Hitler verloor de oorlog al in 1941 door slecht voorbereide aanval op Rusland

//
9 minuten leestijd
Duitse tank, vast in de modder. Herfst 1941
Duitse tank, vast in de modder. Herfst 1941 (Archief auteur)
In 1968 publiceerde militair historicus Frans ten Kate een krijgshistorische reconstructie van Operatie Barbarossa, de Duitse aanval op de Sovjet-Unie. Bijzonder is dat de historicus voor zijn onderzoek nog kon spreken met tien belangrijke voormalige Duitse bevelhebbers, waaronder de generaals Franz Halder (chef generale staf), de tankgeneraals Hermann Hoth en Erich von Manstein, en veldmaarschalk Albert Kesselring van de Luftwaffe. Op basis van deze gesprekken en zijn archiefonderzoek kwam Ten Kate tot de opmerkelijke conclusie dat de gestelde strategische doelen van Operatie Barbarossa van aanvang af al onhaalbaar waren én dat Adolf Hitler de Tweede Wereldoorlog vanwege het vastlopen van Barbarossa eind 1941 eigenlijk al verloren had. Die conclusie week nogal af van het gangbare beeld, dat bijvoorbeeld Stalingrad, Koersk of D-day ”keerpunten” in de Tweede Wereldoorlog waren.

Hitlers aanval op Rusland
Hitlers aanval op Rusland
Het werk van Ten Kate verscheen in 1968 als proefschrift van de Universiteit Utrecht in een beperkte oplage, en bovendien in het Nederlands, en trok vermoedelijk daardoor slechts beperkte aandacht. Interessant is dat de centrale these van de onderzoeker door recent militair-historisch onderzoek meermaals is bevestigd.

Uitgeverij Walburg Pers brengt het bijzondere boek van de in 2013 overleden historicus komende week opnieuw uit. Deze nieuwe editie bevat naast het oorspronkelijke manuscript een epiloog van historicus Jan-Jaap van den Berg. Hierin wordt de these van Ten Kate onder meer getoetst aan de inzichten van latere historici, zoals Van Creveld, Erickson, Glantz, Bartov en anderen. Naar aanleiding van de verschijning van de heruitgave schreef Van den Berg onderstaand artikel, waarin stilgestaan wordt bij de belangrijkste conclusies uit Ten Kate’s onderzoek en ook een link wordt gelegd met de uitkomsten van recent onderzoek.


Tot mislukken gedoemd

Adolf Hitler viel op 22 juni ’41 Rusland binnen met het sterkste leger ooit, en slechts de extreme winterkou voorkwam een beslissende Duitse zege bij Moskou. Van dat verhaal klopt weinig. Operatie Barbarossa was tot mislukken gedoemd. Daardoor werd de ondergang van Hitlers Derde Rijk al in 1941 bezegeld.

In veel publicaties over de Tweede Wereldoorlog valt te lezen dat de Duitse invasie van de Sovjet-Unie op het nippertje is mislukt. Dat beeld klopt niet. Deze veldtocht had nooit kans van slagen. De aanvalsplannen waren gefundeerd op verkeerde aannames, het Duitse opperbevel miste cruciale informatie en de indrukwekkend ogende troepenmacht was in werkelijkheid krakkemikkig. Het falen van operatie Barbarossa betekende ook, dat het lot van Hitlers Derde Rijk niet pas werd bezegeld bij Stalingrad (rond de jaarwisseling 1942/1943), maar al tijdens die ogenschijnlijk zo succesvolle zomermaanden van 1941.

Dit zijn intrigerende conclusies. Opvallend genoeg werden ze al decennia geleden getrokken door een Nederlandse historicus. Frans ten Kate was een leraar geschiedenis en aardrijkskunde aan een lyceum te Zeist. Hij promoveerde in 1968 aan de Universiteit Utrecht op een diepgravend onderzoek waarvoor hij – als een van de weinige historici – vermaarde Duitse oud-bevelhebbers als Halder, Kesselring en Von Manstein wist te interviewen. Zijn Nederlandstalige boek bleef toentertijd onopgemerkt, maar is nu in een geheel herziene en aangevulde versie opnieuw uitgegeven door uitgeverij Walburg Pers, in een fraaie editie met zo’n driehonderd nooit eerder gepubliceerde foto’s.

Mythe van de Duitse onoverwinnelijkheid

Recent onderzoek ondersteunt de these van Frans ten Kate. Vorig jaar publiceerde de Britse schrijver Jonathan Dimbleby een studie over Barbarossa die veel aandacht kreeg. Dimbleby deed zelf echter geen archiefonderzoek. Hij leunde nogal op de erudiete Australische krijgshistoricus David Stahel, die sinds 2009 maar liefst vijf gedegen boeken publiceerde over de strijd aan het Oostfront. Dimbleby en Stahel onderschrijven de these van Ten Kate: de Duitse invasie van Rusland oogde aanvankelijk indrukwekkend, maar was slecht voorbereid en tot mislukken gedoemd.

Hitler en generaal-veldmaarschalk Walther von Brauchitsch bestuderen een kaart tijdens de eerste dagen van Operatie Barbarossa
Hitler en generaal-veldmaarschalk Walther von Brauchitsch bestuderen een kaart tijdens de eerste dagen van Operatie Barbarossa
De povere planning van Barbarossa verbaast, gezien de glanzende reputatie van de Duitse generale staf. Op dat Pruisische militaire vakmanschap valt nogal wat af te dingen. Na 1945 hebben diverse voormalige Duitse generaals memoires gepubliceerd, waarin ze het falen van de Wehrmacht afschoven op Adolf Hitler en met wijsheid achteraf hun eigen straatje schoonveegden. Ten Kate is kritisch op de door hem geïnterviewde oud-bevelhebbers. Hij wijst er op dat ook zij de te verwachten tegenstand van het Russische Rode Leger sterk onderschatten, waarbij ze toch ook blijk gaven van enig (misplaatst) racistisch superioriteitsbesef. En net als Hitler waren ook de generaals, zeker na de spectaculaire zege op Frankrijk, gaan geloven in de mythe van de Duitse onoverwinnelijkheid.

Ten Kate laat zien hoe Hitler en zijn Generale staf zich bij het voorbereiden van de Russische veldtocht weinig zorgen maakten over de te verwachten tegenstand. De gevechten bij de grens zouden weliswaar zwaar zijn, maar daarna zou de Wehrmacht tamelijk ongehinderd oostwaarts kunnen oprukken tot de Oeral. Dit optimisme was ongefundeerd. In feite had de Duitse spionagedienst bitter weinig informatie weten te verzamelen over de snelheid van de Russische mobilisatie, de hoeveelheid beschikbare reserves en de militaire productiecapaciteit. Niemand had verwacht dat Stalins regime in staat zou blijken om talloze fabrieken te verplaatsen tot achter de Oeral en die in sneltreinvaart weer in bedrijf te nemen.

Modder

Generaloberst Franz Halder
Generaloberst Franz Halder (Bundesarchiv, Bild 146-2000-003-06A / CC-BY-SA 3.0)
Generaal Franz Halder en zijn Generale staf vergisten zich niet alleen in hun tegenstander. Ze onderschatten ook de bepalende invloed van geografische en klimatologische omstandigheden. En dat terwijl men toch bekend was met het Russische operatieterrein. In de slotfase van de Eerste Wereldoorlog (1917-1918) hadden Duitse legers al eens grote stukken Russisch grondgebied bezet. Het was geen geheim dat de winters in Rusland streng waren, terwijl de zomers juist gloeiend heet konden zijn. Ook wisten de Duitse plannenmakers dat rivieren gedurende de halfjaarlijkse regenperiode uit hun oevers traden, terwijl de weinige wegen dan veranderden in modderpoelen. Bovendien wordt de Russische verdediger geholpen door de lastig doordringbare Pripjetmoerassen, die elke aanvaller dwingt zijn leger in tweeën te splitsen. Een ander lastigheid was nog de afwijkende Russische spoorbreedte. Versmalling van de spoorlijnen was noodzakelijk voordat de Wehrmacht bevoorradingstreinen naar het front kon laten rijden.

Ten Kate wijst er op dat een invasie van Rusland alleen mogelijk is gedurende de vijf maanden tussen half mei en half oktober. Daarvoor en daarna komt elke opmars onvermijdelijk vast te zitten in de modder. De Duitse strategen wisten dit ook. Ze gingen er echter vanuit dat het binnen die korte periode zou lukken om het Rode Leger aan de grens te verslaan en vervolgens helemaal op te rukken tot aan een ver ten oosten van Moskou gelegen lijn lopend van Archangelsk (een Noordelijke havenstad aan de Witte Zee) tot Astrachan (waar de Wolga uitmondt in de Kaspische Zee). Dit was een volstrekt onhaalbare, van hoogmoed getuigende ambitie. Ten Kate schrijft dat Halder en de zijnen vooral gericht waren op de verovering van Moskou. Wanneer de Russische hoofdstad eenmaal was gevallen, zou de Russische tegenstand wel ineen storten, zo verwachtten de generaals. Hitler relativeerde het doorslaggevende belang van Moskou. Hij wilde vooral een krachtige opmars naar Leningrad en naar het zuidoosten, om de rijke landbouwgebieden van de Oekraïne en de grondstoffen en olie in de Kaukasus in handen te krijgen. Het uiteindelijke operatieplan van Barbarossa maakte geen echte keuze: met drie Legergroepen zou in alle richtingen worden opgerukt!

Troepenmacht en bevoorrading

Operatie Barbarossa was een aaneenschakeling van Duitse overwinningen, die uiteindelijk slechts een tactische betekenis hadden.

De onderschatting van de tegenstander en van het operatieterrein werd niet alleen weerspiegeld in een overambitieus krijgsplan, maar viel ook af te lezen aan de Duitse invasiemacht. Die was bepaald niet op topsterkte, al oogde het 3,3 miljoen man tellende leger indrukwekkend. De drie Legergroepen zouden oprukken met 3500 tanks die gegroepeerd waren in pantserdivisies, plus 2500 vliegtuigen, zo’n 600.000 trucks en ook nog 600.000 paarden. In feite echter waren duizend tanks van verouderde typen (Panzer-I en Panzer-II) en bestond het vrachtwagenpark uit een allegaartje van merendeels Franse voertuigen, tot personenbussen aan toe. Zorgwekkend was de krappe logistieke situatie. Met de beschikbare voorraad benzine kon slechts zo’n vijfhonderd kilometer opgerukt worden. Om Moskou te bereiken was dus eerst een gevechtspauze nodig. Vooraf was ook duidelijk dat verliezen aan tanks en soldaten onvoldoende konden worden opgevangen. De Wehrmacht had niet meer dan 370.000 reservetroepen beschikbaar, en de tankproductie lag nog onder die van de Sovjet-Unie.

Volgens het beproefde concept van de ‘Blitzkrieg’ moesten de pantserdivisies met tactische luchtsteun van de Luftwaffe de Russische linies doorbreken en dan ver naar het achterland doorstoten. De in het voetspoor volgende Duitse infanteriedivisies kregen de taak om de omsingeling van de Russische verdedigers te voltooien. De sterke tankeenheden moesten immers blijven oprukken, om te voorkomen dat het Rode Leger de tijd kreeg verder oostwaarts een nieuwe verdediging op te bouwen.

De gevechten vanaf 22 juni leken het zonnige optimisme van de Duitse strategen te bevestigen. Inderdaad verpulverden de pantserdivisies, met luchtsteun van de Luftwaffe, overal de Russische linies. En inderdaad konden er, met hulp van de achteropkomende infanteriedivisies, reusachtige omsingelingen gevormd worden waarin honderdduizenden Russische soldaten klem kwamen te zitten. Het tempo van de Duitse opmars was adembenemend. De omsingelingsslagen bij Minsk en Smolensk leverden 600.000 gevangenen op en na de twee latere omsingelingen bij Kiev en Vjazma belandden nog eens in totaal 1,3 miljoen Sovjetsoldaten in Duitse gevangenschap. Vele duizenden Russische tanks en vliegtuigen werden stuk geschoten.

Russische gevangenen. Juli 1941
Russische gevangenen. Juli 1941 (Archief auteur)

Duitse verliezen

Eigenlijk werd de Sovjet-Unie op 22 juni 1941 binnengevallen door twee Duitse legers tegelijk. Er was een ijzersterk, maar relatief klein tankleger dat zich krachtig een weg baande dwars door de Rode linies, plus een veel groter infanterieleger dat te voet moest volgen. In de zomerse hitte marcheerden de uitgeput rakende soldaten tot wel vijftig kilometer per dag. Desondanks raakten ze hopeloos achterop bij de voortrazende tankeenheden. Daardoor moesten die pantserdivisies vaak zonder infanteriesteun het gevecht aangaan. Doorgaans werden de Russen dan met enorme verliezen teruggeslagen, maar de zo cruciale Duitse tankeenheden incasseerden zelf ook telkens schade.

Binnen enkele weken was zeker de helft van de Duitse tanks uitgevallen, overigens lang niet altijd door Russische voltreffers, maar vaker vanwege de belabberde kwaliteit van de veelal onverharde wegen. In de zomerhitte ontstonden grote stofwolken die de tankmotoren lieten vastlopen. Reservemotoren moesten helemaal uit Duitsland worden aangevoerd.

Uiteengeslagen Russische groepen hielden zich intussen schuil in de wouden en moerassen, waar vanuit ze verrassingsaanvallen uitvoerden op de langzame Duitse infanterie-eenheden en de begeleidende paardenkarren en vrachtwagens met bevoorrading. Alleen al in de ogenschijnlijk succesvolle maand juli ’41 sneuvelden 63.000 Duitse soldaten aan het Oostfront: meer dan de totale Amerikaanse verliezen in de hele Vietnamoorlog.

Duitse graven. Augustus 1941
Duitse graven. Augustus 1941 (Archief auteur)

Operatie Barbarossa was een aaneenschakeling van Duitse overwinningen, die uiteindelijk slechts een tactische betekenis hadden. Het strategische einddoel werd bij lange na niet bereikt. Intussen tikte de tijd door. Ver voor Moskou begon de Duitse opmars al aan stootkracht te verliezen. Nadat de zomerse overwinningen veel slijtage hadden opgeleverd, zorgden de herfstregens in september voor een modderbad waarin alles vastliep. De beroerde wegen en enorme afstanden lieten weinig heel van de bonte verzameling Duitse voertuigen. Het gebrek aan standaardisatie maakte de aanvoer van reserveonderdelen tot een logistieke nachtmerrie. Ook de geplande versmalling van de spoorbreedte bleek gecompliceerder dan gedacht. Het terugtrekkende Rode Leger had bovendien bijna alle locomotieven en wagons meegenomen of vernield.

Begin december stonden de uitgeputte en halfbevroren Duitse troepen dan toch voor Moskou. Ten Kate acht het onwaarschijnlijk dat de val van de hoofdstad toen nog zou hebben gezorgd voor een ineenstorting van de Sovjet-Unie. Overigens zou Moskou vermoedelijk nooit veroverd kunnen worden. Deze enorme metropool was daarvoor al teveel versterkt en zou voor de Wehrmacht vermoedelijk in een drama ‘a-la Stalingrad’ zijn uitgemond.

Zomer ’42 hebben de Duitse legers een tweede offensief ondernamen in de illusie de Sovjet-Unie alsnog te veroveren. De krachtsverhoudingen waren toen al flink verschoven in het voordeel van Stalin, die reusachtige hoeveelheden tanks en vliegtuigen kreeg geleverd door de VS en Groot-Brittannië. Maar al in de zomer van ’41 had de Führer zich vertild aan het immense Rusland, dat hij binnen viel met een overmoedige strijdmacht die onvoldoende was toegerust om dit hardnekkig verdedigde en immense land onder het juk te brengen.

~ Jan-Jaap van den Berg

Boek: Hitlers aanval op Rusland – Frans ten Kate

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken