Coalities met dezelfde partijen hebben geschiedenis tegen

Zicht op Vak K, het deel van de plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer waar kabinetsleden tijdens debatten zitting nemen
Zicht op Vak K, het deel van de plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer waar kabinetsleden tijdens debatten zitting nemen (CC BY 2.0 -JvL- wiki)

Dat binnenkort het vierde kabinet-Rutte zal aantreden staat wel vast. Het is een coalitie van VVD, D66, CDA en ChristenUnie. Precies dezelfde partijen die de afgelopen vier jaar ook regeerden.

Een kabinet dat uit dezelfde partijen bestaat als het vorige komt in de parlementaire geschiedenis niet zo vaak voor. Na de rooms-rode coalities van Willem Drees in de jaren vijftig gebeurde dat maar twee keer: Lubbers II en Kok (of Paars) II. Beide kabinetten waren geen doorslaand succes en ze kwamen voortijdig ten val.

Allebei luidden ze een nieuw tijdvak in. Na de bezuinigingsjaren van Lubbers I en II, waarin CDA en VVD een no-nonsensebeleid voerden, volgde de ‘sociale vernieuwing’ van CDA en PvdA. En na Paars II kwam Balkenende I, een coalitie waarin CDA en VVD samen met de LPF van de kort daarvoor vermoorde Pim Fortuyn de puinhopen van Paars trachtten op te ruimen.

Overheidsschuld

Lubbers II verscheen op het bordes in 1986. In de vier jaar daarvoor had Lubbers I de tering niet zonder resultaat naar de nering weten te zetten. Met maatschappelijk omstreden ingrepen weliswaar, maar de werkgelegenheid trok aan en de overheidsschuld liep terug. Premier en CDA-leider Ruud Lubbers mocht bij de Kamerverkiezingen dan ook negen zetels winst incasseren, voor die tijd een sensatie. Die negen zetels gingen echter ten koste van de VVD, die er evenveel kwijtraakte.

Aan de meerderheid van de regeringscoalitie veranderde dus niets, maar wel aan de verhoudingen binnen het kabinet. Lubbers II mocht dan uit dezelfde partijen bestaan als zijn voorganger, het was duidelijk wie het in het nieuwe kabinet voor het zeggen had: Lubbers en zijn partijgenoten. Vrijwel vanaf het begin zorgde dat voor wrijvingen met de VVD. Pas na drie jaar overigens bleken de liberalen zo moe gepest dat ze een kabinetscrisis veroorzaakten. Ze grepen daartoe een plan aan om het belastingvoordeel voor forenzen (het reiskostenforfait) te schrappen. Dat dit een idee van hun eigen milieuminister Ed Nijpels was kon ze toen blijkbaar niets meer schelen.

Krantenkop in De Telegraaf over de vol van het tweede kabinet Lubbers - 3 mei 1989
Krantenkop in De Telegraaf over de vol van het tweede kabinet Lubbers – 3 mei 1989 (Delpher)

Ook Paars (of Kok) II was de opvolger van een zeer geslaagd kabinet, namelijk Paars I. Dit samenwerkingsverband van PvdA, VVD en D66 was niet alleen politiek vernieuwend (het eerste kabinet zonder CDA sinds 1918), het wist ook de overheidsfinanciën te saneren en de banengroei krachtig te bevorderen. Net als Lubbers I dus.

PvdA en VVD werden hiervoor in 1998 door de kiezer beloond met een fraaie verkiezingswinst. D66 daarentegen, dat zich zo had ingespannen om Paars op de been te helpen, raakte tien zetels kwijt. Voor een meerderheid was de partij niet eens meer nodig: PvdA en VVD hadden samen al voldoende zetels. Dat de democraten toch meededen kwam alleen doordat hun twee grote broers het niet aandurfden om met zijn tweeën te regeren. Ze wisten D66 te bewegen om toch in de coalitie te stappen.

Meevallers

Paars II was, hoewel precies hetzelfde van samenstelling, lang niet zo geslaagd als Paars I. PvdA en VVD ruzieden vanaf het begin over de besteding van alle financiële meevallers die het kabinet om de oren vlogen. D66 steunde meestal de PvdA, maar kon geen moment zijn stempel op het beleid te drukken. Bovendien raakte de partij nog het cadeautje kwijt dat haar in de kabinetsformatie was toegezegd. Door een tegenstem van VVD-senator Hans Wiegel sneuvelde het wetsvoorstel voor een correctief referendum. Dat had een – snel weer gelijmde – kabinetsbreuk tot gevolg.

Bordesscène van de ministers van het kabinet-Kok II, 3 augustus 1998 (Rijksoverheid)
Bordesscène van de ministers van het kabinet-Kok II, 3 augustus 1998 (Rijksoverheid)
De drie partijen modderden voort, zenuwachtig reagerend op de groeiende populariteit van Fortuyn. Een maandje voor de verkiezingen van 2002 trokken ze zelf maar de stekker eruit. Formeel om boete te doen voor de dramatische gebeurtenissen in Srebrenica, die zich in 1995 (dus tijdens Paars I) hadden voorgedaan. Maar de opkomst van het populisme zal zeker ook een rol hebben gespeeld.

Is hiermee gezegd dat een kabinet automatisch een moeizame toekomst wacht als het qua samenstelling niet afwijkt van het vorige? Nee, want de geschiedenis herhaalt zich lang niet altijd, en zeker niet op dezelfde manier. Er is trouwens ook een duidelijk verschil met Lubbers II en Paars II. Die twee kabinetten hadden een succesvolle voorganger. Maar niemand zal het in zijn hoofd halen Rutte III zo te noemen.

~ Fons Kockelmans

Lees ook: De paarse kabinetten Kok I en Kok II (1994-2002)
…of: Het plotselinge aftreden van Paars II

Bekijk meer over:

Politieke geschiedenis

Categorieën

Vorige verhaal

Politiek in het voetbalstadion

Volgende verhaal

NAVO – De ontstaansgeschiedenis

Onze belangrijkste rubrieken: