Cyrus II, ook bekend als Cyrus de Grote of Cyrus van Perzië, was de stichter van het Perzische Rijk. Als Sjahansjah, koning van koningen, veroverde hij onder andere Medië, Lydië en Babylon. Hij behoorde tot het geslacht der Achaemeniden, de voornaamste familie binnen de Pasargadae, de belangrijkste Perzische stam. Het Achaemenidische koningshuis zou regeren tot het Perzische Rijk in 330 v.Chr. wordt verslagen door Alexander de Grote. Ook Darius en Xerxes I, twee andere beroemde Perzische heersers, behoren tot de Achaemeniden.
Man van twee horens

Cyrus is ergens tussen 600 en 576 v.Chr. geboren. We weten weinig van zijn jonge jaren. Wat we weten, is ons vooral overgeleverd door Herodotus. Volgens de legendarische historicus droomt Astyages, de koning van Medië, dat zijn kleinzoon hem van de troon zal stoten. De vorst is vastbesloten dit noodlot af te wenden. Hij huwt zijn dochter Mandane uit aan Cambyses, vorst van AnshÄn, een nietig Perzisch vazalstaatje van het machtige Medië.
Wijnstok
Als Mandane zwanger is, droomt Astyages weer. Tussen de benen van zijn dochter groeit een wijnstok. De plant groeit en groeit tot deze een schaduw werpt over heel Azië. Astyages geeft zijn hofdienaar Harpagus bevel het inmiddels geboren kind te vermoorden. De dienaar kan dit echter niet over zijn hart verkrijgen. Hij geeft de zuigeling aan een herder die zich over Cyrus ontfermt en opvoedt.
De jonge Cyrus groeit op. Zijn adellijke gedrag en voorkomen, en de gelijkenissen met zijn grootvader, blijven niet onopgemerkt. Astyages ziet dit ook. Hij ondervraagt Harpagus en ontdekt het verraad. De vorst laat de hofdienaar als wraak zijn eigen zoon opeten.
Opstand
In 552 v.Chr. overlijdt Cambyses van AnshÄn en zeven jaar later bestijgt Cyrus de troon. De vazalstaat komt in opstand tegen de Medische overheersing. Met hulp van de overgelopen Harpagus, door Astyages benoemd tot opperbevelhebber, verovert Cyrus in 549 uiteindelijk de stad Ecbatana en hiermee het Medische Rijk. Cyrus is nu heerser van Meden en Perzen. Niet ver van Persepolis zal hij zijn hoofdstad Pasargadae bouwen.
Cyrus neemt de titel ‘Koning van Perzië’ aan. Arsames, onder de Meden koning van de Perzen, moet zijn positie afstaan. Arsames’ kleinzoon Darius de Grote zal later Sjahansjah worden.
Pteria

Dromedarissen
Terwijl Croesus zich schuilhoudt in Sardis, vraagt hij zijn bondgenoten tevergeefs om hulp tegen de Perzen. Op de vlakte van Thymbra, ten noorden van Sardis, vecht Cyrus de beslissende veldslag tegen de restanten van het Lydische leger. Op advies van Harpagus positioneert hij zijn dromedarissen voor zijn infanterie. De Lydische paarden, niet gewend aan de geur van deze dieren, raken in paniek en het leger van Croesus slaat uiteindelijk op vlucht. Na een belegering van 14 dagen valt ook de hoofdstad. Lydië is in handen van de Perzen.
Opis

Op tien oktober valt de stad Sippar zonder slag of stoot in handen van Cyrus. De Babylonische bevelhebbers geven zich over na onderhandelingen en voorkomen zo een gewapend treffen. Nabonidus vlucht van Sippar naar Babylon. Cyrus’ troepen trekken naar de hoofdstad en kunnen daar op twaalf oktober gewoon naar binnen lopen. Geen weerstand, geen verzet. Volgens Herodotus hebben de Perzen de Eufraat omgeleid zodat het waterpeil zakte. Ze konden de rivier doorwaden en zo ’s nachts Babylon binnengaan. Op 29 oktober gaat Cyrus zelf de stad, neemt Nabonidus gevangen en roept zichzelf uit tot koning.

Cyruscilinder van Cyrus de Grote
Een van de voornaamste bronnen over de Mesopotamische campagne van Cyrus de Grote zijn de ‘kronieken van Nabonidus’. Dit is een verzameling kleitabletten dat verhaalt over de Babylonische oudheid. Daarnaast is er informatie overgeleverd via de Cyruscilinder, een cilinder van klei waarop Cyrus zijn daden propageert en zich als bevrijder van Babylon profileert.
“Ik ben Cyrus, koning van de wereld, de grote koning, de machtige koning, de koning van Babylon, de koning van de vier werelduiteinden. […]
Van Babylon tot Aëëur en Sousa, van Akkad, Eënunna, Zamban, Me Turnu en Der tot aan gebied van het land Gutium, heilige steden aan de overzijde van de Tigris, die daar van oudsher opgegeven waren – de goden die er wonen deed ik naar hun plaats terugkeren en een eeuwige woonplaats vestigde ik voor hen.
Al hun mensen verzamelde ik en deed hen naar hun woonplaatsen terugkeren en de goden van het land Babylonië, die Nabonidus tot woede van de heer der goden naar Babylon gebracht.had, liet ik op bevel van Marduk, de grote heer, in welbevinden, in hun onderkomens een woonplaats naar hartenwens bewonen.”
(fragment uit de Cyruscilinder. Bron: J. Lendering, Oorlogmist. Amsterdam 2006. pag. 29)
Massageten
