Het graf van Karel de Grote

Jona Lendering bezocht recent Aken en fotografeerde daar onder meer bovenstaande sarcofaag. Die dateert uit het eerste kwart van de derde eeuw n.Chr. en is stilistisch verwant met de Marathonsarcofaag in Brescia die hij al eens eerder beschreef.

Proserpina-sarcofaag

Wat u ziet is de schaking van Proserpina. De dodengod Pluto neemt het meisje tegen haar zin in mee naar de Onderwereld. Dat gebeurt blijkbaar met goedkeuring van de goden, want Amor wijst de weg, Mercurius leidt de wagen, Minerva duwt het meisje in Pluto’s armen, een zwevende Venus houdt de wagen tegen waarmee Proserpina’s moeder Ceres de achtervolging wil inzetten. De mythe, waarvan ik niet zal beweren dat ze smaakvol is, eindigt ermee dat Proserpina uiteindelijk terugkeert naar de bovenwereld, en in de zin dat de dood niet het laatste woord heeft, kon dit verhaal een christelijke uitleg krijgen en was de sarcofaag voor middeleeuws hergebruik toepasbaar.

Hoewel er wat discussie is, lijkt deze sarcofaag, die is te zien in de Domschatzkammer, de eerste rustplaats geweest van Karel de Grote. Toen hij op 28 januari 814 was overleden, is hij hierin bijgezet. Vele jaren later, op 29 december 1165, liet keizer Frederik Barbarossa het gebeente opgegraven en overbrengen naar een nieuwe grafkist. Later werd Karel begraven in een andere grafkist, die dendrochronologisch is gedateerd na 1182. Tot slot belandde deze kist in de huidige gouden schrijn in de Dom van Aken. Keizer Frederik II sloot deze hoogstpersoonlijk op 27 juli 1215, precies één jaar na de Slag bij Bouvines en twee dagen na zijn eigen kroning.

De Dom van Aken (CC BY-SA 3.0 - CEphoto, Uwe Aranas - wiki
De Dom van Aken (CC BY-SA 3.0 – CEphoto, Uwe Aranas – wiki

Een troon

Het probleem met deze reconstructie is dat er een ooggetuigenverslag lijkt te zijn van een bezoek dat keizer Otto III in het jaar 1000 bracht aan het graf van Karel de Grote. Een van de aanwezigen, paltsgraaf Otto van Lomello, vertelde later aan een chroniqueur dat ze het graf hadden geopend en dat het een ondergrondse kamer was, waarin ze het lichaam van Karel hadden gevonden, zittend op een troon. Keizer Otto had het lichaam gefatsoeneerd en men was weer weggegaan. Een kamer is vanzelfsprekend geen sarcofaag.

Mogelijk is dit verhaal een verzinsel. Het alternatief is dat Karel inderdaad zittend is bijgezet, dat de sarcofaag door Barbarossa uit Italië is meegenomen en dat dit de nieuwe grafkist is die werd gebruikt voordat het gebeente in de houten grafkist werd gelegd. Dan zou die onderaardse grafkamer echter terug te vinden moeten zijn, maar tot op heden ontbreekt elk spoor, terwijl de Dom van Aken grondig is onderzocht. In elk geval: deze sarcofaag is, ondanks de nare afbeelding, een knap stuk beeldhouwwerk, een keizersgraf waardig.

Antropologisch onderzoek van de botten in de houten kist in de gouden schrijn leerde overigens dat Karel de Grote 1m84 lang was. En hij sprak Limburgs.

~ Jona Lendering

Jona Lendering is historicus, webmaster van Livius.org en docent bij Livius Onderwijs. Hij publiceerde verschillende boeken. Zie ook zijn blog: mainzerbeobachter.com

Lees ook: De Dom van Aken – Bisschoppelijke kerk


Archiefstukken:

Meer tips ➱

Verder speuren:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister