Statistiek voor historici

In een vorige column beschreef ik methodologische tekortkomingen van economische modellen en de toegevoegde waarde van historisch denken. Ik ging zelfs zo ver dat ik schreef dat het gezonde verstand en het conceptuele vermogen van goede historici de crisis had kunnen voorkomen. Ik geloof er sterk in dat economen, beleidsmakers, en de financiële sector zelf de financiële wereld beter zullen begrijpen door de huidige ontwikkelingen in een historische context te plaatsen.

Dat moet je echter niet opvatten als een oproep om eens lekker achterover te leunen en zelfgenoegzaam te gaan wachten totdat beleidsmakers en econometristen de deur plat gaan lopen bij het P.C. Hoofthuis. Methodologische kruisbestuiving moet van twee kanten komen. Als historici écht een toegevoegde waarde willen zijn moeten we af van het idee dat we pure alfa’s zijn en alles wat met cijfers te maken heeft links laten liggen.

Om onzin te herkennen

Zelf ben ik ook een echte alfa. Ik deed een vreugdedans toen ik mijn examen wiskunde achter de rug had, hopend dat ik me nooit meer door kansberekening en logaritmes hoefde te worstelen. Toch koos ik voor een master waar econometrie en statistiek in het programma zaten. Ik ben blij dat ik dat dat gedaan heb. Door zelf data te managen en te stoeien met een regressieanalyse in Stata of SPSS begrijp je veel beter wat al die semiwetenschappelijke onderzoekjes op nu.nl nu eigenlijk écht betekenen. (Hint: niet zoveel. Wie herinnert zich het onderzoek naar ‘vleeshufters’?) Ik sta nu kritischer in het dagelijks leven, omdat ik herken wanneer een onderzoeker onterecht extrapoleert, wanneer er iets schort aan de externe validiteit, of wanneer endogene variabelen roet in het eten gooien.

En om relevant te blijven

Daarnaast is het nuttig om kennis te nemen van een kwantitatieve manier van bewijsvoering. In de geesteswetenschappen is de ‘burden of proof’ al met al lager dan in sociale wetenschappen. Het gaat bij een vak als geschiedenis veel meer om het narratieve, onafhankelijke en opiniërende. Bij de sociale wetenschappen is dat zakelijker, meer geleid door meetbare resultaten. Historici met een economische of financiële interesse hebben dus kwantitatieve onderzoeksmethoden nodig om kritisch naar hun primaire en secondaire bronnen te kunnen kijken. We moeten als historici over onze trauma’s van het eindexamen wiskunde A heen zien te komen en statistiek en kwantitatieve methodes beter gaan begrijpen. Daarmee begrijpen we de economische en financiële wereld om ons heen beter. Alleen zo blijven we relevant.

- advertentie -

~ Jan van Ewijk

Jan van Ewijk behaalde een MSc in Public Policy aan Maastricht University en een MA in American Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Momenteel werkt hij voor Weber Shandwick, een international pr en communicatiebureau in Den Haag.

Openingsafbeelding: Statistiek voor historici (stck.xchng)

Vondels 'Gebroeders', 1640
Joost van den Vondel is zonder twijfel de grootste Nederlandse toneelschrijver van…
Talwin Morris (1865-1911) en de Art nouveau band Charles Lamb, Tales from Shakspeare; designed for the use of young people, London, Glasgow, Bombay (Blackie and Son Limited, 1894)
Talwin Morris (1865-1911) en de Art nouveau band…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier