//

De Boerenpartij – de affaire-Adams

Koekoek en Adams in de auto na afloop van het debat in de Eerste Kamer, 4 oktober 1966
Koekoek en Adams in de auto na afloop van het debat in de Eerste Kamer, 4 oktober 1966 (CC BY-SA 3.0 nl - SPAARNESTAD PHOTO/NA/Anefo/Koch - wiki)
In het derde artikel van deze serie werd ingegaan op de eerste successen en de electorale doorbraak van de partij. In dit artikel gaat het over de affaire-Adams en zijn gevolgen.

Adams naar de Eerste Kamer

Het grote succes van de Boerenpartij bij de verkiezingen van 1966 bleek ironisch genoeg ook de oorzaak van neergang van die partij. In de zomer en herfst van dat jaar braken er conflicten uit binnen de partij. Het begon met een affaire rond één van de twee nieuwe leden die de Boerenpartij mocht afvaardigen naar de Eerste Kamer. Ir. Hendrik Adams – geboren in 1900 en al jarenlang een vertrouweling van Koekoek – werd ervan beschuldigd ‘fout’ te zijn geweest in de Tweede Wereldoorlog.

Het dagblad de Nieuwe Rotterdamse Courant (NRC) onthulde op 27 juni 1966 – tien dagen voor de verkiezing van de Eerste Kamer door de leden van Provinciale Staten – dat Adams, die op nummer één stond van de Eerste Kamerlijst van de Boerenpartij, na de oorlog was veroordeeld voor collaboratie. Hij was in de oorlogsjaren lid geweest van een nazistische splinterpartij – de Nationaal-Socialistische Nederlandsche Arbeiderspartij (NSNAP), een partij nog extremer dan de NSB – en ook schreef hij voor het antisemitische blad De Misthoorn. Hij ondertekende in die tijd zijn brieven met Heil Hitler. Op grond van zijn oorlogsverleden was hij ontslagen als rijkspluimveeconsulent; verder was hij veroordeeld tot een internering van één jaar en zeven maanden.

Koekoek reageerde terughoudend op de beschuldigingen aan het adres van Adams. Hij had kennis genomen van het NRC-artikel. Hij kende Adams al jaren en die had hem altijd verzekerd dat hij een ‘brandschoon’ verleden had. De in de krant genoemde feiten waren hem niet bekend; hij wilde bewijzen zien:

‘In de kranten wordt zoveel geschreven’.

Adams van zijn kant ontkende de beschuldigingen. Tegen een krant zei hij dat hij weliswaar was veroordeeld, maar dat ‘zijn instelling bij de zuivering verkeerd [was] beoordeeld’. Tegen een andere krant zei dat hij geen lid of sympathisant van de NSB of de NSNAP was geweest; tijdens de bezetting en daarvoor was hij zelfs ‘uitgesproken anti-NSB’.

Ondanks de ernstige beschuldigingen bleef Adams op de kandidatenlijst van de Boerenpartij staan. Op 6 juli 1966 werd hij verkozen tot lid van de Eerste Kamer.

Adams aan het woord in de Eerste Kamer, 4 oktober 1966
Adams aan het woord in de Eerste Kamer, 4 oktober 1966 (CC0 – Anefo – wiki)

Vechtpartij

Op 20 september 1966 werd Hendrik Adams beëdigd tot lid van de Eerste Kamer. Bij die gelegenheid vroeg VVD-senator ir. J. Baas direct na het officiële gedeelte het woord voor een ‘persoonlijk feit’. Baas herhaalde de eerder geuite beschuldigingen tegen Adams en voegde daar enkele persoonlijke ervaringen aan toe. Baas vertelde dat hij Adams in het landbouwonderwijs had leren kennen; zij gaven in Emmen les aan dezelfde school. Tijdens de oorlogsjaren had Adams in de klas systematisch gepleit voor samenwerking met de bezetter. Toen Baas daar met anderen tegen protesteerde had hij Baas bedreigd:

‘Ik, Adams, zal ervoor zorgen, dat jij zo spoedig mogelijk wordt gedeporteerd’.

Nu, meer dan twintig jaar later, kruisten hun wegen zich weer. Had Adams iets geleerd van zijn fouten? Baas:

‘Indien ik de overtuiging zou hebben, dat de heer Adams begrepen zou hebben, waarom hij veroordeeld werd en het kiesrecht verloor, en dat hij tot het inzicht zou zijn gekomen, dat hij fout is geweest, zou er voor mij een mogelijkheid zijn geweest hem te vergeven’.

Over de vuistslag in Het Vrije Volk, 21 september 1966.
Over de vuistslag in Het Vrije Volk, 21 september 1966. (Delpher)
Maar zolang Adams geen spijt had betuigd over zijn gedrag tijdens de oorlog kon en wilde hij niet met hem samenwerken. Na afloop van het debat volgde in de koffiekamer van de Eerste Kamer een woordenwisseling. Adams stormde daar ‘schuimbekkend’ op Baas af en riep tegen hem: ‘Jij proleet, het zijn allemaal leugens’, waarop Baas (die bokste) hem een vuistslag gaf. De andere senatoren moesten de heren uit elkaar halen. Een krant sprak van een ‘[o]ngekend incident’ in het Kamergebouw.

Koekoek zei na het incident dat Baas zijn verklaring uit zijn duim had gezogen: ‘Laat hem dat maar bewijzen’. Hij kende Adams al heel lang, al van voor de oorlog. Koekoek: ‘Adams is een goed vaderlander, die nooit iemand kwaad heeft gedaan’.

Het incident leidde tot een storm van publiciteit. Baas kreeg veel steun, waaronder van twee anderen die ook door Adams waren bedreigd. Verder werden meer details over Adams’ oorlogsverleden onthuld, onder meer over zijn schrijverij in het antisemitische blad De Misthoorn.

Op 4 oktober kreeg Adams de gelegenheid zich in de Eerste Kamer te verweren tegen de aantijgingen van Baas, weer in de vorm van een ‘persoonlijk feit’. Hij stelde daar dat Baas ‘leugens’ en ‘verdachtmakingen’ naar voren heeft gebracht: ‘de tijd [heeft] intussen […] bewezen, dat er van werkelijke deportatie van de heer Baas geen sprake is geweest’. Verder zei hij dat hij ‘nooit en te nimmer tegenover welke Nederlander ook verraad [had] gepleegd’. Vervolgens probeerde hij in te gaan op de achtergronden van de beschuldigingen van Baas; hij zag een samenzwering tegen de Boerenpartij, ook vanuit de media. Na Adams mocht Baas reageren. Die zag nog steeds geen basis voor samenwerking met Adams. Daarna kwamen, na een schorsing van een uur, de verschillende fracties aan het woord. Omdat Adams geen spijt betuigde over zijn gedrag tijdens de oorlog weigerden ook andere fracties met hem samen te werken. Tot slot kreeg Adams nog het woord; hij escaleerde het debat toen door ook andere politici te beschuldigen van ‘fout’ gedrag in de oorlog. Het debat in de anders zo kalme Eerste Kamer eindigde in chaos.

In het partijblad De Vrije Boer schreef Koekoek over een hetze van de hele pers, inclusief radio en televisie, tegen de Boerenpartij. Hij benadrukte dat niemand met bewijzen tegen Adams was gekomen, niet in de Eerste Kamer en niet in de media. Hij wilde Adams niet per se verdedigen; maar hij mocht hem – die immers democratisch was verkozen door de partijleden – pas afvallen als daarvoor geldige redenen waren, en die had hij nog niet gezien.

Ook in de Tweede Kamer kwam de affaire rond Adams aan de orde. Op 11 oktober – tijdens de Algemene Beschouwingen – uitten enkele fractieleiders scherpe kritiek op de Boerenpartij; het ging over de partij in het algemeen en over de omgang met de kwestie Adams in het bijzonder. Marcus Bakker (CPN): ‘Het ware karakter van de Boerenpartij is nu gelukkig aan het licht aan het komen’. Hij suggereerde een onderzoek te starten naar een verbod van de Boerenpartij.

Op 12 oktober sloeg Koekoek terug; hij beschuldigde op zijn beurt het VVD-Kamerlid Zegering Hadders van een ‘fout’ oorlogsverleden. Die was vrijgesproken van eerdere beschuldigingen aan zijn adres, waarop Koekoek suggereerde dat hij waarschijnlijk ‘kruiwagens’ had. Daarna beschuldigde Koekoek ook min of meer prominente leden van andere partijen, dit op basis van brieven die hij had ontvangen van mensen uit het land. Hij kon zijn beschuldigingen niet goed onderbouwen, maar wilde ze ook niet terugnemen. Omdat hij die maar bleef herhalen kreeg hij een motie van afkeuring aan zijn broek. Die nam de Tweede Kamer aan met 109 tegen 2 (van de Boerenpartij) stemmen. Een motie van afkeuring tegen een Kamerlid was (en is) zeer ongebruikelijk.

Uiteindelijk stapte Adams uit eigen beweging op. Op 15 oktober schreef hij in zijn ontslagbrief aan de voorzitter van de Eerste Kamer (die op 25 oktober in de Kamer werd voorgelezen) dat hij onwaardig was bejegend. Dat was voor hem onaanvaardbaar, dus stapte hij op. Ook in die brief nam hij geen enkele afstand van zijn verleden.

Hooggeleerde Heer, Professor Mazure,
De onwaardige en bovenal onwettige bejegening, welke ik gedurende de twee voorafgaande vergaderingen, in een vijandige sfeer van alle Ned. politieke partijen en onder Uwe — weinig gezaghebbende — leiding heb moeten ondergaan, is voor een eerlijke Nederlander onaanvaardbaar en het is enkel op grond van deze overweging, dat ik U hierbij mijn terugtrekken, als officieel gekozen afgevaardigde van de Boerenpartij in deze Senaat meedeel.
Hoogachtend,
(w.g.) Ir. H. Adams

Adams werd opgevolgd door J. de Groote uit Beilen.

De Boerenpartij leerde kennelijk van haar fouten. Partijblad De Vrije Boer van 5 november 1966 formuleerde de nieuwe eisen die werden gesteld aan vertegenwoordigers van de partij. Het derde punt was: ‘Vrij zijn van politieke smetten en te goeder naam bekend staan’.

Over de gevolgen van de vuistslag in het Algemeen Dagblad, 22 september 1966.
Over de gevolgen van de vuistslag in het Algemeen Dagblad, 22 september 1966. (Delpher)

Conflicten in de partij

Na juni 1966 volgden meer onthullingen in de kranten over de Boerenpartij. Nu bleek dat er – naast Adams – onder de gekozenen van die partij in de gemeenteraden en de Staten meer mensen waren met een besmet oorlogsverleden. Dat leidde tot veel negatieve publiciteit in de media. Verder leidde dat binnen de Boerenpartij tot weerstand tegen Koekoek en tot conflicten.

Al in augustus 1966 schreven de kranten over de eerste leden van de Boerenpartij die de partij verlieten; ze wilden niet in één partij met Adams. Koekoek bleef – ondanks protesten – Adams de hand boven het hoofd houden; hij stelde geen onderzoek in en schorste hem niet. Hij zei Adams niet te laten vallen, zolang niet bewezen was dat hij lid van de NSB geweest was (wat overigens niemand had beweerd; hij was lid van de NSNAP).

Na het incident in de Eerste Kamer (op 20 september) lieten verschillende leden van de Boerenpartij blijken verontrust te zijn. De weken daarna liepen de spanningen verder op. De groep verontruste leden groeide gestaag. De partij was in grote problemen.

Tot slot

Na het vertrek van Adams was het duidelijk: oud-politiek delinquenten die geen afstand namen van en spijt betuigden over hun ‘foute’ verleden werden niet geaccepteerd in de hoogste politieke gremia. En politici die dat niet inzagen – zoals Koekoek – konden rekenen op scherpe afkeuring.

Het voormalige lid van de Boerenpartij ir. W. Stam schreef (in De Telegraaf van 29 juni 1968) dat Koekoek in de kwestie-Adams een enorme politieke blunder had begaan en zo de sympathie van een groot deel van zijn aanhang had verspeeld:

‘Zijn boerenslimheid liet hem ditmaal […] in de steek’.

~ Jan de Vetten

Artikelen in deze serie: Geschiedenis Van De Boerenpartij
Ook interessant: De Boerenpartij – inleiding

Bronnen

Boeken, artikelen:
– Jaap van Donselaar, Fout na de oorlog. Fascistische en racistische organisaties in Nederland 1950-1990 (Amsterdam 1991).
– Ida J. Terluin, 100 jaar boer Koekoek (Groningen 2012).
– Koen Vossen, De andere jaren zestig. De opkomst van de Boerenpartij (1963-1967), in: Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen Jaarboek 2004 (Groningen 2004).

Internet:
– W. Slagter, ‘Koekoek, Hendrik (1912-1987)’, in: Biografisch Woordenboek van Nederland. URL:http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn4/koekoek.
– Koekoek, H. (Hendrik): https://www.parlement.com/id/vg09ll2bsbtl/h_hendrik_koekoek.

Archieven:
– Het tijdschrift De Vrije Boer. Veertiendaags orgaan van de Landelijke Vereniging voor Bedrijfsvrijheid in de Landbouw (1948?-1967) is in te zien bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.
– Op de website van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) is veel materiaal te vinden over de Boerenpartij, waaronder de verkiezingsprogramma’s en het beginselprogramma: https://dnpp.nl/dnpp/pp/bp.

Kranten:
– Diverse dagbladen via Delpher: zie www.delpher.nl.

Nooit uitgelezen

Historiek is uw online geschiedenismagazine. Ons archief bevat duizenden artikelen. Bekijk hier onze alfabetische onderwerplijst en blijf lezen. Of bekijk onze tips op de voorpagina.

Meer informatie of samenwerken? Klik dan hier. Heeft u zelf een artikel dat u wilt publiceren, mail ons dan.

Doorzoek ons archief: