Politieke spanningen en religieus geweld tijdens de Brabantse Omwenteling (1789-1790)

…en de gruwelijke dood van Willem Van Criekinge

Eind achttiende eeuw stonden de Zuidelijke Nederlanden al enige tijd onder het gezag van de Oostenrijkse Habsburgers. Hoewel keizer Jozef II (1741-1790) als een progressief iemand bekend stond, lokten zijn economische en religieuze hervormingen hevig protest uit. In zoverre zelfs dat in verscheidene steden van de Zuidelijke Nederlanden een heuse opstand uitbrak.

De voorgeschiedenis

Hendrik van der Noot
Hendrik van der Noot
De periode tussen 1787 en 1790 verliep in de Zuidelijke Nederlanden uitermate turbulent. Zowel de adel, de clerus als de ambachtsgilden voelden zich beknot in hun privileges. Ook de bevolking, die aan haar tradities wilde vasthouden en de aanhoudende nieuwe belastingen onredelijk vond, was meer en meer ontevreden over het beleid van de Oostenrijkse landvoogden. Onder leiding van Hendrik Van der Noot (1731-1827), Jan Vonck (1743-1792) en Jan-Baptist Verlooy (1746-1797), drie advocaten, werd het verzet steeds grimmiger en werden uiteindelijk de wapens opgenomen tegen de bezetter.

Het nieuws dat op 27 oktober 1789 de stad Turnhout door een handvol vrijwilligers was veroverd op een Oostenrijks garnizoen verspreidde zich razendsnel en luidde het begin in van wat de geschiedenis zou ingaan als de Brabantse omwenteling. Eén voor één werden de andere steden door de patriottische burgermilities ingenomen. Op tien januari 1790 verlieten Albrecht van Saksen Teschen (1738-1822) en zijn vrouw, aartshertogin Maria-Christina (1742-1798), die door keizer Jozef II aangeduid waren als onze landvoogden halsoverkop Brussel en namen de vlucht naar Wenen.

Tweespalt en de gevolgen

Nadat de Oostenrijkse troepen voor het plotse geweld gevlucht waren, werden door Van der Noot de “Verenigde Nederlandse Staten” uitgeroepen. Vrij snel doken er tussen de aanvoerders van de revolte ideologische meningsverschillen op. De Vonckisten waarbij ook Verlooy zich intussen had aangesloten, pleitten voor een totaal nieuw politiek bestel met meer democratie en een absolute scheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. De clerus alsook de adel en de bourgeoisie steunden dan weer de conservatieve politiek die Van der Noot vooropstelde.

- advertentie -

Religieuze volkswoede zonder weerga

Jan Frans Vonck, een van de leiders van de Brabantse Omwenteling
Jan Frans Vonck, een van de leiders van de Brabantse Omwenteling
De stukgelopen alliantie tussen de conservatieve en katholieke aanhangers van Van der Noot en de Vonckisten zorgde eveneens voor verdeeldheid bij de Brusselse inwoners. Sommige priesters deinsden er zelfs niet voor terug om de bevolkingsgroepen onderling tegen elkaar op te jutten. Het volgende verhaal laat duidelijk zien waar dat allemaal toe kon leiden:

In oktober 1790 was een zekere Willem Van Criekinge bij toeval aanwezig in Brussel toen een Mariaprocessie door de stad trok. Temidden van een devote menigte had hij het ongelukkige idee om de priester die voorop aan stoet liep te beledigen. Vrijwel onmiddellijk keerden de omstaanders zich woedend tegen hem. Hij probeerde nog aan zijn belagers te ontsnappen, maar werd door enkele heethoofden vastgegrepen en ernstig toegetakeld. De inmiddels uitzinnig geworden mensenmassa voerde hem onder het schreeuwen van allerlei verwensingen naar de nabij gelegen Grote Markt met de bedoeling hem aan een lantaarn naast het stadshuisportaal op te knopen. De lynchpartij mislukte echter doordat in het gewoel en getrek het touw brak. Men probeerde dan maar hem met een sabel te onthoofden, maar ook dat liep mis. Uiteindelijk werd een houtzaag gevonden waarmee men het hoofd van de ongelukkige jongeman van zijn romp afzaagde, waarna deze in triomf op een staak door de stad werd gedragen. De beulen, hoewel bekend bij de autoriteiten, werden nooit vervolgd.

De mislukte ophanging en de onthoofding met een zaag van Willem van Criekinge (prent uit 1791)
De mislukte ophanging en de onthoofding met een zaag van Willem van Criekinge (prent uit 1791)

Eén en ander toont wel aan dat religieuze gewelddaden zelden los te koppelen zijn van politieke spanningen en fanatiek geïnspireerd populisme. De Vonckisten namen het voorval te baat om Van der Noot verantwoordelijk te stellen voor de moord op Van Criekinge, maar moesten het onderspit delven voor het heersend conservatief ideeëngoed. De polemiek tussen beide partijen bleef voortduren en vormde zo de basis van het nakende einde van de onafhankelijkheidsrevolte.

De Oostenrijkers stellen orde op zaken

Keizer Leopold II (1747-1792), vorst van de Zuidelijke Nederlanden
Keizer Leopold II (1747-1792), vorst van de Zuidelijke Nederlanden
In 1790 overleef Jozef II. Het was zijn jongere broer Leopold II van Saksen (1747-1792) die de keizerskroon van het Heilig Roomse Rijk overnam en tegelijkertijd ook de heerschappij van de Oostenrijkse Habsburgers over de Zuidelijke Nederlanden wilde herstellen. Keizer Leopold II probeerde in het begin een vreedzame oplossing te vinden om de opstand te beëindigen door een algemene amnestie voor te stellen op voorwaarde dat men de wapens zou neerleggen. Het voorstel werd hoogmoedig afgewezen. Enkele weken later viel een sterk bewapend en goed georganiseerd Oostenrijks leger onze gewesten binnen. Op drie december 1790 werd Brussel ingenomen. Daarmee kwam een einde aan de kortstondige onafhankelijkheid van de Zuidelijke Nederlanden.

~ Rudi Schrever
Brusselse stadsgids | Rondleidingen op aanvraag | rudi.schrever@skynet.be

Ook interessant: De Boerenkrijg (1798)

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier