Gif of gal? De dood van ‘Madame’

…en de brieven van Christiaan Constantijn Rumpf aan Johan de Witt

Johan de Witt correspondeerde vaak en veel met Nederlandse diplomaten in het buitenland. Dit blijkt wel uit de zesdelige bronneneditie die Hendrick Scheurleer in de achttiende eeuw maakte.1 De hierin opgenomen correspondentie is maar een selectie en zou aangevuld kunnen worden met nog vele andere brieven van ambassadeurs en ambassadepersoneel. Zo vonden wij in het Archief van de Staten van Holland kopieën van brieven die Christiaan Constantijn Rumpf in 1670 uit Parijs had verstuurd aan Johan de Witt.2 Rumpf volgde de gebeurtenissen aan het Franse hof op de voet en deed daarvan verslag in zijn brieven aan de raadpensionaris. Verrassend genoeg geven deze brieven een bijzonder inkijkje in de geneeskundige praktijken in de zeventiende eeuw.

‘Men wil mij van goeder handt versekeren…’

Lodewijk XIV
Lodewijk XIV
Rumpf (1633-1706) begon zijn diplomatieke loopbaan aan het Franse hof. Hij was secretaris van ambassadeur Willem Boreel en later ook van Boreels opvolger Pieter de Groot.3 In de tijd tussen de dood van Boreel in 1668 en de aankomst van De Groot in 1670, nam Rumpf namens de Staten-Generaal van de Republiek de zaken waar in Parijs. Hij had daarom aan het hof geen specifieke opdracht te vervullen, maar moest wel de Franse koning Lodewijk XIV en alle andere hovelingen goed in de gaten houden. Die taak nam Rumpf uiterst serieus. Zo vertelde hij in zijn brieven over de aankomst van andere ambassadeurs en over de politieke situatie in Frankrijk en hield hij De Witt op de hoogte van alle bewegingen die de Franse troepen maakten.

Officiële verklaringen en nieuwsbrieven waren niet Rumpfs belangrijkste bron van informatie, want in bijna iedere brief schrijft Rumpf wel dat iets hem ‘van goeder handt versekert’ was of dat iets hem in een vertrouwelijk gesprek was verteld. Rumpf wist dus wel met welke mensen uit het Franse roddelcircuit hij regelmatig contact moest hebben om op de hoogte te zijn van alle ins en outs aan het Franse hof.

Aderlaten, mineraalwater en andere 17e-eeuwse remedies

In Rumpfs brieven vinden we opvallend vaak nieuws over de medische gesteldheid van de hovelingen. Ook in het reisjournaal dat Rumpf van 1672-1674 bijhield komt naar voren dat Rumpf over veel medische kennis beschikte die hij in het dagelijks leven kon inzetten, bijvoorbeeld toen zijn echtgenote haar hoofd stootte.4 Rumpfs aandacht voor geneeskunde is, gezien zijn achtergrond, niet zo gek. Hij studeerde medicijnen in Leiden en werkte daar na zijn studie ook een tijd als arts. Ook zijn vader, Christian Rumpf, was een bekende arts, die zelfs lijfarts van paltsgraaf Frederik V en de Oranje-prinsen Maurits en Frederik Hendrik was geweest.5

- advertentie -

Over de Spaanse koning weet Rumpf op 6 juni 1670 te melden dat hij een ‘dubbele tertiaen’ had, ernstige koorts. Ook de gezondheid van de Franse koning volgde Rumpf nauwkeurig. Zo schrijft hij op 24 juni 1670 dat alle hovelingen zich in Versailles bevonden, omdat de koning daar gebruik maakte van ‘het badt ende de minerale wateren’. De verminderde eetlust van de koning, een man die normaal gesproken toch een ‘redelijk groot ethicus’ was, baarde zijn artsen zorgen. Zij wilden eigenlijk opnieuw overgaan tot een aderlating, maar de koning dacht dat hij zich daardoor alleen maar slechter zou voelen. Hij ging liever naar de ‘heete baden ende minerale wateren’ van Bourbon.

Fragment kopie brief van Rumpf aan De Witt over de plotselinge dood van Madame, 4 juli 1670, NA, 3.01.04.01 Staten van Holland na 1572, inv.nr. 1865: Stukken ingekomen bij de Staten van Holland, afschriften 1670.
Fragment kopie brief van Rumpf aan De Witt over de plotselinge dood van Madame, 4 juli 1670, NA, 3.01.04.01
Staten van Holland na 1572, inv.nr. 1865: Stukken ingekomen bij de Staten van Holland, afschriften 1670.

Plotselinge dood van ‘Madame’

Op 4 juli 1670 meldt Rumpf aan De Witt dat ‘Madame’ plotseling – en onder verdachte omstandigheden – was overleden. Deze ‘Madame’ was ook al in eerdere brieven aan de orde gekomen. Het gaat om Henrietta Anne Stuart, de zus van de Engelse koning Karel II, die door haar huwelijk met de hertog van Orléans, Filips I, de schoonzus van Lodewijk XIV werd. Henrietta Anne speelde zichzelf nogal in de kijker: verschillende tijdgenoten vonden haar erg charmant, zij zou een intieme band met de Franse koning hebben gehad en ze zou zelfs hebben bijgedragen aan de totstandkoming van het geheime Verdrag van Dover dat in 1670 door de Engelse en Franse koningen werd gesloten.6

Henrietta Annes echtgenoot zou niet blij zijn geweest met alle politieke activiteiten van zijn echtgenote. Ook Rumpf was daarvan op de hoogte. Op 28 maart meldt hij de Witt dat er…

‘geseght werdt, dat Monsieur alle middelen aenwendt om Madame van die reyse [naar Dover] te detourneren, selver soo verre, datter eenige verwijderinge tusschen die twee hoge stants persoonen ontstaen soude zijn’.

Al met al stond hun huwelijk sowieso bekend als ongelukkig.7

Fragment van 'Portret van Filips I en Henrietta Anne Stuart, hertog en hertogin van Orléans' door Pieter van Schuppen (1661). Rijksmuseum
Fragment van ‘Portret van Filips I en Henrietta Anne Stuart, hertog en hertogin van Orléans’ door Pieter van Schuppen (1661). Rijksmuseum

Des te verdachter was Madames plotselinge dood op 30 juni 1670. Henrietta Anne voelde zich de dag daarvoor al niet goed en dacht zelf direct aan vergiftiging.8 Rumpf brengt De Witt op 4 juli op de hoogte van de verdachte situatie. Ook Madames broer, Karel II, vertrouwde het niet en hij stuurde Engelse dokters en chirurgijns naar Parijs om het lijk te onderzoeken. Rumpf las het rapport van de artsen en concludeerde dat de geruchten over vergiftiging onzin waren. Er was volgens Rumpf…

‘…een overvloet van verbande galle […] door het geheele geopende lichaem verspreyt gevonden’.

Maar hoe kwam die gal daar dan? Ook daar heeft Rumpf een verklaring voor. Op 18 juli legt hij zijn visie aan De Witt uit, een visie die toch wel dicht bij de moderne visie van artsen komt: heb aandacht voor de individuele patiënt. De gal die in Madames darmen zat was het gevolg van een slecht beleid van haar artsen. Henrietta Anne zou zich al een aantal jaren niet zo fit voelen, zoals wel meer dames, aldus Rumpf. Ze had van haar artsen ‘nu het eene dan wederom het ander advis’ gekregen. En die artsen waren ‘soo heel dogmatijck niet’. Op advies van een van haar artsen had Henrietta Anne daarom enkele weken lang perziken en ander fruit op een nuchtere maag gegeten, ‘daer op t’elckenkeere nemende een goeden dronk claer fonteinwaeter’. Voor velen werkte deze methode, aldus Rumpf, maar niet voor iedereen. Hij verbond er een diepe wijsheid aan, die nog altijd geldig is: ‘Duo cum faciunt idem, non est idem’, oftewel: ‘Wanneer twee hetzelfde doen, is het niet hetzelfde.’9

~ Lidewij Nissen

Boek: De ware vrijheid – De levens van Johan en Cornelis de Witt

Brieven aan Johan de WittHuygens ING werkt momenteel aan de digitalisering van een deel van het brievenarchief van raadpensionaris Johan de Witt (1625-1672). Het gaat in eerste instantie om brieven uit de zesdelige bronneneditie van Nicolaas Japikse en Robert Fruin: Brieven aan en Brieven van Johan de Witt (Den Haag 1906-1919). Deze digitale collectie wordt de komende jaren uitgebreid met gegevens van de ongepubliceerde brieven, om zo een digitale catalogus te worden voor de volledige correspondentie van Johan de Witt. Met een team van stagiaires en gastonderzoekers onder leiding van Ineke Huysman (onderzoeker Huygens ING) wordt momenteel hard gewerkt aan de invoer van de metadata van de brieven van en aan Johan de Witt. Projectmedewerkers bloggen zo nu en dan over het project. Sommige van die blogs, zoals bovenstaande, worden ook op Historiek gepubliceerd.

 

Noten

(1) Lees voor meer informatie over Scheurleer en andere edities van de correspondentie van De Witt deze blogs: Jean-Marc van Tol, ‘De minuten van Johan de Witt’, d.d. 10 januari 2017, en Jurriaan Wink, ‘Onvolledige bronnenpublicaties’, d.d. 30 januari 2017. U vindt de edities tevens in de literatuurlijst.
(2) Nationaal Archief, 3.01.04.01 Staten van Holland na 1572, inv.nr. 1865: Stukken ingekomen bij de Staten van Holland, afschriften 1670.
(3) Rumpf begon als particulier secretaris van Willem Boreel (1663-1668), nam de zaken waar tot de aankomst van de nieuwe ambassadeur Pieter de Groot (1668-1670) en werd vervolgens aangesteld tot secretaris van de ambassade (1670-1672). Hij bleef, met gevaar voor eigen leven, als agent van de Staten Generaal in Parijs na het vertrek van De Groot en werd in 1673 aangesteld als resident in Portugal; Mr. O. Schutte, Repertorium der Nederlandse vertegenwoordigers, residerende in het buitenland 1584-1810 (online raadpleegbaar op: http://resources.huygens.knaw.nl/repertoriavertegenwoordigersbuitenland), p. 16-18. IW.M.C. Regt, ‘Christian Rumpf’, in Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek, deel 7, p. 1074-1075.
(4) Nationaal Archief, 1.11.01.01 Aanwinsten Eerste Afdeling, inv.nr. 124: Journaal van Christiaan Constantijn Rumpf, gezant en secretaris in Frankrijk 1672-1674, 10 en 11 december 1672.
(5) Over dit Verdrag: R. Hutton, ‘The Making of the Secret Treaty of Dover, 1668-1670’, The Historical Journal 29:2 (1986), p. 297-318; Luc Panhuysen, Rampjaar 1672, hoe de Republiek aan de ondergang ontsnapte (Amsterdam, 2009). Henrietta Annes rol wordt beschreven in Ettie en Maria Kist, Henriëtte Anne Stuart (1644-1670): een Engelse prinses aan het hof van Lodewijk XIV (Westervoort, 2006). Henrietta Anne staat bekend om de briefwisseling met haar broer, die in 1996 werden uitgegeven: Ruth Norrington, My dearest Minette: the letters between Charles II and his sister Henrietta, Duchesse d’Orléans (Londen, 1996).
(6) Dit zou ook te maken hebben met de voorkeur van Filips I voor mannen; Kist, Henriëtte Anne Stuart, p. 74-83.
(7) Dit meldt Rumpf in zijn brief aan De Witt, maar is ook opgetekend door Henrietta Annes tijdgenote, Madame de la Fayette, die een biografie van Henrietta Anne schreef, Histoire d’Henriette d’Angleterre, Duchesse d’Orléans. Een 19e-eeuwse editie van deze biografie is online raadpleegbaar op: http://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k57809927/f10.image.
(8) Dit is een citaat van de Latijnse dichter Terentius (190-159 v. Chr).
Een Britse piloot heeft een onderonsje met zijn hond op zijn vliegtuig. Nationaal Archief
Het was augustus 1919 en hij, Charles Godefroy, zou de Parijse bevolking…
Koffiedik in een gebruikt filter - cc
De uitdrukking 'koffiedik kijken' is behoorlijk ingeburgerd in het Nederlandse taalgebruik. De…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier