Bij de dood van John P. Meier

/
4 minuten leestijd
Enkele delen uit John P. Meier's reeks 'A Marginal Jew'
Enkele delen uit John P. Meier's reeks 'A Marginal Jew'

Dat is schrikken: drie dagen geleden overleed John P. Meier op tachtigjarige leeftijd. Hij is de auteur van A Marginal Jew, een ooit als driedelig werk begonnen studie over Jezus van Nazaret die uitgroeide tot vijf boeken. Een maand of drie geleden informeerde ik bij mijn boekhandel of de verschijningsdatum van het zesde deel al bekend was, maar dat viel niet te zeggen. Nu weten we dus dat het er niet meer zal komen, al blijf ik hopen dat iemand anders het zal afronden.

Ieder zijn eigen Jezus

Het belang van the increasingly inaccurately named Marginal Jew Trilogy overstijgt de bestudering van de historische Jezus. Om dat te begrijpen, moeten we terug naar het centrale kentheoretische probleem van de oudheidkunde: dataschaarste. Anders dan bij veel andere wetenschappen zit de dynamiek in dit vak niet in de verwerving van nieuwe data maar bij de voortdurend veranderende manieren waarmee onderzoekers omgaan met vrijwel dezelfde, ergerlijk beperkte data. (Oké, archeologen krijgen wel steeds nieuwe data, maar ook daar zit de dynamiek in de voortdurend wisselende interpretatiemodellen.)

Eerste deel van de serie:  The Roots of the Problem and the Person
Eerste deel van de serie: The Roots of the Problem and the Person
Wie te weinig data heeft, neemt het risico zijn eigen opvattingen mee te nemen bij de interpretatie. Het moge duidelijk zijn dat dit zeker speelt in het onderzoek naar Jezus, de grondlegger immers van een nog bestaande religie. Iedereen kan een Jezus schetsen die overeenkomt met zijn eigen opvattingen. SP-politicus Ronald van Raak heeft het bijvoorbeeld weleens gehad over een Jezus die feitelijk socialist was. Dat je je eigen opvattingen op de te schaarse data projecteert, geldt echter voor ieder aspect van het oudheidkundig onderzoek. Daarom vormt de methodologische discussie de kern van deze wetenschap. Alles draait om het vinden van benaderingen om de subjectiviteit te reduceren.

Het hoogste dat oudheidkundigen kunnen bereiken, is een verzameling conclusies die aanvaardbaar is voor mensen van uiteenlopende achtergrond (“intersubjectiviteit”). Wie je ook bent, wanneer je ook leeft, waar je ook woont: je kunt het erover eens zijn dat Sokrates een gifbeker dronk en dat Vergilius de Aeneis schreef.

Criteria

Omdat het zo verleidelijk is een Oudheid te reconstrueren zoals je die zelf wil (“hermeneutisch spiegelbeeld”), gebruiken oudheidkundigen enkele criteria om te komen tot intersubjectiviteit. Dat Hannibal over de Alpen is gekomen, is te lezen in allerlei vrijwel contemporaine bronnen: het is “meervoudig geattesteerd”. De auteurs die zeggen dat Alexander de Grote graag bij zijn vrienden was en daarom weleens iets te veel dronk, kunnen het feit dat de Macedonische koning zich regelmatig bezoop niet ontkennen en proberen het goed te praten: het “criterium van de gêne”. Sommige dingen lijken plausibel omdat ze passen in wat we een bepaalde cultuur weten: de context.

Deze criteria zijn doorgaans impliciet. In het Jezusonderzoek zoals John P. Meier het uitvoerde, is dat echter niet het geval. Sterker nog: de criteria staan centraal. Dat maakt zijn oeuvre belangrijk, ook voor wie de historische Jezus niet speciaal belangrijk vindt. Het is oudheidkundig onderzoek op het scherpst van de snede.

