Onder de titel Onderweg naar Bentheim toont Rijksmuseum Twenthe vanaf begin november een serie landschappen van onder meer Jacob van Ruisdael, Anthonie Waterloo en Meindert Hobbema.
In 1604 moedigde de Haarlemse schilder en kunsttheoreticus Karel van Mander in zijn bekende Schilder-boeck jonge kunstenaars aan om de stad te verlaten en het landschap te observeren. Schilders moeten volgens hem tekeningen maken, om deze vervolgens in het eigen atelier uit te werken tot schilderijen.
Veel jonge landschapskunstenaars volgden dit advies in zeventiende eeuw op. Op zoek naar geschikte, schilderachtige motieven trokken zij vanuit diverse plaatsen het land door, op zoek naar vergezichten, rivierlandschappen en bossen.
Ook de provincie Overijssel, de regio Twente en de Nederlands-Duitse grens behoorden tot de bestemmingen van de landschapskunstenaars. Heel eenvoudig waren die reizen soms niet. Uit bijvoorbeeld een reisverslag van Cosimo de’ Medici, die de regio in 1668 bezocht, is bekend dat de wegen vaak modderig en slecht waren. Herbergen waren volgens de groothertog bovendien geregeld oncomfortabel en voor de deuren van stadsboerderijen lagen mesthopen.
Toch kozen kunstenaars als Jacob van Ruisdael, Nicolaes Berchem en Meindert Hobbema ervoor het Nederlands-Duitse grensgebied te bezoeken om inspiratie op te doen. Ruisdael schilderde meermaals kasteel Bentheim, tien kilometer over de grens bij Oldenzaal, de watermolens bij Singraven en een gezicht op Ootmarsum. Daarnaast tekende hij het landschap. Zo lijkt hij de dubbele watermolen van Huis Singraven ook meermaals te hebben geschetst. Verder maakte hij tekeningen van de vakwerkhuizen die hij onderweg tegenkwam.
Achttiende eeuw
In de vroege achttiende eeuw reisden ook de kunstenaars Cornelis Pronk en Abraham de Haen samen met de lakenkoopman en oudheidkundige Andries Schoemaker langs de Twentse havezaten. Tijdens deze tekenreizen maakte De Haen naast tekeningen ook notities over de landgoederen die hij met zijn reisgezelschap bezocht. Zo noteerde hij welke adellijke huizen door wie ter plekke waren getekend. Over Huis Hekeren in Goor meldde hij bijvoorbeeld:
“Hekeren, een vast vierkant gebouw, met een zeskantig torentje, aen ’t noordoosten van de stad Ghoor gelegen; is in den jaere 1732. door mij en C.P. na ’t leven afgeschetst.”
Thema
De tentoonstelling sluit aan bij het jaarthema van Rijksmuseum Twenthe: het landschap. Met de tekeningen wil het museum…
“…tonen hoe reeds in deze periode kunstenaars soms en plein air, soms op groot formaat, de wereld om hen heen als onderwerp kozen en het glooiende, bosrijke landschap vereeuwigden in kunstwerken.”
De getoonde werken variëren van schetsboekjes tot tekeningen op groot formaat en landschapsschilderijen. Bij de tentoonstelling wordt een catalogus uitgegeven. Hierin wordt dieper ingegaan op de ontwikkeling van de landschapstekeningen en de aantrekkingskracht van Oost-Nederland op de kunstenaars van de zeventiende en de achttiende eeuw.
De tentoonstelling Onderweg naar Bentheim loopt van 5 november 2023 tot en met 4 februari 2024