Van de koudste winter van de eeuw tot de heetste zomer van de eeuw. Van Reinier Paping tot Maarten van der Weijden. De Elfstedentocht is altijd dichtbij. Op 20 augustus 2018 was Bartlehiem trending topic. Het was op dat moment twintig graden bóven nul.
Een complete generatie is zo opgegroeid zónder Elfstedenschaatsers. Tegelijkertijd is de Elfstedencultuur overal om ons heen: in de media, in de Nederlandse taal, op het staatsieportret van koning Willem-Alexander met het Elfstedenkruis op zijn borst. De Friese uitdrukking It giet oan is Algemeen Beschaafd Nederlands, net als klunen. Als een nieuwkomer bij zijn eerste inburgeringscursus zegt dat hij later rayonhoofd van Bartlehiem wil worden, is hij meteen geslaagd.
Fries verschijnsel
Het is merkwaardig dat een schaatstocht die zo weinig is gehouden – slechts vijftien keer sinds 1909 – zoveel invloed heeft op onze samenleving. Het is tenslotte opvallend dat de nationale media in 1909 wél opdraafden voor een schaatstocht langs elf Friese steden, maar een oproep voor een schaatstocht langs elf Zuid-Hollandse steden in datzelfde jaar compleet negeerden. Een eeuwenoude Friese schaatstraditie voldoet blijkbaar aan het beeld van de schaatsende Nederlander, een beeld dat tijdens de Olympische Winterspelen van 2018 weer eens werd herbevestigd. Hoe is het toch mogelijk dat een Fries verschijnsel is uitgegroeid tot een nationaal gebeuren met internationale bekendheid?
In mijn boek 8070 dagen wachten op de Elfstedentocht bespreek ik in elf thematische hoofdstukken deze invloed op de Nederlandse taal, op de massamedia, op de vrouwenemancipatie, op het Koningshuis, zelfs op de Tweede Wereldoorlog. Het is gebaseerd op sporthistorisch onderzoek, waar ik in 2002 mee begon toen ik samen met schaatshistoricus Marnix Koolhaas werkte aan het project De Mannen van ’63 over de Elfstedentocht van 1963. Het aanvankelijke idee was een VPRO-radiodocumentaire, maar binnen een week merkten we tot onze schrik dat we ook een boek moesten maken, met een website en een complete themaweek op de radio, omdat we anders alle informatie nooit konden verwerken.
In de ban
Het was mijn introductie in de Elfstedencultuur, die ook niet-schaatsers in de ban kan krijgen – zo weet ik inmiddels uit eigen ervaring. In die vijftien jaar bezocht ik archieven, rayonhoofden, het fantastische Schaatsmuseum in Hindeloopen én Willem Augustin, die het mooiste Elfstedenverhaal aller tijden vertelde over zijn fietstocht van Amsterdam naar Leeuwarden in een steenkoude en levensgevaarlijke nacht in de oorlogswinter van 1941.
Want schaatsend door de moderne geschiedenis ontdekte ik al snel het belang van de verteltraditie van de Elfstedentocht. De Elfstedencultuur, zoals wij die ervaren, is zelfs begonnen als een verhaal over de tocht van Pim Mulier op 21 december 1890. Zonder dat verhaal hadden wij nu misschien die hele Elfstedentocht niet eens gekend. En in de geschiedenis van de Elfstedentocht wemelt het van de herinneringen van betrokkenen over die ene dag dat er eindelijk weer eens werd geschaatst langs de elf Friese steden. Helaas is die verteltraditie in onze tijd grotendeels vergeten, juist als we niets anders hebben bij gebrek aan zestiende Elfstedentocht. Deze vluchtige cultuuruiting moeten we daarom zo snel mogelijk proberen te vangen en vast te leggen, voordat die voor altijd is vervlogen.
Verteltraditie
Met dit boek wil ik de aandacht vestigen op die verteltraditie, die de meest persoonlijke herinneringen aan de Elfstedentocht van generatie op generatie doorgeeft. Omdat het belangrijk is, maar ook vermakelijk. De Elfstedentocht zorgt tenslotte keer op keer voor enorme opwinding, waar ruzies, discussies en meningsverschillen net zo aanwezig zijn als ijs, stempelposten en Elfstedenkruisjes.
Zo realiseerde ik me in ieder geval toen ik in de heetste zomer van de eeuw begon met dit boek, net toen Maarten van der Weijden aankwam bij Bartlehiem en de Elfstedenkoorts een nieuw hoogtepunt bereikte. Het was toen twintig graden boven nul.