De Eed op de Kaatsbaan (ook wel Eed in de Kaatsbaan) van 20 juni 1789 wordt algemeen beschouwd als de eerste aanzet tot de Franse Revolutie. Vertegenwoordigers van de zogeheten derde stand, die drie dagen eerder een eigen Nationale Vergadering (Assemblée nationale) hadden gevormd, beloofden toen niet uiteen te gaan voordat zij overeenstemming hadden bereikt over een nieuwe grondwet voor Frankrijk.
De eed was bijzonder. De derde stand – bestaande uit burgers, boeren en de rest van de bevolking buiten adel en geestelijkheid (de eerste en tweede stand) – was in de Franse Staten-Generaal altijd nadrukkelijk ondergeschikt aan de andere twee standen. Ze werd bovendien door de koning buitengesloten van de officiële vergaderingen. Tijdens de beroemde eed riepen de vertegenwoordigers van de derde stand zichzelf uit tot de enige nationale vergadering van Frankrijk. Dit uit protest tegen het weigeren van een gezamenlijke vergadering van alle standen, waardoor de derde stand weinig invloed had.
Een belangrijke vergadering
Tijdens een zeldzame zitting van de Staten-Generaal, die belegd werd omdat een staatsbankroet dreigde, kwamen de vertegenwoordigers van de drie standen op 5 mei 1789 samen. Hoewel minister Jacques Necker liet weten er geen problemen mee te hebben dat de derde stand evenveel vertegenwoordigers had als de andere twee standen samen, bleek dat de koning niets zag in een permanente samenvoeging van de standen, een langgekoesterde wens van de burgerij. Wat de koning betreft bleven de verschillende standen afzonderlijk van elkaar opereren. Voor de derde stand was het vooral nadelig dat er niet hoofdelijk werd gestemd, maar per stand. Dit betekende in de praktijk dat de burgerij, ondanks haar grote aantal vertegenwoordigers, steeds geconfronteerd werd met een numerieke meerderheid van de eerste en tweede stand. Zij konden de derde stand zo eenvoudig overstemmen, aangezien het altijd ’twee stemmen tegen één’ was.

Terwijl de adel en de geestelijkheid hierna gewoon aan de slag gingen, op de manier zoals de koning dat graag zag, besloten de leden van de derde stand demonstratief het werk neer te leggen. De vertegenwoordigers bleven hun vergaderingen houden in een ruimte die groot genoeg was om met de drie standen tegelijkertijd te vergaderen. In de weken hierna werd er volop overlegd en bleken ook verschillende leden van de adel en geestelijkheid wel voor een samenvoeging te zijn, maar een echte doorbraak kwam er niet.
Een Nationale Vergadering
Op 17 juni besloten de vertegenwoordigers van de derde stand de zaken op scherp te zetten. De vertegenwoordigers riepen zichzelf uit tot Nationale Vergadering, ter onderstreping van het feit dat ze zich als de enige echte vertegenwoordiging van het Franse volk beschouwden. Kort hierna werd duidelijk dat een meerderheid van de geestelijkheid zich achter de Nationale Vergadering schaarde en ook enkele edellieden steunden de burgerij, onder wie de graaf van Mirabeau.
In Parijs was het in de tussentijd zeer onrustig. De bevolking roerde zich en op allerlei plekken vond men pamfletten waarin stelling genomen werd tegen de leden van de eerste en tweede stand en op straat werden afgevaardigden zelfs fysiek belaagd. De aartsbisschop van Parijs kreeg bijvoorbeeld een steen tegen zijn hoofd en werd met modder besmeurd. Na lang twijfelen besloot de koning op 20 juni in actie te komen. Hij liet het Kasteel van Versailles, waar de door hem niet erkende Nationale Vergadering bijeen wilde komen, sluiten. Officieel omdat de ruimte klaargemaakt moest worden voor een koninklijke zitting van de Staten-Generaal die drie dagen later moest plaatsvinden, maar in werkelijkheid ging het er puur om de derde stand te dwarsbomen. Terwijl de deuren gesloten bleven, stonden honderden afgevaardigden onverwachts buiten in de regen tegenover de lijfwacht van de koning…

De vertegenwoordigers lieten zich echter niet kisten. Een van hen, dokter Joseph-Ignace Guillotin (de man naar wie later de beruchte guillotine werd vernoemd), stelde voor dan maar samen te komen in de Salle du jeu de Paume, de nabijgelegen kaatsbaan. Daar zwoeren de vertegenwoordigers vervolgens plechtig dat ze hun eigen parlement pas zouden ontbinden als er een nieuwe Franse grondwet was. In de woorden van de Parijse afgevaardigde Jean Sylvain Bailly:
…dat wij zweren niet uit elkaar te zullen gaan en te blijven samenkomen telkens als de nood roept, tot de grondwet van het koninkrijk is vastgelegd en formeel is bekrachtigd.

Een nederlaag voor de koning
Twee dagen later werd ook de kaatsbaan gesloten. De graaf van Artois, een broer van de koning, huurde de ruimte af zodat er niet meer vergaderd kon worden. De geest was echter definitief uit de fles. De afgevaardigden weken uit naar de Kathedraal van Versailles. Inmiddels kozen steeds meer leden van de andere standen partij voor het nieuwe nationale parlement. En op 27 juni 1789 zag koning Lodewijk XVI zich hierdoor genoodzaakt de Nationale Vergadering officieel te erkennen. Afgevaardigden van de adel en geestelijkheid in de Staten-Generaal kregen hierna opdracht ook zitting te nemen in het nieuwe orgaan. Dit werd beschouwd als een overwinning voor de Franse burgerij en een duidelijke nederlaag voor de koning en reactionaire adel, die zich immers steeds tegen samenvoeging van de drie standen hadden uitgesproken.
-De Franse Revolutie I – Johan Op de Beeck (Horizon)
De Franse Revolutie (1789)
Guillotine werd vernoemd naar een dokter die tégen de doodstraf was
Bestorming van de Bastille (1789) – Begin van de Franse Revolutie
Slag bij Waterloo (1815) – De definitieve nederlaag van NapoleonBoek: De Franse Revolutie - Johan Op de BeeckBlijf op de hoogte van nieuwe artikelen
Geschiedenis onder de guillotine
De Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger uit 1789