Dark
Light

Edict van Nantes (1598) – Godsdienstvrijheid voor Hugenoten

2 minuten leestijd
Edict van Nantes
Edict van Nantes

In 1598 vaardigde de Franse koning Hendrik IV het Edict van Nantes uit, waarmee de hugenoten een belangrijke mate van godsdienstvrijheid kregen.

Edict van Nantes
Edict van Nantes
Hugenoten waren de Franse aanhangers van de Franse-Zwitserse theoloog en kerkhervormer Johannes Calvijn. Deze protestanten hadden het in Frankrijk lange tijd niet eenvoudig. Na de Bartholomeüsnacht van 1572 was een gewelddadige strijd losgebarsten tussen katholieken en hugenoten. In enkele maanden tijd werden naar schatting ongeveer 20.000 protestantse hugenoten gedood. Met het Edict van Nantes kwam een einde aan een periode van zogenaamde Hugenotenoorlogen.

Koning Hendrik IV was zelf vroeger hugenoot geweest, maar later overgestapt op het katholicisme. Het Edict van Nantes wordt gezien als een van zijn bekendste daden. In het edict formuleerde hij een religieus compromis voor Frankrijk. De hugenoten, die ongeveer een tiende deel van de bevolking uitmaakten, kregen belangrijke rechten toegekend. De belangrijkste punten:

  • gewetensvrijheid in heel Frankrijk
  • recht godsdienstoefeningen te houden in:
    • hiervoor al in gebruik zijnde kerken;
    • kastelen van protestantse edelen
    • …en in één stad per district (behalve Parijs)>
  • volledige burgerrechten (vrije handel, erfrecht, toegang tot ambten, enz.)
  • het bezetten van de helft van de zetels in de handelskamers
  • het houden van synoden in honderd ‘veiligheidsplaatsen’
  • het recht van het leggen van een door de koning bezoldigd garnizoen

Richelieu bij het Beleg van La Rochelle
Richelieu bij het Beleg van La Rochelle
In feite werden in het Edict van Nantes de rechten bevestigd die eerder in het Edict van Poitiers of de Vrede van Bergerac (1577) waren vastgelegd. Het edict gaf de hugenoten dezelfde burgerrechten als de katholieken. In vier grote provinciale rechtbanken of parlementen kregen ze bijvoorbeeld net zoveel leden als de katholieken. Dit moest een eerlijke rechtspraak waarborgen. Verder kregen de hugenoten onder meer het recht om een leger van 25.000 man te onderhouden.

“Ik wil nu koning zijn”

Nadat het edict was uitgevaardigd protesteerden zowel de katholieke kerk als de parlementen in Frankrijk. Het Parlement van Parijs weigerde het edict aanvankelijk in te schrijven. Iets wat nodig was om het edict kracht van wet te geven.

Koning Hendrik IV was echter vastbesloten en zou de volgende woorden gesproken hebben:

“Ik wil nu koning zijn en spreek als koning. Ik wil gehoorzaamd worden. Weliswaar vormen de mensen van het gerecht mijn rechterarm, maar als het koudvuur mijn rechterarm aangestoken heeft, moet de linker hem afhakken”.

Deze woorden maakten kennelijk indruk. Het edict werd alsnog ingeschreven.

Het Edict van Nantes had onder meer tot gevolg dat er zogenaamde pandsteden (places de sûreté / vrijsteden) ontstonden.

Aan de vrijheid en betrekkelijke onafhankelijkheid van de protestanten maakte kardinaal De Richelieu (1624-1661) een eind. Deze kardinaal, die de functie van eerste minister had, ontnam de hugenoten hun politieke rechten en was een fel tegenstander van de pandsteden van de hugenoten. Hij slaagde erin de hugenoten hun pandsteden te ontnemen. De laatste vrijstad die de hugenoten over hadden, La Rochelle, werd in 1628 na een beleg van drie jaar door Richelieu ingenomen.

Lees ook: De Franse Bartholomeüsnacht en de Nederlanden

×