De historische Jezus

Enkele conclusies:

  • Jezus was een leerling van Johannes de Doper (meervoudige attestatie*; het is gênant dat met mensgeworden Woord van God zich liet dopen tot vergeving van zonden).
  • Jezus verkondigde de snelle vestiging van het Koninkrijk van God (gênant, want niet gebeurd).
  • Er was redding voor wie tot inkeer kwam (meervoudige attestatie).
  • Genezingen bewezen dat het Koninkrijk aanbrak (meervoudige attestatie; de vraag is hier niet of Jezus feitelijk mensen genas en zo ja hoe, maar of mensen dit destijds geloofden).
  • Jezus bediscussieerde de Wet van Mozes (context: Jezus zou een rare joodse religieuze leider zijn als hij het niet deed).
  • Jezus had leerlingen, zond apostelen uit en stelde een college in dat de Twaalf heette (meervoudige attestatie, maar ook gênant, want een van de Twaalf zou Jezus verraden).
  • In het Koninkrijk zouden de laatsten de eersten zijn (context: gebruikelijke joodse utopie; meervoudige attestatie).
  • Deze utopie vormde waarschijnlijk politiek dynamiet (straks meer).
  • Jezus creëerde een rel op het Tempelplein (dubbele attestatie; gênant).
  • Jezus werd ondervraagd door Kajafas (dubbele attestatie) en in opdracht van Pilatus gekruisigd (meervoudige attestatie).
  • De leerlingen hadden een paaservaring (meervoudige attestatie).

* – Het criterium van de meervoudige onafhankelijke getuigenis

Misschien vindt u dit lijstje wat bête, maar het zijn conclusies die methodisch zijn bereikt en waar iedereen het over eens kan zijn. Je moet in deze postmoderne tijd terughoudend zijn met het woord “feit”, maar dit is behoorlijk intersubjectief. De oudheidkunde van nu staat, althans in potentie, wetenschappelijk sterker dan een eeuw geleden. Toen Van Raak een rode Jezus wilde schetsen, wierp hij een eeuw geesteswetenschappelijke vooruitgang overboord. Wie denkt dat pseudowetenschap in de Nederlandse politiek een recente ontwikkeling is, heeft zitten slapen.

Er zijn nog zeven andere criteria, die ik hier laat rusten. Uiteraard zijn deze criteria niet onbesproken gebleven, bekritiseerd en verfijnd. Het onderzoek gaat, hierop voortbouwend, langs nieuwe banen verder.

Wat niet afkwam

Zoals gezegd groeide Meiers trilogie uit tot vijf delen en bleef het zesde onvoltooid. In het eerste deel, verschenen in 1991, zette Meier de criteria uiteen en bediscussieerde hij zaken als de bronnen, het Testimonium Flavianum, Jezus’ levensjaren (5 v.Chr. – 30 na Chr.) en zijn taal (Aramees). In het drie jaar later verschenen tweede deel kwamen Jezus’ mentor Johannes de Doper en de boodschap van het naderende Koninkrijk Gods ter sprake. Dit laatste hield ook een bespreking in van de wonderverhalen.

Op deel drie moesten we wachten tot 2001: het plaatste Jezus tegenover en te midden van zijn leerlingen, zijn concurrenten en andere partijen. Geen mens is immers een monade, zelfs een mensgeworden God niet. Het beste deel was het vierde, uit 2009, waarin Jezus’ halachische posities aan bod kwamen. Ik behandelde het hier. De historische Jezus was immers een jood en een joodse Jezus besprak de Wet van Mozes. Het laatst-verschenen deel ging over de gelijkenissen, waarvan er maar vier door de toetsing kwamen. Ik schreef er hier over.

In het zesde deel had John P. Meier Jezus’ dood zullen beschrijven. Wat was aanstootgevend aan Jezus’ gedrag? Het zal hebben gelegen in de claim dat Jezus de messias was, in de utopie waarin de armen de eersten zouden zijn en Kajafas en Pilatus de laatsten, en in de rel op het Tempelplein. Iets anders kan het niet zijn. Ik had echter graag gelezen hoe Meier het probleem had beschreven.

~ Jona Lendering
Historicus, webmaster van Livius.org en docent bij Livius Onderwijs. Hij publiceerde verschillende boeken. Zie ook: mainzerbeobachter.com en grondslagen.net

Abonneer
Stuur mij een e-mail bij
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Eerder gepubliceerd

De ondergang van de abdij van Egmond in 1573

Hierna verschenen

De heilige Veronica – De vrouw die het gezicht van Jezus droogde

0
Reageren op dit bericht?x