Dark
Light

Beroemde ‘zuil van Phocas’ staat al veel langer op Forum Romanum dan vaak beweerd

7 minuten leestijd
Zuil van Phocas op een zogeheten photochrom (ingekleurde foto) uit circa 1890
Zuil van Phocas op een zogeheten photochrom (ingekleurde foto) uit circa 1890
Bij uitgeverij Gompel & Svacina verscheen enige tijd geleden het boek Het Forum Romanum. Stenen en stemmen. Historicus Guido Cuyt en classicus Michiel Verweij staan in dit werk uitgebreid stil bij de geschiedenis van het Forum Romanum, het beroemde plein dat in de oudheid het middelpunt van Rome vormde. De auteurs besteden ook veel aandacht aan recente archeologische ontdekkingen en theorieën over hoe het plein er in de oudheid precies uit zag. Op Historiek publiceren we een fragment uit hun boek, over de prominente zuil van Phocas. Hoe oud is die eigenlijk?


Erezuilen op het Forum Romanum

Aan de zuidelijke kant van het eigenlijke plein, langs de zuidelijke vertakking van de Via Sacra, bevinden zich de bases van zeven zuilen die een galerij van eremonumenten hebben gevormd. Wat er nu staat is allemaal reconstructie na de opgravingen, waarbij twee gedeeltelijk gevonden authentieke zuilen (resp. van grijs graniet en wit marmer) op de gereconstrueerde bases zijn geplaatst. Boven op deze zuilen hebben beelden gestaan, maar of dat beelden van keizers, andere personen of Victoriagodinnen zijn geweest, is niet meer na te gaan. Evenmin is het mogelijk om te achterhalen wat deze zuilen precies moesten gedenken en/of vieren: geen enkel opschrift lijkt de geschiedenis overleefd te hebben.

Stempels op bakstenen laten geen twijfel bestaan omtrent de datering: Diocletianus (regering 284-305) liet in het kader van een restauratie van het plein deze zuilen tegenover de op dat moment eveneens gerestaureerde Basilica Iulia plaatsen. Van de zuilen die aan de oostkant (tegenover de Aedes Diui Iulii) op de zogenaamde laatantieke Rostra stonden, zijn geen resten tot ons gekomen. Deze zuilen vormen een onderdeel van de verdere monumentalisering van het Forum in de late oudheid, waarbij het plein in feite steeds meer vooral een verzameling herdenkingsmonumenten werd.

De zuil ‘van Phocas’

Het belangrijkste onderdeel van Diocletianus’ bouwproject op het Forum was de zogenaamde zuil van Phocas, in feite het enige monument op het eigenlijke plein dat de eeuwen nagenoeg in zijn geheel heeft getrotseerd.

Het gaat hierbij om een hoge zuil met Korinthisch kapiteel waarop een beeld van de Byzantijnse keizer Phocas (602-610) heeft gestaan (dat overigens wel verloren is gegaan). Aanleiding voor de oprichting van dit monument was het feit dat Phocas aan paus Bonifacius IV (608-615) de beschikking (en nodige toestemming) gaf over het Pantheon, waardoor deze tempel tot een christelijke kerk werd ingericht.

Maquette van het Forum Romanum. 1. Zogenaamde zuil van Phocas; 2. Erezuilen; 3. Tribunal (?); 4. Tempel van Saturnus; 5. Tempel van Vespasianus; 6. Tempel van Concordia; 7. Rostra (Augusti); 8. Ruiterstandbeeld van Constantijn; 9. Basilica Iulia.
Maquette van het Forum Romanum. 1. Zogenaamde zuil van Phocas; 2. Erezuilen; 3. Tribunal (?); 4. Tempel van Saturnus; 5. Tempel van Vespasianus; 6. Tempel van Concordia; 7. Rostra (Augusti); 8. Ruiterstandbeeld van Constantijn; 9. Basilica Iulia.

De opdracht voor het monument werd in 608 gegeven door Smaragdus, de exarch van Italië (en daarmee officiële vertegenwoordiger van de Byzantijnse keizer in Italië). Keizer Phocas staat voor de rest vooral bekend om de stromen bloed die aan zijn vingers kleven: zo liet hij de familie van zijn voorganger uitmoorden.

De hieronder staande formulering ‘opdracht voor het monument’ moet ons er niet toe verleiden te denken dat Smaragdus zelf deze zuil liet optrekken, zoals de vaak geciteerde aanduiding van deze zuil als ‘laatste monument op het Forum Romanum’ doet vermoeden. In feite stond de zuil er al veel langer. Wel werd er in 608 een beeld van de keizer op deze zuil geplaatst en werd deze van een lang opschrift voorzien:

Optimo clementiss[imo piissi]moque / principi Domino N(ostro) F[ocae imperat]ori / perpetuo a D(e)o coronato, [t]riumphatori / semper augusto / Smaragdus ex praepos(ito) sacri palatii / ac patricius et exarchus Italiae / deuotus eius clementiae / pro innumerabilibus pietatis eius / beneficiis et pro quiete / procurata Ital(iae) ac conseruata libertate / hanc sta[tuam maiesta]tis eius / auri splend[ore fulge]ntem huic / sublimi colu[m]na[e ad] perennem / ipsius gloriam imposuit ac dedicauit / die prima mensis augusti, indict(ione) und(ecima) / p(ost) c(onsulatum) pietatis eius anno quinto.

(Voor de beste, genadigste en vroomste vorst, onze heer keizer Phocas, eeuwig door God gekroond, altijd verheven triomfator, heeft Smaragdus, gewezen hoofd van het keizerlijk paleis, patricius en exarch van Italië, aan zijn genade verknocht, voor de ontelbare weldaden van zijn vroomheid en voor het herstel van vrede in Italië en het bewaren van de vrijheid, dit standbeeld van zijn majesteit, blinkend door de schittering van het goud, op deze hoge zuil neergezet en hem toegewijd tot zijn eeuwige roem op 1 augustus in het 11de jaar van de indictie, in het 5de jaar na het consulaat van zijn vroomheid.)

Pietas eius lijkt gewoon een aanduiding van de keizer geworden. Opvallend (en eerder ongebruikelijk in oudere inscripties) in dit opschrift is de expliciete datering op het eind, met verwijzing naar de indictie, een vijftienjarige cyclus die als basis van de chronologische berekening tijdens Diocletianus werd ingevoerd. Daarmee oogt dit opschrift vooral ook heel ambtelijk en administratief: een van de tekens dat er een nieuwe periode aanbrak, met andere stijlmiddelen.

De zuil van Phocas
De zuil van Phocas (CC BY-SA 4.0 – Rabax63 – wiki)
In feite is dit soort nauwkeurige datering kenmerkend voor de opschriften van de middeleeuwse pausen en daarmee is dit opschrift eigenlijk al bijna ‘middeleeuws’. Ook de vormgeving is anders dan in eerdere opschriften: de tekst wordt in regels gepresenteerd die over de volle breedte van de zuilbasis lopen, zonder echt gecentreerd te zijn. Slechts een enkele keer wijkt de tekst hiervan af: zo is de afstand tussen de letters van de laatste regel steeds wat groter om ook hier de plaatsing over de gehele breedte te garanderen. Het middendeel van de tekst is beschadigd.

Overigens valt nog één ding op: hoewel men algemeen aanneemt dat de schenking van het Pantheon de aanleiding voor dit monument was, wordt daar in de tekst van het opschrift op geen enkele wijze gewag van gemaakt… Het beeld annex opschrift is ook niet geplaatst door de paus, maar door de Byzantijnse gezagsdrager in Italië. De paus heeft zich in de zesde eeuw langzaam opgeworpen als het lokale gezag in Rome – zeker met paus Gregorius I de Grote (590-604) –, maar zijn positie was nog niet te vergelijken met de pausen uit latere eeuwen die inderdaad soeverein waren in hun gebied.

Hoewel de zuil zelf intact gebleven is en door de eeuwen heen steeds overeind is blijven staan, werd de basis door het zich langzaam opstapelende puin en het stijgende grondniveau aan het zicht onttrokken. Daardoor wist in de achttiende of negentiende eeuw niemand meer voor wie dit monument eigenlijk bestemd was. Pas de opgravingen brachten het opschrift – en daarmee de identiteit van de persoon aan wie eer werd bewezen – weer aan het licht. Het gevolg was dat generaties archeologen tot in een recente periode het monument als middeleeuws bestempelden, hoewel ze terecht al begrepen dat de zuil zelf tweede-eeuws was. Zodoende zullen we de zuil tevergeefs zoeken op de grote maquettes van Rome in Brussel en in de E.U.R. in Rome. Alleen Rodolfo Lanciani, in Italië de grootste archeoloog van de negentiende eeuw, had zijn twijfels. Op het einde van die eeuw vermoedde hij al dat de zuil veel vroeger was opgericht.

Zuil van Phocas
Zuil van Phocas (CC BY-SA 4.0 – Rabax63 – wiki)

Definitieve zekerheid kwam er door de studie van de archeologen Giuliani en Verduchi. Ziehier hun belangrijkste conclusies. Toen het hierboven beschreven opschrift werd aangebracht, werd een oudere tekst weggebeiteld. Het bakstenen voetstuk van het monument zit vervat in een piramidevormige trappartij die inderdaad uit de zevende eeuw dateert. Maar zelf vertoont het dezelfde kenmerken als de voetstukken van de zeven andere erezuilen waarvan met zekerheid is uitgemaakt dat ze dateren uit de tijd van Diocletianus. Het voetstuk was in de oudheid ook al omgeven door een trappartij, maar hoe die verliep, is niet duidelijk. De zuil droeg een verguld beeld van Diocletianus dat in 608 vervangen werd door een van Phocas.

Wij wezen reeds eerder op de bijzondere betekenis van de locatie van het monument. De witmarmeren zuil met daarbovenop het ‘gouden’ beeld van Diocletianus contrasteerde fel met de andere zuilen op het Forum, waarvoor ander materiaal gebruikt was. Ze was bovendien ook hoger, zodat ze meteen in het oog sprong voor wie via het Argiletum het Forum naderde, en zo een bijzondere indruk gemaakt moet hebben.

Op de betiteling ‘laatste monument op het Forum’ (zoals de verkorte vorm vaak luidt) is overigens nog meer af te dingen. Niet alleen gaat het dus om een veel oudere zuil die nu opnieuw (en voor een ander doel) gebruikt wordt, maar ook is de bouwactiviteit op het Forum eigenlijk pas in de negentiende eeuw stilgevallen. Stille getuigen daarvan zijn de verschillende kerken die op het Forum verschenen, vooral de barokke S. Lorenzo in Miranda in de tempel van Antoninus en Faustina of de kerk van S. Francesca Romana die de achterwand van het Forumcomplex afsluit.

Het Forum Romanum. Stenen en stemmenHerinneren we ook even aan de laan die paus Paulus III in 1536 liet aanleggen tussen de boog van Septimius Severus en die van Titus, waardoor het Forum voor even zijn functie terugkreeg als plaats voor triomftochten. Tussen de Curia (destijds kerk van S. Adriano) en de S. Lorenzo in Miranda stonden tot aan het begin van de twintigste eeuw nog huizen op de plaats van de Basilica ‘Aemilia’. In feite is het Forum nog eeuwen in gebruik gebleven, ook al vormde deze locatie niet langer het centrum van de stad. Er bestaat in veel boeken vaak een neiging om te doen alsof het met het einde van de oudheid op het Forum eigenlijk ‘gedaan’ was. Alsof er niets interessants meer gebeurde. Alsof alle leven was stilgevallen. Maar eigenlijk is het moment van stilvallen pas in de twintigste eeuw aangebroken, als het Forum tot een archeologische en museale site wordt ‘bevroren’ en aan het stedelijk leven onttrokken.

Boek: Het Forum Romanum. Stenen en stemmen

Doctor in de klassieke talen. Werkt als wetenschappelijk medewerker in de afdeling Oude en Kostbare drukwerken van de Koninklijke Bibliotheek van België te Brussel en is tevens medewerker van de KU Leuven, onderzoekseenheid Latijnse literatuur.

Gratis geschiedenismagazine

Ontvang, net als ruim 50.000 anderen, iedere week de gratis nieuwsbrief van Historiek:
×