lief, hij heeft bakkebaarden en klaporen.” Matthias werd direct dikke maatjes met Willems jonge airedaleterriër, die hem druk kwispelend met zijn stompe staart als vriend accepteerde. Ingrid moest door een kieskeuriger ballotagecommissie. Willems moeder en professor Rengers Hora Siccama wachtten al op het terras met de thee. Het echtpaar ontving haar vriendelijk doch enigszins gereserveerd, in haar moedertaal. Ingrid moet de professor iets te lang onderzoekend hebben aangekeken. Hij deed haar opschrikken met zijn directe vraag: “Was denken Sie jetzt gerade?” Ingrid stotterde dat ze net dacht, dat hij eruit zag als een Viking. Het antwoord klonk eerlijk en stemde hem klaarblijkelijk tevreden. Zijn blik werd milder.

“Ik ben dan wel geen Viking maar de richting is in elk geval juist, Rengers Hora Siccama is een oude Noord-Friese familie.”

Ingrid voelde hoe Jacqueline haar nauwlettend opnam, met smalle opeengeperste lippen – het gedecideerde Van Eck-mondje. ‘Het is niet niks, deze jonge Duitse op bezoek, wordt dit mijn nieuwe schoondochter? Natuurlijk moet ik hem in deze nieuwe fase met een vrouw delen, nee, hem afstaan! Maar niet aan de eerste de beste.’ Inrid voelde hoe de blik van Willems moeder verzachtte, zag hoe de streng gestrekte rug ontspande en ze met kalme berustende slokjes haar thee dronk. Het formeel gestroomlijnde gesprek ging over in een aangenaam keuvelen en kabbelde voort als een beekje dat meanderend zijn weg zocht. Allengs betoonde Jacqueline zich meegaander en, voor haar doen, zachtaardig en geduldig.

Ingrid in 1957. Het jaar dat ze Willem ontmoet.
Ingrid in 1957. Het jaar dat ze Willem ontmoet.
Tijdens Willems volgende bezoek besloten ze een romantische rit langs de Moezel te maken. Ingrid zat achter het stuur van de kleine Kever en was in shock. ‘Wat is er met hem, hij praat amper, geniet totaal niet van het landschap en valt pardoes naast me in slaap. Heb ik me zo in hem vergist? Hoe kan een verliefde man zo sloom zijn?’ Het antwoord liet niet lang op zich wachten, Matthias eerste cadeautje openbaarde zich: waterpokken. Hoeveel ziektes Willem in zijn jeugd ook had gehad, deze bleek nog aan de lijst te ontbreken.

Niets, ook de waterpokken niet, kon hem weerhouden het volgende weekend weer bij Ingrid te zijn. Willem had een belangrijke reden en ijsbeerde, nu allerminst sloom, door de kamer. Hij haalde een witte zakdoek uit zijn broekzak tevoorschijn, hield deze Ingrid trots voor.

“Wil je mijn vrouw worden?”

Ingrid keek verbluft naar de zakdoek met zijn geheimzinnige inhoud. Ze was compleet overrompeld. ‘Eindelijk begin ik mijn leven weer op de rit te krijgen en daar staat deze man, met een gezicht vol rode vlekken en een mysterieuze witte zakdoek… In hoeverre ken ik hem nu eigenlijk?’ Ze moest eerst gaan zitten en een borrel nemen. Rustig bespraken ze de reikwijdte van deze ingrijpende beslissing, als ze ja zou zeggen. Beiden hadden te veel meegemaakt om nog eens aan een avontuur te beginnen dat mis zou gaan.

De romantiek was op dat moment ver te zoeken en de witte zakdoek verdween geruisloos weer in Willems zak. Hij bleef hardnekkig overtuigd van hun gemeenschappelijke toekomst en weerlegde al haar bezwaren, maar Ingrid had bedenktijd nodig en gleed weg uit zijn omhelzing. ‘Weer mijn koffers pakken en die van mijn kind en opnieuw alles achterlaten? Ik heb een goede deeltijdbaan, ben net tot directiesecretaresse bevorderd, verdien mijn eigen geld en heb de verantwoordelijkheid voor het geluk van mijn zoon van vier. Eindelijk heb ik met veel moeite een woonvergunning en een mooie woning hier in Alfter. Moet ik me weer in het diepe storten?’

Ingrid twijfelde. Ze kende noch de mentaliteit noch de geschiedenis van Willems land, waar ze dan zou gaan wonen en waar ze zich thuis moest gaan voelen. Haar toekomst en die van haar zoon zouden een 180 graden andere wending nemen.

Toch kon ze er niet omheen, Willems betrouwbare en liefdevolle aard, en de wijze waarop hij haar vier jaar oude zoon aannam, overtuigden haar telkens meer. Wie kon ze deelgenoot maken van deze tweestrijd? Ulla, natuurlijk!

“Wil je hem ontmoeten? Ik ben zo benieuwd wat je van hem vindt.” Een kennismaking volgde, waarbij ook zijn oorlogsverleden aan de orde kwam en ook Ulla viel het op, hoe weinig Willem in hun Duitse ogen had geweten van de werkelijke achtergronden van de opkomst en gevolgen van het nationaalsocialisme. ‘Wat een argeloosheid en onnozelheid.’

Een volgende horde diende genomen te worden; een tegenbezoek aan Ingrids ouders. Ingrid vroeg Ulla dit alvast ‘in de week te leggen’, door haar ouders over de stormachtige ontwikkelingen te vertellen. Zelden was Ingrid zo nerveus geweest. ‘Een ding staat vast, deze keer trouw ik niet zonder mijn vader.’

Het gezin in 1945. Hilmar, zijn vrouw Louise, Ingrid en Ulla. Bron: oorlogsouders
Het gezin in 1945. Hilmar, zijn vrouw Louise, Ingrid en Ulla. Bron: oorlogsouders
Met lood in haar elegante pumps stond Ingrid enkele weken later aan Willems zijde voor het bescheiden rijtjeshuis. Beleefd begroette hij Muschatz met een voorzichtige handkus. Bij de aanblik van Ingrids vader, salueerde hij kort en schudde hem met een lichte buiging de hand waarbij hij hem aansprak met Herr Oberst. Ingrid werd rood. ‘Dit kan niet waar zijn, wat een misplaatst anachronisme, twaalf jaar na het einde van de oorlog.’ Snel volgde ze haar moeder naar de keuken om thee te zetten en liet de mannen over aan hun eerste indruk van elkaar.

Ingrid, wat doe je toch allemaal, en waarom zo overhaast?” Muschatz schudde haar hoofd over de snelle gang van zaken. Ingrid gluurde om de hoek en zag hoe haar vader aandachtig luisterde naar Willems levensloop en hem tussendoor kritische vragen stelde over zijn loopbaan bij de Waffen-SS. Ze hield haar adem in. ‘Voor zover ik weet is dit echt de eerste keer dat een SS’er mijn vaders huis betreedt en dan ook nog in de rol van mogelijke toekomstige schoonzoon.’

Ingrid kreeg de indruk dat haar vader zich op het gesprek had voorbereid en zich had verdiept in de geschiedenis van de Wikingdivisie en de gevechten aan de Dnjepr en de Mius. “

Wat was uw motief om vrijwillig toe te treden? U hebt in elk geval niet voor de SS-officiersopleiding gekozen. U vertelt net dat u in Lemberg bent geweest. Wat wist u van de pogroms, die hier hebben plaatsgevonden?”

Willem verzekerde hem dat hij hier niet mee te maken had gehad.

“Wij zaten bij de eerste stoottroepen en rukten in hoog tempo op.”

Hilmar wierp een trotse blik op zijn dochter, die met de thee binnenkwam:

“Ik heb getracht mijn kinderen ver van de nazi-ideologie vandaan te houden. Ik heb ze altijd ingepeperd zelfstandig en onafhankelijk hun mening te vormen over recht en onrecht. Wij hebben hen ervan proberen te doordringen dat wij uit een lange traditie voortkomen en niet bij de schreeuwende hordes bruinhemden hoorden.”

Toen kwamen de vragen die Ingrid had voorzien. Waarom had Willem zo’n haast? Realiseerde hij zich wel dat Ingrid een mislukt huwelijk achter de rug had? Of hij de verantwoording voor Matthias op zich kon en wilde nemen? Of hij niet dacht dat hun leven in een toch uitgesproken anti-Duits land wel kans van slagen had? Of Willem dacht na de lange gevangenisstraf een gezonde relatie op te kunnen bouwen?

Oorlogsouders -  Isabel van Boetzelaer
Oorlogsouders – Isabel van Boetzelaer
Willem begreep hun vragen en waardeerde de oprechtheid. Hij beargumenteerde dat zij beiden na hun turbulente levensloop, er alles aan zouden doen dit huwelijk te laten slagen en harmonie, vastigheid en rust in hun leven te brengen. Op Boschveld zouden ze een basis van bestaan hebben mede dankzij hun plannen voor een kampeerterrein.

Stukje bij beetje vatten Ingrids ouders sympathie voor Willem op. Ingrid keek als een soort toeschouwer naar de film die zich voor haar ogen afspeelde. Langzaamaan groeide in haar het vertrouwen. Willem wist zich zeker van zijn zaak, niets kon zijn rotsvaste overtuiging van hun gezamenlijke toekomst ondermijnen. Hun visite duurde tot middernacht en werd allengs ontspannener.

Ingrid had zich om niets zorgen gemaakt, haar vader stemde in.

~ Isabel van Boetzelaer

Boek: Oorlogsouders – Isabel van Boetzelaer

Bestel dit boek bij:

Schiphol, jaren dertig -Foto Annemie of Helmuth Wolff © Monica Kaltenschnee
Het Nationaal Holocaust Museum in oprichting heeft een tentoonstelling samengesteld met foto's…
Anne Frank Stichting lanceert chatbot voor Facebook
De Anne Frank Stichting en Facebook hebben een chatbot ontwikkeld voor Facebook…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier