In 1945 bedacht de Nederlandse hoogleraar George van den Bergh een alternatief voor de zomertijd: de zogeheten Euroklok. Met speciale klokken zou de overgang van winter- naar zomertijd geleidelijk verlopen, zonder abrupte tijdsprongen.

In 1945 publiceerde de professor een boekje waarin hij zijn plannen voor het eerst uit de doeken deed. Later werd dit werkje nog verschillende keren uitgebracht onder de titel De Euroklok – Een eenheidsstelsel van klokhervorming voor geheel Europa ten Westen van het IJzeren Gordijn. George van den Bergh bepleitte hierin de invoering van speciale klokken die tussen 22 december en 21 juni elke dag 50 seconden voorliepen en daarna weer elke dag 50 seconden achter. Daarmee zou men in de zomer op het hoogtepunt uiteindelijk maar liefst 2,5 uur voorlopen op de wintertijd. En omdat de overgang gelijkmatig verliep, had niemand er last van.
In reactie op critici die de professor verweten dat hij aan de seconde morrelde, stelde Van den Bergh dat die tijdseenheid wat hem betreft helemaal geen heilig huisjes was.
Onze dagen, uren, minuten en seconden zijn kunstmatige gewrochten, “gedachtendingen”. Onze uren en seconden zijn betrekkelijk willekeurig gekozen. Ze vormen geen natuurkundige werkelijkheid. […] Waarom moeten wij ons nog langer laten ringeloren door een tijdindeling die niet deugt?
Fijn voor meneer Jansen

“Maar geleidelijk beginnen ze de vruchten te plukken die aan het brein van professor Van den Bergh zijn ontsproten. Het wordt zomer en het zonnetje vertoont zich niet meer om half vier ’s morgens aan de hemel, wanneer niemand er iets aan heeft en 99 procent van de bevolking nog op één oor ligt. Nee, dat zonnetje verschijnt eerst op een redelijke tijd. In het eerste prille daglicht kan meneer Jansen zich scheren en kan Jantje zijn acht boterhammen naar binnen proppen. Dan gaat meneer Jansen naar kantoor. Om half elf krijgt hij zijn kopje koffie, zoals hij dat al jaren gewend is. En meneer Jansen is zich er helemaal niet van bewust, dat het nu volgens de “oude” tijdrekening in wezen pas half acht is.”
Wat een winst, zo meende de Telegraaf-auteur. Als de miljoenen “hardwerkende Nederlanders” overstapten op de Euroklok hadden ze aan het eind van hun werkdag nog “vele uren van zonneschijn voor de boeg”. Volgens Huguenot van der Linden was er maar één probleem. Alle landen ten westen van het voormalige IJzeren Gordijn moesten meedoen…
De Euroklok kan slechts door intensieve Europese samenwerking tot stand gebracht worden.
“Tijd niet rijp voor Euroklok”

De Euroklok-gedachte moet populair worden, wil ze op den duur een kans van slagen maken. Ik vrees alleen dat Jantje van meneer Jansen dan niet meer op school zal zijn. Maar als Jantje zelf vader is geworden liggen de kaarten misschien heel anders…
Een klein jaar later boog de Tweede Kamer zich over het fenomeen. De parlementariërs achtten de tijd nog niet rijp voor een overstap. Eerder had minister Teun Struycken al aangegeven het plan tot klokhervorming pas in overweging te willen nemen als de Europese integratie zo ver was gevorderd dat de klok in heel West-Europa kon worden ingevoerd.
-https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:110587771:mpeg21:a0295
-https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010953103:mpeg21:a0189
-https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ABCDDD:010816367:mpeg21:a0123
-https://www.nrc.nl/nieuws/2005/04/16/tegenvuur-10470819-a1151747
Wintertijd en zomertijd – Waarom verzetten we de klok?
Boer Braat, de man die de zomertijd haat
Daylight Saving Time (DST) – de oorsprong van de zomertijd
Congres van Wenen (1814-1815) – Betekenis en gevolgen
Nederland liep in interbellum vooraan bij Europese samenwerking
Verdrag van Parijs (1951) – En de oprichting van de EGKS