De Britse arts en microbioloog Alexander Fleming (1881-1955) ontdekte in 1928 de penicilline. Zijn uitvinding leidde tot een revolutie in de behandeling van onder meer geïnfecteerde wonden. Alexander Fleming ontving in 1945 de Nobelprijs voor de Geneeskunde.

Toeval

Als hij na een korte vakantie in zijn laboratorium terugkomt, ziet hij dat het afdekglas van een van de kweekschaaltjes is weggegleden en dat er schimmel is gegroeid, een infectie door schimmelsporen in de lucht.
Fleming wil de gekweekte stafylococcen aanvankelijk weggooien, maar besluit er dan nog even een onder de microscoop een blik op te werpen. Hij ziet dan dat op de plekken waar de schimmel is verschenen, de bacterie is opgelost. Fleming constateert dus dat de schimmels, een schimmel van het soort Penicillium, een stof afscheiden die bacteriën doodt. Fleming probeert hierna deze bacteriedodende stof, door Fleming penicilline genoemd, in bruikbare hoeveelheden af te zonderen. Dit blijkt echter moeilijk, omdat de stof slecht houdbaar blijkt en de scheikundige instrumenten in die tijd ontbreken.

Nobelprijs voor Alexander Fleming
Penicilline wordt hierna al gauw in massaproductie genomen. In 1945 ontvangen Alexander Fleming, Howard Florey en Ernst Chain de Nobelprijs voor de geneeskunde. Een jaar hiervoor is Fleming al geridderd, waardoor het officieel ‘Sir Alexander Fleming’ is.
Alexander Fleming overlijdt op 11 maart 1955 in zijn huis in Londen aan een hartstilstand.