Dark
Light

Tijdens de Kerst van 1993 werd Nederland overvallen door het hoge water

7 minuten leestijd
Reddingswerkers in 1993, tijdens hoog water in Limburg
Reddingswerkers in 1993, tijdens hoog water in Limburg - Foto: Reddingsbrigade

De hoge waterstanden zorgen precies tijdens Kerstmis voor overlast en bezorgdheid. Precies hetzelfde gebeurde bij de Kerst van 1993. Er was toen amper een noodplan, merkte de Reddingsbrigade.

In 1993 en 1995 werd ons land tot twee keer toe getroffen door grote overstromingen. Wat zich volgens de kansberekening gemiddeld één keer per honderd jaar voor moet doen, gebeurde twee keer binnen anderhalf jaar. Voor de Reddingsbrigade behoren die overstromingen tot de grootste operaties uit haar geschiedenis. De ervaringen van de jaarlijkse rampenoefeningen – altijd ’s nachts om twee uur – werden toen in de praktijk gebracht.

Cock Basoski was in 1993 directeur van de Reddingsbrigade, nog werkend in het oude hoofdkantoor in Haarlem. Het was bijna Kerstmis en daarom stond hij thuis uitgebreid te koken. Tegelijkertijd kwamen de eerste berichten binnen over de overstromingen, waarvan Basoski aantekeningen maakte in de kantlijn van het recept voor een rijsttafel.

De bereiding van rijsttafelgerechten is niet moeilijk
Informatie over Venlo
Stamp de kruiden, uitgezonderd de aromatische bladeren
Boot vanuit Zandvoort naar Limburg
Snijd de kool in zo fijn mogelijke reepjes
Drie overlevingspakken
Stamp de specerijen
Contact met Tiel
Neem het vlees van de kreeft
Overleg met Jan van Went
Maak de levertjes en maagjes goed schoon
Verzoek aan Wassenaar voor één ploeg. Direct!
Pel de olienootjes
Ouddorp biedt één boot aan
Was de mie
Overleg met crisisteam
Fruit de uien
Almere biedt zich aan. Noordwijk stuurt extra bemanning
Dit is een smakelijke schotel voor de koffietafel

Verrassend wassend

Het wassende water van december 1993 verraste de autoriteiten, die hierop niet waren voorbereid. Tekenend hiervoor was het overleg in de voorgaande jaren tussen de Reddingsbrigade en het ministerie van Binnenlandse Zaken. Basoski:

“Onze boten waren een samengeraapt zooitje. Het voer allemaal wel en het was goed onderhouden, maar dat was het dan ook.”

Voor de inzet tijdens een ramp was het onvoldoende, maar het ministerie gaf geen gehoor. “De onderhandelingen waren verzand. Het ministerie zag niet in waarom er iets moest gebeuren. Er was geen politiek draagvlak voor, want er gebeurde toch niets? Totdat in Limburg het water opeens steeg. Die ramp maakte zichtbaar wat ons probleem was, ook voor de politiek.”

Wat in de vijf voorgaande jaren niet lukte, werd daarna in vijf minuten geregeld, aldus Basoski. “We belden met het Rode Kruis om te zeggen dat er in Limburg problemen waren met het stijgende water en dat we daarom een zooitje overlevingspakken nodig hadden. Of ze ons wilden helpen door dat namens ons aan Binnenlandse Zaken door te geven. Het Rode Kruis had daar betere contacten dan wij. Het werd meteen geregeld, want na vijf tellen kregen we door van het ministerie dat we de pakken mochten kopen. Toen kon het ineens wél.”

De autoriteiten bleken zelfs amper op de hoogte van het bestaan van de Reddingsbrigade, laat staan dat die klaar stond met mensen en boten. Fred Dictus van de Reddingsbrigade IJmuiden: ‘We hebben zelf naar Limburg gebeld. “Hallo daar, we komen eraan, hoor!” Basoski: “Ik had een burgemeester aan de lijn. Als u een boot nodig heeft, moet u het zeggen hoor. Die man wist niet wat hij hoorde. Een boot? Voor ons? Meent u dat?”

Kaart uit 2014 met locaties van de reddingsbrigade in Nederland
Kaart uit 2014 met locaties van de reddingsbrigade in Nederland (CC BY-SA 3.0 – Janwillemvanaalst – wiki)
Jan van Gemert, in 1993 adjunct-directeur van de Reddingsbrigade: “Wij stonden niet eens in het veiligheidsplan. De Katastrophenschutz in Duitsland werd wél gebeld door de overheid, maar ons konden ze niet vinden. Er werd gedacht dat wij alleen maar langs de kust actief waren. De autoriteiten hadden geen flauw idee van onze eigen vloot. Nou, we waren er met honderd boten.”

Naar Venlo

De bereidheid bij de Reddingsbrigade voor hulp was overweldigend. Van Gemert: “Vanuit Haarlem probeerden wij het werk te verdelen en de vragen vanuit het land te beantwoorden. Het enthousiasme van onze leden was enorm. Sommigen wilden op de fiets naar Limburg om te helpen. Die moesten wij dan temperen, want anders werd het een ongeorganiseerde bende. We hebben brigades in de wacht gezet, die om het halve uur boos opbelden wanneer ze konden vertrekken.”

De leden van de kustbrigades, zoals Zandvoort en IJmuiden, werden opgeroepen via een vooralarm, omdat daar de beschikking was over de beste boten. Dictus werd opgepiept vlak voordat de kerstborrel van zijn werk begon. “Ik moest met spoed naar de Reddingsbrigade, maar mijn baas stond dat niet toe voordat hij klaar was met zijn toespraak. Helemaal als laatste zei hij dat Fred Dictus was opgeroepen voor de evacuaties in Limburg en dat ik eindelijk kon gaan. Ik was meteen pleite en scheurde op mijn fiets naar het depot. Ik zag nog net hoe ze allemaal wegreden. Ik was te laat! Nou, toen ben ik maar gaan helpen in het depot.”

Dictus werkte in IJmuiden mee met de depotploeg, die als taak had om materiaal vanuit de opslag naar de overstroomde gebieden te sturen. In Zandvoort zat de kwartiermakersploeg, die ter plekke tenten en onderkomens bouwde. Dictus: “Wij verzamelden tenten en kooktoestellen. Tafels, stoelen, pannen, grote branders, gasflessen. Die gingen als eerste weg, voor de kwartiermakers.”

Jan van Went werd vanuit Noordwijk naar Venlo gestuurd voor de coördinatie. “Ik kreeg de taak mensen op de been te krijgen om ter plekke de zaak te laten draaien. Het centrum stond onder water, pakweg een halve meter. De brigadeleden uit de omgeving waren onze gids, op elke boot één. Zo hielden we het overzicht. De verzoeken om hulp kwamen vanuit de gemeente. We kregen zoveel steun van de brigades dat er geen slaapplek meer over was. Toen zijn onze mensen in Blerick bij een Van der Valk-hotel gedropt. Ook sliepen we in kazernes en kantoren, die voor ons waren leeggehaald.”

Dictus hielp bij de evacuaties. “We kwamen toch in een spookwijk. Er was geen vogeltje, er was geen diertje, er was geen mens. Als je wat hoorde keek je al achterom. Dit klopt niet. Zo stil was het dat.”

Na vier dagen keerden Van Went en Dictus weer terug naar huis. “Zo’n ramp gebeurt maar één keer in de honderd jaar,” dacht Dictus toen nog.

“Nou, ruim een jaar later stonden we er weer! De overstroming van 1993 was blijkbaar het einde van de eerste honderd jaar en die van 1995 het begin van die andere honderd jaar.”

Reddingswater in 1993, tijdens hoog water in Limburg
Reddingswerkers in 1993, tijdens hoog water in Limburg – Foto: Reddingsbrigade

Nationale ramp

De ervaring van 1993 was onmisbaar voor de volgende operatie. Basoski: “Het is in veel opzichten een hele goede leerschool geweest.” Van Gemert: “Het was improviseren in 1993, het was structureren in 1995. De tweede keer was het veel beter geregeld en vielen we onder de Wet Rechtspositionele Voorzieningen Rampenbestrijders. Zo konden we na afloop lijsten neerleggen wie er in de rampengebieden had gewerkt, waarvoor dan een vergoeding kwam. Ook werd deze overstroming tot Nationale Ramp uitgeroepen, zodat iedere medewerker was verzekerd. De tijd dat op alles bespaard moest worden, was voorbij.”

De Reddingsbrigade was in 1995 wél onderdeel van het veiligheidsplan. Dictus: “We waren van te voren ingeschakeld en lagen dus al klaar. We gingen in colonnes naar Limburg toe en daar kwamen we in Weert, in een kazerne. We zagen alleen maar water.” Van Went werd wederom als coördinator ter plekke aangesteld:

“Ik heb dat water nooit gezien. Ik zat alleen maar te bellen.”

Het werk van de Reddingsbrigade, in 1995 inmiddels gecoördineerd vanuit het onderkomen in IJmuiden, hield van alles in. In Maastricht werden de boten alleen maar als pont ingezet, waar bewoners van de ene wijk naar de andere werden gevaren om boodschappen te doen. Dictus arriveerde ondertussen met zijn team in een Limburgs dorp en zag tot zijn verbijstering dat er een dijk werd gesloopt. Volgens de burgemeester werd de oude dijk vervangen, waarbij niemand eraan had gedacht dat er een vloedgolf onderweg was. Zonder die dijk was het dorp kansloos. “Die burgemeester schrok zich het apelazarus toen hem dat duidelijk werd. Er was geen dijk meer! En het water van de Maas komt eraan!” In paniek werd een steenfabriek gebeld voor puin dat snel werd neergegooid. Net op tijd, want de volgende dag stond het water halverwege de geïmproviseerde dijk.

Met de grootste voorzichtigheid vervolgde de reddingswerker zijn weg, door gevaarlijk en onbekend gebied. “Je bent met zijn drieën in die vlet en je bent alleen maar aan het kijken. Waar moeten we heen? Wat zit hier, wat zit daar? Je moet alles in de gaten houden, je loopt nooit zo maar ergens heen.”

Zo stond Dictus zand over te dragen bij een dijk, die compleet doordrenkt was. “We hielden elkaar allemaal vast. En opeens brak die dijk, die ging eraan! Daar stond een kracht op. De bomen gingen mee, zoveel kracht heeft water. Ook ik werd gegrepen, wapperend met mijn poten op het water. Ik kon niet meer staan, want ik was in een overlevingspak en dan ga je drijven. De jongens van Zandvoort en IJmuiden trokken me daar weg – lopen, douwen, trekken.’ Na dagenlange arbeid keerden de reddingswerkers opnieuw naar huis. Dictus: “Binnen twee tellen lagen we onder zeil. Zo moe waren we.”

Twee tips

De grootste operatie uit de toenmalige geschiedenis van de Reddingsbrigade was tot een goed einde gebracht. “We hadden ons bewezen,” aldus Basoski.

Tot slot nog twee tips voor de autoriteiten tijdens een overstroming:

  1. Breek nooit een dijk af tijdens een vloedgolf.
  2. Het telefoonnummer van de Reddingsbrigade is 0255 – 545858. U kunt ook tijdens Kerstmis bellen.
Fragment uit het jubileumboek van de Reddingsbrigade, nog steeds te koep via de website van de brigade.

Gerelateerd:

×